Terug

2018_CBS_01287 - Duurzame stad - Studie 'impact klimaatverandering op lokale waterlopen'. Resultaten en vervolgacties - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/02/2018 - 08:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_01287 - Duurzame stad - Studie 'impact klimaatverandering op lokale waterlopen'. Resultaten en vervolgacties - Goedkeuring 2018_CBS_01287 - Duurzame stad - Studie 'impact klimaatverandering op lokale waterlopen'. Resultaten en vervolgacties - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

In de klimaatimpactstudie van Hydroscan werden de stroomgebieden van het Schijn en de Benedenvliet onder de loep genomen. De Schelde komt in deze studie niet aan bod. De studie gebeurde in nauwe samenwerking met de waterloopbeheerders: de Provincie Antwerpen en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Met dit collegebesluit worden de resultaten van de studie bekendgemaakt en vervolgacties goedgekeurd.

Uitgebreide set  overstromingskaarten voor toekomstbestendige ruimtelijke planning en betere paraatheid

De VMM stelt op haar Geoloket de historische overstromingscontouren langs waterlopen in Vlaanderen beschikbaar. Ook publiceerde de VMM in het kader van de milieurapportage (MIRA 2015) de overstromingsprognoses van waterlopen bij een hoog klimaatscenario in 2100 voor verschillende types neerslagbuien (terugkeerperiode tien jaar (T10), terugkeerperiode honderd jaar (T100), terugkeerperiode duizend jaar (T1000)). Deze overstromingscontouren zijn gebaseerd op Vlaamse klimaatmodellen.

Ondertussen werkt de stad Antwerpen aan een aantal belangrijke plannen en projecten waar ‘ruimte voor water’ strategisch kan worden ingezet in functie van klimaatadaptatie: de herziening van het sRSA, de opmaak van Groenplannen en het Waterplan, gebiedsontwikkeling in bijvoorbeeld Terbeke en Hoekakker, de haalbaarheidsstudie voor een gravitaire Schijn-Scheldeverbinding ... Voor de stad en haar adaptatiebeleid is het van belang om de bestaande set van kaarten uit te breiden met meer klimaatscenario’s (midden, hoog en hoog zomer), meer bui-types (T5, T20, T100) en meer tijdshorizonten (2015, 2030, 2050 en 2100), gebruik makend van de meest accurate modellen en klimaatgegevens.

De uitgebreide set van overstromingskaarten heeft, naast de ruimtelijke planning, ook tot doel om beter voorbereid te zijn op mogelijke overstromingen. De Antwerpse adaptatiestrategie gaat namelijk uit van de ‘triple P’- benadering van het Vlaamse Adaptatieplan. Daarbij wordt niet alleen ingezet op ‘protectie’ en ‘preventie’, maar ook op een goede ‘paraatheid’ om de veerkracht van de stad te verhogen.

Voorkeur van klimaatmodellen voor aanmaak van nieuwe overstromingskaarten van Antwerpse waterlopen

Het eerste deel van de studie omvat een analyse van het verschil tussen de Vlaamse en lokale klimaatmodellen op basis van de gegenereerde afstroomdebieten. De lokale klimaatmodellen werden in 2015 in opdracht van de stad Antwerpen aangemaakt door de KU Leuven. Uit de analyse blijkt er weinig verschil te zijn in de prognoses. Het studiebureau adviseert de stad Antwerpen wel om de lokale modellen te gebruiken. Hiermee kunnen méér klimaatscenario’s en méér tijdshorizonten worden doorgerekend. Bovendien genereert de studie een betere inschatting van het huidige klimaat, dat zeer dicht zou aanleunen bij het klimaatscenario ‘midden’ in 2030. Het gebruik van het referentieklimaat van de Vlaamse modellen zou mogelijk leiden tot een onderschatting van de huidige overstromingsproblematiek.

Impact van klimaatverandering op Schijn en Benedenvliet en aanbevelingen

Het tweede deel van de studie bevat uit de overstromingskaarten voor de waterlopen Schijn en Benedenvliet. Het ‘midden’ en ‘hoog’ klimaatscenario werden gemodelleerd voor 3 bui-types (T5, T20 en T100) voor 2030, 2050 en 2100. Voor het Schijn, opgeknipt in twee stroomgebieden, werden enkel de overstromingen vanuit de waterloop gemodelleerd. Bij een aantal doorgerekende scenario’s zullen echter ook overstromingen door verzadiging van het rioolstelsel optreden. Deze werden in deze studie niet gekarteerd, zodat de kaarten niet de gehele waterproblematiek weergeven. Voor Benedenvliet werd de impact van verzadigd rioolstelsel wel gemodelleerd. De interactie tussen riool- en waterloopproblematieken is in dit gebied ook groter.  

Uit de overstromingskaarten van ‘Schijn Noord’ is af te lezen dat overstromingen vanuit de waterlopen in de verschillende scenario’s zich voornamelijk concentreren in gebied met open ruimte. In het huidig klimaatscenario is er enkel een overstromingsproblematiek in bebouwd gebied tussen Hoekakker en de kerk van Ekeren Donk. Deze is nu reeds gekend, maar zal door klimaatwijziging uitbreiden. Een aantal lopende infrastructuurprojecten houdt reeds rekening met een verbetering van de huidige situatie. Het project Hoekakker voorziet ook een nieuwe grote waterbuffer van 40.000 m3. Als resultaat van deze studie is de buffer ontworpen voor een maximaal klimaatscenario (T100, klimaatscenario ‘hoog zomer’ in 2100).

Ook uit de overstromingskaarten van ‘Schijn Zuid’ is af te lezen dat de overstromingsproblematiek vanuit de waterloop in de verschillende scenario’s zich voornamelijk concentreert in gebied met open ruimte. Ook hier is er één uitzondering van geaffecteerd bebouwd gebied, namijk het bedrijventerrein langs de Ternesselei in Wommelgem. Deze problematiek is gekend, maar zal, volgens de voorspelde overstromingskaarten die met klimaatverandering rekening houden, fors uitbreiden als er geen algemene en lokale maatregelen genomen worden. De problematiek is voornamelijk te wijten aan de nabijheid van de Rollebeek, het gebrek aan waterbuffering in combinatie met veel verharding en de beperkte doorvoermogelijkheden onder de E313.

De overstromingskaarten van ‘Benedenvliet’ tonen zowel overstromingen vanuit de waterloop als vanuit de riool. De reeds gekende overstromingslocaties langs de waterlopen breiden tussen 2050 en 2100 bij langdurige neerslag in de winter sterk uit. De prognose van water op straat door rioolverzadiging is met deze studie voor het eerst in kaart gebracht. Deze overstromingsgevoelige gebieden zijn dikwijls laag gelegen gebieden of gebieden met zeer grote verharde oppervlakken en gebrekkige lokale waterbuffering. Vooral de wateroverlast in het industriegebied Terbeke is duidelijk. Deze doet zich vandaag reeds voor bij minder zware buien en zal blijven uitbreiden ten gevolge van klimaatverandering. In het algemeen valt het op dat het geaffecteerd gerioleerd gebied drastisch blijft stijgen ten gevolge van klimaatverandering, vooral tijdens de zomermaanden.  

De waterproblematiek in Terbeke vereist een integrale aanpak. De stad Antwerpen werkt daarom in samenwerking met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) en Rio-link aan een gedetailleerde waterstudie. Hierin wordt het lokaal rioolstelsel herdacht en wordt, waar mogelijk, meer bovengrondse waterberging voorzien. De aanbevelingen vanuit de klimaatimpactstudie leidden reeds tot de doorrekening van een aantal klimaatscenario’s. Doel hierbij is om het project nu reeds zo toekomstbestendig mogelijk te ontwerpen. Ook wordt er gekeken naar specifieke inrichtingsmaatregelen in openbaar domein om de wateroverlast in te perken. Bijkomende maatregelen zijn verder uitgewerkt in het vierde deel van de impactstudie en in de algemene beleidsaanbevelingen.

Simulatie van pompuitval in stroomgebieden Schijn en Benedenvliet en aanbevelingen

Het derde deel van de studie gaat uit van een hypothetisch scenario van volledige pompuitval door energie-black-out of schade aan de pompinfrastructuur. In de modellen van de drie stroomgebieden ‘Schijn Noord’, ‘Schijn Zuid’ (inclusief Klein Schijn) en ‘Benedenvliet’ werden respectievelijk de pompen ‘Rode Weel’, ‘Groot Schijn’, ‘Klein Schijn’ en ‘Benedenvliet’ uitgezet. Er werd vervolgens een ‘worst-case-scenario’ doorgerekend van wat er vandaag zou gebeuren bij een zware en zeer zware bui (T5 en T100). Op vraag van brandweer en rampencoördinatie werden de maximale overstromingscontourenuitgezet met een frequentie van drie uur tijd.

De waterinfrastructuur in Antwerpen, en dus de huidige overstromingsgevoeligheid van grote delen van de stad, is erg afhankelijk van de goede werking van de pompinfrastructuur. Door de getijdenwerking van de Schelde zijn pompen steeds noodzakelijk, maar idealiter wordt er enkel gepompt bij hoogtij of bij stormweer. Dit laatste is het geval bij de Benedenvliet. De ingeschatte overstroming in geval van pompuitval is daar aanzienlijk, maar zal in principe enkel optreden bij noodweer of obstructie van de gravitaire uitlaat.

In het geval van ‘Schijn Noord’ liggen de waterlopen te laag om bij laagtij gravitair naar de Schelde afgevoerd te worden. Deze situatie is historisch zo geëvolueerd. De overstromingskaarten tonen echter aan dat binnen de eerste 24 tot 48 uur de maximale impact op bebouwd gebied bij pompuitval beperkt blijft. Het enige geaffecteerd bebouwd gebied figureert namelijk ook op de overstromingskaarten van zeer zware buien, in een scenario waarbij de pompen werken.

Voor ‘Schijn Zuid’ is dit niet het geval. De overstromingen te Deurne bij pompuitval zijn zeer groot, ook bij minder zware buien. Zowel het huidig als het geplande pompstation verpompen namelijk het volledige debiet van het Schijn respectievelijk naar het Lobroekdok en het Albertkanaal. In dit gebied is een gravitaire afwatering van het Schijn theoretisch wel mogelijk. Het zou overeenstemmen met het historisch herstel van de loop van de rivier en zou ook een antwoord kunnen bieden aan de rioolproblematiek van de Damwijk en delen van Borgerhout. De waterloopbeheerder VMM pleit al geruime tijd voor een gravitaire verbinding van het Schijn met de Schelde. Daarom heeft de VMM reeds geïnvesteerd in wachtkokers onder de ring. Deze zijn met de Oosterweelwerken recent aangelegd.

Gezien de omvang van de overstromingsrisico’s bij pompuitval van het Groot Schijn, adviseert het studiebureau om het effect van de gravitaire doorvoer naar de Schelde parallel aan de huidige pompgemalen verder te onderzoeken. Uit het Bovenlokaal Groenplan, dat gelijktijdig met deze studie werd opgemaakt, bleek een traject via het noordelijk deel van het centrum meest welkom. Dit omwille van verschillende redenen. De stad Antwerpen en VMM werken nu samen aan een bijkomende studie die de ruimtelijke, technische en financiële haalbaarheid van het traject verder onderzoekt.

Een andere belangrijke aanbeveling van de studie is om ook te investeren in real time monitoring, alarmering op kritische infrastructuur (alle pompstations) en de verdere uitbouw van de noodprocedures door onder andere het gebruik van de overstromingssimulaties.

Verder inperken van overstromingen door bijkomende gecontroleerde overstromingsgebieden

Het vierde deel van de studie bouwt verder op het Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) van de VMM. Het ORBP maakt melding van een aantal bijkomende gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) langs de Benedenvliet. Dit zijn open ruimtegebieden die water tijdelijk bergen om de overlast stroomafwaarts te vermijden. In de klimaatimpactstudie zijn deze GOG’s onder de loep genomen en geoptimaliseerd in functie van de klimaatverandering. Ook brengt de studie duidelijkheid in de effectiviteit van elk GOG en de fasering voor uitvoering.

Langs de Kleine Struisbeek biedt de studie een alternatief voor het ORBP. De beschreven GOG’s blijken namelijk een onvoldoende bufferend vermogen hebben. Een nieuw GOG ‘Drie Eyken’ langs het UZA te Wilrijk zou efficiënter zijn. Deze maatregel zou gedeeltelijk de problematiek stroomafwaarts, op de site van Atlas Copco en in de woonwijk Neerland, wegnemen. Bijkomende maatregelen in het stroomgebied blijven noodzakelijk, zeker in functie van de klimaatverandering. Ondertussen is de provincie Antwerpen aan de slag gegaan met de uitwerking van dit nieuwe GOG. De opmaak van een ontwerp wordt dit jaar opgestart.

Langs de Grote Struisbeek worden in het ORBP twee GOG’s genoemd: ‘Kapittelhoeve’ en ‘Rijkerooi’. Uit de studie blijkt dat GOG ‘Rijkerooi’ voornamelijk een lokaal effect heeft op overlast rond het St. Rita-college in Kontich. GOG ‘Kapittelhoeve’ daarentegen is groter en heeft naast lokale effecten ook belangrijke effecten in andere gebieden, zoals de site van Atlas Copco. Volgens het studiebureau moet deze maatregel dan ook best eerst en op korte termijn worden geoperationaliseerd. De visievorming en conceptontwikkeling staan dan ook op de planning van de provincie voor dit jaar. Ook GOG Rijkerooi staat gepland voor verdere detaillering in 2018 en voor uitvoering 2019.

Langs de Edegemse Beek onderzocht het studiebureau het GOG Edegemse Beek. Ook hier zijn de effecten lokaal. Stroomafwaarts ligt wel weinig geaffecteerd bebouwd gebied. Het studiebureau adviseert toch om deze structuur aan te leggen voor de algehele verbetering van de wateroverlast. De provincie heeft hier voorlopig geen acties gepland aangezien de andere overstromingsgebieden beter in staat zijn om wateroverlast in bebouwd gebied te vermijden. Volgens de provincie is de effectiviteit van het GOG te beperkt om een rendabele investering te vormen. 

Verder adviseert het studiebureau regelbare knijpconstructies voor de GOG's en de de onderdoorgang van de Grote Struisbeek onder de A12. Hierdoor is debietcontrole in functie van klimaatevolutie mogelijk. Ook adviseert de studie om flankerende beschermingsmaatregelen te nemen stroomopwaarts van de nieuwe structuren. Dit geldt zeker voor het GOG ‘Drie Eyken’ waar de huidige overstromingsproblematiek ter hoogte van de UA en UZA integraal en samen met de uitwerking van de structuur aangepakt moet worden .

Algemene beleidsaanbevelingen van de studie

Naasdt de hierboven voorgestelde maatregelen en aanbevelingen voor lopende processen beveelt de studie aan om gelijktijdig werk te maken van volgende aspecten:

  • verdere overstromingsbeheersing langsheen waterlopen door het verwezenlijken van de 4 GOG’s en andere infrastructurele maatregelen;
  • gebruik van de kaarten om, waar nodig, lokaal te beschermen tegen overstromingen;
  • optimaliseren van de sponswerking om landelijke afstroming te beperken door maximaal in te zetten op ontharding;
  • overstromingsbeheersing van het gerioleerd gebied door kritieke punten aan te pakken, door ‘water op straat’ te integreren in het ontwerp van de openbare ruimte en door maximaal bronmaatregelen uit te voeren in verstedelijkt gebied (groendaken, waterbuffering- en infiltratie ...);
  • een geïntegreerd model opmaken voor de stroomgebieden van het Schijn, waardoor naast de rivierproblematiek ook de rioolproblematiek in kaart wordt gebracht;
  • continu opvolgen en bijsturen van klimaatanalyses en maatregelen;
  • Uitbouw van een meetnet en waarschuwingssysteem (Decision Support System);
  • maximaal garanderen van de pompwerking en tegengaan van verstoppingen van uitlaatconstructies door onder andere real time monitoring van kritische infrastructuur.

Lopende acties van stad en waterloopbeheerders

De waterloopbeheerders VMM en provincie Antwerpen staan onder andere in voor het beheer van de waterlopen en de uitbouw van infrastructurele maatregelen om overstromingsgevaar te verminderen. Zo werkt de provincie Antwerpen onder andere aan drie van de vier vermelde gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG’s) in het stroomgebied Benedenvliet uit. Daarnaast monitoren de Vlaamse waterbeheerders continu het overstromingsgevaar langs waterlopen.

Zowel stad als rioolbeheerder maken ook werk van het verbeteren van de overstromingsbeheersing van het gerioleerd gebied. Zo zal het onlangs goedgekeurde Hemelwaterplan maximaal inzetten op de uitrol van bronmaatregelen in openbaar domein. In het kader van het verminderen van overstromingsrisico’s langs Schijn en Benedenvliet zijn volgende projecten en lopende acties binnen de stad van belang:

  • opmaak van een Waterplan dat een ruimtelijke en technische uitwerking beoogt van integraal en duurzaam stedelijk waterbeheer;
  • verdere aanmaak van overstromingskaarten van het gerioleerd gebied in het kader van het Waterplan;
  • verder aanscherpen van de bouwcode t.a.v. de regelgeving rond waterhuishouding en bronmaatregelen;
  • uitvoeren van een waterstudie voor Terbeke;
  • opmaak van de lokale Groenplannen;
  • verdere opvolging van het project Hoekakker;
  • haalbaarheidsonderzoek van een gravitaire Schijn-Scheldeverbinding i.s.m. de VMM;
  • ontwikkeling van deelprojecten in de opmaak van een experimenteel "flood-forecast system" in kader van EU-projecten Climate Fit-Cities, Brigaid & Cutler.

Verdere vervolgacties gepland door de stad

  • maximaal inzetten op de optimalisatie van de sponswerking van de open ruimte, op bronmaatregelen in openbaar en privaat domein, op flexibel adaptieve oplossingen (vb. bovengrondse waterbuffering) en voldoende ruimte creëren voor water en waterlopen in alle stadsontwikkelingsprojecten, projecten openbaar domein en in de uitbouw van het stadspatrimonium;
  • toepassen van een klimaatadaptatie-toets met als minimale randvoorwaarden hoog klimaat, zichtjaar 2100, bui-types T20 & T100 respectievelijk voor riolen en waterlopen, bij alle infrastructurele maatregelen om de watergevoeligheid te verminderen, bij alle projecten op watergevoelige locaties en/of projecten over kritische infrastructuur, om zodoende vanaf het begin buffercapaciteiten te optimaliseren en in het ontwerp rekening te houden met een kosten-efficiente aanpasbaarheid;
  • informatie overmaken aan UA/UZA via de provincie, meewerken aan de aanpak voor het GOG ‘Drie Eyken’ en de koop of overdracht aan de provincie mogelijk maken voor de realisatie van het overstromingsgebied;
  • werkgroep Benedenvliet inlichten over de resultaten van de studie en mee waken over de realisatie van alle GOG’s;
  • optimaliseren van de noodprocedures en -communicatie, meet- en waarschuwingssystemen en noodmaatregelen om beter te anticiperen op kritieke situaties;
  • studie en kaartmateriaal ter beschikking stellen van alle betrokken gemeenten, waterloopbeheerders en actoren binnen de stuurgroep van de studie;
  • opvolgen en verfijnen modelleringen en studiewerk waar nodig: integraal model van de deelgebieden, verder in kaart brengen van overstromingen van gerioleerd gebied indien niet behandeld in het Waterplan, herijken van studies ten aanzien van klimaatverandering, opmaak van overstromingskaarten van kleinere waterlopen en van de Schelde if.v. ruimtelijke planning en rampencoödinatie…;
  • ontsluiting van de klimaatimpactstudie via A-stad, Stad in Kaart en het toekomstig Klimaatportaal van de VMM.

Aanleiding en context

Op 16 oktober 2014 en 29 september 2017 ondertekende het stadsbestuur respectievelijk de burgemeestersconvenanten  ‘Mayors Adapt’ (2014_CBS_06842) en 'Climate and Energy' (2017_CBS_08578).

Met deze convenanten verbond de stad zich om de lokale effecten van de klimaatverandering in kaart te brengen en maatregelen te treffen in lopende plannen en processen. De aanpak van de adaptatiestrategie en een eerste set van acties, waaronder verschillende klimaatimpactstudies, werden beschreven in het Klimaatplan 2015-2020 (2015GR_00541). Onderzoeksinstellingen hebben ondertussen het huidig en toekomstig hitte- en neerslagklimaat van Antwerpen in beeld gebracht en het rioolstelsel getest op klimaatrobuustheid.

Op 23 oktober 2015 (jaarnummer 8799) gunde het college aan het studiebureau Hydroscan de opdracht om de impact van de klimaatverandering op het overstromingsgevaar langs lokale waterlopen te onderzoeken en aanbevelingen te doen op lopende plannen en processen. 

Beleidsdoelstellingen

Antwerpen is een duurzame stad
Een onderbouwd, gedragen en ondersteunend energie- en milieubeleid is gevoerd en het goede voorbeeld is door onszelf gegeven
Leefmilieu en duurzaamheid maken consequent deel uit van de stedelijke beleidsplanning en -uitvoering
1 - Woonstad
Antwerpen is een duurzame stad

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van de studie 'klimaatimpactstudie lokale waterlopen'.

Artikel 2

Het college keurt, in overeenstemming met het engagement in het kader van de convenanten 'Mayors Adapt' en 'Climate and Energy', goed dat de resultaten en beleidsaanbevelingen van de studie verder worden uitgewerkt in bijkomend onderzoek, in communicatie en in de lopende en nieuwe plannen en processen op gebied van stadsontwikkeling, openbaar domein en rampencoördinatie.

Artikel 3

Het college keurt goed dat de resultaten van de klimaatimpactstudie voor medewerkers en publiek ontsloten worden via GIS, website en open data.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • klimaatscenarios-synthese.pdf
  • klimaatscenarios-fase1.pdf
  • klimaatscenarios-fase2b.pdf
  • klimaatscenarios-fase3.pdf