Art. 2.2.18. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat het college gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaakt en hiervoor de nodige maatregelen neemt.
Contour van het plangebied voor het RUP
Het plangebied voor het RUP Rijnkaai is gelegen tussen de Schelde aan de westzijde, Kattendijksluis en het toekomstige Droogdokkenpark aan de noordzijde (grens plangebied RUP Droogdokken), Bonapartesluis in het zuiden en de Montevideowijk in het oosten (grens plangebied RUP Eilandje).
Het plangebied omvat twee voormalige havenloodsen, opgenomen in de vastgestelde inventarislijst voor onroerend erfgoed (Hangar 26/27 en Waagnatieloods) met ertussen een plein ter hoogte van kaai 28. Dit plein wordt grotendeels ingenomen door een publieke betaalparking op het maaiveld.
De collectie beschermde, historische havenkranen van het MAS (Museum aan de Stroom) met bijhorende sporen heeft een centrale en beeldbepalende plaats in het plangebied. De collectie is een expliciete verwijzing naar de vroegere havenactiviteiten in het plangebied. De opeenvolging van monumentale kranen is samen met het zicht op de karakteristieke Scheldebocht typerend voor het plangebied.
Doelstellingen
De doelstellingen voor de herontwikkeling van de Rijnkaai passen binnen de strategische doelstellingen van het s-RSA en maken de uitvoering van de ontwikkelingsvisie uitgewerkt in het Masterplan Eilandje en het Masterplan Scheldekaaien mogelijk.
Het uitgangspunt van de ontwikkelingsvisie is een versterking van de relatie tussen de Schelde en het omliggende stedelijk weefsel. De Scheldekaaien worden omgevormd tot een continue publieke ruimte waarbij de cultuurhistorische betekenis en de beeldkwaliteit worden versterkt. De typische, kenmerkende continuïteit van onderling verbonden, open kaaivlaktes afgewisseld met publiek ingevulde havenloodsen vormt daarbij de basis.
Voor de bebouwing in het plangebied wordt een gemengde invulling vooropgesteld in aansluiting op het omliggende stedelijke weefsel. De voorgestelde stedelijke mix van functies samen met het toepassen van het principe van de stedelijke plint zal het plangebied aansluiting doen vinden bij het stedelijk weefsel van het Eilandje en de Montevideowijk. De voorgestelde functionele invulling voor de bebouwing in het plangebied is een uitzondering binnen het Masterplan Scheldekaaien dat een privatisering van de kaaizone uitsluit en ook voor de bebouwing op de kaaien publieke invullingen voorstelt. De entreefunctie van de kop van de Rijnkaai ter hoogte van de Kattendijksluis kan geaccentueerd worden door een kopgebouw met de uitstraling van een baken.
De kaaivlakte langs de Rijnkaai wordt bestendigd als een belangrijke geheugenplek in de stad met behoud van de historische aanmeerkade, de waardevolle collectie havenkranen met kraansporen, de link met het Red Star Line-museum (meerpalen) en de cultuurhistorisch waardevolle havenloodsen. Ook het breed perspectief naar de Schelde(bocht) vanuit de toren van de RSL-museum tussen St-Anneke plage en de Hogere Zeevaartschool dient ongestoord te blijven.
Krachtlijnen van het RUP, aangepast aan de adviezen
Volgende krachtlijnen worden vastgelegd in de voorschriften van het RUP en werden bijgestuurd naar aanleiding van de adviesronde.
Er worden algemene voorschriften vastgelegd m.b.t. duurzame stedenbouw, een globale inrichtingsvisie, de integratie van de waterkering, de wijziging van maaiveld en de bouw van ondergrondse constructies.
Daarnaast worden een aantal specifieke voorschriften voorzien gekoppeld aan een zonering bepaald in het grafisch plan.
Zone voor Publieke ruimte (artikel 1)
Een zone voor publiek domein wordt afgebakend op het grafisch plan en is bestemd voor groene en/of verharde ruimte met verblijfskarakter in open lucht, wegenis, infrastructuur voor openbaar vervoer, langzaam verkeersvoorzieningen en parkeren. In deze ruimte zijn recreatieve, sociale en culturele activiteiten evenals sport en spel toegelaten.
Voor deze zone worden algemene inrichtingsvoorschriften vastgelegd waarbij wordt opgelegd dat bij de inrichting rekening dient te worden gehouden met de verkeersfunctie, gewenste verblijfskwaliteit, gewenste landschappelijke kwaliteit en ecologisch verbindingsfunctie.
De belangrijkste voorschriften voor de inrichting van de buitenruimte (kaaivlakte en kaaiweg) leggen een aanleg en inrichting op als één stedelijke ruimte. De kaaivlakte wordt een kwalitatieve en toegankelijke publieke ruimte ingericht met oog op het versterken de onderlinge samenhang tussen de historisch waardevolle gebouwen en objecten. Aan waterzijde van de waterkering staat de publieke beleving van de kaaien voorop en wordt langs de Blauwe steen een zone van 10 meter te allen tijde obstakelvrij gehouden. Voor de kaaiweg staat verbindende en erfontsluitende rol gericht op verschillende weggebruikers voorop bij de inrichting.
De voorschriften voor gebouwen en constructies in deze zone laten enkel constructies toe die publiek functioneren van de ruimte ondersteunen, een parkeergebouw en/of noodzakelijke stijgpunten naar ondergrondse parking. Voor alle bebouwing wordt een bouwhoogtebeperking opgelegd tot maximaal 9,25 TAW evenals bepalingen betreffende de draagkracht en minimale gronddekking.
Verder zijn voorschriften opgenomen over de ontsluiting en erftoegang. De ontsluiting dient op zo’n manier te worden voorzien dat het potentieel conflict met dwarsend verkeer wordt beperkt en doorstroming op de kaaiweg minimaal belemmerd. Er wordt een primaire ontsluiting als nieuwe tak op het kruispunt London- Amsterdamstraat x Rijnkaai opgelegd en een mogelijke secundaire ontsluiting ten noorden van dit kruispunt.
Het laatste worden voorgeschriften vastgelegd met betrekking tot het parkeren. Parkeerplaatsen mogen ondergronds, onder verhoogd maaiveld, op het maaiveld of in een gebouw ingericht worden. Parkeerplaatsen op het maaiveld (als overgangsmaatregel) en de aanleg van laad- en loszones zijn enkel toegelaten in zoverre zij het openbaar domein niet domineren en de toegankelijkheid van de kaaivlakte niet belemmeren.
Zone voor Centrumfuncties (Artikel 2)
Een tweede zonering op het grafisch plan wordt bestemd voor kantoren, diensten, horeca, gemeenschapsvoorzieningen, vrijetijdsvoorzieningen, culturele voorzieningen en groene en/of verharde ruimte als hoofdfunctie. Detailhandel en parkeren zijn nevenfuncties (maximaal 25 % bruto bovengrondse vloeroppervlakte bbvo).
De inrichtingsvoorschriften leggen bepalingen vast over de gebouwen en constructies waarbij het behoud van de havenloodsen wordt opgelegd. Aanpassingen binnen de bestaande volumes aan de bestaande loodsen zijn toegestaan in zoverre de identiteit van de gebouwen bewaard blijft. Het openwerken van gevel voor onderste lagen is verplicht behalve als dit niet kan voor integratie van waterkering. Er dient minstens één doorsteek door elke hangar te worden voorzien en aanpassingen voor bouw van waterkering zijn eveneens toegelaten in zoverre de ingrepen zijn afgestemd op identiteit van het gebouw.
De toegelaten uitbreidingsmogelijkheden worden vastgelegd :
Onroerend erfgoed (Artikel 4 in overdruk)
Met een aanduiding in overdruk van de erfgoedwaarden wordt het behoud opgelegd. Niet enkel het beschermde erfgoed (blauwe steen en collectie havenkranen met sporen) maar ook volgende historisch waardevolle constructies dienen te worden behouden :
MER-screening
|
Stap |
Datum |
|
Aanvraag advies adviesinstanties |
25 april 2017 |
|
Rappelbrief raadpleging adviesinstanties |
30 mei 2017 |
|
Aanvraag bijkomend advies |
9 oktober 2017 |
|
Verzending screeningsdossier naar dienst MER |
6 maart 2018 |
|
Beslissing dienst MER |
31 mei 2018 |
Besluit dienst MER
Op 31 mei 2018 besliste de dienst MER Vlaanderen (Vlaams gewest, departement Leefmilieu, Natuur en Energie) dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Watertoets
In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Op 1 maart 2012 is het aangepaste besluit ,tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets in werking getreden. Het RUP werd afgetoetst aan de opgelegde regels en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
Planbaten
In de toelichtingsnota is opgenomen dat in het RUP geen bestemmingswijzigingen voorkomen die planbaten kunnen doen ontstaan voor percelen eigendom van de stad en/of dochters.
|
Proces- en richtnota |
|
|
Stap |
Datum |
|
Collegebeslissing |
24 mei 2017 |
|
GECORO : kennisname |
7 juli 2017 |
|
Districtsraad : advies |
19 juli 2017 |
|
Voorontwerp RUP |
|
|
Collegebeslissing |
30 januari 2018 |
|
Districtsraad : advies |
19 februari 2018 |
|
GECORO : advies |
7 februari 201 |
|
Plenaire vergadering + adviezen |
6 maart 2018 |
|
Besluit dienst MER |
31 mei 2018 |
|
Ontwerp RUP |
|
|
Collegebeslising |
8 juni 2018 |
|
Gemeenteraad |
26 juni 2018 |
|
Openbaar onderzoek |
half juli - half september 2018 |
|
GECORO: advies |
oktober 2018 |
|
Definitief RUP |
|
|
College |
december 2018 |
|
Gemeenteraad |
december 2018 |
|
Deputatie |
januari 2019 |
|
Schorsingsperiode |
februari 2019 |
|
Publicatie Belgisch Staatsblad |
maart 2019 |
Data in vet/cursief zijn ramingen
Art. 2.2.18 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Masterplan Scheldekaaien & Principeovereenkomst Scheldekaaien
In 2005 keurde de Vlaamse regering het geactualiseerde Sigmaplan goed. Daarin wordt bepaald dat de waterkering ter hoogte van Antwerpen van 8,35 meter TAW (Tweede Algemene Waterpassing) tot 9,25 meter TAW wordt opgehoogd om de stad in de toekomst te blijven beschermen tegen overstromingen.
Op 9 juli 2010 (jaarnummer 8556) keurde het college het Masterplan Scheldekaaien goed. Het Masterplan Scheldekaaien vormt het richtinggevend document voor alle uitvoeringsprojecten bij de heraanleg van de Scheldekaaien. In het Masterplan Scheldekaaien wordt de zone van de Rijnkaai beschouwd als scharnierpunt en overgangszone tussen het noordelijke sluitstuk van de herinrichting van de Scheldekaaien mn. het Droogdokkenpark en het minerale deel van de Scheldekaaien met typische kaaimuur en verharding in kassei. De Rijnkaai vormt ook de onmiddellijke link met de Schelde voor de Montevideowijk en het Eilandje.
Op 20 september 2010 (jaarnummer 1134) en op 20 december 2010 (jaarnummer 1713) keurde de gemeenteraad de principeovereenkomst Scheldekaaien goed. De principeovereenkomst regelt de samenwerking tussen stad Antwerpen en Waterwegen en Zeekanaal nv, nu : De Vlaamse Waterweg nv met het oog op de inrichting van de Scheldekaaien conform het Masterplan Scheldekaaien. De partijen leggen onder meer afspraken vast met betrekking tot de verdeling van kosten en opbrengsten.
Kaaivlakte Rijnkaai
De kaaivlakte ter hoogte van de Rijnkaai is eigendom van het Vlaamse Gewest. Het Vlaamse Gewest kende in 1997 aan de stad Antwerpen een concessie toe voor een periode van 100 jaar.
Deze concessie werd aangevuld met overeenkomsten met private partijen ter hoogte van kaai 26/27 en kaai 29 (Waagnatie) met oog op de uitbating oorspronkelijk voor aan de haven gerelateerde activiteiten en op heden voor een diverse en publieksgerichte exploitatie.
Voor kaai 28 werd een terbeschikkingstellingsovereenkomst afgesloten met het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (GAPA), nu Mobiliteit en Parkeren Antwerpen (MPA), voor de inrichting als betaalparking en locatie voor evenementen en manifestaties.
Noodzaak opmaak RUP Rijnkaai
Momenteel is op de Scheldekaaien ter hoogte van de Rijnkaai het gewestplan van kracht. Het plangebied wordt in het gewestplan hoofdzakelijk bestemd als gemengd gemeenschapsvoorziening- en dienstverleningsgebied. Volgens de aanvullende stedenbouwkundige voorschriften voor het gewestplan Antwerpen worden dergelijke gebieden bestemd voor ‘gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen evenals voor dienstverleningsbedrijven of inrichtingen in verband met haven en scheepvaart. Een klein deel van het plangebied is bestemd als woongebied.
Een herbestemming van het plangebied is noodzakelijk vooreerst omdat het plangebied door het verschuiven van de haven en verdwijnen van de havenactiviteiten haar betekenis is verloren binnen de bestemming volgens het gewestplan. De herbestemming zal bovendien een ontwikkeling van het plangebied gericht op het versterken van de relatie tussen de stad en de Schelde, binnen de geïntegreerde, globale ruimtelijke visie uitgezet in het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA), het Masterplan Eilandje en het Masterplan Scheldekaaien mogelijk te maken. Het publieke karakter van de kaaizone wordt bestendigd en versterkt samen met een invulling van de voormalige havenloodsen op de kaaivlakte gericht op het omliggend stedelijk weefsel.
Het college keurde op 24 mei 2017 (jaarnummer 4682) de proces- en richtnota van het RUP Rijnkaai goed.
Het college keurde op 30 januari 2018 (jaarnummer 751) het voorontwerp van het RUP Rijnkaai goed.
Het Departement Omgeving brengt gunstig advies uit en vraagt om in de voorschriften voor inrichting van het middenplein tussen de beide hangars voldoende garanties om te nemen met betrekking tot vrijhouden van de zichtas Londen-Amsterdamstraat en voor verblijfskwaliteit.
In de voorschriften zijn verordende bepalingen opgelegd met betrekking tot het aantal bouwlagen voor gebouwen in deze zone, voor toegankelijkheid en openbaar karakter van het dak en een beperking van de bouwhoogte tot maximaal 9,25 TAW.
De provincie Antwerpen brengt gunstig advies uit en adviseert om voorzichtig om te gaan met detailhandel op deze locatie met beperkte woonvoorzieningen.
Het plangebied sluit aan bij het stedelijk weefsel van het Eilandje waar de woonvoorzieningen sterk aanwezig zijn. Bovendien worden met betrekking tot detailhandel beperkingen opgelegd. Detailhandel is toegelaten als nevenfunctie en het geheel van de nevenfuncties mag maximaal 25% van de brutobovengrondse vloeroppervlakte (bbvo) bedragen.
De GECORO adviseerde:
De districtsraad stelt dat
De gemeenteraad beslist om het ontwerp-RUP 'Rijnkaai' ( met plan_ID : RUP_11002_214_10023_00001) voorlopig vast te stellen.
Dit ontwerp bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register, een plan van de bestaande en de juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.