Contour van het plangebied
Het plangebied voor het RUP Rijnkaai is gelegen tussen de Schelde aan de westzijde, Kattendijksluis en het toekomstige Droogdokkenpark aan de noordzijde (grens plangebied RUP Droogdokken), Bonapartesluis in het zuiden en de Montevideo-wijk in het oosten (grens plangebied RUP Eilandje). Met het RUP Rijnkaai is de herbestemming van het noordelijke deel van de Scheldekaaien volledig afgedekt.
Het plangebied omvat twee voormalige havenloodsen, opgenomen in de vastgestelde inventarislijst voor onroerend erfgoed (Hangar 26/27 en Waagnatie) met ertussen een plein ter hoogte van Kaai 28. De collectie beschermde historische havenkranen van het Museum aan de Stroom neemt een centrale plaats in het plangebied in. De collectie vormt een expliciete verwijzing naar de vroegere havenactiviteiten en de opeenvolging van kranen is typerend en beeldbepalend voor het plangebied.
Doelstellingen
De doelstellingen voor de herontwikkeling van de Rijnkaai passen binnen de strategische doelstellingen die door het s-RSA zijn voorop gesteld. Daarnaast maakt het RUP de uitvoering van het Masterplan Scheldekaaien mogelijk :
Krachtlijnen van het voorontwerp-RUP
Volgende krachtlijnen worden vastgelegd in de voorschriften van het voorontwerp-RUP.
Publieke ruimte (artikel 1)
Parkeren
Gebouwen & constructies
Binnen de zone voor publieke ruimte (artikel 1):
Binnen de zone voor centrumfuncties (artikel 2) wordt het volgende bepaald voor gebouwen en constructies:
Programma
Onroerend erfgoed (overdruk)
Bespreking opmerkingen districtsraad op proces- en richtnota
Beide opmerkingen zijn integraal meegenomen in het voorontwerp bij de uitwerking van de stedenbouwkundige voorschriften : er worden beperkingen opgelegd naar kroonlijsthoogte en footprint binnen de afbakening van de bouwkaders rond de bestaande havenloodsen via “Artikel 2: Zone voor centrumfuncties”.
3. Parkeren ter hoogte van de pleinruimte kan ondergronds of halfondergronds (geïntegreerd in het dijklichaam) worden voorzien, een gelijkgronds parkeergebouw kan niet.
4. De pleinruimte een goede landschappelijke inpassing krijgt (onder de vorm van een dijklichaam of geleidelijke hellingen) waarbij een gedeeltelijke en robuuste groene invulling wordt mogelijk gemaakt door voldoende gronddekking (1,5 m).
Deze opmerkingen zijn meegenomen in het voorontwerp bij de uitwerking van de stedenbouwkundige voorschriften: via de algemene voorschriften wordt het voorleggen van een globale inrichtingsvisie en –studie opgelegd bij elke dossier voor aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. In deze inrichtingsstudie dient aangetoond dat de beoogde ingrepen kaderen binnen een bredere visie met aandacht voor architecturale en landschappelijke kwaliteit, gebruikswaarde, belevingswaarde edm.
Ook in de bijzondere voorschriften onder Artikel 1 : Zone voor publiek domein zijn bepalingen opgenomen met oog op het verzekeren van de landschappelijke kwaliteit van de publieke ruimte zoals het algemene inrichtingsvoorschriften waarbij de kaaizone als een stedelijke open ruimte waarbij rekening wordt gehouden met de verblijfskwaliteit, landschappelijke kwaliteit en verkeersfunctie.
Ook de bepalingen m.b.t. de inrichting van de buitenruimte leggen de verplichting op om de kaaivlakte al seen kwalitatieve en toegankelijke publieke ruimte in te richten waarbij behoud en versterking van de relatie tussen de kaaien en stad centraal staat.
Verder wordt er voorzien in de bepalingen voor constructies en gebouwen dat de gronddekking boven de kaaivlakte een kwalitatieve invulling van het openbaar domein toelaten waarbij ter plaatse van hoogstammige bomen een gronddekking van minimal 1,5m wordt opgelegd.
Wat betreft het autoparkeren worden er in het voorontwerp RUP verschillende opties m.b.t. parkeren en ontsluiting opengehouden (ondergronds, onder verhoogd maaiveld, op het maaiveld of in een gebouw). De technische, financiële en andere randvoorwaarden voor realisatie van een parkeerproject ter hoogte van de centrale pleinruimte zijn op heden immers niet volledig gekend of in beeld te brengen.
Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Masterplan Scheldekaaien
In 2005 keurde de Vlaamse regering het geactualiseerde Sigmaplan goed, waarin bepaald wordt dat de waterkering ter hoogte van Antwerpen van 8,35 meter TAW (Tweede Algemene Waterpassing) tot 9,25 meter TAW wordt opgehoogd om de stad in de toekomst te blijven beschermen tegen overstromingen.
Op 9 juli 2010 (jaarnummer 8556) keurde het college het Masterplan Scheldekaaien goed. Het Masterplan Scheldekaaien vormt het richtinggevend document voor alle uitvoeringsprojecten bij de heraanleg van de Scheldekaaien. In het Masterplan Scheldekaaien wordt de zone van de Rijnkaai beschouwd als scharnierpunt en overgangszone tussen het noordelijke sluitstuk van de herinrichting van de Scheldekaaien met name het Droogdokkenpark en het minerale deel van de Scheldekaaien met typische kaaimuur. Ook de directe link met de Schelde voor de stadswijk het Eilandje wordt vermeld.
Principe-overeenkomst Scheldekaaien
Op 20 september 2010 (jaarnummer 1134) en op 20 december 2010 (jaarnummer 1713) keurde de gemeenteraad de principeovereenkomst Scheldekaaien goed. De principeovereenkomst regelt de samenwerking tussen stad Antwerpen en Waterwegen en Zeekanaal nv ("W&Z") met het oog op de inrichting van de Scheldekaaien conform het Masterplan Scheldekaaien. De partijen maken onder meer afspraken met betrekking tot de verdeling van kosten en nieuwe opbrengsten.
Kaaivlakte Rijnkaai
De Rijnkaai is net als de volledige Scheldekaaien in eigendom van het Vlaamse Gewest. Het Vlaamse Gewest kende in 1997 aan de stad Antwerpen een concessie toe op de Scheldekaaien voor een periode van 100 jaar.
Deze concessie werd voor de Rijnkaai aangevuld met concessieovereenkomsten met private partijen ter hoogte van Hangar 26/27 en Kaai 29 in functie van een uitbating oorspronkelijk voor havengebonden activiteiten en op heden voor een meer diverse en publiekstrekkende exploitatie en invulling.
Ook werd een tijdelijke terbeschikkingstellingsovereenkomst afgesloten met het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (GAPA), nu Mobiliteit en Parkeren Antwerpen (MPA), voor de inrichting van Kaai 28 als parking en als locatie voor evenementen en manifestaties.
MPA is rechtsopvolger van GAPA en is daarom nu de contractpartij in bovenvernoemde overeenkomst.
Noodzaak opmaak RUP Rijnkaai
De ruimtelijke visie voor de herontwikkeling van de zone Rijnkaai is uitgezet in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) en werd verder geconcretiseerd in het Masterplan Scheldekaaien. Om een globale ontwikkeling van de Rijnkaai binnen deze krachtlijnen mogelijk te maken is een herbestemming noodzakelijk en wordt een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) opgemaakt.
Momenteel is op de Scheldekaaien ter hoogte van de Rijnkaai het gewestplan van kracht. Het plangebied wordt in het gewestplan bestemd als gemengd gemeenschapsvoorziening- en dienstverleningsgebied. Volgens de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften voor het gewestplan Antwerpen worden dergelijke gebieden bestemd voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen evenals voor dienstverleningsbedrijven of inrichtingen in verband met haven en scheepvaart. Een kleiner deel van het plangebied is bestemd als woongebied.
Het voorontwerp-RUP is een doorvertaling van de proces- en richtnota die werd goedgekeurd door het college op 24 mei 2017 (jaarnummer 4682).
De districtsraad gaf op 19 juni 2017 (jaarnummer 115) een positief advies op de proces-en richtnota mits volgende opmerkingen :
Het college keurde op 30 januari 2018 (jaarnummer 751) het voorontwerp goed.
Artikel 285 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de districtsraad een algemene adviesbevoegdheid heeft voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district.
De districtsraad geeft advies op het voorontwerp voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Rijnkaai, district Antwerpen.