Terug

2018_CBS_00308 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2015 - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 12/01/2018 - 09:00 Hofstraat
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Glenn Verspeet, plaatsvervangend korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_00308 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2015 - Kennisneming 2018_CBS_00308 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2015 - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

Resultaten

De emissie-inventaris geeft de evolutie van CO2-emissies vergeleken met het referentiejaar 2005. Om de voortgang in het stedelijk energie- en klimaatbeleid in kaart te brengen, werden de cijfers tot nu toe tweejaarlijks en vanaf 2015 jaarlijks geactualiseerd. Het voorliggend rapport is de actualisering van de emissie-inventaris voor het stedelijk grondgebied van de stad Antwerpen voor het jaar 2015. Het bevat ook beperkte updates van de CO2 emissie-inventarissen 2005, 2007, 2010, 2012, 2014. Deze updates betreffen voornamelijk de emissies van het wegverkeer, het aanpassen van hernieuwbare fracties van afvalverbranding bij Indaver en Isvag en een extra opsplitsing in de stedelijke diensten voor de brandweer. 

kiloton CO2-equivalent 2005 2007 2010 2012 2014 2015 2015 ten opzichte van 2005
residentieel 1.093,0 1.064,1 960,0 861,5 876,8 842,5  -22,9%
handel en diensten (exclusief stedelijke diensten) 694,8 814,4 714,2 708,2 687,9 739,0  +6,4%
transport (exclusief stedelijke vloot) 810,5  849,0  793,4 781,3  813,2 844,1  +4,1%
industrie (niet-ETS) 555,6 348,6 300,4 355,8 371,0 295,5 -46,8%
lokale energieproductie (niet-ETS) 257,7 277,3 223,4 334,3 226,8 227,5  -11,7%
stedelijke diensten 129,8 117,8 99,3 80,7 83,7 76,1  -41,4%
stedelijke vloot 8,1 7,9 9,3 9,8 9,9 10,3 +27,4%
totaal 3.549,5 3.479,1 3.100,0 3.131,6 3.069,2 3.034,9  -14,5%

Bespreking per sector

De  totale  emissies  van  stedelijk  grondgebied  Antwerpen  die  onder  de  rapportering  van  het Burgemeestersconvenant vallen, bedroegen  3.035  kTon  in  2015. Ten opzichte van 2005 stellen we stellen een daling met 14,5% vast. 

Residentieel / huishoudens

De sector huishoudens heeft een totaal resultaat dat 23% lager ligt dan in 2005. Dit  resultaat  is opmerkelijk  aangezien  de  bevolking  in Antwerpen sinds 2005 toenam met 10,2%. De samenstelling van deze reductie bestaat uit 17% daling door een reductie van het graadgecorrigeerd energieverbruik bij de huishoudens en 2% door een daling van de emissiefactor voor elektriciteit ten opzichte van 2005. De overige 4% reductie volgt uit een switch in het aandeel stookolie gebruikers naar aardgas.

Verklaringen voor de daling in energieverbruik bij de huishouden zijn onder meer te vinden in de renovatiegraad  (onder andere in sociale woningbouw), verbeterde performantie bij (ver)nieuwbouw en de actieve stedelijke werking via het Ecohuis.

Handel en diensten

De sector handel  en  diensten  heeft  een  totaal  resultaat  dat  -1%  lager  ligt  dan  in  2005,  ondanks  een  hoger energieverbruik van 17%. De switch van stookolie (-47%) naar aardgas (+37%) is een eerste belangrijke verklaring. De tweede verklaring is de sterke daling bij de stedelijke diensten. Zonder stedelijke diensten ligt het totaal resultaat van de sector handel en diensten 6% hoger dan in 2005. 

In deze sector is er duidelijk nog potentieel voor wat betreft reductie van emissies door het voeren van een gericht beleid. Om die reden richtte stad Antwerpen in 2017 het instrument Samen Klimaatactief op. 

Transport

De CO2-emissies van de totale sector transport stijgen met 4%. De emissies voor wegverkeer, verantwoordelijk voor 91% van de totale transportemissies, zijn toegenomen met 9% ten opzichte van 2005. 

De totale afgelegde kilometers op grondgebied Antwerpen zijn ten opzichte van 2012 toegenomen met 7,5% of een stijging met 232 miljoen voertuigkilometers. Van deze stijging vond 47% plaats op de snelwegen. Lichte voertuigen (personenwagens) zijn verantwoordelijk voor 85% van de totale stijging in kilometers.

Industrie

De emissies van de sector industrie zijn ten opzichte van 2005 met -47% afgenomen. Op één jaar tijd, ten opzichte van 2014, zijn de emissies met -20% afgenomen, waarvan het grootste deel toe te schrijven is aan een daling in niet-energetische emissies (procesemissies). Deze kunnen niet apart toegekend worden aan de subsectoren uit industrie.

Lokale energieproductie

De emissies van de sector energieproductie zijn ten opzichte van 2005 met 12% afgenomen. De hoofdreden is de daling van CO2-emissies uit biogas, afval- en stortgasinstallaties (-28%), terwijl ze 3% meer energie produceerden vergeleken met 2005. Opvallend is ook de productie van windenergie die met 721% gestegen is vergeleken met 2005.  

Landbouw en natuur

Landbouw en natuur hebben in Antwerpen geen significant aandeel in de CO2-emissies en -opname.

Stedelijke diensten en vloot

De stedelijke diensten (inclusief vloot) tekenen een CO2-reductie op van 37%. Dit is te danken aan de afname van brandstofverbruiken door grote inspanningen inzake energie-efficiëntie en aan de overschakeling op een  contract voor CO2-neutrale stroom. Zonder de stedelijke vloot is er een emissiereductie van 41%.

Het energieverbruik zelf (inclusief vloot) nam af met 17% ten opzichte van 2005. De  emissies  van  de  stedelijke  vloot  blijven  nagenoeg  constant  ten  opzichte  van  2012, in vergelijking  met  referentiejaar 2005  is er een stijging van 27%, hoofdzakelijk door de verbruiken van vuilnis- en veegwagens.  

Conclusie

De ambities van stad Antwerpen voor het totaal van broeikasgassen conform het Burgemeestersconvenant is een reductie met 20% tegen 2020 ten opzichte van de emissies in 2005. Voor 2015 bedraagt de reductie 14,5%. Lineair uitgezet was in 2015 een reductie van 13,3% vereist om op koers te zijn. Die doelstelling is gehaald. Er zijn wel enkele aandachtspunten voor de volgende jaren:

  • de Belgische emissiefactor voor elektriciteit is gedaald sinds 2005 maar stagneert de laatste jaren. De verdere evolutie van deze emissiefactor heeft een zekere invloed op het resultaat en wordt zelf voor een groot deel mee bepaald door externe marktomwentelingen zoals kernuitstap en stijging aandeel hernieuwbare energie.
  • een deel van de behaalde resultaten is dankzij een verschuiving in het brandstofgebruik van stookolie naar aardgas. Deze shift is echter eindig en zorgt in de toekomst niet voor grote bijkomende reducties.
  • alle sectoren tekenen reducties op ten opzichte van 2005, uitgezonderd de transportsector en de tertiaire sector (exclusief stedelijke diensten).

De  ambitie  van  de  stad  Antwerpen  voor  de  stedelijke  diensten  en  stedelijke  vloot  is  een  halvering  (-50%)  van  de emissies  van  de  stedelijke  diensten.  Om  die  doelstelling  over  een  periode  van  15  jaar  (2005-2020)  te  halen  zou,  in  een lineaire  vertaling,  in  2015  een  reductie  van  -33%  moeten  vastgesteld  zijn  om  op  koers  te  zitten.  Dit  is  nu  -37%  voor diensten  en  vloot  samen,  wat  betekent  dat  de  stad  momenteel  op  koers  zit  om  de  doelstelling  van  -50%  te behalen.  Verschillende acties  die  de stad in zijn gebouwen al  heeft  ondernomen  zullen in de toekomst verder zichtbaar worden. Een aandachtspunt blijven de emissies van de stedelijke vloot.

Verder gebruik van de gegevens

De resultaten van de emissie-inventaris worden ontsloten voor de stedelijke diensten en het grote publiek. De cijfergegevens worden overgemaakt aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant.

Aanleiding en context

Op 9 januari 2009 ondertekende de stad Antwerpen het Europese Burgemeestersconvenant of ‘Covenant of Mayors’. Dit convenant is een initiatief van de Europese Commissie. Het heeft tot doel om steden te verenigen in een permanent netwerk voor de uitwisseling van goede praktijken ter bevordering van energie-efficiëntie in de stedelijke omgeving. Van de deelnemende steden wordt verwacht dat zij op lokaal vlak de Europese klimaatdoelstellingen nastreven. In het kader van het Burgemeestersconvenant heeft de stad een stedelijk klimaatplan opgesteld en rapporteert ze periodiek over de evolutie van de broeikasgassen op het grondgebied. 

Het college nam kennis van de resultaten van de emissie-inventarissen op 17 mei 2013 (jaarnummer 4880, emissie-inventaris 2010), 6 juni 2014 (jaarnummer 6029, emissie-inventaris 2012) en 16 december 2016 (jaarnummer 11072, emissie-inventaris 2014). 

Het college keurde op 8 september 2017 (jaarnummer 9156) de gunning goed voor het opmaken voor de jaren 2015 (uitvoering in 2017), 2016 (uitvoering in 2018), 2017 (uitvoering in 2019) en 2018 (uitvoering in 2020). 

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
1HWN01 - Antwerpen is een duurzame stad
1HWN0101 - De ecologische duurzaamheidsambities zijn maximaal gerealiseerd met het oog op een hoge levenskwaliteit voor iedereen en economische waardecreatie
1HWN010101 - Met een lager energieverbruik, duurzaam geproduceerde energie en schone technologie evolueren we naar klimaatneutraliteit in 2050
1HWN010101PA2096 - Emissie-inventaris 2015

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2015.

Artikel 2

Het college geeft volgende opdracht:

Dienst Taak
SW/EMA rapportering van de cijfergegevens aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant 

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • 17678_ANT_Rapport_v5.0.pdf