Terug

2018_CBS_00374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20172797 - district Antwerpen - Bredastraat 90-92-94-96 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/01/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_00374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20172797 - district Antwerpen - Bredastraat 90-92-94-96 - Goedkeuring 2018_CBS_00374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20172797 - district Antwerpen - Bredastraat 90-92-94-96 - Goedkeuring

Motivering

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Onderzoek

Nee

Aanleiding en context

Aanvragers: XG Projectontwikkeling
De aanvraag omvat: bouwen van 15 appartementen en een ondergrondse parking
Dossiernummer: AN8/B/digitaal//20172797

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  • De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  • De fietsenstalling moet ingericht worden volgens de inrichtingsprincipes uit de bouwcode:
    • Tussenafstanden voor een dubbel systeem moeten minimum 50cm zijn;
    • Er moeten verschillende types fietsenstallingen in de fietsenberging voorzien worden;
    • De deuren naar de fietsenberging moeten voldoende breed zijn en automatisch open gaan;
    • De fietsenstalling moet ingericht worden volgens de inrichtingsprincipes uit de bouwcode;
    • Tussenafstanden voor een dubbel systeem moeten minimum 50cm zijn;
    • Er moeten verschillende types fietsenstallingen in de fietsenberging voorzien worden;
    • De deuren naar de fietsenberging moeten voldoende breed zijn en automatisch open gaan;
  • Er moeten 7 nuttige autostaanplaatsen gerealiseerd worden;
  • Er dient i.f.v. een massievere geveluitwerking een bijkomende post voorzien te worden in de brede raamopening boven de inkom, conform het door de aanvrager aangepaste en bijgevoegde voorstel;
  • Voor de hemelwaterput dient het dakoppervlak dat niet als groendak is uitgevoerd in rekening gebracht te worden. Voor de infiltratie dient hierbij nog de oppervlakte van het groendak/2 plus de oppervlakte van de niet-overdekte terrassen in rekening gebracht te worden;
  • In plaats van buffering dient toch infiltratie voorzien te worden.
  • RWA en DWA moeten volledig gescheiden tot op de rooilijn worden gebracht. De vergunningsaanvrager dient een externe toezichtsmogelijkheid op beide aansluitingen te voorzien;
  • Indien er afvoerpunten van de woning (bijv. klokrooster) lager gelegen zijn dan het straatniveau t.h.v. de leiding dient de aansluiting beveiligd te worden tegen terugstroming. Dit kan door aan te sluiten via een terugslagklep of pomp. Een terugslagklep dient te worden geplaatst in de aankomende leidingen en niet in de infrastructuur van de rioolbeheerder;
  • De aansluiting dient te gebeuren op een diepte van 80 cm onder het straatniveau. Afwijkingen hiervan kunnen eventueel toegelaten worden mits een gemotiveerde aanvraag;
  • Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.