Terug

2018_CBS_01068 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. Stedenbouwkundige lasten - 20172418 - district Antwerpen - Rijnkaai 94-104 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/02/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_01068 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. Stedenbouwkundige lasten - 20172418 - district Antwerpen - Rijnkaai 94-104 - Goedkeuring 2018_CBS_01068 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure. Stedenbouwkundige lasten - 20172418 - district Antwerpen - Rijnkaai 94-104 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Stedenbouwkundige lasten

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de vergunningverlener stedenbouwkundige lasten bij vergunningen kan opleggen.

De stedenbouwkundige last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in natura door de ontwikkelaar. In elk geval kan ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. Het is aan de vergunningverlenende overheid om te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar wordt opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar wordt geëist. De inkomsten voor de stad van stedenbouwkundige lasten moeten vanuit de regelgeving een expliciete bestemming krijgen met een link in de nabijheid van het project. Bij beslissing van de lasten moet dit meteen vastgelegd worden.

De huidige aanvraag bevat de uitbreiding van een kantoorgebouw Rijnkaai 94-104 tot 10.705m² kantoren met onder andere een extra daklaag (2.309m² extra), de creatie van een extra tussenverdieping voor een mediacenter (318m²) en onder andere 2.253m² extra horeca.

Gezien dit project de toename aan woon/werkverkeer (kantoren) tot gevolg heeft, ontstaat de nood om gebruik te maken van alternatieve vervoersmodi waardoor een financiële bijdrage aan de waterbus te rechtvaardigen is als stedenbouwkundige last.

De stad voorziet in de toekomst bijkomende mobiliteitsinfrastructuurinvesteringen langsheen de Scheldekaaien.

De toename van woon/werkverkeer noodzaakt de stad ook tot de aanleg van bijkomende fietsenstallingen, die al dan niet in functie van het openbaar vervoer kunnen gebruikt worden.

De stad vraagt de doorwaardbaarheid van het project. Vandaar dat een tussenkomst in de aanleg van een kwalitatief publiek toegankelijk terrein kan beschouwd worden als een stedenbouwkundige last.

De toepassing van het kaderbesluit leidt tot stedenbouwkundige last die bepaald is op 262.700,00 euro. Een bedrag van 5.000,00 euro kan in mindering gebracht worden omwille van bijkomende voltijdse tewerkstellingsplaatsen. Per saldo dus 257.700,00 euro.

Aanwending van de lasten:

  •   Een eerste deel van de lasten bedraagt 107.700,00 euro en zal als financiële last opgelegd worden. Deze last wordt besteed om het woon-werkverkeer te faciliteren.
  • Onder voorbehoud van een samenwerkingsovereenkomst met stad Antwerpen/O&U wordt een tweede deel van de last ten bedrage van 150.000,00 euro in natura besteed aan de aanleg van een deel openbaar domein volgens de principes van de procedure openbaar domein van de stad Antwerpen. Indien er geen samenwerkingsovereenkomst met de stad gesloten wordt, zal deze last omgezet worden in een last in speciën.
    De Ontwikkelaar zal een bankwaarborg voor onbepaalde duur ten voordele van de stad bezorgen, afgeleverd door een Belgische erkende bankinstelling. Behoudens andere bedragen aangegeven in de hoofdovereenkomst omvat deze het biedingsbedrag of indien dit nog niet gekend is een schatting van de aannemingssom van  de werken, telkens exclusief btw, plus 20 % voor eventuele meerwerken en het geheel vermeerderd  met 21 % BTW. Zolang de borgstelling niet is afgeleverd, mag de Ontwikkelaar niet starten met de werken. (Er dient dus een bankwaarbog van minstens 360.000,00 euro voorzien te worden.)
    Deze borgstelling wordt door het college goedgekeurd en kan per fase en na de voorlopige  oplevering van de werken door de Ontwikkelaar, worden vrijgegeven.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Artikel 4.2.20 §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordering van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de sociale en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning.

Onderzoek

Ja

Aanleiding en context

Aanvragers: CARVER
De aanvraag omvat: verbouwen en uitbreiden van Hangar 26/27
Dossiernummer: AN9/B/digitaal/SOK/20172418

Algemene financiƫle opmerkingen

Financiële gevolgen

De financiële inkomsten voor de stad zullen na ontvangst geboekt kunnen worden op doelstelling 1SWN040401A00000.

De inkomsten worden via sok-fiche geregistreerd.

Het project is gelegen in ANT05 – Eilandje.

De inkomsten zullen worden aangewend voor realisatie van mobiliteitsmaatregelen en overstapcapaciteit (mobiliteit) en heraanleg openbaar domein in de omgeving van Rijnkaai. 

De factuur voor de ontvangst van de financiële SOK wordt uitgeschreven bij aanvang van de werken.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 4.2.20, §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden

Artikel 2, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 28 april 2014 (bouwcode), goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 9 oktober 2014: het college toetst een project aan de socilae en economische gevolgen en verbindt desnoods de gepaste stedenbouwkundige lasten aan de stedenbouwkundige vergunning

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is volgende voorwaarden strikt na te leven: 

  • De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen dienen strikt te worden nageleefd, en dit vanaf de eerste dag van de exploitatie.
  • De (overdekte) publieke ruimte op niveau +0.5 dient een betere verbinding met het aangrenzende publieke domein te krijgen door toevoeging van twee liften die rechtstreeks vanuit het openbaar domein toegankelijk zijn, zoals in het rood aangeduid op plan “BA_HANGAR2627_P_N_0”. Ter hoogte van de doorsteek onder het gebouw vervangt de lift één van de momenteel voorziene twee trappen.
  • De publieke wandeling langs de Scheldeboord moet ononderbroken mogelijk zijn en blijven doorheen het concessieterrein. Er mag geen signalisatie worden aangebracht die dit tegenspreekt, noch mobiele of vaste barrières die de vlotte doorgang kunnen beletten. Hiervoor zijn ook minstens 2 parkeerplaatsen te schrappen aan de zuidzijde van het gebouw, zoals in het rood aangeduid op plan “BA_HANGAR2627_P_N_0”.
  • De poorten aan de kaaizijde (toekomstige keerwand) moeten verbreed worden zodat de volledige twee traveeën kunnen worden geopend. De poorten kunnen bijvoorbeeld uit vier opengaande delen bestaan, zoals in het rood aangeduid op plan “BA_HANGAR2627_P_N_0”. Hiervoor is tevens de helling voor inrit in de garage te verplaatsen.
  • De ‘foodmarket’ moet een duurzame invulling zijn, en geen tijdelijk evenement. Aan de aangevraagde foodmarket wordt de bestemming horeca en detailhandel toegekend, beide voor 50% van de oppervlakte van de ruimte.
  • De verbindingsmuur tussen de bestaande keermuur en het zuidoostelijke hoekpunt van de havenloods moet beperkt worden tot de hoogte van 8,35 taw (hoogte van de bestaande keermuur), in afwachting van een definitieve keermuur.
  • Het programma van de evenementen die kunnen doorgaan in het complex, moet  afgestemd worden op een beperkt maximum aantal personen. De maximale bezettingen en de benuttingsuren van de ruimte worden afgestemd op het ter beschikking zijn van het parkeeraanbod. De tijdstippen waarop evenementen doorgaan worden eveneens beperkt. Deze mogen enkel buiten de kantooruren, na 19u te worden georganiseerd. (Vanuit de parkeerdruk moeten evenementen en feesten tijdens de kantooruren worden vermeden.):
    • Bedrijfsfeesten op vrijdag, zaterdag, zondag, maximale bezetting 275 personen,
    • Klantgerichte evenementen op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag, maximale bezetting 250 personen.
  • Het laden en lossen dient uitsluitend met kleinere bestelwagens te gebeuren. Dit kan een aantal keer per dag, telkens buiten de spits.
  • Grotere leveringen moeten gebeuren ’s nachts en op eigen terrein.
  • Het laden en lossen met vrachtwagens mag geen hinder en/of gevaar vormen voor voetgangers en fietsers.
  • Er dient een vertraagde afvoer van hemelwater naar de Schelde voorzien te worden.
  • De draairichting van de deur naar het toilet voor mindervaliden op niveau 0,5 dient conform de voorschriften van de verordening toegankelijkheid naar buiten open te draaien.
  • In elk nieuw sanitair blok dient een aangepast toilet voorzien te worden.
  • Alle toiletten voor mindervaliden moeten voldoen aan de verordening toegankelijkheid; zo dienen de deuren zich op de korte zijde te bevinden.
  • De vaste inrichtingselementen in het onthaal moeten voorzien worden van een verlaagd gedeelte 
  • Er dient een afvalberging te worden voorzien conform de ontwerprichtlijnen van de bouwcode.
  • De ondersteunende constructie voor de zonnepanelen en zonnecollectoren mogen geen nieuw hellend dak vormen. De hoogte is conform de bepalingen van de bouwcode beperkt tot 150 cm.
  • De aanvrager staat zelf in voor het beheer en onderhoud van de publiek toegankelijke delen van het gebouw (onder andere verhoogd terras en rondgang).
  • Alle kosten verbonden aan eventuele tijdelijke aanpassingen aan het openbaar domein zijn voor rekening van de aanvrager. Deze omvatten onder meer de kosten van de aanpassing, de kosten voor het herstel conform het vergunde ontwerp Brabo 2 na aanleg van de definitieve situatie en eventuele claims van derden door derving van inkomsten. Hierbij moet in de eerste plaats gedacht worden aan de Opdrachtnemer Brabo 2 die door de onbeschikbaarheid van de tramverbinding door de werken in het kader van de aanpassingen voor de ontsluiting van het privé domein verlies zal leiden. Er mag op geen enkel ogenblik hinder ontstaan voor voetgangers, fietsers of gemotoriseerd verkeer.

Tot slot wordt opgemerkt dat de uitvoering van werken die buiten het concessieterrein van de aanvrager vallen, afhankelijk zijn van de expliciete goedkeuring door AG VESPA.

Geldigheidsduur

In afwachting van een totaalontwerp voor de aanleg van de publieke ruimte worden volgende elementen uit de aanvraag slechts vergund voor een periode van vijf jaar, met ingang van de datum waarop de huidige vergunning een definitief en niet langer voor administratief beroep vatbaar karakter verkrijgt. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning moet de begunstigde het terrein herstellen in de staat waarin het zich bevond vóór de tenuitvoerlegging van de vergunning van bepaalde duur:

  • alle fiets- en autoparkeerplaatsen buiten de footprint van het gebouw;
  • de verbindingsmuur (niet zijnde een keermuur) tussen de bestaande keermuur en het zuidoostelijke hoekpunt van de havenloods. 
  • de verbindingsmuur (niet zijnde een keermuur) aan de noordzijde van de concessie die vanaf het noordoostelijk hoekpunt van het gebouw de waterkering doortrekt tot aan de bestaande kering.

Uitsluitingen

Alle wijzigingen aan de bestaande waterkeermuur worden uitgesloten van beoordeling en derhalve ook van vergunning. Hierin is het College van Burgemeester en schepenen niet bevoegd. In het kader van de omgevingsvergunning behoort watergebonden infrastructuur tot de bevoegdheid van de Vlaamse Overheid.

Artikel 3

Het college beslist om in geval van goedkeuring van de vergunning volgende stedenbouwkundige last op te leggen als volgt: een financiële last aan de aanvrager voor een bedrag 107.700,00 euro.

Onder voorbehoud van een samenwerkingsovereenkomst met stad Antwerpen/O&U wordt een tweede deel van de last ten bedrage van 150.000,00 euro in natura besteed aan de aanleg van openbaar domein volgens de principes van de procedure openbaar domein van de stad Antwerpen.

Indien er geen samenwerkingsovereenkomst met de stad gesloten wordt, zal deze tweede last (natura) omgezet worden in een last in speciën en opeisbaar gesteld worden bij factuur vanuit de stad.

De Ontwikkelaar zal een bankwaarborg voor onbepaalde duur ten voordele van de stad moeten bezorgen, afgeleverd door een Belgische erkende bankinstelling.

Indien het bouwrecht overgedragen wordt, volgen de voornoemde lasten het principe van het kettingbeding. De aanvrager is gerechtigd de rechten en verplichtingen inherent aan dit project geheel of gedeeltelijk over te dragen aan één of meerdere met hem verbonden rechtspersonen dan wel derden die met de realisatie van (een onderdeel van) de ontwikkeling van het project zullen worden belast. Indien de aanvrager de ontwikkeling van bepaalde delen van de ontwikkeling van het project overdraagt aan één of meerdere met hem verbonden rechtspersonen dan wel derden, zal hij ervoor zorgen dat de stedenbouwkundige lasten opgelegd in de vergunning worden overgedragen aan hen op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid van de ontwikkelaar. De stad dient haar instemming te geven met deze overdracht, doch zal haar instemming niet op onredelijke gronden weigeren. De stad zal – voor het geval zij een opdracht zou overdragen aan entiteiten van de groep stad Antwerpen – ervoor zorgen dat de principes worden gehonoreerd.

Artikel 4

De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon 
 Stedenbouwkundige last

 Dirk Van Praag  (Carver bvba)

 Rijnkaai 101

 Hangar 26/27

 0859.557.481

107.700,00 euro

(+150.000,00 euro extra indien er geen samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten over de heraanleg van het openbaar domein)

Budgetplaats: 5150500000

Budgetpositie: 150600

Functiegebied: 1SWN040401A00000

Subsidie: AN05_SOK_Rijnkaai

Fonds: Intern

Begrotingsprogramma: 1SA010600

Budgetperiode: 1800

niet van toepassing