Terug
Gepubliceerd op 16/09/2024

2024_CBS_07199 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Lantis, Lobroekdok, 2060 Antwerpen. Dossiernummer BSP2024/008. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Jinnih Beels, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07199 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Lantis, Lobroekdok, 2060 Antwerpen. Dossiernummer BSP2024/008. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring 2024_CBS_07199 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Lantis, Lobroekdok, 2060 Antwerpen. Dossiernummer BSP2024/008. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever Lantis, Sint Pietersvliet 7, 2000 Antwerpen (referentie OVAM 20024).

Juridische grond

Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst Vergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende bijzondere voorwaarden:

1. De werf voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden.

2. Indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken.

3. De uitvoerder van de saneringswerken is verantwoordelijk voor het reinigen van de openbare weg indien deze door transporten afkomstig van de werf vervuild is.

4. Het bedrijfsafvalwater moet voldoen aan de algemene lozingsvoorwaarden voor de lozing van bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater en de bijzondere lozingsvoorwaarden opgenomen in het besluit over OMV_2023021692 VA2 Bypass R1-Noord.

5. Het college stelt voor deze te laten uitvoeren volgens volgende frequentie, zodat een snel ingegrepen kan worden bij een eventuele overschrijding:

6. De controle van het effluent van de WZI vindt plaats na eerste opstart en bij elke nieuwe fase (aansluiting nieuwe afvalwaterstroom) volgens volgende frequentie:

    a) bij opstart WZI;

    b) week 1-4: wekelijks;

    c) vanaf week 4 bij gunstige resultaten: maandelijks bij gunstige resultaten;

    d) bij één ongunstige analyse (niet voldaan aan lozingsnorm), valt de analysefrequentie terug op minstens wekelijkse analyses voor die parameter(s).

7. De plaatsing van een interceptieput stroomafwaarts van de gedempte zone wordt opgenomen als back-up in dit BSP, eerder dan de maatregelen te laten afhangen van een nieuw op te maken BSP wanneer zou blijken dat er toch grondwater verontreinigd wordt wordt ten westen van de diepwand. Daarnaast dienen ten minste de eerste zes maanden maandelijks staalnames te gebeuren om de verspreiding op te volgen. Enkel indien een status quo optreedt kan de controlefrequentie afnemen.

8. Er kan afgeweken worden op artikel 5.2.1.5§1 en 5.2.1.5§5 met betrekking tot het uithangbord en het groenscherm.

9. Er kan afgeweken worden van artikel 5.2.1.6§4 m.b.t. het uitvoeren van hinderlijke activiteiten (geluid, trillingen) op werkdagen vóór 7.00 uur en na 19.00 uur en op zon- en feestdagen. De exploitant beperkt deze werken tot een absoluut minimum en brengt potentieel gehinderden minstens twee weken op voorhand hierover op de hoogte.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.