Terug
Gepubliceerd op 02/11/2022

2022_CBS_08790 - Klimaat & Leefmilieu - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2020 - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 28/10/2022 - 09:00 Stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tom Meeuws, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2022_CBS_08790 - Klimaat & Leefmilieu - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2020 - Kennisneming 2022_CBS_08790 - Klimaat & Leefmilieu - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2020 - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 9 januari 2009 (jaarnummer 102) ondertekende de stad Antwerpen het Europese Burgemeestersconvenant of ‘Covenant of Mayors’. De stad Antwerpen ondertekende op 29 september 2017 (jaarnummer 8578) het daaropvolgende Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie. De stad Antwerpen ondertekende vervolgens op 5 oktober 2021 (jaarnummer 7562) het Burgemeestersconvenant 2050. Deze convenanten zijn een initiatief van de Europese Commissie. Ze hebben tot doel om steden te verenigen in een permanent netwerk voor de uitwisseling van goede praktijken ter bevordering van energie-efficiëntie, klimaatmitigatie en klimaatadaptatie in de stedelijke omgeving. Van de deelnemende steden wordt verwacht dat zij op lokaal niveau de Europese klimaatdoelstellingen nastreven. In het kader van het Burgemeestersconvenant heeft de stad een stedelijk klimaatplan opgesteld en rapporteert ze periodiek over de evolutie van de broeikasgassen op haar grondgebied. 

Het college nam kennis van de resultaten van de emissie-inventarissen op 17 mei 2013 (emissie-inventaris 2010, jaarnummer 4880), 6 juni 2014 (emissie-inventaris 2012, jaarnummer 6029), 16 december 2016 (emissie-inventaris 2014, jaarnummer 11072), 12 januari  2018 (emissie-inventaris 2015, jaarnummer 308), 26 oktober 2018 (emissie-inventaris 2016, jaarnummer 9399), 7 februari 2020 (emissie-inventaris 2017, jaarnummer 1286),  20 november 2020 (emissie-inventaris 2018, jaarnummer 9646), 29 oktober 2021 (emissie-inventaris 2019, jaarnummer 8749).

Het college keurde op 18 juni 2021 de gunning goed voor het opmaken van een emissie-inventaris voor de jaren 2019 (uitvoering in 2021) en 2020 (uitvoering in 2022).

Argumentatie

1. Resultaten

De emissie-inventaris geeft de evolutie van CO2-emissies weer vergeleken met het referentiejaar 2005. Om de voortgang in het stedelijk energie- en klimaatbeleid in kaart te brengen, werden de cijfers tot nu toe tweejaarlijks en vanaf 2015 jaarlijks geactualiseerd. Het voorliggend rapport is de actualisering van de emissie-inventaris voor het stedelijk grondgebied van de stad Antwerpen voor het jaar 2020. De emissie-inventaris 2020 bevat 2 delen. Het eerste deel bevat de cijfers die aan het Europese bureau van het Burgemeestersconvenant overgemaakt zullen worden. Het rapport bevat ook beperkte updates van de COemissie-inventarissen 2005, 2007, 2010, 2012, 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019. De updates betreffen voornamelijk de verwerking van de gewijzigde datareeks voor de nationale emissiefactor elektriciteit, emissies wegverkeer, emissies niet-ETS industrie, emissies ETS industrie, en de inkanteling van het OCMW in de stedelijke administratie. Het tweede deel gaat over de bijkomende broeikasgassen uit sectoren die niet onder de rapportage voor het Burgemeestersconvenant vallen.  Het gaat over emissies gelinkt aan de uitstoot van de ETS-industrie (ETS = emissions trading scheme, het systeem van verhandelbare emissierechten voor energie-intensieve industrie), de zeevaart, de natuur en de landbouw.

1.1 Burgemeestersconvenant

Evolutie per sector

kiloton CO2-equivalent (CO2e)

       2005

       2019

       2020

T.o.v. 2005

T.o.v. 2019

residentieel

1.088 

662 

653

-40,0

-1,4%

handel en diensten (exclusief stedelijke diensten)

687

548

538

-21,7%

-1,8%

transport (exclusief stedelijke vloot)

809 

844

693

-14,3%

-17,9%

industrie (niet-ETS)

551 

250

232

-57,9%

-7,2%

lokale energieproductie (niet-ETS) ( exclusief stedelijke productie)

258 

242

232

-9,9%

-4,0%

stedelijke diensten, stedelijke vloot, stedelijke lokale energieproductie

138 

80

84

-39,4%

4,7%

overige

16 

44 

38

134,0%

-13,6%

totaal

3.547

2.671*

2.469*

-30,4%

-7,6%

* Om de tabellen leesbaar te houden worden cijfers na de komma niet weergegeven. Hierdoor kunnen de totalen een afwijking tonen. De totalen zijn wel correct. 

Bespreking 

De totale emissies bedroegen 2.469 kTon CO2e in 2020. Ten opzichte van 2005 stellen we een daling met 30,4% (1078 kTon CO2e) vast. De sector residenteelt daalt met 40%, de sector handel en diensten neemt af met 21,7%, de sector transport daalt met 14,3%, de sector industrie daalt met 57,9%, de lokale energieproductie daalt met 9,9% en de stedelijke diensten dalen met 39,4%. De voornaamste redenen van deze reductie ten opzichte van 2005 zijn een daling van het elektriciteitsverbruik (- 15%), een lagere Belgische en lokale emissiefactor voor elektriciteit ( respectievelijk -44% en -80% ), een lager verbruik van fossiele brandstoffen in de sectoren huishoudens, transport en industrie en een verschuiving naar minder CO2e-intensieve brandstoffen.


Ten opzichte van 2019 zien we een daling in de totale emissies van 7,6% (202 kTon CO2e). De voornaamste reden is  een daling in emissies van de Transportsector van 17,9% . Dit is voornamelijk toe te wijzen aan de gevolgen van de covid-19 pandemie. Daarnaast zien we ook nog een significante daling bij de niet-ETS Industrie emissies  (7,2% ) en bij Energieproductie (4,0%). De toename bij de stedelijke diensten ten opzichte van 2019 wordt mede verklaard door de inkanteling van 4 grote provinciale gebouwen.

De ambitie van de stad Antwerpen voor het totaal van broeikasgassen conform het Burgemeestersconvenant is een reductie met 20% tegen 2020 ten opzichte van de emissies in 2005. Deze doelstelling werd reeds bereikt in 2016 en bevestigd in 2017, 2018, 2019 en 2020.  

De ambitie van stad Antwerpen voor het totaal van broeikasgassen conform het Klimaatplan 2030 'Antwerpen voor Klimaat' is een reductie met 50% tot 55% tegen 2030 ten opzichte van de emissies in 2005. In een lineaire vertaling (2005-2030) liggen we momenteel met een reductie van 30,4% op koers om deze doelstelling te behalen.

De stad Antwerpen heeft de  ambitie om in 2020 13% van de totale elektriciteitsvraag op eigen grondgebied te produceren in de vorm van hernieuwbare elektriciteit. In 2020 werd 25% elektriciteit lokaal opgewekt, waarvan 19% in de vorm van hernieuwbare elektriciteit. Dat betekent dat de stad deze doelstelling behaald heeft.

De ambitie van stad Antwerpen voor de stedelijke diensten en stedelijke vloot is een halvering (-50%) van de emissies van de stedelijke diensten in 2020 t.a.v. 2005. Dit is nu -39,4% voor de stedelijke diensten. Deze doelstelling is niet bereikt in 2020. 

Naast ambities voor het totaal van broeikasgassen en hernieuwbare energie ambieert de stad Antwerpen ook voor energieverbruik een reductie van 20% in 2020 t.o.v. 2005. Voor 2020 tekenen we een reductie op van 10%. Een gedeeltelijke verklaring hiervoor schuilt in de graaddagcorrectie. Dat betekent dat de stad Antwerpen deze doelstelling niet heeft behaald.

2. Bijkomende broeikasgasemissies

Voor de rapportering binnen de Covenant of Mayors worden de bijkomende emissies uit zeevaart, ETS, landbouw en natuur niet meegenomen. Daarnaast moet ook worden opgemerkt dat de evolutie in ETS- emissies weinig of niets vertelt over het succes van het Antwerps klimaatbeleid of van de koers richting klimaatneutraliteit. Het stijgen of dalen van deze emissies op Antwerps grondgebied wijzigt niets aan de stapsgewijze afbouw van deze emissies op Europees niveau, volgens een pad dat hoe dan ook vastligt. Het kan juist goed zijn dat nieuwe investeringen binnen de ETS-industrie in de Antwerpse haven plaatsvinden in plaats van elders. In Antwerpen beschikken we over meer mogelijkheden om via synergiën binnen het industriële ecosysteem, via een aanbod van ingevoerde hernieuwbare brand- en grondstoffen en via geplande infrastructuur voor CO2-afvang, -transport en –recyclage, de koolstofvoetafdruk van de industriële productie systematisch verder te verkleinen. De kansen die hier liggen om energie-efficiënter te produceren dan elders, vergroten de toegevoegde waarde die binnen de Europees vastgelegde milieugebruiksruimte kan worden voortgebracht. 

De bijkomende broeikasgasemissies op het grondgebied van de stad Antwerpen bedroegen 14.295 kTon CO2e. In 2005 bedroegen deze 13.858 kTon CO2e. Dit is een stijging met 5,1%. ETS domineert met 98% van deze bijkomende emissies. 

Enige voorzichtigheid is noodzakelijk bij het interpreteren van deze resultaten. ETS-emissies tussen verschillende jaren kunnen niet eenvoudigweg vergeleken worden, omdat de scopes tussen de verschillende ETS-fasen kunnen verschillen. Fase 1 en 2 (2005-2012), fase 3 (2013-2020) en fase 4 (vanaf 2020) dekken niet altijd hetzelfde bereik aan activiteiten, sectoren en/of broeikasgassen. 

 3. Verder gebruik van de gegevens

De resultaten van de emissie-inventaris in het kader van de rapportering van het Burgemeestersconvenant zullen ontsloten worden voor de stedelijke diensten en het grote publiek. De cijfergegevens worden overgemaakt aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant.

Beleidsdoelstellingen

2 - Leefbare en mobiele stad
2LMS02 - Leefmilieu
2LMS0201 - Antwerpen wordt een klimaatneutrale stad
2LMS020101 - Uitvoering klimaatplan mitigatie

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2020.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/K&L de rapportering van de cijfergegevens aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant 
SW/K&L de publicatie van het rapport op de stedelijke webkanalen

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • Emissie-inventaris 2020