Terug
Gepubliceerd op 16/09/2024

2024_CBS_07164 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2024090172. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Jinnih Beels, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07164 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2024090172. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07164 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2024090172. Scheldelaan 600. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een verzoek tot bijstelling van vergunningsvoorwaarden ingediend. Het verzoek wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2024090172

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

NV BASF Antwerpen (0404754472) met als adres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen

Ligging van het project:

Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 20 sectie A nrs. 1/2G en 1/2W

waarvan:

 

-          20181212-0109

afdeling 20 sectie A nrs. 1/2W en 1/2G (Centrale Waterzuiveringsinstallatie BASF Antwerpen)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van het verzoek:

Een bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden voor de centrale waterzuiveringsinstallatie.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 15 juni 2017 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning voor de verdere exploitatie en verandering van een waterzuiveringsinstallatie horende bij een chemisch bedrijf, voor een termijn van onbepaalde duur. Het besluit van de deputatie werd op 13 februari 2018 in beroep bevestigd door de Vlaamse minister van Omgeving. Nadien werden nog diverse vergunningen verleend voor bijstelling van de milieuvoorwaarden.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft het bekomen van een wijziging en verlenging van eerder opgelegde bijzondere lozingsnormen voor PFAS-verbindingen voor de lozing van bedrijfsafvalwater.

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden uit vergunning of meldingsakte


Bij te stellen voorwaarde:

1. Emissiegrenswaarden voor drie specifieke PFAS-stoffen en voor de somparameter "som overige PFAS".

2. Bijzondere voorwaarde inzake het uitvoeren van een onderzoek naar een optimalisatie van de waterzuivering rond PFAS tegen uiterlijk 30 juni 2024.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

1. Wijziging en verlenging van de emissiegrenswaarden voor drie van de vier vernoemde individuele PFAS, alsook voor “som overige PFAS” tot eind 2026.

2. Verlenging van de voorwaarde tot het uitvoeren van een studie naar mogelijke zuiveringstechnieken voor PFAS tot midden 2026, met de mogelijkheid tot een tussentijdse rapportering midden 2025.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

29 juli 2024

27 augustus 2024

Gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

In het noordoosten van het goed loopt een overdruk met als aanduiding Hoogspanningsleiding.

In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van een hoogspanningsleiding en haar aanhorigheden. De aanvragen voor vergunningen voor een hoogspanningsleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming. De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de bestaande hoogspanningsleiding niet in het gedrang worden gebracht.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

BASF Antwerpen exploiteert een waterzuivering voor een chemisch bedrijf. Voorliggende aanvraag betreft de bijstelling van bijzondere voorwaarden uit de vergunning. In een eerdere vergunning, beslist op 6 november 2023, werden namelijk in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van VLAREM II bijzondere lozingsnormen opgenomen voor enkele PFAS-stoffen met als einddatum 31/12/2024:

  • 6:2 FTS: 0,40 µg/liter
  • PFBA: 0,2 µg/liter
  • PFHpA: 0,05 µg/liter
  • PFPeA: 0,07 µg/liter
  • Som overige PFAS: 0,20 µg/liter

 

BASF zou deze lozingsnormen willen aanpassen naar:

  • 6:2 FTS: 0,20 µg/liter
  • PFBA: 0,06 µg/liter
  • PFHpA: opname in de “som overige PFAS”
  • PFPeA: 0,06 µg/liter
  • Som overige PFAS: 0,15 µg/liter

En dit voor een periode tot 31 december 2026.

 

BASF verklaarde in eerdere vergunningsaanvragen reeds dat PFAS geen onderdeel uitmaakt van het productieproces. Wel werd door de BASF-interventiedienst PFAS-houdend blusschuim gebruikt.

In deze beoordeling bespreken we enkel de elementen die BASF voorlegt die nieuw zijn ten opzichte van de vergunning die verleend werd op 6 november 2023.

BASF zet verder in op de uitfasering van alle PFAS-houdend blusschuim. BASF verklaart dat de reiniging en vervanging van het PFOA-houdend blusschuim van alle interventievoertuigen reeds werd voorbereid en wordt afgerond in het najaar 2024.

 

Als mogelijke oorsprong van de PFAS-stoffen in het effluent wijst BASF ook op de bemalingen op plekken waar eerder met het PFAS-houdend blusschuim werd gewerkt.  Op deze locaties wordt momenteel actiefkoolfiltratie gebruikt als zuiveringsstap. De exploitant heeft echter labotesten uitgevoerd ter evaluatie van alternatieve adsorbentia voor met PFAS-verontreinigd bemalingswater. Daarbij wordt vooral de inzet van organoklei als mogelijk succesvol geacht, bijkomende testen daartoe worden momenteel voorbereid. De exploitant testte deze technieken echter nog niet in situ uit.

 

Ook wordt er nog verder onderzoek gedaan naar andere technieken:

  • een UF-CCRO-unit met nageschakelde actiefkoolfiter. Het zou een pilootinstallatie betreffen, zodat het effluent op laboschaal verder onderzocht kan worden. Dit wordt gepland via samenwerking met een kenniscentrum. Het is niet duidelijk in hoeverre deze pilootinstallatie al gepland/geplaatst werd. Aangezien BASF in de toekomst spreekt gaan we er van uit dat deze nog niet ter plaatse aanwezig is.
  • Verschillende technieken in desktopstudiefase, in samenwerking met een technologieleverancier.

 

Er werd geen in situ-onderzoek uitgevoerd naar bijvoorbeeld types actief kool, een toegewijde actiefkoolfilter voor korteketen-PFAS of een optimalisatie van het doorschuifsysteem van de actiefkoolfilters. Dit maakt nochtans deel uit van de aanbevelingen in de BBT-studie zoals opgesteld door VITO. Verder heeft de keuze van het type actief kool een significante invloed op de verwijderingsefficiëntie. De aanvrager stelt wel in een volgende fase over te gaan naar pilootproeven in situ.

 

Om de gehele PFAS-problematiek in bodem en grondwater van de site in kaart te brengen plant BASF ook een beschrijvend bodemonderzoek. De opstart is voorzien in 2025. BASF verwacht dat de bevindingen zullen bijdragen aan een verbeterd inzicht in de aanwezigheid en verspreiding van PFAS.

 

Verder schafte BASF ook een analysetoestel met UHPLC-MS/MS-techniek aan, wat moet toelaten om de PFAS-concentraties van de verschillende waterstromen op de site frequenter op te volgen. Zo kan niet alleen de effluentkwaliteit beter opgevolgd worden, de aansturing van de actieve koolfilters op de bemalingswaters efficiënter verlopen, maar kunnen ook labo- en/of piloottesten van potentiële zuiveringstechnieken meer resultaatgericht geëvalueerd worden. Er lopen momenteel accreditatietesten opdat deze PFAS-analyses vanaf het najaar 2024 conform de vigerende WAC-methodes intern kunnen worden uitgevoerd.

 

Ook de Haven van Antwerpen-Brugge wijst erop dat gezien de afwezige milieugebruiksruimte in de Schelde voor de parameters PFAS, er nog meer en sneller moet ingezet worden om de aangevraagde lozingsnormen te verlagen. Gelet op de onaanvaardbare bijkomende druk conform de Kaderrichtlijn Water moeten PFAS allemaal zo ver als mogelijk gezuiverd worden. De huidige rapportagegrens van 20 ng/l (of voor een aantal 50 ng/l) per individuele component geldt hierbij als richtwaarde. Verregaandere zuivering dan de BBT dringt zich dan ook op voor deze stoffen. Het is dan ook aangewezen de aangevraagde lozingsparameters van PFAS-verbindingen te beperken in tijd, zodanig dat de zuiveringstechnieken verder geëvalueerd kunnen worden op basis van nieuwe inzichten. Aangezien de aanvrager reeds zelf verschillende inspanningen heeft gedaan om de PFAS-problematiek in kaart te brengen en de lozingsnormen te verlagen en de tijdelijkheid die ze aanvragen, kan deze bijstelling gunstig geadviseerd worden. Desalniettemin dient deze nieuwe overgangsperiode dan om de beloofde onderzoeken (bodemonderzoek, in situ piloottesten, …) effectief ook uit te voeren en deze conclusies om te zetten in een gefaseerd plan van aanpak.

 

Het bedrijf wenst ook volgende bijzondere voorwaarde aan te passen:

  • Er wordt een studie uitgevoerd naar de optimalisatie van de bestaande zuiveringstechnieken of de toepassing van alternatieve technieken, rekening houdend met de toepassing van de best beschikbare technieken, voor de verdere verwijdering van de concentraties aan PFAS-verbindingen uit het effluent. Als leidraad voor de studie moet de rapportagegrens, of bij ontsteltenis daarvan de bepalingsgrens, van de PFAS-verbindingen als streefwaarde gehanteerd kan worden. Het volledige rapport van dit onderzoek, inclusief een timing voor de uitvoering van de weerhouden maatregelen, wordt uiterlijk op 30 juni 2024 bezorgd aan de vergunningverlenende overheid, die dit ter evaluatie overmaakt aan de AGOP-M en de VMM en ter informatie aan de Afdeling Handhaving.

 

En dit te veranderen in:

  • Het bedrijf voert onderzoek naar mogelijk toepasbare technieken voor verdere verwijdering van de concentratie aan PFAS-verbindingen uit het effluent, rekening houdend met de best beschikbare technieken (BBT). Een tussentijdse rapportering met stand van zaken wordt voorzien tegen uiterlijk 30 juni 2025. Het finale rapport van deze studie, inclusief een timing voor uitvoering van eventueel te weerhouden maatregelen, wordt uiterlijk 30 juni 2026 bezorgd aan de vergunningverlenende overheid, die beide documenten ter evaluatie overmaakt aan de AGOP-M en de VMM en ter informatie aan de Afdeling Handhaving. In deze wordt er dus een uitstel gevraagd van 2 jaar. Deze bijstelling kan gunstig geadviseerd worden.

 

Het is finaal aan de Vlaamse Milieumaatschappij om een gemotiveerd advies te leveren op het bijstellen van deze algemene en sectorale vergunningsvoorwaarden.

 

Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijk uitgebrachte deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning.

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

25 juli 2024

Start openbaar onderzoek

3 augustus 2024

Einde openbaar onderzoek

1 september 2024

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

13 september 2024

 

Onderzoek

Het verzoek werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Bespreking van de bezwaren

 

Tijdens het openbaar onderzoek werd via het omgevingsloket een digitaal bezwaarschrift ontvangen van Elia Asset nv. Hiermee reageert Elia Asset op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. Men stelt dat het project zich bevindt in een zone van 0 tot 50 meter ten opzichte van een hoogspanningslijn van Elia Asset. Hierdoor wordt gevraagd om met een aantal voorwaarden rekening te houden. De veiligheidsvoorschriften en liggingsplannen werden digitaal opgeladen door Elia Asset op het omgevingsloket.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op het verzoek.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.