Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2023131184 |
Gegevens van de aanvrager: | NV Port of Antwerp-Bruges International met als adres Zaha Hadidplein 1 te 2030 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV Port of Antwerp-Bruges International (0466583658) met als adres Zaha Hadidplein 1 te 2030 Antwerpen |
Ligging van het project: | Wilmarsdonksteenweg 54 te 2030 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 15 sectie D nrs. 271/8A, 271/4B en 271/4A |
waarvan: |
|
- 20231022-0008 | afdeling 15 sectie D nrs. 271/8A, 271/4B en 271/4A (Port Of Antwerp-Bruges) |
- 20240404-0067 | afdeling 15 sectie D nrs. 271/8A, 271/4A en 271/4B (Bemaling GD102) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Bouwen van een kantoorgebouw met werkplaatsen en omgevingsaanleg; een tijdelijke bronbemaling en de exploitatie van een werkplaats en kantoor. |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 17/09/2021: omgevingsvergunning (OMV_2021118672) voor het plaatsen van een hemelwaterput 40.000 liter ter vervanging van bestaande hemelwaterput van 20.000 liter;
- 24/02/2010: stedenbouwkundige vergunning (8.00/11002/3075.1) voor datacenter met een kantoorcluster, een techniekencluster en bijhorende radarmast.
Vergunde toestand
* functie:
> datacenter met inpandige kantoren, sociale ruimten en technieken;
> bijhorende radarmast met radarstation.
* bouwvolume:
> drie bouwlagen;
> grondoppervlakte bedraagt circa 750 m², maximale hoogte van het gebouw bedraagt 14 meter;
> de radarmast heeft een hoogte van circa 36 meter.
* gevelafwerking:
> lichtgrijze betonnen prefabpanelen en paars-bruin metselwerk.
* inrichting:
> in het westen van een verhard maar nog niet ontwikkeld terrein wordt een datacenter opgericht;
> ten oosten van het nieuwe gebouw blijft een deel van de kasseiverharding en een deel onverhard terrein behouden.
Nieuwe toestand
* functie:
> nieuwbouw met kantoren, ateliers, magazijn en sociale ruimten;
> omgevingsaanleg met wadi’s, parkeerplaatsen, fietsenstalling en stockagezones.
* bouwvolume:
- nieuwbouw:
> een middelhoog gebouw met 5 bouwlagen, waarvan sommige dubbelhoog, en een vierkante footprint;
> de hoogte bedraagt circa 32 meter;
> grondoppervlakte bedraagt circa 970 m².
- fietsenstalling:
> stalling voor 47 fietsen in de vorm van een trapezium;
> de hoogte bedraagt circa 3 meter;
> de grondoppervlakte bedraagt circa 118 m².
* gevelafwerking:
- nieuwbouw
> gevelpanelen in beton met aluminium schrijnwerk en deuren;
> bij elke verdieping wordt een luifel voorzien met houten draagstructuur en geprofileerde staalplaten;
> dakconstructie in staal (naturel) waarop PV-panelen worden geplaatst.
- fietsenstalling:
> metselwerk in betonsteen;
> dak in geprofileerde staalplaat.
* inrichting:
> het nieuwe gebouw wordt ingeplant aan de oostzijde van het bestaande datacenter;
> de omgevingsaanleg zal aansluiten op de bestaande interne wegenis.
Inhoud van de aanvraag
- Nieuwbouw van een kantoorgebouw met ateliers;
- Plaatsen van een fietsenstalling;
- Vellen van hoogstammige bomen;
- Omgevingsaanleg bestaande uit interne wegenis, parkeerplaatsen, wadi’s, … (verhardingen, gewoonlijk gebruik grond en reliëfwijzigingen);
- Plaatsen van technische installaties (noodgenerator, stofafzuiginstallatie en drycooler);
- Plaatsen van zaakgebonden publiciteit.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Het betreft een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft een tijdelijke bronbemaling en de exploitatie van een werkplaats en kantoor.
Aangevraagde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; | 0,40 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; | 900 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | 250 liter |
15.1.1° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; | 15 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 161 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter; | 750 liter |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | 1.400 liter |
19.3.1°a) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout e.d. andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied; | 62,40 kW |
19.6.1°a) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal; | 125 m³ |
29.5.2.1°a) | smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer volledig gelegen in een industriegebied. | 16,63 kW |
Aangevraagde rubriek(en) Bemaling GD102
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 35 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; | 35 m³/uur |
53.2.2°a) | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van maximaal 30.000 m³ per jaar. | 28.000 m³/jaar |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
Bemaling GD102
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: De exploitant vraagt een bijstelling van artikel 4.2.3.1 - lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: Er worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor volgende parameters: 50 µg/liter voor arseen en 100 ng/liter PFAS individueel.
|
2. |
| Bij te stellen voorwaarde: De exploitant vraag een bijstelling aan van bijlage 4.2.5.1 - controle-inrichting voor lozingen van afvalwater.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: Er zal geen meetgoot en speciale meetapparatuur worden geplaatst, enkel een staalnamekraan. De debietmeter die geplaatst wordt, is conform Vlarem II.
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 21 juni 2024 | 2 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Provincie Antwerpen - Dienst Integraal Waterbeleid | 21 juni 2024 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 21 juni 2024 | 29 juli 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant | 21 juni 2024 | 27 juni 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Nationale maatschappij der Belgische spoorwegen - Gebouwen en terreinen | 21 juni 2024 | 21 juni 2024 | Geen advies |
Petrochemical Pipeline Services BV | 20 augustus 2024 | 27 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Pipelink | 20 augustus 2024 | 26 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Watertoets | 21 juni 2024 | 23 juli 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 21 juni 2024 | 7 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Water-link | 21 juni 2024 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 21 juni 2024 | 31 juli 2024 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 21 juni 2024 | 3 juli 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan deels bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan deels bestemd als Gebied voor spoorinfrastructuur. Dit gebied is bestemd voor spoorinfrastructuur en aanhorigheden.
In dit gebied zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, het functioneren of aanpassing van die spoorinfrastructuur en aanhorigheden.
Daarnaast zijn alle handelingen met het oog op de ruimtelijke inpassing, buffers, ecologische verbindingen, kruisende infrastructuren, leidingen, telecommunicatie infrastructuur, lokaal openbaar vervoer, lokale dienstwegen en paden voor niet-gemotoriseerd verkeer toegelaten.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van ecologische infrastructuur toegelaten.
Na aanleg van de infrastructuur kunnen voor het gedeelte van de zone dat voorlopig niet werd benut, de voorschriften van de naastliggende bestemming toegepast worden.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag bevindt zich op een terrein dat ontwikkeld is in functie van het datacenter. De spoorwegbestemming voor dat deel werd niet benut waardoor de naastliggende bestemming, zijnde Gebied voor zeehaven en watergebonden bedrijven kan toegepast worden. De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven. De Noorderlaan, Oosterweelsteenweg en Wilmarsdonksteenweg ten zuiden van de aanvraag is bestemd als Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. De Verbindingsgeul tussen het Leopolddok en Albertdok heeft als bestemming Gebied voor waterweginfrastructuur. Binnen de straal van 500 meter lopen overdrukken met als aanduiding Leidingstraat en Hoogspanningsleiding.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke verordening inzake hemelwater.
De gewestelijke hemelwaterverordening is van toepassing op de aanvraag. Voor het aspect hergebruik wordt een hemelwaterput geplaatst met een inhoud van 40.000 liter waarbij het opgevangen hemelwater hergebruikt wordt voor het spoelen van toiletten, het wassen van gereedschappen en voertuigen en het onderhouden van de omgevingsaanleg en groendaken.
Volgens de verordening is het aanleggen van een infiltratievoorziening eveneens verplicht. In de aanvraag wordt de aanleg van twee bovengrondse infiltratievoorzieningen opgenomen. Op de noordelijk gelegen infiltratievoorziening worden de logistieke koer en de noordelijke luifel aangesloten. Met een inhoud van 26.500 liter en een infiltratieoppervlakte van 123 m² voldoen de afmetingen van deze infiltratievoorziening aan de vereisten van de verordening.
Op de zuidelijk gelegen infiltratievoorziening worden de overloop van de hemelwaterput, de groendaken en de verharding rond de fietsenstalling aangesloten. Op basis van het hemelwaterhergebruik mag de in rekening te brengen afwaterende oppervlakte verminderd worden. Met een inhoud van 15.500 liter en een infiltratieoppervlakte van 72 m² voldoet ook deze infiltratievoorziening aan de vereiste afmetingen volgens de verordening.
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werd in het kader van de watertoets om advies gevraagd. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit waarin zij opmerken dat in de aanvraag wordt voorzien om de aanvoer naar de zuidelijke infiltratievoorziening op te vangen in een pompkelder. In een vooroverleg werd reeds door de VMM opgemerkt dat er moet gekozen worden voor een concept waarbij gravitaire aanvoer van hemelwater naar de zuidelijke infiltratievoorziening mogelijk is. Aangezien de pompput voorzien wordt van een noodoverlaat naar de infiltratievoorziening, wordt aangenomen dat het water eveneens gravitair naar de infiltratievoorziening kan stromen. Na contact met de aanvrager heeft deze een nota toegevoegd waarin gemotiveerd wordt dat zonder ophoging van het terrein, het gebouw en het rioleringsstelsel gravitair afwateren naar de hogergelegen infiltratievoorziening niet mogelijk is. Daar er wordt gestreefd om de bestaande maaiveldhoogtes zoveel mogelijk te behouden om de impact op de omgeving tot een minimum te beperken, kan deze voorwaarde niet worden opgelegd in de vergunning.
Verder dienen de locaties waar natuurlijke infiltratie voorzien wordt, vrij gehouden te worden van zware belastingen om bodemverdichting te vermijden en om de infiltratiecapaciteit van het terrein maximaal te vrijwaren.
De aanvraag voldoet aan de principes van de gewestelijke verordening hemelwater.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De aanvrager geeft aan dat het gebouw niet-publiek toegankelijk is maar volgens de definitie in de gewestelijke verordening toegankelijkheid, valt het gebouw wel degelijk onder de toepassing van de verordening. Het ontwerp van het gebouw zet echter in op een integrale toegankelijkheid, onder meer door het voorzien van een lift, voldoende brede deuren en gangen en het voorzien van aangepast sanitair. Het ontwerp vertoont aldus geen manifeste strijdigheden met de bepalingen uit de verordening.
De normbepalingen van hoofdstuk III van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (vastgesteld bij Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 meermaals gewijzigd) dienen te worden nageleefd, conform artikel 11 van deze gewestelijke verordening.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is van toepassing op de aanvraag.
Op de westgevel wordt op circa 3 meter hoogte bovenop de aluminium luifel de naam van het gebouw geplaatst. De letters worden gevormd uit staal in een rode kleur.
De dimensie en positie van de publiciteitsinrichting voldoen aan deze verordening.
Sectorale wetgeving
MER-screening: de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, beslist of er een project-MER moet worden opgesteld.
Bij de beslissing over de volledig- en ontvankelijkheid is beslist dat de aanvraag betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (milieueffectrapport), met name rubriek 10b stadsontwikkeling. Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor de Provincie aangewezen is als adviesinstantie.
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D). De aanvrager neemt maatregelen door een overstromingsveilig vloerpeil op 6,17 meter TAW te hanteren. Verder worden er rondom het bestaande datacenter keerwanden en permanente of automatische schotten voorzien met een waterkerende hoogte op eveneens 6,17 meter TAW. Door te bouwen op vaste vloer wordt er waterbergingsruimte ingenomen. De inname van waterbergingsruimte wordt echter gecompenseerd op het eigen terrein door een zone in het noorden en in het oosten af te graven.
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een project is voor een tijdelijke exploitatie (werffase) met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden. Daarnaast kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteitsgerelateerde projecten uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen.
In voorliggende aanvraag, die door een publiekrechtelijke instantie is ingediend, bedraagt de ingreep in de bodem meer dan 1.000 m², is het project gelegen in industriegebied, buiten beschermde archeologische sites en buiten geïnventariseerde archeologische zones, waardoor de aanvrager verplicht is een archeologienota toe te voegen aan de aanvraag. Deze nota maakt deel uit van het aanvraagdossier. De dienst archeologie van de stad Antwerpen werd om advies gevraagd en bevestigd dat de nota gemotiveerd aantoont dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Op 27 juni 2024 heeft het Agentschap Onroerend Erfgoed akte genomen (https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/29976).
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Op een terrein gelegen tussen de Noorderlaan en de Romeynsweel wordt, ten oosten van een bestaand datacenter (waar reeds aanverwante diensten van het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge gevestigd zijn), een nieuwbouw ingeplant voor de diensten Building Infrastructure en Energy&Quality Assurance van het Havenbedrijf. Deze diensten zijn momenteel gehuisvest in een dienstgebouw op K102 maar dienen omwille van een interne reorganistie te verhuizen. Alle bestaande functies zullen worden ondergebracht in het nieuwe gebouw waarbij bewust gekozen is om in de hoogte te bouwen. De verticale circulatie (trappenhuis, personen- en goederenlift) en nevenfuncties (sanitair, technische ruimtes, …) worden gegroepeerd in het westen van het gebouw. Aan de oostzijde worden de hoofdfuncties (ateliers, magazijnen en kantoren) ondergebracht. Op de dakverdieping zijn gemeenschappelijke ruimtes voorzien zoals de keuken, refter en daktuin.
De nieuwbouw wordt ingeplant op circa 7 meter van de oostzijde van het bestaande datacenter waarbij de omgevingsaanleg zal aansluiten op de bestaande interne wegenis. De huidige toegang tot het terrein blijft behouden. De nieuwe omgevingsaanleg bestaat uit:
- de aanleg van een parking in betongrasdallen voor zowel personenwagens, dienstvoertuigen als bestelwagens langs de oost- en zuidzijde van het nieuwe gebouw.
- de aanleg van interne wegenis in waterdoorlatende verharding.
- de plaatsing van een fietsenstalling aan de zuidzijde van het bestaande datacenter.
- de aanleg van een logistieke koer ten noorden van het gebouw met zones voor afvalcontainers.
- de aanleg van twee infiltratievoorzieningen.
- de plaatsing van een warmtepomp en noodgenerator ten zuiden van de fietsenstalling.
- de aanleg van twee compensatiegebieden als pluviale overstromingszone.
Om deze werken te kunnen uitvoeren, dienen er enkele hoogstammige bomen gekapt te worden.
Op de plannen zijn ook handelingen ingetekend die niet-vergunningsplichtig of vrijgesteld zijn van vergunningsplicht, zoals de groenaanleg rond en tussen de gebouwen en het plaatsen van een omheining.
Het nieuwe gebouw met aanhorigheden draagt bij tot de verdere exploitatie van het havenbedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Om de terreininname tot een minimum te beperken en zo een voorbeeld te stellen voor het duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte in het havengebied, is geopteerd om in de hoogte te bouwen. De aanvraag betreft bijkomende kantoren met ateliers en werkplaatsen maar deze bieden, in kader van een verhuis, plaats aan werknemers van de Haven van Antwerpen-Brugge waardoor het als nevenfunctie en inherent onderdeel van de exploitatie van de haven beschouwd kan worden. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
Het nieuwe gebouw wordt zo ingeplant dat de vier gevels van het gebouw overeen komen met de vier windrichtingen. Naar gelang de oriëntatie worden de gevels gekenmerkt door grotere of kleinere raamopeningen waardoor op een natuurlijke en duurzame wijze aan binnenklimaatbeheersing kan worden gedaan.
Het gebouw wordt opgebouwd uit een combinatie van drie materialen: beton, hout en staal. De fietsenstalling bestaat uit geprofileerde staalplaat en metselwerk in betonsteen. De gebruikte materialen en gevelkleur zijn neutraal en aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.
Om het gebouw kenbaar te maken, wordt op de luifel aan de westzijde de naam van het gebouw geplaatst. Als de bedrijfsactiviteiten stopgezet worden, dient dit te worden weggenomen.
Bodemreliëf
Om te voldoen aan de gewestelijke verordening hemelwater worden er twee wadi’s aangelegd. De zuidelijke infiltratievoorziening heeft een oppervlakte van 148 m² en een nutige waterdiepte van 35 centimeter. De noorderlijke infiltratievoorziening heeft een oppervlakte van circa 123 m² en een nuttige waterdiepte van 35 centimeter.
Daar het projectgebied quasi volledig in overstromingsgevoelig gebied ligt, dient een overstromingsvolume van 566 m³ gecompenseerd te worden. Er worden twee compensatiezones ingericht, één ten noorden en één ten zuidoosten van het projectgebied. De noordelijke compensatiezone wordt over een oppervlakte van 365,5 m² verlaagd naar 5,55 meter TAW.
De zuidoostelijke compensatiezone wordt over een oppervlakte van 1.162 m² afgegraven naar 5,40 meter TAW.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Gezien de aard van de aanvraag werd het advies ingewonnen van de Brandweerzone Antwerpen. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit. De opmerkingen en voorwaarden uit dit advies kunnen worden gehecht aan de vergunning.
Wegens de situering van de aanvraag aan een gewestweg werd het advies ingewonnen van het Agentschap Wegen en Verkeer. Dit advies is voorwaardelijk gunstig opgeladen in het Omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Er wordt voor de uitvoering van de vergunning enkel verwezen naar de algemene aandachtspunten voor gewestwegen. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit dit advies overgenomen worden.
Door de nabijheid van spoorwegen werd het advies ingewonnen van Infrabel nv als spoorwegbeheerder. Zij hebben geen bezwaar tegen de aanvraag maar merken wel op dat indien er gewerkt wordt met een bouwkraan, er een aparte toelating gevraagd dient te worden om indien noodzakelijk de juiste veiligheidsvoorwaarden op te leggen. Deze voorwaarde wordt beschouwd als een uitvoeringsmodaliteit.
Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van een pijpleiding werd het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen.
- Pipelink bracht een voorwaardelijk gunstig advies uit (met als bijlage de algemene veiligheidsvoorschriften voor werken in de nabijheid van pijpleidingen) waarin zij schrijven dat een finaal en bindend advies zal uitgebracht worden door Petrochemical Pipeline Services die het toezicht op de betrokken leiding uitoefent.
- Petrochemical Pipeline Services bracht eveneens een voorwaardelijk gunstig advies uit. De voorwaarden uit deze adviezen, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.
Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een klip melding uit te voeren.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag voorziet in de aanleg van parkeerplaatsen voor personenwagens. Advies werd gevraagd aan de dienst mobiliteit van de stad Antwerpen. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit dat luidt als volgt:
Werkelijke parkeerbehoefte
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het project dat bestaat uit een nieuwbouw met een kantoor met een bruto vloeroppervlakte (BVO) van 1.513,6 m² en een magazijn/werkplaats met een BVO van 2.555 m².
De mobiliteitstoets geeft het mobiliteitsprofiel voor het project weer. De werkelijke parkeerbehoefte wordt berekend op basis van het totaal aantal werkplaatsen, de aanwezigheidsgraad en het verplaatsingsgedrag van de werknemers (40% fiets – 0% openbaar vervoer – 60% auto) en het aantal bezoekers. Aangezien er dagelijks gemiddeld genomen 36 werknemers met de wagen komen, wordt de parkeerbehoefte op 38 (2 extra plaatsen of 5% voor bezoekers) berekend.
Nuttige parkeerplaatsen
Op het inplantingsplan worden 76 parkeerplaatsen voor auto’s voorzien:
36 plaatsen voor privé-wagens, 8 plaatsen voor bezoekers, 18 plaatsen voor bedrijfswagens en 14 plaatsen voor bestelwagens. Hiervan zijn er 5 toegankelijke parkeerplaatsen.
Er wordt niet gedefinieerd of de parkeerplaatsen voor bestelwagens en bedrijfswagens ook kunnen gebruikt worden door werknemers voor woon-werkverplaatsingen. Aangezien er reeds voldoende plaatsen zijn om aan de werkelijke parkeerbehoefte te voldoen, kunnen deze parkeerplaatsen als extra beschouwd worden, maar worden ze niet meegerekend in het aantal nuttige parkeerplaatsen.
Alle parkeervakken voldoen aan de opgelegde normen en afmetingen.
Er worden voldoende elektrische oplaadpunten voor wagens voorzien.
De ambitie van de Vervoerregio Antwerpen en stad Antwerpen is om in 2030 een modal split te bereiken waarbij nog slechts 50% van de verplaatsingen met de wagen gebeurt. Gezien het hoge percentage werknemers dat reeds met de fiets komt (40%) is er slechts een kleine marge om het aandeel van het personeel dat op duurzame wijze naar het werk komt te verhogen en bijgevolg de werkelijke parkeerbehoefte naar onder bij te stellen.
Ontsluiting/bereikbaarheid
De voetgangersstromen vinden op de meeste plaatsen gescheiden plaats van het gemotoriseerd verkeer op de site. Op verschillende plaatsen worden voetgangersoversteken voorzien. Daarnaast worden er looplijnen en zebrapadmarkeringen voorzien om aan te geven waar de voetgangers moeten wandelen en om bestuurders te duiden op hun mogelijke aanwezigheid op de site.
De fietsenstalling is gelegen net achter het bestaande gebouw (datacenter). Het zebrapad ligt net na een bocht. Bij het verlaten van het gebouw (te voet of met de fiets) is het zicht tussen autoverkeer en overstekende mensen beperkt. Om de veiligheid te optimaliseren is het een optie om de oversteekplaats te verplaatsen. Dit wordt meegegeven als aanbeveling om de interne circulatie op de site veilig te laten verlopen.
Voor gemotoriseerd verkeer gebeurt het in- en uitrijden vanuit het privaat terrein op een geconcentreerde en veilige manier naar het openbaar domein. Autoverkeer wordt georganiseerd in éénrichtingsverkeer op de site. Dit moet duidelijk aangegeven worden door middel van de juiste signalisatie. Dit wordt meegegeven als aanbeveling om de interne circulatie op de site veilig te laten verlopen.
Door het beperkt aantal vervoersbewegingen, de goede ontsluiting en de locatie van de site in industriegebied, wordt ingeschat dat het effect op de mobiliteit in de omgeving zeer beperkt blijft.
Fietsvoorzieningen
Er worden 47 overdekte en afgesloten staanplaatsen voorzien voor fietsen.
Grondmarkeringen zorgen voor een duidelijke scheiding tussen fietspad en de rijweg op de site, van op het openbaar domein tot aan de fietsenstalling.
Momenteel is de Wilmarsdonksteenweg niet voorzien van een afgescheiden fietspad, maar op korte termijn wordt hier een afgescheiden fietspad voorzien. Dit maakt echter geen deel uit van voorliggende aanvraag.
Laden en lossen
De vrachtwagens hebben dezelfde toegang als het andere verkeer en rijden rechtstreeks naar de logistieke laad- en loszone.
Er is geen parkeerplaats voor vrachtwagens voorzien op de site. In de mobiliteitstoets wordt vermeld dat het niet de bedoeling is dat vrachtwagens op de site geparkeerd blijven. Vrachtwagens zullen de site enkel betreden voor het laden en lossen van goederen. Gezien het beperkt aantal leveringen (2 leveringen per week) zal dit normaal gezien geen problemen opleveren.
Wachtende vrachtwagens moeten echter altijd op eigen terrein opgesteld worden. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.
De ontsluiting voor alle verkeer gebeurt ten noorden van het gebouw over de manoeuvreerruimte van de logistieke laad- en loszone. Vrachtwagens die komen laden en/of lossen voeren (deels) een manoeuvre uit op de privéweg waarlangs het andere verkeer ontsluit. Tijdens het manoeuvreren dient iemand het verkeer te regelen zodat conflicten met vrachtverkeer vermeden worden. Gezien het lage aantal leveringen (2 per week) hoeft dit geen probleem te zijn. Dit wordt meegegeven als aanbeveling om de interne circulatie op de site veilig te laten verlopen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De Haven van Antwerpen-Brugge wenst aan de Wilmarsdonksteenweg 54 te Antwerpen een werkplaats met kantoren exploiteren. Hiervoor worden twee ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA) aangevraagd, meer bepaald een tijdelijke bronbemaling voor de bouw en de eigenlijke exploitatie van de site.
Aanlegfase (bemaling)
Voor de bouw van de kantoren en werkplaatsen is een tijdelijke bemaling noodzakelijk. Gezien het bemalingswater verhoogde concentraties van arseen en PFAS-verbindingen bevat, vraagt de exploitant ook de bijhorende lozing aan en een waterzuiveringsinstallatie.
De bemalingszone heeft een uitgraafdiepte van maximaal 6 meter en het grondwaterpeil wordt maximaal 4,02 meter verlaagd. Er wordt geopteerd voor een bemaling met een horizontale drainage of met korte vacuümfilters voorzien van bovengrondse vacuümpompen.
De verwachte bemalingsduur bedraagt 105 dagen. Het bemalingsdebiet bedraagt maximaal 35 m³/uur, 840 m³/dag en 28.000 m³/jaar. De aanvrager stelt dat er geloosd zal worden op het rioleringsnet. Er bevinden zich geen beschermde gebieden (SBZ of VEN) binnen de invloedsstraal van de bemaling (circa 207 meter). Het dichtstbij gelegen beschermd gebied betreft het VEN-gebied ‘De Kuifeend’, dat zich op circa 1.200 meter ten noorden van de site bevindt.
Het bemalingswater zal geloosd worden op oppervlaktewater. De riolering waarvan sprake in het dossier is een hemelwaterafvoer die uitmondt in oppervlaktewater.
De start- en einddatum van de bemaling dient gemeld te worden aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen.
Ten zuiden en ten westen van de site bevindt zich een sporenbundel. Uit de bemalingsstudie blijkt dat de absolute zettingen ten gevolge van de bemaling circa 0,2 mm zal bedragen waardoor dit ruim onder de grenswaarde van 10 mm blijft. Voor het nabije gebouw (op circa 2 meter) blijft de absolute zetting maximaal 20 mm. Ook de differentiële zettingen blijven onder de grenswaarde van 1/700. Bijgevolg is het risico op schade aan de spoorwegen en gebouwen door zettingen beperkt.
Binnen de invloedsstraal van de bemaling zijn twee OVAM-dossiers waar verontreiniging werd aangetroffen, en dit voor de parameters minerale olie en EOX (extraheerbare organische halogeenverbindingen). Er wordt gesteld dat de bemaling geen negatieve invloed zal uitoefenen op deze dossiers.
Voor lozing wordt in de bemalingsstudie een bijzondere lozingsnorm voorgesteld van 10x het indelingscriterium voor arseen (50 µg/liter) en 5x de rapportagegrens voor PFAS, zijnde 100 ng/liter. Deze lozingsnormen worden aangevraagd aangezien het bemalingswater verhoogde concentraties van arseen en PFAS-verbindingen bevat.
De VMM adviseerde op 7 augustus 2024 voorwaardelijk gunstig. VMM stelt dat elke lozing van PFAS-houdend bemalingswater zo ver als mogelijk gesaneerd dient te worden, in afwachting van meer duidelijkheid rond de haalbaarheid van een doorgedreven zuivering. Er wordt een aanpak op lange en korte termijn voorgesteld zodat maximaal in overeenstemming met de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en de bijhorende rechtspraak van het Europees Hof van Justitie kan gehandeld worden. Op korte termijn dient voor lozing van bemalingswater een lozingsnorm gehanteerd zoals vermeld in de BBT-studie voor PFAS in water (met een maximum van 100 ng/liter per individuele stof).
De gevraagde lozingsnormen kunnen worden verleend.
Voor de lozing worden twee indelingsrubrieken aangevraagd. Enerzijds rubriek 3.4.2 voor het lozen van het bemalingswater, zonder behandeling in een waterzuiveringsinstallatie, op voorwaarde dat de staalname van het bemalingswater aantoont dat er geen overschrijdingen zijn van de lozingsnormen. En anderzijds rubriek 3.6.3.2 indien uit staalname blijkt dat het bemalingswater verontreinigd is, zal het bemalingswater voorafgaand lozing gezuiverd worden.
De VMM stelt in haar advies voor de kwaliteit van het bemalingswater te analyseren voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximum 3 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
Het is aangewezen de wijze van monitoring zoals voorgesteld door de VMM op te leggen als bijzondere voorwaarde. Echter dient ook de parameter arseen in de monitoring worden openomen. De analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en overgemaakt te worden aan dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen.
In het dossier wordt een bijstelling aangevraagd van artikel 4.2.5.1.1 §1 van VLAREM II dat stelt dat er een meetgoot moet voorzien worden. De exploitant wenst in de plaats van een meetgoot een staalnamekraan te plaatsen op de collector.
Gezien het voorwerp van de aanvraag volstaat een staalnamekraan waarbij een schepstaal kan genomen worden. De debietsmeter die geplaatst wordt, dient conform artikel 5.53.3. van VLAREM II te zijn.
Exploitatiefase
De eigenlijke exploitatie van het gebouw zal naast werkplaatsen en magazijnruimte eveneens de nodige kantoorruimtes, vergaderzalen, kleedkamers, fiets- en motorstalling en parkeergelegenheid omvatten.
Op de site zal zowel huishoudelijk als bedrijfsafvalwater geloosd worden. Het huishoudelijk afvalwater heeft een debiet van 900 m³/jaar en is afkomstig van het sanitair, de douches en het reinigen van de kantoren. Het zal geloosd worden via een IBA op oppervlaktewater. Het bedrijfsafvalwater heeft een debiet van 0,4 m³/uur (0,4 m³/dag, 100 m³/jaar) en is afkomstig van enkele zones in de werkplaatsen voor schilderen, hout- en metaalbewerking. Het zal geloosd worden via een KWS-afscheider op oppervlaktewater.
Voor de verwarming van de gebouwen worden vier warmtepompen voorzien. Op het moment van de aanvraag waren de types warmtepompen nog niet gekend. De exploitant zal kiezen voor een koelmiddel met een lage GWP-waarde.
Voor de werkplaatsen wordt de opslag van 250 liter olie voorzien, alsook 1.400 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen en 750 liter gassen. Er zal een compressor (11 kW) aanwezig zijn, alsook de opslag van 125 m³ hout en diverse toestellen voor hout- en metaalbewerking met een totale geïnstalleerde drijfkracht van respectievelijk 62,4 kW en 16,63 kW.
Tenslotte zullen er 14 bestelwagens en een elektrische heftruck gestald worden op de site.
Uit de toepassing van de beoordelingsschema’s van de watertoets blijkt dat de gevraagde activiteiten niet van die aard zijn dat ze een invloed hebben op het watersysteem. De vergunningsaanvraag voldoet aan de doelstellingen opgenomen in artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, meer bepaald op rubriek 10.j). Bijgevolg moest een project-m.e.r.-screening gebeuren. Op basis van de deze screening in het dossier, werd bij de volledig- en ontvankelijkheidsverklaring reeds geoordeeld dat de aanvraag niet moet vergezeld worden van een milieueffectenrapport, aangezien geen aanzienlijke negatieve effecten worden gegenereerd.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De normbepalingen van hoofdstuk III van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (vastgesteld bij Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 meermaals gewijzigd) dienen te worden nageleefd, conform artikel 11 van deze gewestelijke verordening;
2. Als de bedrijfsactiviteiten stopgezet worden, dient de zaakgebonden publiciteit te worden weggenomen;
3. Wachtende vrachtwagens moeten altijd op eigen terrein opgesteld worden
4. Bij het plannen van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de locaties waar infiltratie voorzien wordt. Deze dienen vrijgehouden te worden van zware belastingen om bodemverdichtiging te vermijden en om de infiltratiecapaciteit van het terrein maximaal te vrijwaren tijdens de werken;
5. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Pipelink;
6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.
Brandweervoorwaarden
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits naleving van de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden, kan de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten plaatsvinden met een aanvaardbaar risico voor mens en milieu. Er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven te vergunning te verlenen voor de ingedeelde inrichtingen en activiteiten van de aanlegfase (bemaling).
Aan het college wordt voorgesteld om de gemelde ingedeelde inrichting of activiteit van de exploitatiefase te akteren.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 0,40 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 900 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 250 liter |
15.1.1° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 15 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 161 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 750 liter |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 1.400 liter |
19.3.1°a) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout e.d. andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 62,40 kW |
19.6.1°a) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 125 m³ |
29.5.2.1°a) | smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer volledig gelegen in een industriegebied; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 16,63 kW |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting Bemaling GD102) | 35 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting Bemaling GD102) | 35 m³/uur |
53.2.2°a) | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van maximaal 30.000 m³ per jaar. (inrichting Bemaling GD102) | 28.000 m³/jaar |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken vóór de start gemeld aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum;
2. De bemaling duurt 105 dagen vanaf de start;
3. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van VLAREM II dient er geen meetgoot geïnstalleerd te worden. Er dient wel een aftapkraan voorzien te worden;
4. Aanvullend op de algemene en sectorale normen voor de lozing van het bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater geldt een bijzondere lozingsnorm van 50 µg/liter voor arseen en 100 ng/liter voor PFAS (individueel);
5. De kwaliteit van het bemalingswater dient gemonitord te worden bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende norm. De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie: 2 uur na opstart en vervolgens wekelijks. De te analyseren parameters zijn minstens arseen en de kwantificeerdbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025;
6. Alle analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en dienen bezorgd te worden aan dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 6 mei 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 21 juni 2024 |
Start openbaar onderzoek | 28 juni 2024 |
Einde openbaar onderzoek | 27 juli 2024 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 4 oktober 2024 |
Verslag GOA | 4 september 2024 |
Naam GOA | Bieke Geypens en Katrine Leemans |
Wijzigingsverzoeken
De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen. Projectinhoudversie 3 werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.
De aanvaarde wijzigingen zijn zodanig dat er geen nieuw openbaar onderzoek werd gehouden en geen adviezen opnieuw werden gevraagd.De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Tijdens het openbaar onderzoek werd een schrijven ontvangen van Elia Asset. Met deze brief reageert Elia Asset op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. Elia Asset geeft aan het project gunstig te adviseren op voorwaarde dat de voorschriften en veiligheidsmaatregelen bij werken uitgevoerd in de nabijheid van de installaties van Elia Asset nageleefd worden. Dit wordt meegegeven als aandachtspunt voor de uitvoering.
Tevens werd een schrijven ontvangen door Fluxys. Met deze brief reageert Fluxys eveneens op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. Fluxys geeft aan geen aardgasvervoerinstallaties te bezitten die beïnvloed worden door de aanvraag. Zij uiten bijgevolg geen bezwaar tegen de aflevering van de vergunning.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De normbepalingen van hoofdstuk III van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (vastgesteld bij Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 meermaals gewijzigd) dienen te worden nageleefd, conform artikel 11 van deze gewestelijke verordening;
2. Als de bedrijfsactiviteiten stopgezet worden, dient de zaakgebonden publiciteit te worden weggenomen;
3. Wachtende vrachtwagens moeten altijd op eigen terrein opgesteld worden
4. Bij het plannen van de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de locaties waar infiltratie voorzien wordt. Deze dienen vrijgehouden te worden van zware belastingen om bodemverdichtiging te vermijden en om de infiltratiecapaciteit van het terrein maximaal te vrijwaren tijdens de werken;
5. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Pipelink;
6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.
Brandweervoorwaarden
Bijzondere milieuvoorwaarden (aanlegfase - bemaling)
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken vóór de start gemeld aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum;
2. De bemaling duurt 105 dagen vanaf de start;
3. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van VLAREM II dient er geen meetgoot geïnstalleerd te worden. Er dient wel een aftapkraan voorzien te worden;
4. Aanvullend op de algemene en sectorale normen voor de lozing van het bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater geldt een bijzondere lozingsnorm van 50 µg/liter voor arseen en 100 ng/liter voor PFAS (individueel);
5. De kwaliteit van het bemalingswater dient gemonitord te worden bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende norm. De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie: 2 uur na opstart en vervolgens wekelijks. De te analyseren parameters zijn minstens arseen en de kwantificeerdbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025;
6. Alle analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en dienen bezorgd te worden aan dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 0,40 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 900 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 250 liter |
15.1.1° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 15 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 161 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 750 liter |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 1.400 liter |
19.3.1°a) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout e.d. andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 62,40 kW |
19.6.1°a) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 125 m³ |
29.5.2.1°a) | smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer volledig gelegen in een industriegebied; (inrichting Port Of Antwerp-Bruges) | 16,63 kW |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting Bemaling GD102) | 35 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting Bemaling GD102) | 35 m³/uur |
53.2.2°a) | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van maximaal 30.000 m³ per jaar. (inrichting Bemaling GD102) | 28.000 m³/jaar |
De vergunning omvat thans volgende bijzondere milieuvoorwaarden (aanlegfase - bemaling):
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken vóór de start gemeld aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum;
2. De bemaling duurt 105 dagen vanaf de start;
3. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van VLAREM II dient er geen meetgoot geïnstalleerd te worden. Er dient wel een aftapkraan voorzien te worden;
4. Aanvullend op de algemene en sectorale normen voor de lozing van het bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater geldt een bijzondere lozingsnorm van 50 µg/liter voor arseen en 100 ng/liter voor PFAS (individueel);
5. De kwaliteit van het bemalingswater dient gemonitord te worden bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende norm. De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie: 2 uur na opstart en vervolgens wekelijks. De te analyseren parameters zijn minstens arseen en de kwantificeerdbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025;
6. Alle analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en dienen bezorgd te worden aan dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2023131184.
De omgevingsvergunning wordt verleend voor:
- onbepaalde duur wat betreft de stedenbouwkundige handelingen en de IIOA van de exploitatiefase;
- een termijn die ingaat vanaf de start der bemalingswerken voor een periode van 105 kalenderdagen voor de aanlegfase (bemaling).