De stad Antwerpen levert grote inspanningen om de stad bereikbaar te houden voor haar bewoners, bezoekers en werknemers. Daarom is het belangrijk om een goed mobiliteitsaanbod te garanderen. Antwerpen is daarin altijd een voorloper geweest en blijft zoeken naar (nieuwe) mobiliteitsoplossingen.
Het aanbieden van deelmobiliteit en deelfietsen in het bijzonder is de laatste jaren sterk geëvolueerd. Nieuwe technologieën maken het mogelijk om deelsystemen te ontwikkelen zonder stallingsinfrastructuur. Hierdoor hebben de exploitanten weinig (of geen) steun nodig van de lokale overheid voor het opzetten van dergelijk systeem. Een smartphone is het enige wat nodig is om gebruik te maken van de nieuwe deelsystemen (fietsen, e-fietsen, scooters, enzovoort). Voor autodelen is het parkeren gereglementeerd via de wegcode en het parkeerbeleid, maar voor fietsen en bromfietsen is dit niet het geval, zeker indien geen gebruik meer gemaakt wordt van een stallingsinfrastructuur.
De exploitatie van deelsystemen voor auto’s, zowel commerciële aanbieders als particuliere aanbieders, zijn reeds onderhevig aan een vergunning ingevolge het algemeen reglement op de gemeentelijke parkeervergunning voor bewoners en autodelers, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2013 (jaarnummer 810). De exploitatie van deelsystemen die een vaste stallingsplaats vereisen (Velo) is onderhevig aan een concessieovereenkomst of voorafgaande toelating.
Met de opkomst van deelsystemen zonder vaste stallingsplaatsen is het noodzakelijk ook de exploitatie van deze systemen onderhevig te maken aan een voorafgaande vergunning.
Het college keurde op 26 januari 2018 (jaarnummer 748) de belangrijkste principes voor dit reglement reeds goed in de principebeslissing rond deel(fiets)systemen.
De nieuwe deelsystemen zonder vaste stallingsinfrastructuur, de zogenaamde free floatingsystemen hebben geen vaste stalplaats en kunnen niet alleen overal ontleend worden, maar ook overal achtergelaten worden. Zij tonen weliswaar een grotere flexibiliteit, maar dit gaat samen met een groter risico op foutief of slordig stalgedrag. Zowel in Amsterdam als Rotterdam werd dit reeds ervaren.
Het gebrek aan vaste stallingsinfrastructuur en de flexibiliteit die dit met zich meebrengt, houdt tevens een gevaar in voor de openbare orde. Het risico bestaat immers dat er een wildgroei aan voertuigen zou komen, die de veiligheid van de andere weggebruikers in het gedrang kan brengen. Bovendien bestaat het risico dat een grote aanwezigheid van deelvoertuigen zonder vaste stallingsinfrastructuur vandalisme zal uitlokken.
Om de openbare orde en veiligheid te kunnen vrijwaren en een wildgroei en overaanbod van het aantal deelsystemen voor voertuigen te kunnen beheersen, is het belangrijk de exploitatie van de deelsystemen te reglementeren.
In de code van politiereglementen wordt hiertoe een verbod opgenomen op het exploiteren van een deelsysteem voor voertuigen zonder voorafgaande toelating, vergunning of concessie.
De voorwaarden voor het bekomen van een vergunning voor het exploiteren van een deelsysteem zonder vaste stallingsplaatsen worden vastgelegd in onderstaand reglement.
Het reglement met betrekking tot de exploitatie van deelsystemen zonder vaste stallingsinfrastructuur is opgebouwd rond volgende uitgangspunten:
Het reglement voorziet dat het college de norm vastlegt voor het aantal vergunningen dat wordt uitgereikt per deelvoertuigcategorie. Daarnaast zal het college ook het minimum en maximum aantal te exploiteren deelvoertuigen per vergunning vaststellen evenals de verboden zones voor het stallen van de deelvoertuigen.
De bedoeling is om de verschillende deelsystemen gecontroleerd op te starten. Hierdoor kan het college het aantal vergunningen en deelvoertuigen bepalen in functie van het aantal geïnteresseerde aanbieders, de reeds aanwezige deelsystemen op het openbaar domein en de eventuele overlast die deze met zich meebrengen. Op die manier kan het college enerzijds op korte termijn inspelen op de behoefte van de gebruikers en anderzijds een mogelijke wildgroei en overaanbod van deelsystemen beheersbaar houden.
De in het reglement opgelegde beperkingen op de vergunningen voor deelsystemen zijn in overeenstemming met de door de Europese Dienstenrichtlijn opgelegde principes van evenredigheid, noodzakelijkheid en non-discriminatie.
Het reglement is een noodzakelijk instrument om de openbare orde en veiligheid te kunnen vrijwaren en tegelijkertijd de nieuwe ontwikkelingen op vlak van mobiliteitsaanbod voor de burger, bezoeker en werknemer ten volle te ondersteunen.
Het college legt het "Reglement met betrekking tot de exploitatie van deelsystemen zonder vaste stallingsinfrastructuur" ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.