Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024015526 |
Gegevens van de aanvrager: | An Van Dyck - Wim Van Dyck met als adres Driehoekstraat 304 te 2180 Antwerpen |
Ligging van het project: | Driehoekstraat 304 te 2180 Ekeren (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 35 sectie F nr. 32E6 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen van een eengezinswoning met een winkel tot een meergezinswoning met twee woonentiteiten |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 05/03/2024: statusrapport;
- 23/08/1971: vergunning (803#7492) voor het bouwen van een winkel met eengezinswoning;
- 26/07/1965: verkavelingsvergunning (196511) voor een nieuwe verkaveling.
Vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- overeenkomstig de vergunde toestand, uitgezonderd:
Nieuwe toestand
- conform vergunde toestand, afgezien van:
- functie:
- 1 één-slaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van ± 80,16 m²;
- 1 twee-slaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van ± 104,11 m²;
- bouwvolume:
- diepte: 8,57 m;
- breedte: 3,50 m;
- hoogte: 3 m;
- gevelafwerking:
- gevelafwerking garage:
Inhoud van de aanvraag
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden, van 1 naar 2;
- uitbreiden van het volume;
- bouwen van een garage aan de zijde van de Vogelkersstraat;
- slopen van de niet-vergunde constructie, achteraan op de gelijkvloerse verdieping;
- aanleggen van een dakterras, achteraan op de eerste verdieping;
- isoleren van de gevels.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 9 april 2024 | 15 mei 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Business en Innovatie | 9 april 2024 | 19 april 2024 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 9 april 2024 | 17 april 2024 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 9 april 2024 | 17 april 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt in de verkaveling 196511, goedgekeurd op 26 juli 1965, meer bepaald in lot(en) 15.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verkavelingsvergunning op volgende punten:
- de bouwdiepte van het bijgebouw (de garage) bedraagt 8,57 m, in plaats van de op plan opgetekende 5 m, en het volume wordt gebouwd tot tegen de perceelsgrens erachter;
- verplichte afsluitingsmuur: volgens de verkavelingsvoorschriften dient er een tuinmuur te worden opgetrokken in het verlengde van de voorgevel van het bijgebouw achteraan, naar voren toe, naar de woning (opgelegde hoogte: 2,50 m). Betreffende muur wordt niet voorzien en hiervoor wordt een afwijking aangevraagd in de beschrijvende nota.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
- Programmatorische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
Voorliggende aanvraag is strijdig met een aantal bepalingen van de geldende regelgeving en voor een deel daarvan kunnen in de eindevaluatie voorwaarden worden opgenomen, zodat het project in uitvoering alsnog aan de artikels in kwestie zal voldoen.
Bijkomend wijkt de aanvraag echter af inzake vrije plafondhoogte: zo bedraagt deze voor de gelijkvloerse bouwlaag slechts 2,42 m en voor de bovengelegen verdiepingen respectievelijk 2,55 en 2,57 m, terwijl dit in se voor elk niveau minimaal 2,60 m dient te zijn; mede door het feit dat dit voor de verdiepingen in vergunde toestand 2,65 m betrof.
Wat de gelijkvloerse bouwlaag betreft is er echter in vergunde toestand reeds sprake van een toegelaten vrije plafondhoogte van 2,40 m en dit voor een verblijfsruimte (of hieraan gelijkgestelde handelsruimte, volgens betreffend artikel van de Antwerpse bouwcode); de in uitvoering licht verhoogde maatvoering is hier dus zonder meer al een geringe verbetering te noemen – de beperkte zijdelingse uitbreiding (1,40 m breed) hanteert ook deze (principieel te beperkte) hoogtemaat en dit om technische redenen; echter zou het opleggen van een verhoging van deze smalle strook qua ruimtewinst niet in verhouding staan tot de te nemen ingrepen noch zou de beperkte verhoging enige positieve impact hebben op de leefkwaliteit van betreffende woonunit.
In tweede instantie is de beperking in hoogte van de bovengelegen verdiepingen relatief beperkt te noemen ten aanzien van het vereiste minimum, namelijk 2,55 en 2,57 m in plaats van vermelde 2,60 m – zijnde slechts 1 à 2 %. Bijkomend kan gefundeerd worden aangenomen dat deze aanpassing in hoogte reeds plaatsvond op het moment van uitvoering (± 1971 – 1972) en er dus kan uitgegaan worden van het vermoeden van vergunning.
Aanvullend blijkt het nieuwe garagevolume achteraan wel te voldoen qua locatie van voorgevelbouwlijn en de erdoor ingenomen breedte doch niet inzake dieptemaat; laatstgenoemde zou beperkt moeten blijven tot een diepte van ± 5,30 m, terwijl het volume wordt doorgetrokken tot de perceelsgrens achteraan en een diepte van 8,57 m hanteert. Er is op zich ruimtelijk niets aan te merken op dergelijke inplanting, dit aangezien deze zone voor alle aanpalende percelen eenduidig als de strook voor bijgebouwen geheel achteraan in de tuin wordt gedefinieerd – er is echter geen stedenbouwkundige aanleiding om in de hoek van dit stuk grond een deel van zo’n 3 m verplicht onbebouwd te laten, aangezien dit zonder meer ingesloten zou worden door de aangrenzende bijgebouwen, dit met de nodige ongunstige schaduwvorming en nadelige impact tot gevolg. Op deze wijze wordt ook een duidelijke afbakening van de deelzones van de tuin bewerkstelligd.
Ten slotte blijkt de garage niet te worden verbonden met de woning vooraan, dit door middel van een bakstenen muur met een hoogte van 2,50 m; hiervoor werd eenduidig een afwijking gevraagd en omwille van het feit dat de belevings- en gebruikskwaliteit van de tuin (en de eraan gekoppelde wooneenheid) door het optrekken van vermelde muur sterk verminderd wordt, kan gefundeerd worden geoordeeld dat de muur waarvan sprake niet meer in overeenstemming is met de hedendaagse richtlijnen inzake goede ruimtelijke ordening.
Op basis van bovenstaande argumentatie wordt dan ook zonder meer geadviseerd om voor elk van de opgesomde afwijkingen deze als dusdanig te bekrachtigen.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag beoogt het omvormen en beperkt uitbreiden van een eengezinswoning met complementaire functie naar een volwaardige meergezinswoning met 2 wooneenheden en gelet op de verenigbaarheid van laatstgenoemde functie met de specifieke bestemmingsvoorschriften van de van kracht zijnde verkaveling, is er in deze dan ook effectief sprake van een correcte functionele inpasbaarheid.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De nieuwe volumetrie, inclusief die van de nieuwe garage, voldoet grotendeels aan de richtlijnen dienaangaande van de geldende verkaveling. Enkel betreffende de diepte van vermelde garage is er sprake van een beperkte afwijking, dewelke reeds uitvoering werd besproken en gunstig werd geëvalueerd in de eerste paragraaf hierboven.
Het advies inzake schaal en ruimtegebruik is dan ook zonder meer gunstig.
Visueel-vormelijke elementen
De gehanteerde materialen, lichtbeige gevelsteen, wit schrijnwerk en betonnen sierelementen, zijn geheel in de lijn van de bestaande materialisatie van het pand en worden bijgevolg gewoonweg hernomen – zij zijn bovendien geheel in overeenstemming met de geldende voorschriften van de van kracht zijnde verkaveling.
Het advies voor dit deelaspect is bijgevolg eenduidig gunstig.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.
De aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning met een winkel tot een meergezinswoning met twee woonentiteiten.
Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 per wooneenheid.
Gezien er 1 wooneenheid bijkomt, is de parkeerbehoefte 1 extra plaats.
|
De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaats.
Er wordt 1 garagebox voorzien achter het pand, aanpalend aan de Vogelkersstraat.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.
Dit aantal is toereikend.
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 1 = 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.
|
Fietsparkeervoorzieningen
Het advies inzake mobiliteit stelt dat er slechts stalplaats dient te worden voorzien voor 2 fietsen maar dat de opgetekende ruimte hiervoor (2,94 x 3,01 m) onvoldoende groot is – laatstgenoemde is echter naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van het feit dat in deze 5 fietsen werden opgetekend (in plaats van het vereiste minimum van 2 stuks). Hierdoor lijkt de beschikbare ruimte effectief onvoldoende groot, terwijl dit echter meer dan voldoende is voor 2 fietsen, dit aangezien deze onder andere gedraaid of schuin kunnen gestald worden.
Het advies voor dit aspect van de aanvraag is bijgevolg gunstig.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:
- in het geval van een gewoon plat dak (van kracht voor de uitbreiding op de 1ste verdieping): dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enz.);
- in het geval van een groendak (van toepassing voor het platte dak van de garage): een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
3. Het dak van de nieuw op te trekken garage dient te voldoen aan de bepalingen van artikel 38 van de Antwerpse bouwcode, inzake groendaken, en dient bijgevolg te worden voorzien als groendak.
4. Er dient betreffende het infiltratiebekken alsnog te worden voldaan aan de bepalingen van de hemelwaterverordening, waardoor vermeld bekken bovengronds dient te worden voorzien.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 21 maart 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 9 april 2024 |
Start 1e openbaar onderzoek | 18 april 2024 |
Einde 1e openbaar onderzoek | 17 mei 2024 |
Beslissing toepassing administratieve lus | 3 juni 2024 |
Start laatste openbaar onderzoek | 12 juni 2024 |
Einde laatste openbaar onderzoek | 11 juli 2024 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 21 september 2024 |
Verslag GOA | 3 september 2024 |
Naam GOA | Gerd Cryns |
Administratieve lus
Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):
De affichage van de aanplakbiljetten van het vereiste openbare onderzoek dient volgens de aangeleverde richtlijnen onder andere plaats te vinden op een goed leesbare plaats en dit expliciet ter hoogte van het openbare domein.
In deze werden beide affiches echter opgehangen ter hoogte van de voorgevellijn van het gebouw, dit terwijl laatstgenoemde echter over 2 voortuinstroken met een diepte van ± 5,50 à 6,50 m blijkt te beschikken; eventueel geïnteresseerde derden zijn op deze wijze bijgevolg verplicht om zonder toelating privéterrein te betreden om de aanwezige gegevens te kunnen raadplegen (betreffend terrein is bovendien momenteel blijkbaar, wegens leegstand, afgezet met hekken en dus bijkomend niet betreedbaar).
Bijkomend blijkt bovendien dat 1 van vermelde affiches werd opgehangen ter hoogte van de 1ste verdieping, waardoor van een correcte leesbaarheid op ooghoogte zonder meer geen sprake is, en dat het andere exemplaar gelijkvloers ten dele achter een rolluik werd aangebracht.
Ten slotte werden omwille van de ligging aan 2 straten ook daadwerkelijk 2 affiches, 1 voor elke zijde, toegestuurd maar blijkt dat beide affiches aan dezelfde straatzijde werden aangebracht.
Er is dienaangaande dan ook ontegensprekelijk sprake van een procedurefout, dewelke noopt tot een administratieve lus, dit met de organisatie van een nieuw openbaar onderzoek.
De stappen in de procedure die verkeerd gelopen zijn werden opnieuw uitgevoerd om te voorkomen dat de eindbeslissing over de aanvraag vernietigd wordt omwille van de vastgestelde procedurefout(en).
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Bezwaren uit vorige openbare onderzoeken over de aanvraag, die nog relevant zijn, worden hier ook besproken.
Er werd binnen de looptermijn van beide openbare onderzoeken 1 digitaal bezwaarschrift ingediend, dat zich als volgt laat samenvatten:
Beoordeling:
De voorziene afwerking waarvan sprake wordt geheel op het eigen terrein van de aanvrager voorzien en is bijgevolg geheel in overeenstemming met de regels inzake bezitsrecht en met de richtlijnen inzake ruimtelijke ordening – het staat de aanpaler altijd vrij om aanvullend en op zijn eigen stuk grond de gewenste afsluiting te voorzien aan de zichtzijde van betreffende garage. Het voorzien van een afwerking die op een nieuwe en eenzijdig in bezit zijnde scheidsmuur wordt aangebracht is bovendien een burgerrechterlijke aangelegenheid, dewelke dus tussen burgers onderling dient geregeld te worden, en is niet onderhevig aan enige vorm van stedenbouwkundige beoordeling.
Het bezwaar is bijgevolg ontegensprekelijk ongegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:
- in het geval van een gewoon plat dak (van kracht voor de uitbreiding op de 1ste verdieping): dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enz.);
- in het geval van een groendak (van toepassing voor het platte dak van de garage): een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
3. Het dak van de nieuw op te trekken garage dient te voldoen aan de bepalingen van artikel 38 van de Antwerpse bouwcode, inzake groendaken, en dient bijgevolg te worden voorzien als groendak.
4. Er dient betreffende het infiltratiebekken alsnog te worden voldaan aan de bepalingen van de hemelwaterverordening, waardoor vermeld bekken bovengronds dient te worden voorzien.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.