Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Caroline Bastiaens, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Sven Cauwelier, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Sven Cauwelier, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_00873 - Ondergrondse uitgravingen - Havenbedrijf Antwerpen nv , Vaargeul tussen Albertdok en Amerikadok zonder nummer , 2040 Antwerpen. Dossiernummer OV2017/5/IB - Goedkeuring
Motivering
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.
Juridische grond
Het Koninklijk Besluit van 12 april 1965, gewijzigd op 1 augustus 1966, betreffende de tewerkstelling in ondergrondse uitgravingen wordt toegepast op al wie één of meer werknemers voor een arbeidsovereenkomst in een ondergrondse uitgraving tewerkstelt.
Aanleiding en context
Aanvrager(s): Havenbedrijf Antwerpen nv - Zaha Hadidplein 1, 2030 Antwerpen. De aanvraag omvat de vergunning voor de tewerkstelling in een ondergrondse leidingentunnel.
Regelgeving: bevoegdheid
Artikel 7 van deze wetgeving bepaalt dat het college zich uitspreekt over een vergunningsaanvraag voor een ondergrondse uitgraving.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist een vergunning ondergrondse uitgravingen goed te keuren aan Havenbedrijf Antwerpen nv, Zaha Hadidplein 1, 2030 Antwerpen, voor de exploitatie van een leidingentunnel.
Artikel 2
Het college beslist dat de exploitant de gehele geldende reglementering betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (Wet van 4 augustus 1996 en zijn uitvoeringsbesluiten) dient in acht te nemen, in het bijzonder lettend op de reglementeringen:
- hoofdstuk II betreffende het dynamisch risicobeheersingssysteem van boek I, titel 2 van de codex over het welzijn op het werk;
- het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, in voorkomend geval;
- hoofdstuk III betreffende tewerkstelling op eenzelfde arbeidsplaats van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, in voorkomend geval;
- hoofdstuk IV werkzaamheden uitgevoerd door ondernemingen van buitenaf van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, in voorkomend geval;
- titel 1 betreffende basiseisen betreffende arbeidsplaatsen van boek III van de codex over het welzijn op het werk;
- titel 2 betreffende elektrische installaties van boek III van de codex over het welzijn op het werk, in voorkomend geval;
- titel 3 betreffende brandpreventie op de arbeidsplaatsen van boek III van de codex over het welzijn op het werk;
- titel 4 betreffende ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer van boek III van de codex over het welzijn op het werk, in voorkomend geval;
- artikel 53 betreffende werkzaamheden in de plaatsen waar gevaarlijke gassen kunnen voorhanden zijn van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming;
- artikel 54ter betreffende afgezonderd tewerkgestelde werknemers van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming, in voorkomend geval.
Artikel 3
Het college beslist dat vergunning ondergrondse uitgravingen ingaat op 2 februari 2018 voor onbeperkte duur.
Artikel 4
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.