Er werden 572 bezwaarschriften ingediend. In elk bezwaarschrift komen verschillende bezwaren aan bod, deze werden gerangschikt per thema. Het advies van de Gecoro is opgebouwd aan de hand van deze thema’s en behandelt dus niet alle bezwaarschriften afzonderlijk. Er werden 12 thema’s onderscheiden:
1. Strijdigheid met het Strategisch Ruimtelijk Structuurplan “Antwerpen Ontwerpen”
2. Strijdigheid met GRUP “Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen”
3. Gebrek aan milieueffectenrapportage
4. Gebrek aan inzage in MER-screeningsnota
5. Stedenbouwkundige voorschriften en/of grafisch plan
6. Watertoets
7. Grondophoging
8. Mobiliteitsimpact
9. Nieuwe bebouwing op Hoekakker
10. Landbouwimpact
11. Ontbreken van informatie in de toelichtingsnota
12. Overige thema’s
Advies Gecoro
Alle bezwaren worden weerlegd door de Gecoro en geven geen aanleiding tot aanpassing aan het RUP, met uitzondering van enkele aanpassingen aan de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP ter verduidelijking:
1. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot harmonie en inpassing van het project in zijn omgeving adviseert de Gecoro om het voorschrift aangaande globale inrichtingsvisie te verduidelijken in die zin dat bij elke vergunningsaanvraag ook de afstemming met de ruimere omgeving voldoende aandacht krijgt. De Gecoro adviseert het voorschrift “1.5 Globale inrichtingsvisie” als volgt aan te passen:
“Alle ingrepen moeten kaderen in een inrichtingsvisie voor het volledige plangebied, met aandacht voor architecturale en landschappelijke kwaliteit, gebruikswaarde, belevingswaarde, ecologische waarde, veiligheid en toegankelijkheid.
[…] De inrichtingsstudie geeft ook aan hoe het voorgenomen project zich verhoudt tot wat al gerealiseerd is in het plangebied en/of tot de mogelijke ontwikkeling van de rest van het plangebied en ook ten aanzien van de onmiddellijke omgeving van het plangebied.[…]”
Het college is van oordeel dat met de opmaak van het (goedgekeurde) masterplan Hoekakker voldoende is aangetoond dat het project zich inpast in zijn onmiddellijke omgeving. Het college beslist daarom het advies van de Gecoro om nog eens de mogelijke ontwikkeling van de rest van het plangebied en de inpassing in de onmiddellijke omgeving te onderzoeken, niet te volgen. Het voorschrift wordt niet aangepast.
2. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot parkeren en de parkeerproblematiek merkt de Gecoro op dat de zinsbouw van het stedenbouwkundige voorschrift “Artikel 1.6 Parkeren” niet correct is en stelt daarom volgende aanpassing voor:
“Voldoende autoparkeerplaatsen en fietsparkeerplaatsen voor de opvang van de parkeerdruk van de woningen en de voorzieningen gesitueerd in het plangebied moeten binnen het plangebied opgevangen gerealiseerd worden.”
Het college gaat akkoord met de voorgestelde aanpassing.
3. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot de langzaam verkeerverbindingen in het park en dat deze niet voldoende gewaarborgd worden, verwijst de Gecoro naar het grafisch plan en de stedenbouwkundige voorschriften en is van oordeel dat het RUP de bestaande paden voor zacht verkeer bevestigd en het netwerk voor zacht verkeer wel degelijk waarborgt, zij het gefaseerd.
Naar aanleiding van dit bezwaar adviseert de Gecoro om de aanleg van het netwerk van paden voor langzaam verkeer, zoals aangeduid op het grafisch plan, eveneens op te leggen als onderdeel van fase 0, zij het met de mogelijkheid om bepaalde delen tijdelijk te onderbreken in functie van de ontwikkeling van de zones voor wonen Wo1 (art. 2) en Wo2 (art. 3).
Het college gaat akkoord met het voorstel en beslist “Artikel 1.4 Fasering en bouwprogramma” en “Artikel 5. Overdruk – verbinding voor langzaam verkeer / paden” als volgt aan te passen:
“De aanleg van het park (inclusief 40.000m³ waterbuffer voor tijdelijke waterberging en -infiltratie) als fase 0 is verplicht. De aanleg van het netwerk van langzaam verkeersverbindingen zoals op het grafisch plan aangeduid (Artikel 5. Overdruk – verbinding voor langzaam verkeer), is eveneens verplicht in fase 0, zij het met de mogelijkheid om bepaalde delen tijdelijk te onderbreken in functie van de ontwikkeling van de zones voor wonen Wo1 (art. 2) en Wo2 (art. 3). Vervolgens Pas na realisatie van fase 0 kunnen pas de woningen en aan het wonen verwante functies worden ontwikkeld. Met de oprichting van gebouwen kan pas worden aangevangen na de realisatie van het park overeenkomstig artikel 1. van de stedenbouwkundige voorschriften van dit RUP.”
4. Naar aanleiding van het bezwaar dat stelt dat het bouwen in 2 fasen een schending is van het rechtszekerheidsbeginsel, oordeelt de Gecoro dat de voorschriften van het RUP in deze duidelijk zijn en voldoende rechtszekerheid bieden over de bestemming van het plangebied. Aanvullend stelt het college vast dat de tekst in de toelichtingsnota “2.2.7 Fasering” niet in lijn ligt met de voorschriften. Het college beslist daarom tot volgende rechtzetting van de toelichtingsnota “2.2.7 Fasering”:
“Aangezien het om een relatief groot project gaat in Ekeren Donk, wenst de stad dat tussentijds de ruimtelijke draagkracht wordt aangetoond. Er wordt vooropgesteld dat in de eerste fase max. 360 woningen wordten gebouwd en dit aan de westzijde van het plangebied. Na aantonen van de ruimtelijke draagkracht aan de hand van een nieuwe mobiliteitsstudie Na de bouw van de eerste 360 woningen kunnen dan in een tweede fase nog 90 bijkomende woningen worden voorzien. In totaal ligt de bovengrens van het masterplan op 450 woningen (of 25w/ha).
Voorafgaand aan de bouw van de woningen en voorzieningen moet het park inclusief waterbuffer aangelegd worden evenals een netwerk van langzaam verkeersverbindingen.”
Aanbevelingen Gecoro aan het college
Hoewel de Gecoro de bezwaren weerlegt, geeft de Gecoro nog volgende suggesties mee aan het college:
1. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot mobiliteit, onder andere:
De Gecoro weerlegt het bezwaar en verwijst naar de mobiliteitsstudie die deel uitmaakt van de planMERscreening, de resultaten van de planMERscreening en de beslissing van de Dienst Mer waaruit blijkt dat de mobiliteitsimpact van het project bij een maximale ontwikkeling, zijnde 450 woningen, niet significant wordt geacht.
Naar aanleiding van deze opmerking onderstreept de Gecoro evenwel het belang van een duurzaam mobiliteitsbeleid en bijhorende ondersteunende maatregelen in functie van de verbetering van de bereikbaarheid via andere modi zoals trein, openbaar vervoer en fiets. De Gecoro adviseert daarom de implementatie van flankerende mobiliteitsmaatregelen (buiten het projectgebied) die de mobiliteit van en naar het projectgebied verbeteren en de bereikbaarheid via andere modi zoals trein, overig openbaar vervoer en fiets faciliteren. De Gecoro verwijst (niet limitatief) naar de aanbevelingen uit de mobiliteitsstudie en haar eigen advies dd. 5/10/2016 met ondermeer een verbinding voor langzaam verkeer tussen het noord-zuid-fietspad in Hoekakker en de Waghemansbrug (doorsteek tussen de G. Stijnenlaan en Laar), bijkomende fietstunnels onder de spoorlijn, verplaatsen halte Weegbreelaan naar de Prinshoeveweg ter hoogte van de voorzieningencluster, (extra) fietsstalplaatsen aan de bushaltes op de N11, fietsenstallingscapaciteit aan het station verhogen, doorstromingsmaatregelen op de Kapelsesteenweg voor het openbaar vervoer, frequentieverhoging van het treinaanbod, doortrekken van de tramlijn op de N11, een rechtstreekse busverbinding met het stadscentrum, enkelrichtingsverkeer in de erfstraten, zone 30 invoeren in de Gerardus Stijnenlaan. De Gecoro adviseert om de bewoners op een structurele manier op de hoogte te brengen van gevoerd overleg, bevindingen en de implementatie van flankerende mobiliteitsmaatregelen. Dit advies geeft evenwel geen aanleiding tot aanpassingen.
Het college erkent het belang van duurzame mobiliteitsmaatregelen buiten het projectgebied. In de samenwerkingsovereenkomst tussen stad en ontwikkelaars, goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 oktober 2017 (jaarnummer 611), werd daarom besloten tot de inrichting van een afzonderlijke mobiliteitswerkgroep waarvan de stad Antwerpen de trekker is. In deze werkgroep zullen er beslissingen genomen worden inzake infrastructuurwerken in de omgeving van het projectgebied, die de mobiliteit van en naar het projectgebied zullen verbeteren. Momenteel worden in deze mobiliteitswerkgroep verschillende mogelijke ingrepen onderzocht met het oog op realisatie, onder andere:
2. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot de watertoets, onder andere:
- Dat de opsplitsing van het signaalgebied in deelgebieden strijdig is met het opzet van de Omzendbrief Vlaamse Overheid die stelt dat een klein project niet op zichzelf bekeken mag worden.
- De watertoets geen rekening houdt met geplande grote infrastructuurwerken in de omgeving die een belangrijke impact zullen hebben op het grondwaterpeil, zijnde het Radicaal Haventracé (A12 en A102) en de voorziene ongelijkgrondse kruising van de spoorweg.
- De waterproblematiek niet enkel bekeken mag worden vanuit het projectgebied, maar het hele bekken van de waterlopen moet opgenomen worden.
De Gecoro verwijst naar de waterstudie die deel uitmaakt van de planMERscreening, naar de resultaten van de planMERscreening en naar de beslissing van de Dienst Mer waaruit blijkt dat het plan geen significante negatieve effecten tot gevolg zal hebben. In de waterstudie (IMDC) werd de overstromingsgevoeligheid in een ruimer kader bekeken. De Gecoro oordeelt dat voldoende maatregelen op planniveau genomen werden om een afdoende oplossing te bieden voor de problematiek.
De Gecoro is wel van oordeel dat tussen de deelgebieden Hoekakker I en Hoekakker II een belangrijke wisselwerking mogelijk is. Dit zowel op ruimtelijk, ecologisch en landschappelijk vlak. De Gecoro beveelt de gemeenteraad daarom aan om parallel een totaalvisie op lange termijn uit te werken met betrekking tot landschap en water binnen een ruimer plangebied, waaronder signaalgebied Hoekakker II en rekening houdend met grote geplande infrastructuurwerken in de omgeving. Dit advies geeft evenwel geen aanleiding tot aanpassingen aan het RUP.
Het college is van oordeel dat de watertoets een uitvoerig en compleet document is waarin voldoende rekening wordt gehouden met de geplande ingrepen in de omgeving. Deze worden onder hoofdstuk "2.6 Hydrologische en hydraulische modelering" van de watertoets besproken. Ook de Dienst Mer is van oordeel dat de watertoets voldoende informatie bevat en besloot dat het plan geen significant negatieve effecten tot gevolg zal hebben. In tegendeel zal het project een positieve invloed hebben op zowel de waterkwaliteit als de waterproblematiek en dit zowel in het plangebied zelf als stroomafwaarts.
Verder onderschrijft het college de goedkeuring van het vervolgtraject door de Vlaamse Regering voor signaalgebied Hoekakker I en Hoekakker II (beslissing VR 31/03/2017) en het hieraan gekoppelde ontwikkelingsperspectief voor beide gebieden. De opmaak van RUP Hoekakker kadert binnen het ontwikkelingsperspectief van signaalgebied Hoekakker I. Wat betreft signaalgebied Hoekakker II en het hieraan gekoppelde ontwikkelingsperspectief werkt de Vlaamse Regering via een voorstel van decreetswijziging aan de Codex Ruimtelijke Ordening momenteel aan een alternatieve piste om (delen van) de signaalgebieden bouwvrij te houden door middel van de aanduiding als watergevoelig openruimtegebied.
Het college beslist bijgevolg om zelf geen totaalvisie op te maken met betrekking tot landschap en water.
3. Naar aanleiding van de bezwaren met betrekking tot het feit dat aanpassingen aan de Gerardus Stijnenlaan en Prinshoeveweg zullen leiden tot verkeersonveilige situaties.
De Gecoro wijst er op dat de Prinshoeveweg noch de Gerardus Stijnenlaan deel uitmaken van het plangebied. Niet tegenstaande wenst de Gecoro het college attent te maken op het belang van een aangepaste inrichting van de Prinshoeveweg en de Gerardus Stijnenlaan, in het bijzonder ter hoogte van de aansluiting op het plangebied.
Het college bevestigt dat nieuwe aansluitingen op het bestaand wegennet steeds verkeersveilig worden ontworpen en uitgevoerd.
MER-screening
| Stap 1 | Datum |
| Aanvraag adressen bij adviesinstanties | 21 maart 2017 |
| Aanvraag advies bij adviesinstanties | 21 april 2017 |
| Verzending screeningdossier naar dienst MER | 12 september 2017 |
| Beslissing dienst MER | 25 september 2017 |
Besluit dienst MER: Op 25 september 2017 besliste de dienst MER (Vlaams gewest, departement Leefmilieu, Natuur en Energie) dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Watertoets
In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Op 1 maart 2012 is het aangepaste besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets in werking getreden. Het RUP werd afgetoetst aan de opgelegde regels en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
Signaalgebied
Het projectgebied is gelegen in het signaalgebied Hoekakker I. Op 11 april 2014 werd dit signaalgebied door de Algemene Bekkenvergadering Benedenscheldebekken geselecteerd voor opname in de prioritair te onderzoeken signaalgebieden.
De Ontwerp startbeslissing signaalgebied Hoekakker I (Deelgebied Hoekakker) (SG_R3_BES_08A) ANTWERPEN werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 31 maart 2017. De Vlaamse Regering nam hierin een beslissing over de vervolgstappen (vervolgtraject en beleidsopties) voor dit signaalgebied.
De beleidsopties worden vertaald in RUP Hoekakker.
Planbaten
In de toelichtingsnota is opgenomen dat in het RUP geen bestemmingswijzigingen voorkomen die planbaten kunnen doen ontstaan voor percelen in eigendom van de stad en/of dochters.
| Stap | Datum | Jaarnummer |
| CBS: goedkeuring proces- & richtnota | 2 december 2016 | 10523 |
| CBS: goedkeuring masterplan | 27 januari 2017 | 829 |
| DREK: advies proces- & richtnota | 30 januari 2017 | 8 |
| CBS: kennisneming voorontwerp | 12 mei 2017 | 4429 |
| GECORO: advies | 7 juni 2017 | / |
| Plenaire vergadering: advies | 22 juni 2017 | / |
| DREK: advies voorontwerp | 26 juni 2017 | 51 |
| CBS: voorstel aan GR om voorlopige vaststelling van het ontwerp | 29 septemer 2017 | 8577 |
| GR: goedkeuring samenwerkingsovereenkomst | 16 oktober 2017 | 611 |
| GR: voorlopige vaststelling ontwerp | 16 oktober 2017 | 612 |
| Openbaar onderzoek | 24/10/2017 t.e.m. 22/12/17 | / |
| GECORO: advies | 7 maart 2018 | / |
| CBS: voorstel aan GR omdefintieve vaststelling van het ontwerp | 30 maart 2018 | |
| GR: goedkeuring definitieve vaststelling | 2 mei 2018 | |
| Publicatie Belgisch Staatsblad | juni 2018 |
Data in cursief zijn ramingen.
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2, gewijzigd op 19 juli 2013.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
Het openbaar onderzoek liep van 24 oktober 2017 tot en met 22 december 2017. Tijdens deze periode werden 572 rechtsgeldige bezwaarschriften ingediend en bracht de Provincie Antwerpen een gunstig advies uit. De behandeling van de bezwaren en het advies zijn verwerkt in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Op 2 december 2016 (jaarnummer 10523) keurde het college de proces- en richtnota voor het RUP Hoekakker goed.
Op 27 januari 2017 (jaarnummer 829) keurde het college het masterplan Hoekakker goed.
In zitting van 30 januari 2017 (jaarnummer 8) adviseerde de districtsraad van Ekeren de proces- en richtnota voor het RUP Hoekakker gunstig.
Op 12 mei 2017 (jaarnummer 4429) nam het college kennis van het voorontwerp voor het RUP Hoekakker.
In zitting van 26 juni 2017 (jaarnummer 51) adviseerde de districtsraad van Ekeren het voorontwerp voor het RUP Hoekakker gunstig mits voorwaarden.
Op 16 oktober 2017 (jaarnummer 611) keurde de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst goed tussen stad Antwerpen, Vooruitzicht nv en De Ideale Woning.
Op 16 oktober 2017 (jaarnummer 612) werd het ontwerp-RUP voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad. Het openbaar onderzoek liep van 24 oktober 2017 tot en met 22 december 2017.
Het plangebied van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Hoekakker bevindt zich in de wijk Donk in Ekeren. Het betreft een projectgebied van ca. 18 ha dat grotendeels bestaat uit weilanden en akkers. Drie beken stromen in of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied: de Donkse Beek loopt langs de Prinshoeveweg ten noorden van het gebied, de Oudelandse beek doorkruist het plangebied en de Laarse beek stroomt ten zuiden parallel met de E19.
In het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen’ werd het gebied aangeduid als ‘reservegebied voor wonen Hoekakker’. Vanaf 31 december 2015 bestemt het GRUP het gebied voor wonen zoals bepaald in artikel 2C.2 ‘woongebied’, wat betekent dat ontwikkeling mogelijk is onder welbepaalde voorwaarden.
In overeenstemming met de visie van de stad, wensen de ontwikkelaars Vooruitzicht nv en De Ideale Woning hier een woongebied te ontwikkelen. Om de visie te concretiseren werd in opdracht van de ontwikkelaars en in nauwe samenwerking met de stad begin 2015 gestart met de opmaak van een masterplan. Het masterplan Hoekakker werd goedgekeurd door het college in januari 2017. De krachtlijnen van dit masterplan zijn juridisch verankerd in het voorliggend RUP Hoekakker. Het gebied wordt herbestemd tot een publiek toegankelijk park gecombineerd met kwalitatieve woonontwikkelingen aan de randen en met respect voor de groene ruimte en de waterhuishouding. Het RUP verfijnt en vergroent de huidige bestemming en legt voorwaarden vast voor de toekomstige ontwikkelingen.
Regelgeving: bevoegdheid Artikel 2.2.14 §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) zegt dat de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, sp.a, CD&V en Open VLD.
Stemden nee: Vlaams Belang, PVDA+ en Groen.
De gemeenteraad stelt het RUP Hoekakker, district Ekeren (algplanid: RUP_11002_2.14_50005_00001) definitief vast.
Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register (planbaten-planschade), een plan van de bestaande en juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.