Terug

2018_CBS_07965 - Omgevingsvergunning - OMV_2018073903. Houwerstraat 4. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/09/2018 - 09:00 Hofstraat
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Afwezig

Caroline Bastiaens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2018_CBS_07965 - Omgevingsvergunning - OMV_2018073903. Houwerstraat 4. District Antwerpen - Goedkeuring 2018_CBS_07965 - Omgevingsvergunning - OMV_2018073903. Houwerstraat 4. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.

Het project bestaat uit de afbraak van 1 ééngezinswoningen van 350 m² en 2 meergezinswoningen (6 woon- en werkeenheden in totaal) - deze woningen staan al geruime tijd leeg en zijn in een bouwfysische slechte staat - en de realisatie van een meergezinswoning met 9 wooneenheden gelegen aan de Houwerstraat 4-6-8 te Antwerpen. Het is een kwalitatief project waarbij het gelijkvloers wordt ingericht met een één-slaapkamer en een drie-slaapkamer woning met stadstuin, de netto oppervlakte van deze eenheden zijn respectievelijk 65 m² en 104 m². De eerste en tweede verdieping worden ingericht met telkens 2 twee-slaapkamerappartementen met netto oppervlakten van 89 m², 90 m², 76 m² en 90 m², telkens met aansluitend terras. De derde verdieping wordt ingericht met 2 één-slaapkamerappartementen met oppervlakten van 67 m² en 68 m² eveneens met aansluitend terras. De vierde verdieping is een dakverdieping deze wordt ingericht met een loft / penthouse van 96 m² met aansluitende terrassen voor- en achteraan. De kelderverdieping wordt ingericht met een parkeergarage, fietsenstallingen, private kelderbergingen en de nodige teller ruimtes en technische bergingen. Zoals reeds hoger aangehaald worden 3 leegstaande panden vervangen door een project met een zeer kwalitatieve invulling, dat de buurt opwaardeert en het straatbeeld ten goede komt en dat voldoet aan de actuele eisen van wooncomfort, gebruiksgenot, gezondheid en hinderaspecten. De gemeentelijk omgevingsambtenaar onderschrijft dat er voldaan wordt aan de hinderaspecten niet tegenstaande sluit hij het hoogst gelegen terras aan de achtergevel uit van vergunning omwille van mogelijke privacy hinder en omwille dat dit terras niet kenmerkend is in het bouwblok. Dit terras respecteert de nodige afstanden tot de buurtpercelen, wordt van groen voorzien zodat van privacy hinder hier weinig sprake kan zijn. Gezien er in het bouwblok reeds bouwwerken aanwezig zijn, met achterliggende terrassen, die de bouwhoogte van dit project overtreffen sluit dit terras zich perfect aan bij de buurt en beantwoordt het aan de goede ruimtelijke ordening.

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

Adviezen 

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

brandweer/ risicobeheer/ preventie

18 juli 2018

14 augustus 2018

Voorwaardelijk gunstig

Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ mobiliteit

18 juli 2018

20 juli 2018

stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers

18 juli 2018

31 juli 2018

stadsbeheer/ groen en begraafplaatsen

18 juli 2018

23 juli 2018

Toetsing voorschriften 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een artikel 1 zone voor wonen - (wo). 

Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. 

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’. 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

         De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan. 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).
    (De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater)
    De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
    (De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen)

De aanvraag voldoet aan de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.

Algemene bouwverordeningen

  • Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
    (De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen)
    De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag. 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.
    (De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’)
    De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
    (De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’)
    De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
    • Artikel 38: Groendaken: de ruimte naast de zonnepanelen op het dak wordt niet ingericht als groendak. 

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.
    Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.
    Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
    (De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’)
    De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. 

Omgevingstoets 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening 

Functionele inpasbaarheid

De functie wonen is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan 2060. 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het volume en het programma zoals voorgesteld. Het voorgestelde project komt inzake het aantal bouwlagen, bouwdieptes en dakvorm overeen met de algemene configuratie van de aanwezige bebouwing in de omgeving. De nieuwbouw met een woonprogramma van 9 woonentiteiten overschrijdt de draagkracht van de site niet. De geplande nieuwbouw is niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.

Er dient wel een opmerking gemaakt worden over het hoogst gelegen terras ter hoogte van de achtergevel. Terrassen op deze hoogte en diepte zijn niet kenmerkend in het bouwblok en veroorzaken gezien de hoogte privacy overlast voor de omringende panden. Gezien het hoogst gelegen appartement aan de voorzijde reeds over een terras beschikt, wordt het terras aan de achterzijde uitgesloten van vergunning. 

Visueel-vormelijke elementen

De nieuwe gevelafwerking bestaat uit een gevelsteen met witte engobe gecombineerd met lichtgrijze prefabbetonelementen en brons kleurig aluminium buitenschrijnwerk. Het open poortgeheel wordt voorzien in strekmetaal en de ballustrades in staal.  De voorgestelde materialen zijn visueel gepast in de omgeving. 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De woningen voldoen aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruikersgenot. 

Bij het ontwerpen van de woningen werd gezocht naar een evenwichtige ruimteverdeling en optimale afmetingen dewelke een positieve impact hebben op het wooncomfort. Het aantal slaapkamers van de appartementen staat in verhouding met het aantal beschikbare vierkante meters leefruimte per bewoner. 

De geplande nieuwbouw is mits het naleven van de voorwaarden niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. 

Groen

Gezien de aanvraag tevens het verplanten of vervangen van een  bestaande boom op openbaar domein betreft werden onderstaande adviezen respectievelijk door de groendienst en de dienst ontwerp en uitvoering geformuleerd: 

“De bestaande bomen moeten voldoende beschermd worden tijdens de werken. De nodige maatregelen zullen hiervoor worden opgelegd in de voorwaarden” 

“Het is sowieso wenselijk om het aantal bomen te behouden. Er is vanuit SW/O&U geen bezwaar tegen de voorgestelde nieuwe locatie van de boom.” 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). 

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 11 parkeerplaatsen. 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de nieuwbouw. Voor een project bestaande uit 9 woningen wordt de parkeerbehoefte op volgend wijze berekend:

7 appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm 1.2: 7 x 1.2 = 8,4

2 appartementen > 90m² met parkeernorm 1.35: 2 x 1.35 = 2,7

De parkeerbehoefte is 11 (8,4 + 2,7 = 11,1 = 11) 

De plannen voorzien in 8 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Het project voorziet een ondergrondse parkeergarage met plaats voor 8 auto’s. 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 8. 

Het project voorziet één ondergrondse parkeerlaag met plaats voor 8 auto’s.

De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van 11 plaatsen niet toe. Het bouwen van een extra ondergrondse parkeerlaag voor 3 plaatsen staat niet in verhouding met de werken die worden aangevraagd.’ 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. 

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. 

De huidige toestand bestaat uit 3 rijhuizen: 2 eengezinswoningen en 1 meergezinswoning met 2 wooneenheden. Over de kantoorfunctie is geen context geweten en kan geen bijstelling voor worden toegepast.

Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 4. 

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 4 parkeerplaatsen.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 5 juni 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. 

Fietsvoorzieningen:

De fietsparkeerbehoefte wordt bepaald op het aantal slaapkamers per woning vermeerderd met 1.

Dit project bestaat uit 8 woningen: 1 appartement met 3 slaapkamers, 5 appartementen met 2 slaapkamers en 3 appartementen met 1 slaapkamer. 

De parkeerbehoefte wordt als volgt berekend: 1x(3+1) + 5x(2+1) + 3x(1+1)= 4+15+6=25 

Er wordt een ondergrondse fietsenstalling voorzien met plaats voor 25 fietsen. Deze is bereikbaar via een traplift met fietsgoot. 

Advies aan het college 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden. 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. de ruimte naast de zonnepanelen op het hoogst gelegen dak in te richten als groendak conform artikel 38 van de bouwcode.
  3. een boom aan te planten (bij voorkeur door verplanting) op de door de aanvrager voorgestelde locatie;
  4. bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    - in het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de  toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
    - het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
    - graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale  wortelpakket moet verwijderd worden;
    - de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm);
    - als er werken (zowel  bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden;
    - de wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
    - er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m;
    - in die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….);
    - er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
    Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is.
  5. naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden;
  6. om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de  aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken,  een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … ;
  7. het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden.Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte;
  8. na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  9. met de afmetingen die in plan worden gebruikt om de plaats aan te duiden voor de fietsen wordt er vanuit gegaan dat hier met een ‘hoog-laag’ systeem gewerkt zal worden. Dit moet ook zo worden uitgetekend en uitgevoerd;
  10. de weg naar de fietsenstalling moet ten allen tijden gevrijwaard worden waarbij geparkeerde auto’s de toegang niet mogen blokkeren. Dit kan door het plaatsen van objecten of markeringen.

Uitsluitingen

Geen vergunning wordt verleend voor het hoogst gelegen terras ter hoogte van de achtergevel.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

29 juni 2018

Volledig- en ontvankelijk

18 juli 2018

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

16 september 2018

Verslag GOA

3 september 2018

naam GOA

Wim Van Roosendael

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. 

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten 

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

1

0

0

0

 Bespreking van de bezwaren

  1. Schade door minder bezonning:  Bezwaarindieners melden dat de stad een beleid voert dat erop gericht is om haar burgers aan te moedigen maximaal in te zetten op hernieuwbare en duurzame energieproductie {actualisatie Klimaatplan stad Antwerpen 2015-2020). De eigenaars van de Houwerstraat 10 volgden dit beleid al vele jaren door de installatie van ettelijke zonnepanelen aan de bezonde zijde van het huis. Het voorliggende ontwerp is zo geconcipieerd dat een aanzienlijk gedeelte van de zonnepanelen die aan huisnummer 10 werden aangebracht, gedurende periodes geheel of gedeeltelijk in de schaduw komen te liggen [zie bijlage 1: enkele momentopnames via een evocatie door een computerbezonningsmodel). Dit zorgt voor een aanzienlijk lager rendement van de zonnepanelen.
    Beoordeling:
    Het kan kloppen dat de zonnepanelen gedurende periodes geheel of gedeeltelijk in de schaduw komen te liggen. Dit betekent niet dat voorliggend project niet kenmerkend is voor de omgeving of dat door voorliggend project de bewoonbaarheid van omliggende gebouwen in het gedrang brengt.
    Het lager rendement van de zonnepanelen op een aangrenzend gebouw is geen grond tot weigering van voorliggende aanvraag. Het bezwaar is ongegrond;
  2. Harmonie: Mevr. De Cock ontving in 1995 een prijs voor de best verzorgde gevel van de straat. Hieruit mag een authentieke zorg blijken voor de esthetiek van de Houwerstraat. Bezwaarindieners zijn van mening dat het ontwerp aan straatzijde een inbreuk zou betekenen op de Harmonieregel. Met name de invulling van de facade en het platte dak, contrasteren storend met de aanwezige bouwstijlen, die onder meer vragen om een schuine dakstructuur.
    Beoordeling:
    De omgeving wordt gekenmerkt door 19de eeuwse lijstgevels alsook grotere woongebouwen met platte daken uit de jaren 70 zowel in de Houwersstraat als net achter de hoek in de Italiëlei.  Het is dus niet correct te stellen dat de invulling van de facade en het platte dak storend contrasteren met de aanwezige bouwstijlen. De facade en het platte dak in voorliggend project zijn inpasbaar in het straatbeeld en verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening van de plaats. Het bezwaar is ongegrond.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Projectnummer :

OMV_2018073903

Gegevens van de aanvrager:

NV Feka met als contactadres Van Aerdtstraat 33 te 2060 Antwerpen

Ligging van het project:

Houwerstraat 4 te 2060 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 7 sectie G nrs. 1288T4, 1288D4 en 1288S4

Vergunningsplichten:

Stedenbouwkundige handelingen.

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van een meergezinswoning

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen 

Relevante voorgeschiedenis

  • Houwerstraat 4:
    • 13/04/1917: vergunning (1917#7205 ) voor gevelveranderingen;
    • 7/10/1919 : vergunning (1919#8459) voor gevel- en binnenveranderingen.
  • Houwerstraat 6:
    • 22/11/1904: vergunning (1904#2189) voor verdieping op keukenkamer;
    • 23/06/1911: vergunning (1911#1042) voor gevel- en binnenveranderingen;
    • 24/02/1932: vergunning (1932#41143) voor binnenveranderingen;
    • 9/4/1990: vergunning (19907514) voor slopen en saneren.
  • Houwerstraat 8:
    • 12/07/1946: vergunning (18#21169) voor gevel- en binnenveranderingen;
    • 3/08/1959 : vergunning (802#7684 ) voor het oprichten van een werkplaats.

Bestaande toestand

  • Houwerstraat 4:
    • het pand bestaat uit 3 bouwlagen onder schuin dak;
    • het hoofdvolume onder het schuine dak heeft een bouwdiepte van 10,5 meter;
    • de voor- en achtergevel zijn wit gepleisterd;
    • rechts achteraan is er een entresol waarvan de bovenste van de 2 verdiepingen inspringt.
  • Houwerstraat 6:
    • het pand bestaat uit 3 bouwlagen onder schuin dak;
    • het hoofdvolume onder het schuine dak heeft een bouwdiepte van 9,5 meter;
    • in de voorgevel op de gelijkvloerse verdieping zitten 2 deuren;
    • het raam daartussen is dichtgetimmerd met een OSB-plaat;
    • de bepleistering is afgebladderd van de voorgevel;
    • over de hele perceelbreedte bevindt zich achter het hoofdvolume een aanbouw van 2 bouwlagen hoog over een lengte van 12 meter.
  • Houwerstraat 8:
    • het pand bestaat uit 3 bouwlagen onder schuin dak;
    • het hoofdvolume onder het schuine dak heeft een bouwdiepte van 9,5 meter;
    • de voorgevel heeft een uitsprong op de eerste en tweede verdieping en is afgewerkt met een gele gevelsteen;
    • achter het hoofdvolume bevindt zich een aanbouw die rechts een bouwdiepte van 11,5 meter meet.
  • Geacht Vergund
    • Houwerstraat 4: eengezinswoning;
    • Houwerstraat 6: kantoor + 2 woongelegenheden;
    • Houwerstraat 8: kantoor + 1 woongelegenheid;

Inhoud van de aanvraag

  • het betreft de sloop van 3 panden en het nieuw bouwen van een meergezinswoning met 9 woonentiteiten;
  • op de begane grond bevindt zich 1 appartement met 3 slaapkamers van 103,5 m2 en een 1 appartement met 1 slaapkamer van 64,7 m2 beiden met aansluitende tuin;
  • op de 1ste  en 2de verdieping worden telkens 2 appartementen met 2 slaapkamers met een oppervlakte van 89,2 m2, 89,6 m2 en 76,2 m2, 89,6 m2 met aansluitend terras ontworpen;
  • op de 3de verdieping bevinden zich 2 appartementen met 1 slaapkamer van 67m2 en 67,9 m2 met aansluitend terras;
  • op de 4de verdieping wordt een penthouse met 2 slaapkamers van 96,2 m2 gecreëerd met aansluitende terrassen voor- en achteraan;
  • de voorgevel bestaat uit 5 bouwlagen met 5 traveeën;
  • rechts in de voorgevel komt de inrit voor de parkeergarage;
  • om de inrit op die plaats mogelijk te maken wordt een boom in het voetpad verplaatst;
  • de voorgevel is afgewerkt in rode baksteen en heeft bronskleurig, aluminium schrijnwerk;
  • de bovenste bouwlaag is met bronskleurige, aluminium beplating afgewerkt;
  • links op de bovenste bouwlaag springt het volume in zodat er plaats komt voor een terras;
  • de bouwdiepte op de gelijkvloerse verdieping bedraagt 17,40 meter;
  • de bouwhoogte bedraagt 16,87 meter.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt.

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en de vergunning af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken, zijn strikt na te leven;
  3. de ruimte naast de zonnepanelen op het hoogst gelegen dak in te richten als groendak conform artikel 38 van de bouwcode.
  4. een boom aan te planten (bij voorkeur door verplanting) op de door de aanvrager voorgestelde locatie;
  5. bij een te behouden boom moeten volgende zaken in acht genomen worden:
    - in het ontwerp van de gebouwen en de volledige infrastructuur errond, mag er niets voorzien worden waardoor de wortels of kroon van de boom  onaanvaardbaar moeten  beschadigd worden, noch nu, noch in de  toekomst. Praktisch gezien wil dit zeggen dat het ontwerp niet mag leiden tot noodzaak om:
    - het bestaande maaiveld af te graven of op te hogen in de wortelzone van de te behouden boom;
    - graafwerken uit te voeren waarbij wortels dikker dan 5 cm moeten doorgestoken worden en/of waarbij 20 % van het totale  wortelpakket moet verwijderd worden;
    - de boom drastisch te snoeien. ( d.w.z. hoger opkronen dan het huidig eindbeeld of toppen of kandelaren of verwijderen van takken dikker dan 8cm);
    - als er werken (zowel  bouwwerken, als werken aan de infrastructuur errond) worden uitgevoerd, moet de te behouden boom beschermd worden. Zowel wortels als kroon moeten beschermd worden.
    De wortelzone van de boom moet beschermd worden om verdichting van de bodem en/of oppervlakkige beschadiging van de wortels te voorkomen. Op vlak van bescherming voor de wortelzone zijn er twee mogelijkheden:
    - Er is voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er werfhekkens geplaatst die aan elkaar vast gemaakt zijn, zodat ze niet, of in ieder geval moeilijk, te verplaatsen zijn. De grootte van de wortelzone wordt idealiter bepaald door onderzoek; als onderzoek om een of ander reden niet kan, moet men er vanuit gaan dat de wortelzone even groot is als de diameter van de kroonprojectie  + 2m.
    In die volledig afgebakende zone mag niets gebeuren. (niet graven,  niet stockeren, geen afvalwater of spoelwater lozen, ….);
    - er is niet voldoende ruimte om de wortelzone volledig af te sluiten: dan moeten er beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden, zodat de ruimte onder de boom toch geheel of gedeeltelijk kan gebruikt worden zonder dat er schade berokkend wordt.
    Om uitdroging van de wortelzone te voorkomen tijdens een droogzuiging van de werf, moet water worden gegeven aan de boom, tenzij bodemonderzoek zou uitwijzen dat dit niet nodig is;
  6. naast de wortelzone moeten ook de stam en de kroon beschermd worden. Als de wortelzone volledig kan afgeschermd worden, zijn de stam en het onderste deel van de kroon uiteraard ook ineens afgeschermd. Kan de wortelzone niet volledig afgeschermd worden, dan moeten voor het beschermen van de stam en onderste deel van de kroon ook beschermingsmaatregelen op maat opgesteld worden;
  7. om schade aan het bovenste deel van de kroon te voorkomen moet de  aannemer, als hij een kraan gaat gebruiken,  een voldoende hoge kraan voorzien.  Als de kraan rond draait met een last eraan, mag niets de top van de boom raken. De aannemer mag ook geen snoeiwerken uitvoeren om ruimte te krijgen voor een kraan of voor om het even welke machine of stelling of … ;
  8. het is aangewezen om voor de nodige onderzoeken en voor het opstellen van beschermingsmaatregelen op maat, een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden.Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil o.a. zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar  er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte;
  9. na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;
  10. met de afmetingen die in plan worden gebruikt om de plaats aan te duiden voor de fietsen wordt er vanuit gegaan dat hier met een ‘hoog-laag’ systeem gewerkt zal worden. Dit moet ook zo worden uitgetekend en uitgevoerd;
  11. de weg naar de fietsenstalling moet ten allen tijden gevrijwaard worden waarbij geparkeerde auto’s de toegang niet mogen blokkeren. Dit kan door het plaatsen van objecten of markeringen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan overzicht als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.