De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.
Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten
|
Startdatum |
Einddatum |
Schriftelijke bezwaarschriften |
Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften |
Petitielijsten |
Digitale bezwaarschriften |
|
9 april 2018 |
8 mei 2018 |
0 |
0 |
2 |
1 |
Bespreking van de bezwaren
Beoordeling: De aanvraag wijkt niet af van artikel 5 inzake het behoud van cultuur-historisch erfgoed. De panden in kwestie zijn namelijk niet gelegen in CHE-gebied of opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
De aanvraag wijkt niet af van artikels 6 en 10 die bepalen dat nieuwe constructies ontworpen moeten worden in harmonie met de kenmerken van de omgeving. Het ontwerp refereert naar de kenmerkende hoogtes van de hoekgebouwen op dit kruispunt en het kenmerkende stedelijke detail om op de hoeken van een bouwblok hoger te bouwen. Niettegenstaande deze totale hoogte werd in de architectuur ook gepast aangesloten op de schaal van de aanpalende woningen, met een kroonlijst die slechts 2,5, respectievelijk 3,5 meter hoger is dan de buurpanden. De invloed inzake bezonning van de aanpalende gebouwen en tuinen is minimaal, zoals aangetoond werd door een bezonningsstudie van de architect.
De aanvraag wijkt af van artikel 13 doordat de uitkraging iets te dicht bij de stoeprand nadert. Dit zal in voorwaarden opgelegd worden bij de vergunning. Het bezwaar is deels gegrond;
Beoordeling: Door middel van een zonnestudie werd door de aanvrager aangetoond dat de bovenste twee daklagen op voldoende afstand staan van de perceelsgrenzen en zo geen significante vergroting van de beschaduwing veroorzaken. Hierbij moet opgemerkt worden dat de beschaduwing van de achtertuinzone een bestaand logisch gevolg is van de oriëntatie van de percelen. Er werd ook vastgesteld dat de impact op de bezonning van de erkers aan de voorgevel verwaarloosbaar is. Het bezwaar is ongegrond;
Beoordeling: Het specifieke hoekperceel laat niet toe meer parkeerplaatsen te voorzien, de inspanningen zijn reeds maximaal. Volgens de parkeernormen die de dienst Mobiliteit hanteert, bedraagt de bijkomende parkeerdruk 13 wagens. Hierop wordt een belasting geheven, waarmee buurtparking zal worden gerealiseerd. Bij de aanvraag werd een eenvoudige mobiliteitsstudie toegevoegd door een gespecialiseerd studiebureau. Daaruit blijkt dat de negatieve effecten te verwaarlozen zijn. Het bezwaar is ongegrond;
Beoordeling: Er kan gesteld worden dat het voorliggend ontwerp een kwalitatieve mix bevat van grotere en kleinere woningen, allen met een hoge woonkwaliteit en eigen buitenruimte. Er is geen principieel stedenbouwkundige bezwaar tegen zulke kwalitatieve verdichting van de stedelijke omgeving op korte afstand van een knooppunt van het openbaar vervoer. Het bezwaar is ongegrond;
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
|
Projectnummer : |
OMV_2018022339 |
|
Gegevens van de aanvrager: |
de heer Maxim Vanhalme met als adres Broekstraat 34 te 2110 Wijnegem |
|
Ligging van het project: |
Haringrodestraat 87 te 2018 Antwerpen |
|
Kadastrale gegevens: |
afdeling 6 sectie F nrs. 1349C7 en 1349E22 |
|
Vergunningsplichten: |
stedenbouwkundige handelingen |
|
Voorwerp van de aanvraag: |
bouwen van 14 appartementen en een commerciële ruimte |
Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Laatst vergunde toestand
Bestaande toestand
Inhoud van de aanvraag:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.
Het bestuursakkoord 2013-2018 benadrukt het belang van een aantrekkelijke woonstad, die jonge gezinnen doet kiezen voor de stad en in de stad houdt. Een kwalitatief woningaanbod van voldoende grote woningen en appartementen is hierbij cruciaal. Deze beleidswens werd nogmaals bekrachtigd in de beleidsrichtlijn over wonen waar de aandacht werd gevestigd op het beschermen van eengezinswoningen. In zitting van 9 juni 2017 heeft het college van schepenen en burgemeester deze beleidsrichtlijn voor het beschermen van eengezinswoningen als actualisering van de bouwcode goedgekeurd. Omwille van de aantrekkelijkheid van deze woningen voor gezinnen is het wenselijk dat deze in de toekomst niet meer opgedeeld worden in kleinere woningen of ingenomen worden door een andere functie.
In zitting van 30 maart 2018 heeft college van burgemeester en schepenen het voorontwerp van de wijziging van de bouwcode goedgekeurd waarbij het beschermen van eengezinswoningen werd verfijnd en opgenomen in de bouwcode evenals de minimale oppervlakte van een woongelegenheid. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 mei 2018 de herziening van de verordening ‘Bouwcode’ goedgekeurd met bevestiging van de bescherming van eengezinswoningen.
De aanvraag handelt over de omvorming van een eengezinswoning met een bruto-oppervlakte van ongeveer 174 m², dit is onder de limiet van 350 m² opgenomen in artikel 23 van de bouwcode – “Beschermen van eengezinswoning” zoals door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd dd 25 mei 2018. Het omvormen van een eengezinswoning die een te beschermen eengezinswoning is, naar een meergezinswoning is toegelaten mits minimum één zelfstandige woning met een netto-vloeroppervlakte van minstens 130 m² met een aansluitende buitenruimte van minimum 15 m² gerealiseerd wordt. Deze aanvraag voldoet hier niet aan, de unit met de ruimste netto vloeroppervlak benaderd de 91 m² met een terras van 6 m², de gemiddelde oppervlakte van de voorziene units is 68 m², hierdoor dient deze aanvraag geweigerd te worden. Tevens is het volgens de herziene bouwcode verboden om een te beschermen eengezinswoning samen te voegen met een ander gebouw met het oog op het omvormen van het samengevoegde geheel tot meerdere woonentiteiten.
Door het voorzien van een project met meerdere eenheden, die op zich veelal kleiner worden uitgevoerd dan de bestaande typologie, wordt enerzijds de draagkracht van het perceel overschreden maar wordt bovendien de woonbalans in de buurt aangetast. Op deze wijze zal een gewenste variatie in doelpubliek niet meer mogelijk zijn aangezien de geplande wooneenheden niet meer volwaardig geschikt zijn voor het huisvesten van iets ruimere gezinnen en een gezonde sociale mix hierdoor zal verdwijnen. Het voorgestelde project beantwoordt niet aan de goede ruimtelijke ordening.
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie |
3 april 2018 |
2 mei 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart |
3 april 2018 |
Geen tijdig advies ontvangen |
Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan |
|
Digit - Eandis / IMEA |
3 april 2018 |
19 april 2018 |
Voorwaardelijk gunstig |
|
Digit - PROXIMUS |
3 april 2018 |
9 april 2018 |
Gunstig |
|
Digit - OVAM - Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij |
3 april 2018 |
17 april 2018 |
Geen advies |
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
|
stadsontwikkeling/ geacht vergund |
3 april 2018 |
16 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ vergunningen/ milieuvergunningen) |
3 april 2018 |
11 april 2018 |
|
stadsontwikkeling/ mobiliteit |
3 april 2018 |
10 april 2018 |
|
ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie |
3 april 2018 |
4 april 2018 |
|
DL adresbeheer (huisnummers) |
3 april 2018 |
4 april 2018 |
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’
Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):
Algemene bouwverordeningen
Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’
De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.
De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
§3 bovengrondse geveluitsprongen moeten begrepen zijn tussen twee verticale vlakken onder een hoek van 45° ten opzichte van elke erfscheiding; bij de uitkragende terrassen op de 1ste t/m 4de verdieping die grenzen met Haringrodestraat 85 is deze hoek kleiner dan voorgeschreven;
§5 de uitkraging van de geveluitsprongen boven de openbare ruimte moet minstens 0,75 meter (horizontaal gemeten) van de voetpadrand verwijderd blijven; bij de terrassen die grenzen aan de Lamorinièrestraat bedraagt deze afstand slechts 70 cm;
de terrassen van de hoekappartementen op de 2de, 3de en 4de verdieping beschikken volgens het plan over een terras van 6m² maar het is niet duidelijk hoe deze toegankelijk zijn;
Sectorale wetgeving
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt
geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.
De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
De aanvraag wijkt af van artikel 13 van de bouwcode. Op de plannen zijn de gevelerkers niet getekend onder een hoek van 45° en is de afstand tot de voetpadrand slechts 70 cm in de Lamorinièrestraat. De aanvrager geeft echter aan in de beschrijvende nota dat hij voldoet aan deze specifieke bepalingen. Er is dan ook geen reden om af te wijken. Beiden worden als voorwaarden opgelegd bij de vergunning.
De aanvraag voldoet niet aan artikel 28 van de bouwcode. De terrassen van de 3-slaapkamerappartementen voldoen niet aan de minimale oppervlakte van 8m². Omwille van de kwalitatieve interne indeling van de appartementen en een goed ruimtegebruik, kan hier een afwijking toegestaan worden met behulp van artikel 3 van de bouwcode. Er wordt met artikel 3 ook een afwijking toegestaan op artikel 27. Op een hoekperceel is het ruimtelijk aanvaardbaar dat minder dan 20% van het perceel open ruimte is. In alle redelijkheid kan de bestaande buitenruimte op maaiveldniveau behouden blijven.
In overeenstemming met artikel 28, wordt in voorwaarde uitdrukkelijk opgelegd om de inpandige terrassen bij de hoekappartementen in te richten als toegankelijke buitenruimte en niet als een door glas omgeven binnenruimte. Daarom wordt ook het schrijnwerk op deze plaats uitgesloten;
Om te voldoen aan artikel 26 wordt in voorwaarde opgelegd dat de gelijkvloerse ruimte gebruikt wordt als kantoor. Op deze manier wordt ook een eenduidige stedenbouwkundige hoofdfunctie gedefinieerd voor de ‘casco’ ruimte (ingetekend met bureaus).
Conform artikel 29 wordt in voorwaarde opgelegd om minimaal 1 elektrisch oplaadpunt te voorzien in de fietsenberging. Conform artikel 36 wordt de hoogte van de zonnepanelen beperkt tot 1,5 meter.
Volgens de plannen wordt de verhoogde scheidingsmuur op de perceelsgrens niet uitgevoerd met een opstand van 30cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 34 van de bouwcode. De minimale opstand die in dit artikel wordt gevraagd, is noodzakelijk om brandoverslag te voorkomen. Aangezien het advies van de brandweer reeds strikte voorwaarden bevat over de minimale brandreactie van de dakafwerking kan een afwijking van dit artikel bekomen worden op basis van artikel 3 van de bouwcode.
De aanvraag voldoet niet aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, maar gezien de beperkte afwijkingen, kan de stedenbouwkundige vergunning toch worden verleend mits de in voorwaarde opgelegde aanpassingen integraal worden uitgevoerd. Deze aanpassingen worden als voorwaarde opgelegd in de stedenbouwkundige vergunning.
Een afwijking wordt toegestaan voor artikel 27, zoals voorzien in de bepalingen van artikel 33 van de verordening toegankelijkheid.
Er wordt opgemerkt dat de aanvraag niet voldoet aan de artikels 22 en 23 van het goedgekeurde voorontwerp van de nieuwe bouwcode.
Functionele inpasbaarheid
Het bouwen van een meergezinswoning is in overeenstemming met de bestemming van het perceel en de aanwezige woonfuncties op de omliggende percelen.
Voor het bouwen van een kleine ruimte in de plint, voorzien voor kantoor/handel, werd volgend advies gegeven door de stedelijke dienst ‘ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie’:
“Gelet op de locatie op de hoek van twee straten, is het voorzien van deze ruimte gunstig te beoordelen. Dit type zichtbare en strategische hoekpanden leent zich zeer goed voor kleinere publiekstrekkende functies in de brede zin van het woord. Op die manier krijgt het gebouw ook deels een levendige plint en identiteit.”
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Deze aanvraag bevat een mobiliteitstoets, waarbij een studie werd gedaan naar de mobiliteitsimpact van het project. Daaruit blijkt onder andere dat de locatie enerzijds zeer goed ontsloten is voor het openbaar vervoer en de fiets en anderzijds dat er in de omgeving meerdere grote private parkeerkelders worden uitgevoerd en dat er een duidelijk aanbod van garages, te koop of te huur, bestaat in de buurt. De verwachte negatieve mobiliteitseffecten zijn volgens de studie beperkt.
Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 16 parkeerplaatsen. Uit het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit: “De parkeerbehoefte wordt bepaald op het nieuw bouwen van 14 appartementen en een commerciële ruimte. - 7 appartementen < 60m² met parkeernorm 1.05 -> 7 x 1.05 = 7.35 - 6 appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm 1.2 -> 6 x 1.2 = 7.2 - 1 appartement > 90m² met parkeernorm 1.35 -> 1 x 1.35 = 1.35 - Voor de 55m² commerciële ruimte wordt er gezien de beperkte oppervlakte geen parkeerbehoefte bepaald. De werkelijke parkeerbehoefte is 16.” |
|
De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. “Er is 1 nuttige parkeerplaats op het gelijkvloers.” |
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit perceel betreft een hoekperceel met beperkte afmetingen. De grootte en vorm van het perceel laten het bouwen van meer plaatsen niet toe zonder onaanvaardbaar verlies van een kwalitatieve levendige plint, zoals voorgeschreven in artikel 12 van de bouwcode (Levendige plint). Er werd door de aanvrager met een ruimtelijke studie aangetoond dat het uitvoeren van een ondergrondse parking niet mogelijk is op dit perceel. Om deze reden wordt aanvaard dat de werkelijke parkeerbehoefte niet volledig gerealiseerd wordt. |
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 16 – 1 = 15. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 15. Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. “De laatst vergunde toestand was een tankstation met 2 bovenliggende appartementen en een eengezinswoning met garage. De 2 appartementen beschikten niet over een eigen parkeerplaats. Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 2.” Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 2 parkeerplaatsen. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 15 – 2 = 13. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 13 plaatsen. |
Het advies Mobiliteit bevat ook het volgende over de fietsvoorzieningen:
“Voor de 14 appartementen moeten er 37 fietsstalplaatsen voorzien worden:
- 7 appartementen met 1 slaapkamer = 7 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 14
- 5 appartementen met 2 slaapkamers = 5 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 15
- 2 appartementen met 3 slaapkamers = 2 x 4 (3 slaapkamers + 1 extra) = 8
Er worden 38 fietsstalplaatsen voorzien in de kelder die te bereiken zijn via een fietstrap.”
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het bouwvolume zoals voorgesteld. De stedenbouwkundige inpassing is tweeledig: een hoofdvolume dat aansluit bij de schaal van het eigen bouwblok en de aanpalende bebouwing, en een hoekaccent dat met zijn hoogte refereert naar de andere hoekgebouwen op de tegenoverliggende hoeken. De impact op de achterliggende tuinen is gering door de hoofdzakelijke oriëntering van de nieuwe wooneenheden naar de straatzijde.
Alle woongelegenheden worden voorzien van de vereiste woonkwaliteit door de aanwezigheid van voldoende hoge plafonds, grote raamopeningen en private buitenruimten.
Het voorstel is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.
Visueel-vormelijke elementen
De voorgestelde materialisatie in lichte beige baksteen met champagnekleurig aluminium buitenschrijnwerk en terrassen in licht natuurkleurig beton is aanvaardbaar gezien de duurzame stedelijke uitstraling en de lichte kleuren in overeenstemming met de cultuurhistorische witte kleur van de stad Antwerpen.
Bij de uitwerking van de gevels is voldoende aandacht besteed aan de geveldetaillering en geleding zodat het nieuwe gebouw zich integreert in de bestaande omgeving. Bijgevolg is de geveluitwerking verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De appartementen zijn kwaliteitsvol en variëren in oppervlakte en aanbod. De inrichting voldoet aan de actuele eisen inzake gebruiksgenot en wooncomfort. Mits het naleven van de gestelde voorwaarden is het geplande project niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.
Volgend advies werd gegeven door de stedelijke dienst milieuvergunningen: “Het project omvat de sloop van de huidige appartementen, een eengezinswoning en een voormalig tankstation en de bouw van 14 appartementen en commerciële ruimte, gelegen op de hoek van de Haringrodestraat en Lamorinièrestraat te 2018 Antwerpen. In 2007 werd er een OBO uitgevoerd met als resultaat dat er geen BBO noodzakelijk was en het perceel opgenomen dient te blijven in het register van verontreinigde gronden door de historische verontreiniging met arseen in het grondwater. Overeenkomstig Vlarem II hoofdstuk 6.12 dient de uitvoerder van de sloopwerken de nodige maatregelen te nemen om stofemissies tijdens de afbraak zoveel mogelijk te beperken. Er werd gekozen voor buffering van het hemelwater met een hemelwaterput van 6.000 liter. Het dak wordt als groendak voorzien met uitzondering van de terrassen en plaats van de zonnepanelen. Voor de exploitatie van het gebouw (lozing huishoudelijk afvalwater, stookinstallaties,…) dient de exploitant een omgevingsvergunning aan te vragen.”
Stedenbouwkundige handelingen
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Uitsluitingen
Geen vergunning wordt verleend voor het buitenschrijnwerk in het voorgevelvlak ter hoogte van de inpandige terrassen op de 2de, 3de en 4de verdieping, zoals aangeduid in rood op de plannen.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
|
Procedurestap |
Datum |
|
Indiening aanvraag |
26 februari 2018 |
|
Volledig- en ontvankelijk |
28 maart 2018 |
|
Opening openbaar onderzoek |
9 april 2018 |
|
Afsluiten openbaar onderzoek |
8 mei 2018 |
|
Gemeenteraad voor wegenwerken |
geen |
|
Uiterste beslissingsdatum |
10 juli 2018 |
|
Verslag GOA |
22 juni 2018 |
|
naam GOA |
Brenda Dierckx |
Het college sluit zich integraal aan bij de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.