Het college heeft volgende adviezen ontvangen:
1. AG VESPA
“Geen opmerkingen op de inhoud van plan-MER-screening voor de uitbreiding gewenste toestand korte termijn, zoals weergegeven in plan 03.
Evenwel wordt opgemerkt dat de uitbreiding ‘gewenste toestand lange termijn’, zoals weergegeven in plan 04, zich beperkt tot een weergave van de nieuwe hallen met aansluitend een parkeergebouw en logistieke zone. Door het plan lange termijn te reduceren tot deze weergave en intentie, verdwijnen heel wat van de kwaliteiten die in het ruimtelijk raamwerk, opgesteld door TVMAKH, voor site Expo maar ook de omgeving ervan wél aanwezig waren en ook nadrukkelijk deel uitmaakten van de lange termijn visie opdat de uitbreiding van Antwerp Expo als hefboom zou gaan fungeren om de ruimtelijke kwaliteiten in het gebied te verhogen op een aantal vlakken (bijvoorbeeld meer kwalitatieve publieke ruimte, afwerking hoek Vogelzanglaan, afscherming van de logistieke zone naar omwonenden, langzaam verkeersverbindingen doorheen het gebied, etc.). De in voorliggende plan-mer screening in plan 04 weergegeven ‘gewenste toestand lange termijn’ kan niet beschouwd worden als een kwalitatieve verbetering van de site en haar omgeving die tegemoet komt aan de ambitie die de stad en grondeigenaar ag Vespa voor ogen hebben.
Voorwaarden:
2. Ondernemen en stadsmarketing/ Business en innovatie
"Specifiek voor het dossier zijn er 2 aandachtspunten:
3. Ondernemen en stadsmarketing/ Visit/ Evenementen
“Het advies op de voorliggende documenten in beginsel positief.
Er lijken in eerste instantie geen raakpunten, laat staan onverenigbaarheden, met het stedelijk evenementenbeleid. Het is een site die zich richt op specifieke activiteiten die plaatshebben op een specifieke locatie. De activiteiten in Antwerp expo kunnen geografisch niet in conflict zijn met evenementen elders in de stad. Ook op vlak van doelpubliek, tijdstip, aard van activiteiten, … lijken er geen onverenigbaarheden.
Vanuit ons vakgebied pleiten we er voor dat er een vrijwillig overleg is waarbij de georganiseerde evenementen afgestemd worden met andere actoren in de stad. Denk maar aan Sportpaleis, Koningin Elisabethzaal, stadsevenementen… Onnodige concurrentie verzwakt alle partijen, synergie versterkt de aantrekkingskracht van Antwerpen en dit is iets waar alle actoren wel bij varen.
Besluitend: de locatie lijkt uitermate geschikt, het voorgestelde plan klinkt logisch en haalbaar. De exporuimte kan de uitstraling en mogelijkheden van Antwerpen versterken."
4. Stadsbeheer/ Ruimtebeheer
“Gunstig advies. Het kortetermijnscenario legt geen onnodige of ongewenste last op het perceel van de stad.”
5. Stadsontwikkeling/ Ontwerp & Uitvoering
“Geen opmerkingen op de plan-MER-screening op zich. Indien deze screening een vervolg krijgt in de vorm van een vergunningsaanvraag, en indien deze aanvraag wijzigingen omvat aan de publieke ruimte, is het aangewezen dat de aanvrager zijn plannen bespreekt met de betrokken stadsdiensten voorafgaand aan het indienen van de aanvraag.”
6. Stadsontwikkeling/ Mobiliteit
“De afdeling mobiliteit is actief betrokken geweest bij de opmaak van het masterplan en schaart zich achter de uitgangspunten die er in werden geformuleerd.
Het voorliggende plan is de eerste fase in de realisatie van het masterplan Expo Cultuurpark.
De afdeling mobiliteit adviseert om in deze eerste fase ook zoveel mogelijk voor het feitelijk gebruik van de parking de ontsluitingsprincipes uit het masterplan te implementeren. Hierbij denken we onder meer aan het ontsluiten van de parking via de Vogelzanglaan en het verhinderen van parkingontsluiting voor auto’s via de Jan Van Rijswijcklaan.
De initiatiefnemer geeft aan op korte termijn een uitbreiding van de parkeercapaciteit op eigen terrein te voorzien. Aangezien er geen garantie is dat fase 2 , al dan niet op korte termijn gerealiseerd wordt ontstaat er een netto verlies aan parkeerplaatsen van 37 plaatsen.
De afdeling mobiliteit adviseert dat de exploitant van de expo voor elke beurs die de parkeercapaciteit op eigen terrein (+camping indien overeenkomst) overschrijdt een evenementenvervoersplan laat opmaken, waarbij de bereikbaarheid via andere vervoersmodi actief wordt gepromoot.
In dat kader adviseren wij dat er voldoende veilige en comfortabele fietsparkeerplekken worden voorzien alsook een duidelijk zichtbare plek waar het aan- en afrijden van taxi’s dichtbij de in- en uitgang van de Expo kan gebeuren. Beide faciliteiten worden maximaal op eigen terrein geïmplementeerd."
Het college stelt vast dat de adviezen niet tegenstrijdig zijn en eerder mee richting geven aan de verdere uitwerking. Bovendien is de plan-MER-screening uiteindelijk ook een voorafname op het planologisch attest en de MER die (hoogstwaarschijnlijk) zal worden opgemaakt in het kader van het RUP.
Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (D.A.B.M.) is van toepassing.
Artexis nv is de initiatiefnemer voor deze plan-MER_screening vooruitlopend op het planologisch attest voor de Antwerp Expo. Dit bedrijf beheert de huidige expositiehallen aan Jan Van Rijswijcklaan ten zuiden van de Antwerpse Ring.
Op de huidige locatie van Antwerp Expo doen zich enkele knelpunten voor op ruimtelijk, planologisch en mobiliteitsvlak. Als gevolg daarvan heeft AG VESPA in 2013-2014 een locatieonderzoek uitgevoerd om na te gaan of er op het grondgebied van de stad Antwerpen andere plekken zijn waar betere randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Antwerp Expo voorhanden zijn.
Concreet hebben locaties potentieel wanneer zij voldoen aan volgende voorwaarden en aannames. Onderstaand programma uit het locatieonderzoek van 2013-2014 is inmiddels deels aangepast en verkleind.
Op basis van bovenstaande eisen onderscheiden zich vier mogelijke sites binnen de stad Antwerpen: de huidige Expo-site, de zone voor stedelijke functies (Blue Gate), Spoor Oost en Noordschippersdok. Deze selectie gebeurde op basis van een grondpositie of mogelijke gebruiksovereenkomst.
De zoekzone Noordschippersdok is te klein voor het geplande programma. Bovendien ligt de site dicht bij het Sportpaleis, wat voor beide evenementenlocaties op piekmomenten zware mobiliteitsproblemen kan opleveren in de ruime omgeving.
Op de site Spoor Oost is op zich voldoende ruimte beschikbaar, maar door de langgerekte smalle vorm van de zone leent deze site zich niet om bijkomende functies te voorzien. Bovendien is de site op mobiliteitsvlak te sterk verbonden met de evenementenhal Sportpaleis.
De evaluatie voor de verschillende aspecten tussen de sites Blue Gate en de huidige exploitatie leidde tot volgende conclusies:
Het bestaand mobiliteitsregime is, gelet op het verkeersintensief programma van een expo, het doorslaggevend aspect. Voor de site Blue Gate moet gesteld worden dat de zwakke aansluiting op de trage netwerken en het ontbreken van een openbaarvervoersnet nefast zijn. Zelfs als er een tramverbinding wordt aangelegd, hetgeen op lange termijn moet worden gezien, kunnen nog niet alle gevraagde parkings op de site worden georganiseerd. Het is onmogelijk om alle verkeersbewegingen in combinatie met Blue Gate tot aan de site te leiden. Het huidig openbaar vervoersaanbod op de huidige site en de mogelijkheid om Antwerp Expo te gaan inrichten als overstappunt spreken, zeker op korte termijn, in het voordeel van de bestaande site.
Financieel gezien zijn de beide locaties evenwaardig, al bestaan er voor de site op Blue Gate nog onbekende factoren die onverwachte kosten kunnen opleveren. Ook de timing spreekt, gelet op de al bestaande openbaarvervoersinfrastructuur, in het voordeel van de huidige site. Ruimtelijk zijn er op de huidige site meer randvoorwaarden zoals het stapelen van de functies en mogelijk het verleggen van Vogelzanglaan, maar deze zijn haalbaar. Op basis van deze conclusies werd beslist om enkel door te gaan met de huidige Expo site, en voor deze site het planologisch attest op te starten.
Artexis nv wil zich engageren om het huidige gebouwencomplex om te vormen naar een meer volwaardig en aantrekkelijke ontmoetings- en evenementplaats met meer Euregionale uitstraling. Hiervoor heeft de initiatiefnemer een ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor zijn site uitgewerkt waarbij in een eerste fase het bestaande gebouwencomplex van vier expositiehallen en inkomhal gefaseerd zal worden omgevormd en uitgebreid tot een nieuw gebouwencomplex van vijf expositiehallen met parkeergebouw dat zich beter inpast in zijn stedelijke omgeving.
Dit initiatief kadert zich in een door de stad Antwerpen gedragen ambitie om de expo en zijn ruime omgeving veder te ontwikkelen als een cultuurpark. Om deze ambitie kracht bij te zetten werd een ruimtelijk onderzoek uitgevoerd dat een totale ruimtelijke visie weergeeft voor het momenteel onsamenhangend gebied met expo, zwembad, kunstcentrum, sportterreinen, hotel, enz.
Een groot deel van de omvorming van Antwerp Expo zal zich bevinden in wat op heden is bestemd als een gebied voor dag- en verblijfsrecreatie. Als gevolg is de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan ter realisatie het nieuwe complex van expositiehallen vereist.
Het kortetermijnscenario, waarvan de effecten zijn opgenomen in deze plan-MER-screening, is aangeduid als plangebied. Dit planologisch attest stelt binnen dat plangebied op de korte termijn een uitbreiding van de expohal voor met ca. 2.100 m² en noodzakelijke toegangsruimte in functie van het logistieke gebeuren eigen aan een expohal. Voor de langetermijnontwikkeling wordt op basis van het masterplan van de stad Antwerpen gewerkt aan een volledige transformatie en modernisering van de Expo-site. Het langetermijnscenario, dat buiten de range van deze screening valt, is aangeduid als projectgebied of site.
Voorliggende nota betreft het screeningsdocument inzake de plan-MER-screening die bij een aanvraag tot planologisch attest dient te gebeuren. Deze plan-MER-screening handelt enkel over de kortetermijnplannen, opdat na de goedkeuring van een planologisch attest meteen kan worden overgegaan tot een omgevingsvergunningsaanvraag voor de beperkte uitbreiding van een bestaande beurshal. De langetermijnplannen doorlopen sowieso nog de geïntegreerde milieueffectenbeoordelingsprocedure horende bij de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).
Volgens art. 4.2.5 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (D.A.B.M.) dient de initiatiefnemer van een plan/programma in het kader van het “onderzoek tot milieueffectrapportage” een aantal instanties te raadplegen aangaande de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma. Uit navraag bij dienst Milieueffectrapportage bleek dat het college een van de relevante adviesinstanties is.
De raadpleging bij het onderzoek tot milieurapportage is voorzien om de adviserende instatie toe te laten de gegevens met betrekking tot het studieegebied waarvoor zij beschikken, die eventueel nog niet bekend zouden zijn bij de initiatiefnemer, aan de initiatiefnemer te bezorgen zodat de dienst Mer een gefundeerde beslissing kan nemen pover de plan-MER-plicht van het voorgenomen plan (zie omzendbrief LNE/2007 milieueffectbeoordeling van plannen en programmaa's van 1 december 2007).
Met huidig advies wordt dan ook op geen enkele wijze afbreuk gedaan aan de beoordelingsruimte die het college zich voorbehoudt in zijn latere adviesverlening of beoordeling.
Het college beslist het gunstig advies voor plan-MER-screening Antwerp Expo goed te keuren en te bezorgen aan de nv Artexis, onder volgende aandachtspunten: