Resultaten
De emissie-inventaris geeft de evolutie van CO2-emissies vergeleken met het referentiejaar 2005. Om de voortgang in het stedelijk energie- en klimaatbeleid in kaart te brengen, werden de cijfers tot nu toe tweejaarlijks en vanaf 2015 jaarlijks geactualiseerd. Het voorliggend rapport is de actualisering van de emissie-inventaris voor het stedelijk grondgebied van de stad Antwerpen voor het jaar 2015. Het bevat ook beperkte updates van de CO2 emissie-inventarissen 2005, 2007, 2010, 2012, 2014. Deze updates betreffen voornamelijk de emissies van het wegverkeer, het aanpassen van hernieuwbare fracties van afvalverbranding bij Indaver en Isvag en een extra opsplitsing in de stedelijke diensten voor de brandweer.
| kiloton CO2-equivalent | 2005 | 2007 | 2010 | 2012 | 2014 | 2015 | 2015 ten opzichte van 2005 |
| residentieel | 1.093,0 | 1.064,1 | 960,0 | 861,5 | 876,8 | 842,5 | -22,9% |
| handel en diensten (exclusief stedelijke diensten) | 694,8 | 814,4 | 714,2 | 708,2 | 687,9 | 739,0 | +6,4% |
| transport (exclusief stedelijke vloot) | 810,5 | 849,0 | 793,4 | 781,3 | 813,2 | 844,1 | +4,1% |
| industrie (niet-ETS) | 555,6 | 348,6 | 300,4 | 355,8 | 371,0 | 295,5 | -46,8% |
| lokale energieproductie (niet-ETS) | 257,7 | 277,3 | 223,4 | 334,3 | 226,8 | 227,5 | -11,7% |
| stedelijke diensten | 129,8 | 117,8 | 99,3 | 80,7 | 83,7 | 76,1 | -41,4% |
| stedelijke vloot | 8,1 | 7,9 | 9,3 | 9,8 | 9,9 | 10,3 | +27,4% |
| totaal | 3.549,5 | 3.479,1 | 3.100,0 | 3.131,6 | 3.069,2 | 3.034,9 | -14,5% |
Bespreking per sector
De totale emissies van stedelijk grondgebied Antwerpen die onder de rapportering van het Burgemeestersconvenant vallen, bedroegen 3.035 kTon in 2015. Ten opzichte van 2005 stellen we stellen een daling met 14,5% vast.
Residentieel / huishoudens
De sector huishoudens heeft een totaal resultaat dat 23% lager ligt dan in 2005. Dit resultaat is opmerkelijk aangezien de bevolking in Antwerpen sinds 2005 toenam met 10,2%. De samenstelling van deze reductie bestaat uit 17% daling door een reductie van het graadgecorrigeerd energieverbruik bij de huishoudens en 2% door een daling van de emissiefactor voor elektriciteit ten opzichte van 2005. De overige 4% reductie volgt uit een switch in het aandeel stookolie gebruikers naar aardgas.
Verklaringen voor de daling in energieverbruik bij de huishouden zijn onder meer te vinden in de renovatiegraad (onder andere in sociale woningbouw), verbeterde performantie bij (ver)nieuwbouw en de actieve stedelijke werking via het Ecohuis.
Handel en diensten
De sector handel en diensten heeft een totaal resultaat dat -1% lager ligt dan in 2005, ondanks een hoger energieverbruik van 17%. De switch van stookolie (-47%) naar aardgas (+37%) is een eerste belangrijke verklaring. De tweede verklaring is de sterke daling bij de stedelijke diensten. Zonder stedelijke diensten ligt het totaal resultaat van de sector handel en diensten 6% hoger dan in 2005.
In deze sector is er duidelijk nog potentieel voor wat betreft reductie van emissies door het voeren van een gericht beleid. Om die reden richtte stad Antwerpen in 2017 het instrument Samen Klimaatactief op.
Transport
De CO2-emissies van de totale sector transport stijgen met 4%. De emissies voor wegverkeer, verantwoordelijk voor 91% van de totale transportemissies, zijn toegenomen met 9% ten opzichte van 2005.
De totale afgelegde kilometers op grondgebied Antwerpen zijn ten opzichte van 2012 toegenomen met 7,5% of een stijging met 232 miljoen voertuigkilometers. Van deze stijging vond 47% plaats op de snelwegen. Lichte voertuigen (personenwagens) zijn verantwoordelijk voor 85% van de totale stijging in kilometers.
Industrie
De emissies van de sector industrie zijn ten opzichte van 2005 met -47% afgenomen. Op één jaar tijd, ten opzichte van 2014, zijn de emissies met -20% afgenomen, waarvan het grootste deel toe te schrijven is aan een daling in niet-energetische emissies (procesemissies). Deze kunnen niet apart toegekend worden aan de subsectoren uit industrie.
Lokale energieproductie
De emissies van de sector energieproductie zijn ten opzichte van 2005 met 12% afgenomen. De hoofdreden is de daling van CO2-emissies uit biogas, afval- en stortgasinstallaties (-28%), terwijl ze 3% meer energie produceerden vergeleken met 2005. Opvallend is ook de productie van windenergie die met 721% gestegen is vergeleken met 2005.
Landbouw en natuur
Landbouw en natuur hebben in Antwerpen geen significant aandeel in de CO2-emissies en -opname.
Stedelijke diensten en vloot
De stedelijke diensten (inclusief vloot) tekenen een CO2-reductie op van 37%. Dit is te danken aan de afname van brandstofverbruiken door grote inspanningen inzake energie-efficiëntie en aan de overschakeling op een contract voor CO2-neutrale stroom. Zonder de stedelijke vloot is er een emissiereductie van 41%.
Het energieverbruik zelf (inclusief vloot) nam af met 17% ten opzichte van 2005. De emissies van de stedelijke vloot blijven nagenoeg constant ten opzichte van 2012, in vergelijking met referentiejaar 2005 is er een stijging van 27%, hoofdzakelijk door de verbruiken van vuilnis- en veegwagens.
Conclusie
De ambities van stad Antwerpen voor het totaal van broeikasgassen conform het Burgemeestersconvenant is een reductie met 20% tegen 2020 ten opzichte van de emissies in 2005. Voor 2015 bedraagt de reductie 14,5%. Lineair uitgezet was in 2015 een reductie van 13,3% vereist om op koers te zijn. Die doelstelling is gehaald. Er zijn wel enkele aandachtspunten voor de volgende jaren:
De ambitie van de stad Antwerpen voor de stedelijke diensten en stedelijke vloot is een halvering (-50%) van de emissies van de stedelijke diensten. Om die doelstelling over een periode van 15 jaar (2005-2020) te halen zou, in een lineaire vertaling, in 2015 een reductie van -33% moeten vastgesteld zijn om op koers te zitten. Dit is nu -37% voor diensten en vloot samen, wat betekent dat de stad momenteel op koers zit om de doelstelling van -50% te behalen. Verschillende acties die de stad in zijn gebouwen al heeft ondernomen zullen in de toekomst verder zichtbaar worden. Een aandachtspunt blijven de emissies van de stedelijke vloot.
Verder gebruik van de gegevens
De resultaten van de emissie-inventaris worden ontsloten voor de stedelijke diensten en het grote publiek. De cijfergegevens worden overgemaakt aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant.
Op 9 januari 2009 ondertekende de stad Antwerpen het Europese Burgemeestersconvenant of ‘Covenant of Mayors’. Dit convenant is een initiatief van de Europese Commissie. Het heeft tot doel om steden te verenigen in een permanent netwerk voor de uitwisseling van goede praktijken ter bevordering van energie-efficiëntie in de stedelijke omgeving. Van de deelnemende steden wordt verwacht dat zij op lokaal vlak de Europese klimaatdoelstellingen nastreven. In het kader van het Burgemeestersconvenant heeft de stad een stedelijk klimaatplan opgesteld en rapporteert ze periodiek over de evolutie van de broeikasgassen op het grondgebied.
Het college nam kennis van de resultaten van de emissie-inventarissen op 17 mei 2013 (jaarnummer 4880, emissie-inventaris 2010), 6 juni 2014 (jaarnummer 6029, emissie-inventaris 2012) en 16 december 2016 (jaarnummer 11072, emissie-inventaris 2014).
Het college keurde op 8 september 2017 (jaarnummer 9156) de gunning goed voor het opmaken voor de jaren 2015 (uitvoering in 2017), 2016 (uitvoering in 2018), 2017 (uitvoering in 2019) en 2018 (uitvoering in 2020).
Het college neemt kennis van de resultaten van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2015.
Het college geeft volgende opdracht:
| Dienst | Taak |
| SW/EMA | rapportering van de cijfergegevens aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant |