Terug

2018_GR_00208 - Stedenbouwkundige lasten - Opheffing ex nunc principebesluit van 8 juli 2016 - Nieuwe regeling stedenbouwkundige ontwikkelingskosten - Kennisneming

gemeenteraad
ma 26/03/2018 - 19:30 Bernarduscentrum
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Filip Dewinter, raadslid; Kathleen Van Brempt, raadslid; Freya Piryns, raadslid; Gerolf Annemans, raadslid; André Gantman, raadslid; Robert Voorhamme, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Monica De Coninck, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Peter Mertens, raadslid; Annemie Turtelboom, raadslid; Liesbeth Homans, raadslid; Mohamed Chebaa Amimou, raadslid; Wouter Vanbesien, raadslid; Mie Branders, raadslid; Galina Matushina, raadslid; Carine Leys, raadslid; Lisa Geets, raadslid; Leyla Aydemir, raadslid; Johan Klaps, raadslid; Vic Van Aelst, raadslid; Danielle Meirsman, raadslid; Dirk Rochtus, raadslid; Martine Vrints, raadslid; Koen Laenens, raadslid; Martijn Van Esbroeck, raadslid; Franky Loveniers, raadslid; Danny Feyen, raadslid; Jean Goedtkindt, raadslid; Joris Giebens, raadslid; Kathy Kimpe, raadslid; Kevin Vereecken, raadslid; Fatima Talhaoui, raadslid; Dirk Van Duppen, raadslid; Imade Annouri, raadslid; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, raadslid; Güler Turan, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Patrick Janssen, raadslid; Yasmine Kherbache, raadslid; Vera Drozdik, raadslid; Serge Muyters, korpschef; Glenn Verspeet, korpschef ad interim

Verontschuldigd

Caroline Bastiaens, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter
2018_GR_00208 - Stedenbouwkundige lasten - Opheffing ex nunc principebesluit van 8 juli 2016 - Nieuwe regeling stedenbouwkundige ontwikkelingskosten - Kennisneming 2018_GR_00208 - Stedenbouwkundige lasten - Opheffing ex nunc principebesluit van 8 juli 2016 - Nieuwe regeling stedenbouwkundige ontwikkelingskosten - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Argumentatie

Het college besliste in zitting van 8 juli 2016 (jaarnummer 6172) het principebesluit aangaande de stedenbouwkundige lasten goed te keuren. Dit besluit handelde in feite ook over stedenbouwkundige ontwikkelingskosten. Na ruim anderhalf  jaar behandeling van cases met voortschrijdend inzicht tot gevolg, is het aangewezen een aantal principes van het besluit te verduidelijken en/of aan te vullen. Met het ontwikkelen en toepassen van dit beleid heeft de stad immers pionierswerk verricht. Vlaanderen heeft dit van op afstand gevolgd en werkt momenteel een regeling uit.

Het college besliste op 9 maart 2018 (jaarnummer 2203) om het principebesluit van 8 juli 2016 (jaarnummer 6172) aangaande de stedenbouwkundige lasten ex nunc op te heffen en te vervangen door onderhavig besluit (als bijlage).

Juridische grond

Artikel 57,§3, 7° Gemeentedecreet, samengelezen met artikel 4.2.20, §1, eerste tot derde lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het college is bevoegd om aan een vergunning lasten te verbinden.

Artikel 57,§3, 7° Gemeentedecreet, samengelezen met artikel 75-77 van het decreet op de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Aanleiding en context

Op het grondgebied van de stad worden ontwikkelingsprojecten uitgevoerd, die bijkomende taken voor de stad genereren. De stad heeft als publieke rechtspersoon de mogelijkheid om met projectontwikkelaars, grondeigenaars of andere betrokkenen overeenkomsten af te sluiten waarbij stedenbouwkundige ontwikkelingskosten worden overeengekomen om tegemoet te komen aan deze bijkomende taken voor de stad.

Een bijzondere soort van stedenbouwkundige ontwikkelingskost is de stedenbouwkundige last. Het college beschikt als vergunningverlenende overheid over de mogelijkheid om bij het verlenen van stedenbouwkundige- of omgevingsvergunningen overeenkomstig artikel 4.2.20, §1 eerste tot derde lid van de VCRO, en artikel 75 t.e.m. 77 van het decreet op de omgevingsvergunning lasten op te leggen aan de aanvrager. Dergelijke  stedenbouwkundige last kan eenzijdig worden opgelegd in de stedenbouwkundige - of omgevingsvergunning. Hierover kan ook een overeenkomst met de vergunningsaanvrager worden gesloten. Ook een combinatie van beide is mogelijk, door het opleggen van de last in de vergunning en het bepalen van de modaliteiten in een overeenkomst.

Naar aanleiding van de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) worden door de stad, buiten het kader van artikel 4.2.20, §1 eerste tot derde lid van de VCRO, vaak stedenbouwkundige ontwikkelingskosten overeengekomen met de gebiedseigenaars of andere betrokkenen.

Voor het afsluiten van overeenkomsten tot vaststelling van stedenbouwkundige ontwikkelingskosten of -lasten is de gemeenteraad bevoegd indien de stad daden van beschikking stelt die krachtens artikel 43 §2 12° gemeentedecreet tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad horen. Voor het afsluiten van alle andere overeenkomsten met betrekking tot de vaststelling van stedenbouwkundige ontwikkelingskosten en -lasten, is het college bevoegd.

Gezien overeenkomsten tot het opleggen van stedenbouwkundige ontwikkelingskosten in het kader van de opmaak van een RUP steeds samen geagendeerd worden met de voorlopige vaststelling van dat RUP, worden deze, alhoewel dit uit de aard van de overeenkomst niet verplicht is, steeds ter goedkeuring van de gemeenteraad voorgelegd.

Algemene financiële opmerkingen

De financiële gevolgen zullen per project worden opgenomen in:

  • hetzij de beslissing omtrent de samenwerkingsovereenkomst die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het bevoegde orgaan en/of;
  • hetzij de stedenbouwkundige vergunning indien ze in een definitieve vergunning kunnen worden opgevangen.

In de fase van de start van de onderhandelingen per project zijn de effectieve financiële in- en uitgaven voor de stad nog niet gekend. Het richtinggevende bedrag dat op dat ogenblik bekend is, dient beschouwd te worden als maximaal en kan in functie van de proportionaliteit of de realisatie in natura worden verminderd als effectieve financiële in- en uitgave. 

Besluit

De gemeenteraad neemt kennis van het volgende besluit.

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van het collegebesluit van 9 maart 2018 (jaarnummer 2203) om het principebesluit van 8 juli 2016 aangaande stedenbouwkundige lasten ex nunc op te heffen en vanaf 9 maart 2018 te vervangen door onderhavig besluit over de nieuwe regeling van stedenbouwkundige ontwikkelingskosten en -lasten.

Artikel 2

De gemeenteraad neemt er kennis van dat er halfjaarlijks gerapporteerd zal worden over de besliste stedenbouwkundige ontwikkelingskosten/lasten.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.