Terug

2018_CBS_01923 - Den Bell - Vastlegging krediet 2018 - Correctiebestelling - Vastlegging krediet voor heffing op waterverontreiniging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/03/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_01923 - Den Bell - Vastlegging krediet 2018 - Correctiebestelling - Vastlegging krediet voor heffing op waterverontreiniging - Goedkeuring 2018_CBS_01923 - Den Bell - Vastlegging krediet 2018 - Correctiebestelling - Vastlegging krediet voor heffing op waterverontreiniging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

Het bedrag van deze factuur wordt bepaald door het debiet dat opgepompt wordt. Dit verschilt jaarlijks waardoor er op voorhand geen exact bedrag vastgelegd kan worden. 

Via besluit 2018_CBS_00740 is voor de betaling van de heffing 2018 reeds 56.736,65 EUR vastgelegd. De factuur voor de heffing 2018 bedraagt 83.002,82 EUR.

Het bedrag van deze correctiebestelling is het verschil tussen het bedrag van de factuur en het bedrag van de reeds vastgelegde bon.

Juridische grond

Art. 16quater/2 van het Drinkwaterdecreet

[AFDELING 4/1 BEREKENING VAN DE BIJDRAGE EN VERGOEDING VOOR GROOTVERBRUIKERS (ing. decr. 11 december 2015, art. 13, I: 1 januari 2016)]

 Artikel 16quater/2. (01/01/2016- ...)

 § 1. In dit artikel wordt verstaan onder abonnee en onder gebruiker van een private waterwinning: een klant is een heffingsplichtige als vermeld in artikel 35quater, § 2 en § 3, artikel 35quinquies, § 1, en artikel 35septies van de wet van 26 maart 1971.

 De exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk kunnen een bijdrage in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting aanrekenen aan hun abonnees en kunnen een vergoeding aanrekenen aan de gebruiker van een private waterwinning als bijdrage in de kosten voor de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning.

 De bijdrage en de vergoeding bestaan uit een variabele prijs.

 § 2. De bijdragen en de vergoeding op gemeentelijk en bovengemeentelijk vlak worden als onderdeel van de integrale prijs voor het leveren van water via het openbare waterdistributienetwerk opgenomen in de waterfactuur.

 De bijdrage en vergoeding voor de sanering op gemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de gemeentelijke saneringsverplichting respectievelijk de sanering.

 De bijdrage en vergoeding voor de sanering op bovengemeentelijk vlak is bestemd voor de financiering van de bovengemeentelijke saneringsverplichting respectievelijk de sanering.

 § 3. De bijdrage in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting en de vergoeding voor de kosten van de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning, worden op bovengemeentelijk vlak berekend op basis van de heffingsgegevens over de abonnee of gebruiker van een private waterwinning die door de Vlaamse Milieumaatschappij aan exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk bezorgd worden.

 De totale bijdrage en vergoeding met betrekking tot een lozingsjaar stemt overeen met het resultaat van de volgende berekeningsmethode:

 B = Tgv x VE, waarbij:

1° B = de som van de bijdrage respectievelijk de vergoeding, aangerekend aan de abonnee of titularis van een private waterwinning met betrekking tot het lozingsjaar;  2° VE = de vuilvracht, uitgedrukt in vervuilingseenheden, bepaald conform de wet van 26 maart 1971 met betrekking tot het lozingsjaar en zoals aangeleverd door de VMM aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk;  3° Tgv = het eenheidstarief van de heffing met betrekking tot het lozingsjaar voor alle andere heffingsplichtigen, vermeld in artikel 35ter, § 2, tweede lid, van de wet van 26 maart 1971.

De Vlaamse Regering kan daartoe de verdere modaliteiten bepalen. Deze modaliteiten hebben onder andere betrekking op de wijze waarop de aanrekening gebeurt, de mogelijke aanrekening van voorschotten, de verrekening van de voorschotten en de aanrekeningsbasis van de voorschotten.

De economische toezichthouder legt de verdere voorwaarden met betrekking tot de aanrekening van de bovengemeentelijke bijdrage vast in een protocol met de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk. Deze voorwaarden hebben onder andere betrekking op een uniforme omzetting van de aanrekeningregels in Vlaanderen, de data-uitwisseling tussen de exploitant en de Vlaamse Milieumaatschappij en de toe te passen afrondingsregels.

§ 4. De bijdrage in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting en de vergoeding in de kosten voor de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning, worden op gemeentelijk vlak als volgt berekend:

Bg = Tgvg x Q, waarbij:

1° Bg = de bijdrage respectievelijk de vergoeding, aangerekend aan de abonnee of titularis van een private waterwinning;  2° Tgvg = het gemeentelijke tarief en is begrensd op 1,4 keer het eenheidstarief van de heffing voor alle andere heffingsplichtigen, vermeld in artikel 35ter, § 2, tweede lid, van de wet van 26 maart 1971, met betrekking tot het lozingsjaar en vermenigvuldigd met 0,025 VE per m®;  3° Q = in geval van:

 a) de bijdrage: het te factureren of indien van toepassing, het geloosde waterverbruik, uitgedrukt in m®;

 b) de vergoeding: het waterverbruik of indien van toepassing, het geloosde water uit een private waterwinning, bepaald conform artikel 35quinquies, § 12, of artikel 35septies, § 2, van de wet van 26 maart 1971, uitgedrukt in m®.

§ 5. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, onder toezicht van de economische toezichthouder, of de economische toezichthouder kan om economische, ecologische en sociale redenen beperkingen opleggen aan de bijdragen in de kostprijs van de opgelegde saneringsverplichting en de vergoeding in de kosten voor de sanering van het afvalwater dat afkomstig is uit de private waterwinning, die op gemeentelijk vlak worden aangerekend. De Vlaamse Regering kan daartoe de voorwaarden bepalen.

Aanleiding en context

In Den Bell zijn dieptepompen geïnstalleerd om het grondwaterpeil voldoende laag te houden zodat de bestaande kelders droog blijven. Na een wateranalyse is gebleken dat het water vanwege een historische vervuiling in de buurt gezuiverd moest worden vooraleer het in de riool te lozen. In 2012 is hiervoor in Den Bell een waterzuiveringsinstallatie geplaatst.

Omdat het water gezuiverd wordt moet er jaarlijks een belasting betaald worden, namelijk de Bovengemeentelijk Saneringsvergoeding zuivering eigenwaterwinning Den Bell.

Algemene financiƫle opmerkingen

Het bedrag van 26.266,17 EUR wordt vastgelegd op de 5280500000 budget 2018. Er is voldoende krediet beschikbaar.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3,3° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 dat stelt dat het college bevoegd is voor het  financieel beheer.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een bedrag van 26.266,17 EUR vast te leggen op de 5280500000 budget 2018 voor de betaling van de factuur voor de heffing op waterverontreiniging voor het gebouw Den Bell.

Artikel 2

De financieel beheerder verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon

Bovengemeentelijk Saneringsvergoeding
zuivering eigenwaterwinning Den Bell
01/01/2017-31/12/2017

Firma Water-link

Mechelsesteenweg 66

2018 Antwerpen

BTW-nummer: NBE0204923881

Rekeningnummer: BE56 0963 1030 0088

26.266,17 euro budgetplaats:5280500000
budgetpositie:640
functiegebied:1TSB120404A00000
subsidie:SUB_NR
fonds:INTERN
begrotingsprogramma:1SA070119
budgetperiode:1800
4105038801