Terug

2018_CBS_06213 - Omgevingsvergunning - OMV_2018022339. Haringrodestraat 87. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
di 10/07/2018 - 11:00 Digitaal - enkel mits goedkeuring S en KB
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Caroline Bastiaens, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, stadssecretaris
2018_CBS_06213 - Omgevingsvergunning - OMV_2018022339. Haringrodestraat 87. District Antwerpen - Weigering 2018_CBS_06213 - Omgevingsvergunning - OMV_2018022339. Haringrodestraat 87. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Onderzoek

De vergunningsaanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek.

Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten

Startdatum

Einddatum

Schriftelijke bezwaarschriften

Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften

Petitielijsten

Digitale bezwaarschriften

9 april 2018

8 mei 2018

0

0

2

1


Bespreking van de bezwaren

  1. 1.      Strijdigheid met de bouwcode: de bezwaarindiener stelt dat de aanvraag strijdig is met enkele artikels uit de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van de stad Antwerpen, bouwcode genoemd. De aanvrager stelt dat niet voldaan wordt aan de artikels 5, 6, 10 en 13;

Beoordeling:  De aanvraag wijkt niet af van artikel 5 inzake het behoud van cultuur-historisch erfgoed. De panden in kwestie zijn namelijk niet gelegen in CHE-gebied of opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
De aanvraag wijkt niet af van artikels 6 en 10 die bepalen dat nieuwe constructies ontworpen moeten worden in harmonie met de kenmerken van de omgeving. Het ontwerp refereert naar de kenmerkende hoogtes van de hoekgebouwen op dit kruispunt en het kenmerkende stedelijke detail om op de hoeken van een bouwblok hoger te bouwen. Niettegenstaande deze totale hoogte werd in de architectuur ook gepast aangesloten op de schaal van de aanpalende woningen, met een kroonlijst die slechts 2,5, respectievelijk 3,5 meter hoger is dan de buurpanden. De invloed inzake bezonning van de aanpalende gebouwen en tuinen is minimaal, zoals aangetoond werd door een bezonningsstudie van de architect.
De aanvraag wijkt af van artikel 13 doordat de uitkraging iets te dicht bij de stoeprand nadert. Dit zal in voorwaarden opgelegd worden bij de vergunning. Het bezwaar is deels gegrond;

  1. 2.      Verlies van zonlicht en verkokering: Doordat het gebouw aanzienlijk hoger is dan de onmiddellijk aanpalenden en bovendien ten zuiden staat van de aanpalende percelen, verliest de aanpalende woning al haar bezonning en rechtstreeks daglicht;

Beoordeling:  Door middel van een zonnestudie werd door de aanvrager aangetoond dat de bovenste twee daklagen op voldoende afstand staan van de perceelsgrenzen en zo geen significante vergroting van de beschaduwing veroorzaken. Hierbij moet opgemerkt worden dat de beschaduwing van de achtertuinzone een bestaand logisch gevolg is van de oriëntatie van de percelen. Er werd ook vastgesteld dat de impact op de bezonning van de erkers aan de voorgevel verwaarloosbaar is. Het bezwaar is ongegrond;

  1. 3.      Parkeerdruk: Er is reeds een hoge parkeerdruk in de omliggende straten. Het project voorziet slechts één parkeerplaats voor 14 woningen en een commerciële ruimte. Door de parkeerdruk af te wentelen op het openbaar domein neemt de parkeerproblematiek in de straat toe;

Beoordeling:  Het specifieke hoekperceel laat niet toe meer parkeerplaatsen te voorzien, de inspanningen zijn reeds maximaal. Volgens de parkeernormen die de dienst Mobiliteit hanteert, bedraagt de bijkomende parkeerdruk 13 wagens. Hierop wordt een belasting geheven, waarmee buurtparking zal worden gerealiseerd. Bij de aanvraag werd een eenvoudige mobiliteitsstudie toegevoegd door een gespecialiseerd studiebureau. Daaruit blijkt dat de negatieve effecten te verwaarlozen zijn. Het bezwaar is ongegrond;

  1. 4.      Maximale terreinbezetting: De bezwaarindiener stelt dat de aanvraag geen bijdrage levert aan de verhoging van het ruimtelijk rendement. Door enkel het bouwperceel te maximaliseren, wordt voorbijgegaan aan de draagkracht van de plaats en de omgeving;

Beoordeling:  Er kan gesteld worden dat het voorliggend ontwerp een kwalitatieve mix bevat van grotere en kleinere woningen, allen met een hoge woonkwaliteit en eigen buitenruimte. Er is geen principieel stedenbouwkundige bezwaar tegen zulke kwalitatieve verdichting van de stedelijke omgeving op korte afstand van een knooppunt van het openbaar vervoer. Het bezwaar is ongegrond;

 

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

Projectnummer :

OMV_2018022339

Gegevens van de aanvrager:

de heer Maxim Vanhalme met als adres Broekstraat 34 te 2110 Wijnegem

Ligging van het project:

Haringrodestraat 87 te 2018 Antwerpen

Kadastrale gegevens:

afdeling 6 sectie F nrs. 1349C7 en 1349E22

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van 14 appartementen en een commerciële ruimte


Omschrijving
aanvraag

Stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

  • 01/09/1986: vergunning (18#68076) voor een gevelwijziging van de woning op nr.87;
  • 30/03/1962: vergunning (18#43618) voor een verbouwing van het hoekpand tot benzinestation met appartementen;
  • 06/05/2014: proces verbaal (AN.66.LB.060401/2014) voor het hoekpand nr. 89 voor werken, wijzigen van het aantal wooneenheden, wijzigen van de hoofdfunctie van het gelijkvloers en het strijdig gebruik hiervan zonder voorafgaandelijke schriftelijke stedenbouwkundige vergunning van het college van burgemeester en schepenen.

Laatst vergunde toestand

  • een eengezinswoning met 3 bouwlagen onder een zadeldak met garage op het gelijkvloers;
  • benzinestation op de hoek met benzinetanks in de kelder, op het gelijkvloers de pompen, doorrij wagens, bureel en smeerstation, en op de 1ste en 2de verdieping telkens een appartement met 3 slaapkamers.

Bestaande toestand

  • conform laatst vergunde toestand.

Inhoud van de aanvraag:

  • nieuwbouw met 7 bouwlagen onder een plat dak;
  • de kelder bevat een fietsenstalling, vuilnisberging en stooklokaal;
  • de gelijkvloerse verdieping bevat een 1-slaapkamerappartement met terras aan achterzijde, een commerciële ruimte en een parkeergarage;
  • de 1ste verdieping bevat twee 3-slaapkamerappartementen met terrassen aan de straatzijde;
  • de 2de, 3de en 4de verdieping bevat telkens twee 1-slaapkamerappartementen met terrassen aan de straatzijde, en een 2-slaapkamerappartement met inpandig terras;
  • de 5de en 6de verdieping vormen een hoekaccent;
  • de 5de verdieping bevat een 2-slaapkamerappartement met ruim terras rondom de hoek;
  • de 6de verdieping bevat een 2-slaapkamerappartement met achteraan een externe draaitrap naar het onderliggende dakterras.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd.

Het bestuursakkoord 2013-2018 benadrukt het belang van een aantrekkelijke woonstad, die jonge gezinnen doet kiezen voor de stad en in de stad houdt. Een kwalitatief woningaanbod van voldoende grote woningen en appartementen is hierbij cruciaal. Deze beleidswens werd nogmaals bekrachtigd in de beleidsrichtlijn over wonen waar de aandacht werd gevestigd op het beschermen van eengezinswoningen. In zitting van 9 juni 2017 heeft het college van schepenen en burgemeester deze beleidsrichtlijn voor het beschermen van eengezinswoningen als actualisering van de bouwcode goedgekeurd. Omwille van de aantrekkelijkheid van deze woningen voor gezinnen is het wenselijk dat deze in de toekomst niet meer opgedeeld worden in kleinere woningen of ingenomen worden door een andere functie.

In zitting van 30 maart 2018 heeft college van burgemeester en schepenen het voorontwerp van de wijziging van de bouwcode goedgekeurd waarbij het beschermen van eengezinswoningen werd verfijnd en opgenomen in de bouwcode evenals de minimale oppervlakte van een woongelegenheid. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 mei 2018 de herziening van de verordening ‘Bouwcode’ goedgekeurd met bevestiging van de bescherming van eengezinswoningen.

De aanvraag handelt over de omvorming van een eengezinswoning met een bruto-oppervlakte van ongeveer 174 m², dit is onder de limiet van 350 m² opgenomen in artikel 23 van de bouwcode – “Beschermen van eengezinswoning” zoals door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd dd 25 mei 2018. Het omvormen van een eengezinswoning die een te beschermen eengezinswoning is, naar een meergezinswoning is toegelaten mits minimum één zelfstandige woning met een netto-vloeroppervlakte van minstens 130 m² met een aansluitende buitenruimte van minimum 15 m² gerealiseerd wordt. Deze aanvraag voldoet hier niet aan, de unit met de ruimste netto vloeroppervlak benaderd de 91 m² met een terras van 6 m², de gemiddelde oppervlakte van de voorziene units is 68 m², hierdoor dient deze aanvraag geweigerd te worden. Tevens is het volgens de herziene bouwcode verboden om een te beschermen eengezinswoning samen te voegen met een ander gebouw met het oog op het omvormen van het samengevoegde geheel tot meerdere woonentiteiten.

Door het voorzien van een project met meerdere eenheden, die op zich veelal kleiner worden uitgevoerd dan de bestaande typologie, wordt enerzijds de draagkracht van het perceel overschreden maar wordt bovendien de woonbalans in de buurt aangetast. Op deze wijze zal een gewenste variatie in doelpubliek niet meer mogelijk zijn aangezien de geplande wooneenheden niet meer volwaardig geschikt zijn voor het huisvesten van iets ruimere gezinnen en een gezonde sociale mix hierdoor zal verdwijnen. Het voorgestelde project beantwoordt niet aan de goede ruimtelijke ordening. 

Externe adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Digit - brandweer/ risicobeheer/ preventie

3 april 2018

2 mei 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - FOD Mobiliteit en Vervoer - Dienst Luchtvaart

3 april 2018

Geen tijdig advies ontvangen

Geen tijdig advies ontvangen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan

Digit - Eandis / IMEA

3 april 2018

19 april 2018

Voorwaardelijk gunstig

Digit - PROXIMUS

3 april 2018

9 april 2018

Gunstig

Digit - OVAM - Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij

3 april 2018

17 april 2018

Geen advies


Interne adviezen

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

stadsontwikkeling/ geacht vergund

3 april 2018

16 april 2018

stadsontwikkeling/ vergunningen/ milieuvergunningen)

3 april 2018

11 april 2018

stadsontwikkeling/ mobiliteit

3 april 2018

10 april 2018

ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie

3 april 2018

4 april 2018

DL adresbeheer (huisnummers)

3 april 2018

4 april 2018


Toetsing voorschriften

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s’

Het gewestplan kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar PLANNING > Plannen > Bestemmingsplan > Gewestplan

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.  

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (verder genoemd verordening hemelwater).

De verordening hemelwater kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Hemelwater

De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.

  • Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen > Toegankelijkheid publieke gebouwen

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):

  • artikel 21 Verticale plateauliften:
    liften in een afgesloten koker moeten minstens liften zijn van het type 2 zoals omschreven in de EN 81-70; liften van het type 2 meten 1,40 x 1,10 meter; het grondplan vermeld enkel een liftschacht van 1,90 x 1,60 meter;
  • artikel 22 Algemene bepalingen toegangen en deuropeningen:
    de ruwbouwmaten van toegangen of deuropeningen moeten minstens 100 cm zijn, zodat na afwerking een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 85 cm gegarandeerd wordt; de ruwbouwmaten v/d toegangsdeuren zijn ingetekend met een breedte van +/- 80  cm;
  • artikel 24 Draairuimte:
    bij manueel te bedienen deuren moet de buitenste rand van de vrije en vlakke draairuimte aan de trekzijde van de deur, het draaivlak van de deur raken en moet de buitenste rand van de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde van de deur, het gesloten deurvlak draaien; de  deur van de inkomhal naar de lifthal en de toegangsdeuren naar de appartementen werd steeds aan één vlak met de wand ingetekend ipv in het midden van de wand om de diepte tot de deurkruk te beperken;
  • artikel 25 Vrije en vlakke wand- en vloerbreedte naast deur:
    bij een manueel te bedienen deur moet naast de krukzijde voor een vrije en vlakke wand- en vloerbreedte worden gezorgd, met een ruwbouwmaat van minstens 45 cm, zodat na de afwerking een vrije en vlakke wand- en vloerbreedte van minstens 50 cm gegarandeerd wordt; de binnenzijde van de inkomdeur naar de gemeenschappelijke inkomhal voldoet hier niet aan, alsook de deur van de lifthal naar deze inkomhal op het gelijkvloers; verder is dit ook niet oké bij appartement 2.3, 3.3, en 4.3;
  • artikel 27 Parkeerplaatsen:
    bij dwarsparkeren bedraagt de breedte van de aangepaste parkeerplaats minstens 350 cm en bij langsparkeren bedraagt de lengte minstens 600 cm; de opgetekende parkeergarage meet 264 cm breed en heeft een lengte van maximaal 557 cm.

Algemene bouwverordeningen

Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be, ga naar WETGEVING > Verordeningen

De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

  • Overwelven waterlopen: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het overwelven of inbuizen van niet geklasseerde waterlopen en waterlopen van 3de categorie (verder genoemd verordening overwelven waterlopen), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 26 januari 2009 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 4 juni 2009.

De verordening overwelven waterlopen kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘overwelven waterlopen’

De verordening overwelven waterlopen is niet van toepassing op de aanvraag.

  • Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.

De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘bouwcode’

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 13 Ondergrondse en bovengrondse uitsprongen:

§3 bovengrondse geveluitsprongen moeten begrepen zijn tussen twee verticale vlakken onder een hoek van 45° ten opzichte van elke erfscheiding; bij de uitkragende terrassen op de 1ste t/m 4de verdieping die grenzen met Haringrodestraat 85 is deze hoek kleiner dan voorgeschreven;

§5 de uitkraging van de geveluitsprongen boven de openbare ruimte moet minstens 0,75 meter (horizontaal gemeten) van de voetpadrand verwijderd blijven; bij de terrassen die grenzen aan de Lamorinièrestraat bedraagt deze afstand slechts 70 cm;

  • artikel 26 Afvalverzameling:
    §3 functies anders dan wonen dienen een afgescheiden ruimte voor afvalberging te hebben die voorzien wordt van verluchting en minimaal 4m² groot is; een afvalberging mag gedeeld worden door verschillende functies maar mag nooit gedeeld worden met afvalbergingen ten behoeve van woonfuncties, met uitzondering van de afvalberging van kantoorfuncties en diensten; deze afvalberging voldoet alzo niet mocht er een handelszaak worden ingericht in de commerciële ruimte;
  • artikel 27 Open ruimte:
    hoekpercelen minder dan 20 meter diep aan beide straatkanten kunnen afwijken van de verplichting om minimaal 20% van de oppervlakte van het perceel onbebouwd te laten;
    er wordt een vrije ruimte van 6,2m² open gelaten;
  • artikel 28 Minimale oppervlakte buitenruimte:
    appartement 1.1  en 1.2 beschikken over een terras van respectievelijk 6m²  en 6,5m² maar zouden voor een 3-slaapkamerappartement moeten beschikken over een terras van 8m²;

de terrassen van de hoekappartementen op de 2de, 3de en 4de verdieping beschikken volgens het plan over een terras van 6m² maar het is niet duidelijk hoe deze toegankelijk zijn;

  • artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: 
    §2  4° vanaf 30 fietsstal- of fietsparkeerplaatsen dient er minimaal 1 elektrisch oplaadpunt aanwezig te zijn, op de plannen staat dit niet ingetekend;
  • artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren:
    de opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak is niet voorzien;
  • artikel 36 Zonnepanelen en zonnecollectoren:
    enkel ingetekend op grondplan dak en niet op snede en daarmee niet te beoordelen of de hoogte beperkt is tot 1,5 meter.

Sectorale wetgeving

  • MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld. De betrokken overheid doet dat op het ogenblik van de beslissing over de ontvankelijk- en volledigheid van de vergunningsaanvraag of, bij gebreke daaraan, binnen 90 dagen na de datum van ontvankelijk- en volledigheid.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt

geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

  • Watertoets: overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

  • Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode.

De kwaliteitsnormen  voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op ‘kwaliteitsbesluit’

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

De aanvraag wijkt af van artikel 13 van de bouwcode. Op de plannen zijn de gevelerkers niet getekend onder een hoek van 45° en is de afstand tot de voetpadrand slechts 70 cm in de Lamorinièrestraat. De aanvrager geeft echter aan in de beschrijvende nota dat hij voldoet aan deze specifieke bepalingen. Er is dan ook geen reden om af te wijken. Beiden worden als voorwaarden opgelegd bij de vergunning.

De aanvraag voldoet niet aan artikel 28 van de bouwcode. De terrassen van de 3-slaapkamerappartementen voldoen niet aan de minimale oppervlakte van 8m². Omwille van de kwalitatieve interne indeling van de appartementen en een goed ruimtegebruik, kan hier een afwijking toegestaan worden met behulp van artikel 3 van de bouwcode. Er wordt met artikel 3 ook een afwijking toegestaan op artikel 27. Op een hoekperceel is het ruimtelijk aanvaardbaar dat minder dan 20% van het perceel open ruimte is. In alle redelijkheid kan de bestaande buitenruimte op maaiveldniveau behouden blijven.

In overeenstemming met artikel 28, wordt in voorwaarde uitdrukkelijk opgelegd om de inpandige terrassen bij de hoekappartementen in te richten als toegankelijke buitenruimte en niet als een door glas omgeven binnenruimte. Daarom wordt ook het schrijnwerk op deze plaats uitgesloten;

Om te voldoen aan artikel 26 wordt in voorwaarde opgelegd dat de gelijkvloerse ruimte gebruikt wordt als kantoor. Op deze manier wordt ook een eenduidige stedenbouwkundige hoofdfunctie gedefinieerd voor de ‘casco’ ruimte (ingetekend met bureaus).

Conform artikel 29 wordt in voorwaarde opgelegd om minimaal 1 elektrisch oplaadpunt te voorzien in de fietsenberging. Conform artikel 36 wordt de hoogte van de zonnepanelen beperkt tot 1,5 meter.

Volgens de plannen wordt de verhoogde scheidingsmuur op de perceelsgrens niet uitgevoerd met een opstand van 30cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 34 van de bouwcode. De minimale opstand die in dit artikel wordt gevraagd, is noodzakelijk om brandoverslag te voorkomen. Aangezien het advies van de brandweer reeds strikte voorwaarden bevat over de minimale brandreactie van de dakafwerking kan een afwijking van dit artikel bekomen worden op basis van artikel 3 van de bouwcode.

De aanvraag voldoet niet aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, maar gezien de beperkte afwijkingen, kan de stedenbouwkundige vergunning toch worden verleend mits de in voorwaarde opgelegde aanpassingen integraal worden uitgevoerd. Deze aanpassingen worden als voorwaarde opgelegd in de stedenbouwkundige vergunning.

Een afwijking wordt toegestaan voor artikel 27, zoals voorzien in de bepalingen van artikel 33 van de verordening toegankelijkheid.

Er wordt opgemerkt dat de aanvraag niet voldoet aan de artikels 22 en 23 van het goedgekeurde voorontwerp van de nieuwe bouwcode. 

Functionele inpasbaarheid

Het bouwen van een meergezinswoning is in overeenstemming met de bestemming van het perceel en de aanwezige woonfuncties op de omliggende percelen.

Voor het bouwen van een kleine ruimte in de plint, voorzien voor kantoor/handel, werd volgend advies gegeven door de stedelijke dienst ‘ondernemen en stadsmarketing/ business en innovatie’:

“Gelet op de locatie op de hoek van twee straten, is het voorzien van deze ruimte gunstig te beoordelen. Dit type zichtbare en strategische hoekpanden leent zich zeer goed voor kleinere publiekstrekkende functies in de brede zin van het woord. Op die manier krijgt het gebouw ook deels een levendige plint en identiteit.”

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Deze aanvraag bevat een mobiliteitstoets, waarbij een studie werd gedaan naar de mobiliteitsimpact van het project. Daaruit blijkt onder andere dat de locatie enerzijds zeer goed ontsloten is voor het openbaar vervoer en de fiets en anderzijds dat er in de omgeving meerdere grote private parkeerkelders worden uitgevoerd en dat er een duidelijk aanbod van garages, te koop of te huur, bestaat in de buurt. De verwachte negatieve mobiliteitseffecten zijn volgens de studie beperkt.

Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 16 parkeerplaatsen.

Uit het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit:

“De parkeerbehoefte wordt bepaald op het nieuw bouwen van 14 appartementen en een commerciële ruimte.

-          7 appartementen < 60m² met parkeernorm 1.05 -> 7 x 1.05 = 7.35

-          6 appartementen tussen 60m² en 90m² met parkeernorm 1.2 -> 6 x 1.2 = 7.2

-          1 appartement > 90m² met parkeernorm 1.35 -> 1 x 1.35 = 1.35

-          Voor de 55m² commerciële ruimte wordt er gezien de beperkte oppervlakte geen parkeerbehoefte bepaald.

De werkelijke parkeerbehoefte is 16.”

De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

“Er is 1 nuttige parkeerplaats op het gelijkvloers.”

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

Dit perceel betreft een hoekperceel met beperkte afmetingen. De grootte en vorm van het perceel laten het bouwen van meer plaatsen niet toe zonder onaanvaardbaar verlies van een kwalitatieve levendige plint, zoals voorgeschreven in artikel 12 van de bouwcode (Levendige plint).  Er werd door de aanvrager met een ruimtelijke studie aangetoond dat het uitvoeren van een ondergrondse parking niet mogelijk is op dit perceel.

Om deze reden wordt aanvaard dat de werkelijke parkeerbehoefte niet volledig gerealiseerd wordt.

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 16 – 1 = 15.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 15.

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

“De laatst vergunde toestand was een tankstation met 2 bovenliggende appartementen en een eengezinswoning met garage. De 2 appartementen beschikten niet over een eigen parkeerplaats.

Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 2.”

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 2 parkeerplaatsen. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 15 – 2 = 13.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen van 29 mei 2017. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 13 plaatsen.


Het advies Mobiliteit bevat ook het volgende over de fietsvoorzieningen:

“Voor de 14 appartementen moeten er 37 fietsstalplaatsen voorzien worden:

-          7 appartementen met 1 slaapkamer = 7 x 2 (1 slaapkamer + 1 extra) = 14

-          5 appartementen met 2 slaapkamers = 5 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 15

-          2 appartementen met 3 slaapkamers = 2 x 4 (3 slaapkamers + 1 extra) = 8

 Er worden 38 fietsstalplaatsen voorzien in de kelder die te bereiken zijn via een fietstrap.”

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het bouwvolume zoals voorgesteld. De stedenbouwkundige inpassing is tweeledig: een hoofdvolume dat aansluit bij de schaal van het eigen bouwblok en de aanpalende bebouwing, en een hoekaccent dat met zijn hoogte refereert naar de andere hoekgebouwen op de tegenoverliggende hoeken. De impact op de achterliggende tuinen is gering door de hoofdzakelijke oriëntering van de nieuwe wooneenheden naar de straatzijde.

Alle woongelegenheden worden voorzien van de vereiste woonkwaliteit door de aanwezigheid van voldoende hoge plafonds, grote raamopeningen en private buitenruimten.

Het voorstel is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.

Visueel-vormelijke elementen

De voorgestelde materialisatie in lichte beige baksteen met champagnekleurig aluminium buitenschrijnwerk en terrassen in licht natuurkleurig beton is aanvaardbaar gezien de duurzame stedelijke uitstraling en de lichte kleuren in overeenstemming met de cultuurhistorische witte kleur van de stad Antwerpen.

Bij de uitwerking van de gevels is voldoende aandacht besteed aan de geveldetaillering en geleding zodat het nieuwe gebouw zich integreert in de bestaande omgeving. Bijgevolg is de geveluitwerking verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De appartementen zijn kwaliteitsvol en variëren in oppervlakte en aanbod. De inrichting voldoet aan de actuele eisen inzake gebruiksgenot en wooncomfort. Mits het naleven van de gestelde voorwaarden is het geplande project niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.

Volgend advies werd gegeven door de stedelijke dienst milieuvergunningen: “Het project omvat de sloop van de huidige appartementen, een eengezinswoning en een voormalig tankstation en de bouw van 14 appartementen en commerciële ruimte, gelegen op de hoek van de Haringrodestraat en Lamorinièrestraat te 2018 Antwerpen. In 2007 werd er een OBO uitgevoerd met als resultaat dat er geen BBO noodzakelijk was en het perceel opgenomen dient te blijven in het register van verontreinigde gronden door de historische verontreiniging met arseen in het grondwater. Overeenkomstig Vlarem II hoofdstuk 6.12 dient de uitvoerder van de sloopwerken de nodige maatregelen te nemen om stofemissies tijdens de afbraak zoveel mogelijk te beperken. Er werd gekozen voor buffering van het hemelwater met een hemelwaterput van 6.000 liter. Het dak wordt als groendak voorzien met uitzondering van de terrassen en plaats van de zonnepanelen. Voor de exploitatie van het gebouw (lozing huishoudelijk afvalwater, stookinstallaties,…) dient de exploitant een omgevingsvergunning aan te vragen.”

Advies aan het college

Stedenbouwkundige handelingen

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

  1. de bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van 1e ingebruikname/exploitatie strikt na te leven;
  2. de uitkragende terrassen op de 1ste tot en met de 4de verdieping uit te voeren met een hoek van 45° ten opzichte van de erfscheiding;
  3. de geveluitsprongen behouden een afstand van minstens 75 cm vanaf de voetpadrand;
  4. de gelijkvloerse ‘casco’ ruimte te gebruiken als ruimte voor diensten, bijvoorbeeld een kantoor;
  5. de inpandige terrassen bij appartementen 2.2, 3.2 en 4.2 uit te voeren als toegankelijke buitenruimte;
  6. minimaal 1 elektrisch oplaadpunt te voorzien in de fietsenberging;
  7. de hoogte van de zonnepanelen te beperken tot 1,5 meter;
  8. voorwaarden met betrekking tot toegankelijkheid:
    De liftkooi moet minimale binnenmaten hebben van 1,40 x 1,10 meter;
  9. de toegangsdeuren van de appartementen en de deuren naar de gemeenschappelijke ruimtes hebben een ruwbouwmaat van minstens 100 cm breedte, zodat na afwerking een minimale doorgangsbreedte van 85 cm gegarandeerd wordt;
  10. de toegangsdeuren van de appartementen en de deuren naar de gemeenschappelijke ruimtes worden op zo’n manier in de dag geplaatst dat de vrije vlakke draairuimte het gesloten deurvlak raakt. Dit om de diepte tot de deurkruk te beperken;
  11. de brievenbussen in de inkomhal moeten onderrijdbaar zijn tot een hoogte van minimaal 70 cm zodat voldoende draairuimte bestaat naast het draaivlak van de toegangsdeuren;
  12. na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten opgelegd door de Vlaamse Wooncode en het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen;

Uitsluitingen

Geen vergunning wordt verleend voor het buitenschrijnwerk in het voorgevelvlak ter hoogte van de inpandige terrassen op de 2de, 3de en 4de verdieping, zoals aangeduid in rood op de plannen.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

26 februari 2018

Volledig- en ontvankelijk

28 maart 2018

Opening openbaar onderzoek

9 april 2018

Afsluiten openbaar onderzoek

8 mei 2018

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Uiterste beslissingsdatum

10 juli 2018

Verslag GOA

22 juni 2018

naam GOA

Brenda Dierckx

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal  aan bij de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt.

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.