Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Adviezen
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
24 april 2018 |
9 mei 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
24 april 2018 |
24 april 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
24 april 2018 |
8 mei 2018 |
Toetsing voorschriften
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Er werden in de aanvraag afwijkingen geconstateerd ten opzichte van de geldende voorschriften.
In eerste instantie blijkt dat in de respectievelijke fietsenbergingen slechts 3 fietsen werden ingetekend daar waar stallingscapaciteit voor 5 fietsen vereist is. Aangezien echter de bergingen in kwestie voldoende groot zijn om dit aantal te stallen en dat de bergingen op een degelijke manier bereikbaar zijn, wordt er uitgegaan van een vorm- of rekenfout in het dossier en kan zal dit in voorwaarde worden opgenomen in de vergunning.
In tweede instantie blijkt er geen parkeerplaats te worden voorzien, voor geen van beide woningen. Gelet op het feit dat het gehele project over een gevelbreedte van meer dan 8 meter beschikt, zou kunnen worden opgelegd dat dit alsnog dient voorzien te worden maar gelet op de bestaande toestand van de panden, de historiciteit waarbij voorheen twee eengezinswoningen bestonden en de structuur die voor deze aanpassing verhoudingen zou vergen die niet in verhouding zijn tot de globale winst, kan gefundeerd worden afgeweken van betreffend artikel en dienen geen parkeerplaatsen te worden voorzien. Bovendien betreft de gevelbreedte van elke eengezinswoning individueel ruim minder dan 8 meter, namelijk slechts 4,70 m.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag beoogt de omvorming van horeca-zaak met aanhorigheden tot 2 gescheiden eengezinswoningen. Gelet op de ligging ervan in ontwikkeld woongebied is er in deze effectief sprake van een correcte functionele inpasbaarheid.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging. Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. De parkeernorm is hier dus 2. |
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens art. 12, §3, 1° (Levendige plint) is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten. |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 2 = 0. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Voor vergunningsaanvragen van eengezinswoningen kan echter afgeweken worden van de berekening van de parkeerbehoefte zoals vermeld in bovenstaande tabel, indien realisatie van de parkeerplaatsen niet mogelijk is. Dit geldt tevens voor eengezinswoningen die boven winkelpanden ingericht worden. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 2 = 0. Omwille van de bestaande structuur van beide panden, die duidelijk verwijst naar de historische toestand waarbij reeds twee eengezinswoningen aanwezig waren met een gevelbreedte van minder dan 8 m, zijn eventueel vereiste ingrepen niet in verhouding tot de baten van het voorzien van vermelde plaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 15 december 2014. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. |
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
Qua volumetrie wordt er achteraan een gedeelte van de gebouwen afgebroken waardoor open ruimte ontstaat die de woonkwaliteit aanzienlijk verbetert. Bijkomend wordt een volwaardige extra bouwlaag voorzien en dit tot een totale diepte van 14,34 m. Dit is ruim maar stemt overeen met de onderliggende en bestaande bouwlagen en de bouwdieptes van de meeste aanpalende panden. Als conclusie is het volume van het gebouw sterk ingepast in zijn onmiddellijk omringende omgeving en is het advies inzake schaal en ruimtegebruik bijgevolg eenduidig gunstig.
Visueel-vormelijke elementen
De te hanteren materialen, lichtgrijze bepleistering, grijs schrijnwerk en een blauwe hardstenen plint, zijn niet enkel doorgaans gebruikte materialen voor dit type van bebouwing maar zorgen bovendien voor een eenmaking van het gebouw met zijn uitbreiding. De inpassing in het straatbeeld is correct waardoor het advies voor dit deelaspect van de aanvraag zonder meer gunstig is.
Advies aan het college
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
26 maart 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
24 april 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
geen |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
geen |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
23 juni 2018 |
|
Verslag GOA |
29 mei 2018 |
|
naam GOA |
Martijn Coppoolse |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Bevraging aanpalenden
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
0 |
0 |
0 |
0 |
Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018035921 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
mevrouw Chantal Timmerman met als adres Haagdoornlaan 16 te 2180 Ekeren (Antwerpen) |
|
Ligging van het project: |
Komiteitstraat 3 te 2170 Merksem (Antwerpen) |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 40 sectie C nrs. 294A15 en 294G12 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
omvormen van een woning naar twee eengezinswoningen |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.