Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Stedenbouwkundige lasten
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de vergunningverlener stedenbouwkundige lasten bij vergunningen kan opleggen.
De stedenbouwkundige last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in natura door de ontwikkelaar. In elk geval kan ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist. De inkomsten voor de stad van stedenbouwkundige lasten moeten vanuit de regelgeving een expliciete bestemming krijgen met een link in de nabijheid van het project. Bij beslissing van de lasten moet dit meteen vastgelegd worden.
De huidige aanvraag bevat de uitbreiding van een kantoorgebouw Rijnkaai 94-104 tot 10.705m² kantoren met onder andere een extra daklaag (2.309m² extra), de creatie van een extra tussenverdieping voor een mediacenter (318m²) en onder andere 2.253m² extra horeca.
Gezien dit project de toename aan woon/werkverkeer (kantoren) tot gevolg heeft, ontstaat de nood om gebruik te maken van alternatieve vervoersmodi waardoor een financiële bijdrage aan de waterbus te rechtvaardigen is als stedenbouwkundige last.
De stad voorziet in de toekomst bijkomende mobiliteitsinfrastructuurinvesteringen langsheen de Scheldekaaien.
De toename van woon/werkverkeer noodzaakt de stad ook tot de aanleg van bijkomende fietsenstallingen, die al dan niet in functie van het openbaar vervoer kunnen gebruikt worden.
De stad vraagt de doorwaardbaarheid van het project. Vandaar dat een tussenkomst in de aanleg van een kwalitatief publiek toegankelijk terrein kan beschouwd worden als een stedenbouwkundige last.
De toepassing van het kaderbesluit leidt tot stedenbouwkundige last die bepaald is op 262.700,00 euro. Een bedrag van 5.000,00 euro kan in mindering gebracht worden omwille van bijkomende voltijdse tewerkstellingsplaatsen. Per saldo dus 257.700,00 euro.
Aanwending van de lasten:
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Artikel 4.2.20 §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.
Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordering van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.
Ja
| Aanvragers: | CARVER |
| De aanvraag omvat: | verbouwen en uitbreiden van Hangar 26/27 |
| Dossiernummer: | AN9/B/digitaal/SOK/20172418 |
Financiële gevolgen
De financiële inkomsten voor de stad zullen na ontvangst geboekt kunnen worden op doelstelling 1SWN040401A00000.
De inkomsten worden via sok-fiche geregistreerd.
Het project is gelegen in ANT05 – Eilandje.
De inkomsten zullen worden aangewend voor realisatie van mobiliteitsmaatregelen en overstapcapaciteit (mobiliteit) en heraanleg openbaar domein in de omgeving van Rijnkaai.
De factuur voor de ontvangst van de financiële SOK wordt uitgeschreven bij aanvang van de werken.
Artikel 4.7.12 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 4.2.20, §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden
Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de socilae en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende voorwaarden strikt na te leven:
Tot slot wordt opgemerkt dat de uitvoering van werken die buiten het concessieterrein van de aanvrager vallen, afhankelijk zijn van de expliciete goedkeuring door AG VESPA.
Geldigheidsduur
In afwachting van een totaalontwerp voor de aanleg van de publieke ruimte worden volgende elementen uit de aanvraag slechts vergund voor een periode van vijf jaar, met ingang van de datum waarop de huidige vergunning een definitief en niet langer voor administratief beroep vatbaar karakter verkrijgt. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning moet de begunstigde het terrein herstellen in de staat waarin het zich bevond vóór de tenuitvoerlegging van de vergunning van bepaalde duur:
Uitsluitingen
Alle wijzigingen aan de bestaande waterkeermuur worden uitgesloten van beoordeling en derhalve ook van vergunning. Hierin is het College van Burgemeester en schepenen niet bevoegd. In het kader van de omgevingsvergunning behoort watergebonden infrastructuur tot de bevoegdheid van de Vlaamse Overheid.
Het college beslist om in geval van goedkeuring van de vergunning volgende stedenbouwkundige last op te leggen als volgt: een financiële last aan de aanvrager voor een bedrag 107.700,00 euro.
Onder voorbehoud van een samenwerkingsovereenkomst met stad Antwerpen/O&U wordt een tweede deel van de last ten bedrage van 150.000,00 euro in natura besteed aan de aanleg van openbaar domein volgens de principes van de procedure openbaar domein van de stad Antwerpen.
Indien er geen samenwerkingsovereenkomst met de stad gesloten wordt, zal deze tweede last (natura) omgezet worden in een last in speciën en opeisbaar gesteld worden bij factuur vanuit de stad.
De Ontwikkelaar zal een bankwaarborg voor onbepaalde duur ten voordele van de stad moeten bezorgen, afgeleverd door een Belgische erkende bankinstelling.
Indien het bouwrecht overgedragen wordt, volgen de voornoemde lasten het principe van het kettingbeding. De aanvrager is gerechtigd de rechten en verplichtingen inherent aan dit project geheel of gedeeltelijk over te dragen aan één of meerdere met hem verbonden rechtspersonen dan wel derden die met de realisatie van (een onderdeel van) de ontwikkeling van het project zullen worden belast. Indien de aanvrager de ontwikkeling van bepaalde delen van de ontwikkeling van het project overdraagt aan één of meerdere met hem verbonden rechtspersonen dan wel derden, zal hij ervoor zorgen dat de stedenbouwkundige lasten opgelegd in de vergunning worden overgedragen aan hen op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid van de ontwikkelaar. De stad dient haar instemming te geven met deze overdracht, doch zal haar instemming niet op onredelijke gronden weigeren. De stad zal – voor het geval zij een opdracht zou overdragen aan entiteiten van de groep stad Antwerpen – ervoor zorgen dat de principes worden gehonoreerd.
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Stedenbouwkundige last
Dirk Van Praag (Carver bvba) Rijnkaai 101 Hangar 26/27 0859.557.481 |
107.700,00 euro (+150.000,00 euro extra indien er geen samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten over de heraanleg van het openbaar domein) |
Budgetplaats: 5150500000 Budgetpositie: 150600 Functiegebied: 1SWN040401A00000 Subsidie: AN05_SOK_Rijnkaai Fonds: Intern Begrotingsprogramma: 1SA010600 Budgetperiode: 1800 |
niet van toepassing |