Op moment van contractondertekening hebben de personeelsleden hun werkrooster en hun overurenregeling toegelicht m.n. alle personeelsleden van Arenberg werken in een glijtijd werkrooster van maandag tot en met vrijdag van 8.00-18:00 uur. Wanneer zij prestaties leveren na 18:00 uur of in het weekend, krijgen ze een overurentoeslag van 25% van het uurloon. Deze overurentoeslag is cumuleerbaar met de nacht-, zaterdag- en zondagtoelage. Deze werkroosters sluiten in de praktijk niet aan bij de realiteit. Bij Arenberg zijn de meeste voorstellingen ’s avonds en in het weekend, waardoor onder meer de podiumtechniekers, de poetsers en de personeelsleden van de ticketbalie op regelmatige basis ’s avonds en in het weekend werken.
Bij de stad Antwerpen sluiten de werkroosters aan bij de realiteit. Enkel personeelsleden die effectief steeds in een vast werkrooster werken, krijgen een vast werkrooster toegekend. De personeelsleden die in flextijd werken, hebben een flexrooster en de personeelsleden die werken in een planningssysteem, hebben een gepland rooster. Naar aanleiding van de invoering van de flexrooster bestaan er bij de stad geen glijtijd werkroosters meer.
De reële werkroosters van de meeste personeelsleden van Arenberg (zoals bijvoorbeeld de podiumtechniekers, de poetsers en de personeelsleden van de ticketbalie) sluiten het beste aan bij een gepland rooster van de stad Antwerpen. Een gepland rooster houdt in dat minimum 14 dagen op voorhand de planning aan het personeelslid meegedeeld wordt. Wanneer deze planning 2 dagen voor aanvang van shift gewijzigd wordt, is een overurentoeslag aan het personeelslid verschuldigd. Er is ook een overurentoeslag verschuldigd wanneer een personeelslid langer dan voorzien moet werken op vraag van het bestuur. Ook hier is een overurentoeslag cumuleerbaar met de nacht-, zaterdag- en zondagtoelage en bedraagt ze 25% van het uurloon.
Eigenlijk wordt een overurentoeslag ten bedrag van 25% van het uurloon, volgens het Besluit van de Vlaams Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna BVR RPR), enkel toegekend in uitzonderlijke prestatie bovenop de wekelijkse arbeidsduur die op vraag van het bestuur worden geleverd.
Het personeel van Arenberg wensten hun arbeidsovereenkomst niet te ondertekenen, wanneer ze geen garantie kregen op behoud van hun huidige werkroosterregeling en overurentoeslag. Om tegemoet te komen aan de bezwaren van het personeel, werd een overgangsmaatregel voor één jaar handmatig op hun arbeidsovereenkomst voorzien voor behoud van hun huidige werkroosterregeling voor één jaar.
Als argument werd ook aangehaald dat in de private sector de arbeidsvoorwaarden in Paritair Comité 304.1 podiumkunsten en muzieksector (hierna: PC 304.1) voor podiumtechniekers gunstiger zijn en dat daarom in het verleden deze gunstige overurenregeling werd ingevoerd. Bij onderzoek en vergelijking van de arbeidsvoorwaarden blijkt het volgende:
|
Private sector – PC 304.1+ Arbeidswet |
Stad Antwerpen – BVR RPR + Arbeidstijdenwet |
|
Salaris Salaris Podiumtechnici 23.1. – Coördinator is vergelijkbaar met de functie C4-5 bij de stad. Salaris Podiumtechnici 23.1 < Salaris C4-5 Podiumtechnici 23.2. – Gespecialiseerd of polyvalent medewerker is vergelijkbaar met de functie C1-3 bij de stad Eerste 4 jaar salaris Podiumtechnici 23.2. > C1-3 Na de eerste 4 jaar salaris Podiumtechnici 23.2. < C1-3 |
|
|
Eindejaarspremie |
Eindejaarspremie |
|
Minimaal 425 euro bruto |
|
|
|
|
|
Woon-werkverkeer |
Woon-werkverkeer |
|
Wettelijke regeling nl. 80% |
80% terugbetaling |
|
|
|
|
Jaarlijkse vakantie |
Jaarlijkse vakantie |
|
20 wettelijke +10 bij bepaalde functiegroepen zoals bv. de podiumtechnici |
35 dagen |
|
|
|
|
Groepsverzekering |
2de pensioenpijler |
|
Een bijdrage van 1,5% van het brutoloon van de werknemer |
Tot en met de leeftijd van 34 jaar stort de stad:
Vanaf de leeftijd van 35 jaar stort de stad
|
|
|
|
|
Wekelijkse arbeidsduur |
Wekelijkse arbeidsduur |
|
Normaal: 38u/w Max. 84 u/w: generale repetitie, festivals |
Normaal: 38u/w Max.: 50 u/w |
|
Max. 60 u/w: andere gevallen |
Uitz. mogelijk per KB |
|
|
|
|
Dagelijkse arbeidsduur |
Dagelijkse arbeidsduur |
|
7,6 uur m.u.v. podiumtechnici: Max. 10 u/d en Max. 12 u/d: generale repetitie, voorstellingen en receptieve programmatie
|
Max. 11 u/d. Max. 8 u/d voor “gewoonlijke” tewerkstelling tussen 20u en 6u., uitz. voor diensten gekenmerkt door de noodzaak tot continuïteit |
|
|
|
|
Referteperiode |
Referteperiode |
|
Referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet gerespecteerd worden = 1 jaar, aanvangend op 1/9 tot 31/8 Maar nooit mag de duur van de gepresteerde uren met meer dan 78 uren gedurende de eerste 3 maanden en 91 uren gedurende de volgende maanden de gemiddelde arbeidsduur overschrijden. |
Referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet gerespecteerd worden = 4 maanden. |
|
|
|
|
Zondag |
Zondag |
|
Zondag kan een werkdag zijn |
Zondag kan een werkdag zijn |
|
Voorwaarde: rust Recht op een rustdag in de loop van de 6 dagen volgend op de bewuste zondag en max. 10 dagen aaneensluitend werken. |
Voorwaarde: rust Recht op een rustdag in de loop van de 14 dagen volgend op de bewuste zondag |
|
|
|
|
Overurentoelage |
Overurentoelage |
|
Vanaf >9u: overurentoelage aan 50% m.u.v. de podiumtechniekers: vanaf > 10u: overurentoelage aan 75%/u of inhaalrust aan 75%/u. Als gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis > 38u/w: overloon van 150%. Niet cumuleerbaar met een nacht-, zaterdag- of zondagtoelage. |
In uitzonderlijke gevallen én op vraag van het bestuur. Niet gecompenseerd binnen de 4 maanden na prestatie: overurentoelage aan 25%. Cumuleerbaar met de nacht-, zaterdag- of zondagtoelage. |
|
|
|
|
Nacht-, zaterdag- en zondagtoelage |
Nacht-, zaterdag- en zondagtoelage |
|
Is niet voorzien |
Nacht- en zaterdagtoelage
Zondag- en feestdagtoelage
De nachttoelage is combineerbaar met de zaterdag- en de zondagttoelage |
|
|
|
|
Variabel werkroosters |
Werkroosters |
|
Maandelijkse uurroosters: mededeling aan personeel: 8d voor aanvang van die maand |
In principe maandelijkse uurroosters: mededeling aan personeel: 14d voor aanvang van die maand Uitz.: 5 dagen vooraf. In de praktijk bleek dat deze regeling niet werd toegepast zie argumentatie hoger. |
|
|
|
Concluderend kan worden vastgesteld dat de salarisschalen van de stad Antwerpen praktisch gezien niet minder bedragen dan deze vastgelegd in PC 304.1. Ook zijn de eindejaarstoelage, de 2de pensioenpijler en het aantal jaarlijkse vakantiedagen bij de stad beter dan voorzien in PC 304.1.
De overurentoelage bedraagt in PC 304.1 meer, maar deze overurentoelage kan praktisch gezien minder vaak toegepast worden dan bij de stad (pas na 10 werkuren en is er een beperking van het aantal te mogen presteren uren in de referteperiode). Bovendien bestaat bij de stad een nacht-, zaterdag- en zondagtoelage, waardoor het lagere bedrag van overurentoelage ruimschoots gecompenseerd wordt door de zaterdag-, de zondag- en de nachttoelage.
Op 18 december 2018 besliste de gemeenteraad (jaarnummer 816) over de overname van personeelsleden van APB Arenbergschouwburg.
Op 19 december 2018 stelde de stadssecretaris (jaarnummer 1609) de overgedragen personeelsleden aan.
De contractueel overgedragen personeelsleden tekenden op 21 en op 22 december 2017 hun arbeidsovereenkomst met de stad Antwerpen.
Het college bekrachtigt de overgangsmaatregel voor behoud van het huidig werkrooster (inclusief de regeling van de overurentoelage) van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Deze overgangsmaatregel is niet verlengbaar.