In haar zitting van 21.09.2017 hechtte de Raad van Bestuur van ISVAG haar goedkeuring aan de begroting voor 2018. In diezelfde zitting werd eveneens beslist om de verwerkingsprijs voor 2018 te verhogen met 5 euro/ton. In de ontwerp begroting 2018 wordt dit verder uitgewerkt: voor huisvuil gaat het om 5 euro/ton en voor grof vuil gaat het om 5,5 euro/ton. Concreet betekent dit dat alle deelnemers van ISVAG per 1.01.2018 een hogere verwerkingskost aangerekend krijgen.
Met deze beslissing komt het verwerkingstarief bij ISVAG vanaf 2018 dus op 144,50 € per ton liggen voor huisvuil en 159,50 € voor grof vuil. Exclusief de milieuheffing komt dat neer op 132 €/ton en 147 €/ton. Ter vergelijking, volgens het laatste tarievenrapport van OVAM bedroeg het gemiddeld tarief in het Vlaamse Gewest voor de verbranding van “huisvuil, grofvuil en gemeentevuil” in 2016, exclusief milieuheffing, 101 EUR/ton (zie http://ovam.be/tarieven-en-capaciteiten-voor-storten-en-verbranden). De verwerkingstarieven binnen het Vlaamse Gewest in 2016 varieerden tussen de 55 tot 130 €/ton. De nieuwe verwerkingstarieven van ISVAG komen dus hoger te liggen dan het duurste verwerkingstarief tot nog toe in Vlaanderen. Ten opzichte van het gemiddelde in Vlaanderen bedraagt de meerkost 31 €/ton (voor huisvuil) tot 46 €/ton (voor grofvuil).
Op de 125.000 ton brandbaar afval die Stad Antwerpen jaarlijks produceert (OVAM, Inventarisatie 2016) betekent dit dus een vermijdbare meerkost van minstens 4 miljoen € per jaar. De doorgevoerde tariefstijging, zo vernemen we uit gegevens van Igean, is bedoeld om een voldoende buffer aan te leggen voor de bouw van de nieuwe verbrandingsoven.
Daar ligt meteen ook het probleem. De vooropgestelde kostprijs van de door ISVAG geplande nieuwe oven ligt onaanvaardbaar hoog. In het financieel plan van ISVAG rekent men op een investering van 175 mio € voor de bouw van een oven met een capaciteit van 190.000 ton. Ter vergelijking: het Limburgse Bionerga maakt zich sterk een grotere oven (capaciteit 200.000 ton) te kunnen bouwen voor minder dan 100 mio € (zie De Tijd, “Limburgse biostoomcentrale gaat wel door”, 11 mei 2016). Bionerga bewijst dat een integratie van afvalverwerking in een industriële cluster met hoogwaardige stoomlevering en multimodale ontsluiting kan aan een (veel) lagere kost en een (veel) hoger energierendement. De integratie in een industrie- of havengebied, doet ook de hoge kosten voor dure “landmark”-architectuur vervallen. Op te merken valt dat alternatieve inplantingslocaties in het havengebied in de project-MER van ISVAG werden weggeschreven omdat ze enkele € per ton aan extra transportkosten met zich zouden meebrengen. Dit terwijl het bedrag dat men per ton kan uitsparen door een locatie in de haven (door het wegvallen van de spektakel architectuur wegens geen zichtlocatie en door een hogere opbrengst door hoger energierendement) het tienvoudige bedraagt.
Dat een lagere investeringskost zich vertaalt in lagere verwerkingstarieven bewijst ook het contract dat de Limburgse afvalinzamelintercommunale Limburg.net met Bionerga heeft afgesloten. Bionerga garandeert Limburg.net een verwerkingskost van 85 tot maximaal 100 € per ton (zie verslag AV van Limburg.net (onder agendapunt 11) op http://www.limburg.net/sites/default/files/generated/pdf/pages/AV_170622_beknopt%20verslag.pdf). Inclusief milieuheffing wordt dat 98 tot 113 € per ton. In het financieel plan van ISVAG rekent men op een verwerkingskost tussen de 128 en de 138 €/ton.
Vragen aan het College:
1. Is het college zich bewust van deze onverantwoorde tarfiefontwikkeling?
2. Hoe verklaart men deze tariefstijging en tariefprospectie?
3. In welke mate gaat men de hogere verwerkingskosten via de algemene middelen begroting dan wel via de retributie op vuilzakken en in de containerparken financieren? Wat is het huidige aandeel algemene middelen versus retributies in de financiering van de verwerkingskosten en in welke mate gaat die evolueren?
4. Is het college het men ons eens dat een nieuwe verwerkingsinstallatie ertoe zou moeten leiden dat de verwerkingskost voor het huishoudelijk restafval van Stad Antwerpen, wordt beperkt tot maximaal het Vlaamse gemiddelde?
Deze interpellatie met motie (2018_MOT_00019) wordt samen besproken met de informatieve vraag van raadslid Branders (2018_IV_00054 - prijsverhoging afvalverbranding ISVAG-oven).
Raadslid Branders stelt haar vraag en raadslid Wassenberg houdt zijn interpellatie met motie.
Schepen Van Peel geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Branders en Wassenberg houden nog een wederwoord.
Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.