Terug

2018_CBS_05124 - Omgevingsvergunning - OMV_2018025389. Boeksveldstraat 37. District Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/06/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_05124 - Omgevingsvergunning - OMV_2018025389. Boeksveldstraat 37. District Wilrijk - Goedkeuring 2018_CBS_05124 - Omgevingsvergunning - OMV_2018025389. Boeksveldstraat 37. District Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
     De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)
     De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
     De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
    • Artikel 21 Minimale hoogte van ruimten: de keuken heeft slechts een plafondhoogte van 2,36 meter < 2,60 meter;
    • Artikel 34.3.3: Stabiliteit en scheidingsmuren: de opstand van de nieuwe gelijkvloerse uitbreiding bedraagt slechts 0,15 meter < 0,30 meter;
    • Artikel 34.4.2: Stabiliteit en scheidingsmuren: de enkelvoudige gelijkvloerse scheidingsmuur heeft slechts een dikte van 0,14 meter < 0,18 meter.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

Verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning is principieel in overeenstemming met de bestemming van het perceel en de woonfunctie op de omliggende percelen.

Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid

De uitbreiding van het gelijkvloers sluit aan bij de bouwdiepte van de linkerbuur en is niet vreemd in de omgeving waar het perceel is gelegen. Er blijft een voldoende ruime tuin beschikbaar op het perceel. Ook het gewijzigde dakvolume sluit aan bij het gabarit van de linker gebuur en is niet vreemd in het straatbeeld. Het voorstel is dus verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Visueel-vormelijke elementen

De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar in de stedelijke omgeving van het pand.

Echter de inplanting van de raamopeningen in het nieuwe dakvolume is vreemd.

Bij het verlenen van de vergunning zal in voorwaarden worden opgenomen dat de raamopeningen in het voorste dakvlak moeten worden verlaagd tot op de kroonlijst en dat tussen de knik in het dak en de raamopeningen een gesloten dakvlak moet worden voorzien van 30 cm conform de inplanting van de ramen bij de gebuur.

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

Op basis van artikel 3 van de bouwcode kan de vergunningverlenende overheid afwijkingen toestaan op de voorschriften in DEEL 2 RUIMTELIJKE KWALITEIT en DEEL 3 TECHNISCHE KWALITEIT van deze verordening. De afwijking kan pas toegestaan worden indien de vergunningverlenende overheid oordeelt dat door de afwijking voorgestelde werken minstens gelijkwaardig zijn aan de toegelaten werken voorgesteld in de overige voorschriften van deze bouwcode. De gelijkwaardigheid dient beschouwd te worden over het geheel van deze voorschriften en dus bijeengenomen minstens dezelfde mate van veiligheid, leefbaarheid, beeldkwaliteit en duurzaamheid garanderen en dit zowel voor het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, als voor de ruimere omgeving.

Een plafondhoogte van 2,36 meter in de keuken is aanvaardbaar aangezien dit slechts een beperkte oppervlakte betreft van de open leefruimte en de omliggende plafonds een hoogte hebben van 3 meter.

Op basis van dit artikel 3 kan er ook een afwijking worden toegestaan op de dikte van de nieuwe scheimuur ter hoogte van rechtse perceelsgrens, op voorwaarde dat deze muur minstens een brandweerstand heeft van 2 uur. Dit zal worden opgenomen in voorwaarden bij het verlenen  van de vergunning.
Om brandoverslag te voorkomen zal ook in voorwaarden worden opgelegd dat er ter hoogte van de scheimuren een dakopstand moet worden voorzien van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak binnen het opgetekende gabarit, of dat de dakbekleding moet vallen onder brandreactie klasse BROOF (t1), of moet voorkomen op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enz.);

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat elke bouwaanvraag een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, is het de bedoeling om parkeren maximaal op eigen terrein te voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeerparagraaf is niet van toepassing aangezien de aanvraag betrekking heeft op de verbouwing van een eengezinswoning waarbij de functie en het aantal woongelegenheden ten opzichte van het bestaande ongewijzigd blijven.

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  • de raamopeningen in het voorste dakvlak te verlagen tot op de kroonlijst en tussen de knik in het dak en de raamopeningen een gesloten dakvlak te voorzien van 30 cm conform de inplanting van de ramen bij de gebuur;
  • de nieuwe scheimuren uit te voeren met een brandweerstand van 2 uur;
  • de nieuwe scheimuren te voorzien van een dakopstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak binnen het opgetekende gabarit, of dakbekleding te voorzien die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1), of moet voorkomen op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht te voldoen aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium «brandgedrag aan de buitenzijde »;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

26 maart 2018

Volledig- en ontvankelijk

25 april 2018

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

23 juni 2018

Verslag GOA

4 juni 2018

naam GOA

Christel Bogaerts

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

Bevraging aanpalenden

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

0

0

0

0

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer :

OMV_2018025389

Gegevens van de aanvrager:

Jonas en Evelien Haertjens - Nijs met als adres Boeksveldstraat 37 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) 

Ligging van het project:

Boeksveldstraat 37 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale gegevens:

afdeling 44 sectie D nr. 334X3

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen van een eengezinswoning

Omschrijving aanvraag

 

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 18/09/1928: vergunning (238#2094) voor het bouwen van 12 werkmanswoningen.

Laatst vergunde toestand

  • de eengezinswoning bestaat uit twee bouwlagen onder een zadeldak;
  • tegen de linker perceelgrens is er een uitbouw voorzien op de eerste verdieping.

Bestaande toestand

  • eengezinswoning bestaande uit twee bouwlagen onder een zadeldak;
  • tegen de linker perceelgrens is er een uitbouw voorzien op de eerste verdieping.

Inhoud van de aanvraag

  • uitbreiden en verbouwen van een bestaande eengezinswoning;
  • uitbreiding van het gelijkvloers tot een bouwdiepte van 17 meter;
  • vervangen van het zadeldak door een mansardedak afgewerkt met zink;
  • aanpassen van de achtergevel aan de nieuwe interne indeling;
  • de achtergevel wordt geïsoleerd en uitgevoerd in grijze gevelcementplaten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  • de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
  • de raamopeningen in het voorste dakvlak te verlagen tot op de kroonlijst en tussen de knik in het dak en de raamopeningen een gesloten dakvlak te voorzien van 30 cm conform de inplanting van de ramen bij de gebuur;
  • de nieuwe scheimuren uit te voeren met een brandweerstand van 2 uur;
  • de nieuwe scheimuren te voorzien van een dakopstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak binnen het opgetekende gabarit, of dakbekleding te voorzien die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1), of moet voorkomen op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht te voldoen aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium «brandgedrag aan de buitenzijde »;
  • na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.