VLEEMO wenst in de toekomst 60 tot 100 nieuwe windturbines te realiseren op de rechteroever in de Antwerpse haven tussen het Churchilldok en de Nederlandse grens. Dit project is volgens het MER-besluit van 10 december 2004 bijlage II MER-plichtig. In 2015 werd na overleg met de dienst MER beslist om een strategisch MER op te maken, dat kan dienen als kader voor de aan te vragen vergunningen voor de verschillende fasen van het project. De eerste stap in deze procedure was de kennisgevingsnota, die van 19 januari 2016 tot en met 28 maart 2016 voor het publiek ter inzage werd gelegd en waarvoor de adviserende instanties wordt gevraagd advies uit te brengen.
Op 25 maart 2016 (jaarnummer 2358) adviseerde het college de kennisgevingsnota.
De dienst MER (e-mail 13 februari 2018) nodigt de stad nu uit om het ontwerp-MER te bespreken op 9 maart 2018. Opmerkingen op de ontwerpversie van het MER kunnen op dat moment toegelicht worden of schriftelijk bezorgd uiterlijk op 9 maart 2018.
De stad Antwerpen ondersteunt ten volle de uitbouw van alternatieve energienetwerken, waaronder windenergie en heeft daarom getracht om de dialoog tussen de verschillende partners te faciliteren. Hierdoor zijn vijf partnerfora doorgegaan op initiatief van het stadsbestuur. De partners hebben daarbij de mogelijkheid gekregen om met elkaar in dialoog te gaan.
Met betrekking tot het ontwerpadvies formuleert de stad evenwel een aandachtspunt.
Het rapport bakent drie types zones af met betrekking tot inplantingsmogelijkheden van de windturbines:
Groene: Toegelaten;
Oranje: Onder voorwaarden van verder onderzoek;
Rood: Niet toegelaten.
In het ontwerp-MER is het niet helemaal duidelijk hoe bij het beoordelen van vergunningsaanvragen voor individuele windturbines/projecten in oranje gebied gegarandeerd wordt dat de globaliteit van het ecologisch netwerk gevrijwaard wordt. Bij de bijkomende onderzoeken inzake biodiversiteit voor individuele windturbines/projecten in oranje zones moet het daarom duidelijk gemaakt worden hoe met eventuele cumulatieve effecten en met het ecologisch netwerk zal worden rekening gehouden.
Titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bepaalt de voorwaarden en procedure voor de opmaak van een plan-MER.
Het college keurt volgend advies voor de ontwerpversie van het plan MER goed:
"De stad Antwerpen ondersteunt ten volle de uitbouw van alternatieve energienetwerken, waaronder windenergie en heeft daarom getracht om de dialoog tussen de verschillende partners te faciliteren. Hierdoor zijn vijf partnerfora doorgegaan op initiatief van het stadsbestuur. De partners hebben daarbij de mogelijkheid gekregen om met elkaar in dialoog te gaan.
Met betrekking tot het ontwerpadvies formuleert de stad evenwel een aandachtspunt.
Het rapport bakent drie types zones af met betrekking tot inplantingsmogelijkheden van de windturbines:
Groene: Toegelaten;
Oranje: Onder voorwaarden van verder onderzoek;
Rood: Niet toegelaten.
In het ontwerp-MER is het niet helemaal duidelijk hoe bij het beoordelen van vergunningsaanvragen voor individuele windturbines/projecten in oranje gebied gegarandeerd wordt dat de globaliteit van het ecologisch netwerk gevrijwaard wordt. Bij de bijkomende onderzoeken inzake biodiversiteit voor individuele windturbines/projecten in oranje zones moet het daarom duidelijk gemaakt worden hoe met eventuele cumulatieve effecten en met het ecologisch netwerk zal worden rekening gehouden".