Terug
Gepubliceerd op 16/09/2024

2024_CBS_07189 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084517. Van Schoonbekestraat 144. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Jinnih Beels, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07189 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084517. Van Schoonbekestraat 144. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07189 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084517. Van Schoonbekestraat 144. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024084517

Gegevens van de aanvrager:

de heer Aldo Salerno met als adres Gabriëllelei 2 te 2930 Brasschaat en BV SALERNO PROJECTS met als adres Zegersdreef 41 te 2930 Brasschaat

Ligging van het project:

Van Schoonbekestraat 144 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 10 sectie K nr. 1802M5

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden en verbouwen van een meergezinswoning naar 4 woonentiteiten

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed:  Geheel van vier meergezinswoningen:

https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/104516;

-          26/02/1923: toelating (1923#14817) voor vier huizen.

 

Geacht vergunde toestand  

-          functie: wonen (meergezinswoning – 3 woonentiteiten);

-          bouwvolume:

  • 4 bouwlagen met mansarde dak; 
  • hoofgebouw over de volledige breedte tot bouwdiepte van 20,5 m;
  • achterbouw rechts van de woning met een bouwdiepte van 29 m (4 bouwlagen);
  • lichtkoker in hoofdgebouw vanaf  2de verdieping;
  • nokhoogte van 16,44 m ten opzichte van het maaiveld.

-          gevelafwerking:

  • parament uit witte natuursteen met houten buitenschrijnwerk;
  • blauwe hardsteen gevelplint.

 

Bestaande toestand

-          functie: wonen (meergezinswoning – 4 woonentiteiten);

-          bouwvolume: in overeenstemming met de vergunde toestand, uitgezonderd:

  • veranda achteraan de gelijkvloerse aanbouw tot een bouwdiepte van 33 m ;
  • terrassen achteraan de verdiepingen tot een bouwdiepte van 22,10 m.

-          gevelafwerking: in overeenstemming met de vergunde toestand.

 

Nieuwe toestand

-          functie: wonen (meergezinswoning – 4 woonentiteiten);

-          bouwvolume:

  • 4 bouwlagen met mansarde dak; 
  • hoofgebouw over de volledige breedte met terrassen tot bouwdiepte van 20,60 m
  • terrassen achteraan de verdiepingen tot een diepte van 22,65 m;
  • achterbouw rechts van de woning met een bouwdiepte van 29,4 m (4 bouwlagen);
  • nokhoogte van 16,89 m ten opzichte van het maaiveld.

-          gevelafwerking:

  • voorgevel:
    • natuursteen zandsteen met houten buitenschrijnwerk;
    • natuurstenen gevelplint.
  • achtergevel:
    • gewijzigde raamopeningen;
    • wit bepleistering met houten en aluminium buitenschrijnwerk.

 

Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 3 naar 4;

-          uitbreiden van het volume van het dak;

-          slopen van de bestaande veranda;

-          uitbreiden van de terrassen achteraan de verdiepingen;

-          wijzigen van de achtergevel;

-          wijzigen van de scheimuren;

-          doorvoeren van interne constructieve werken.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Aquafin

22 juli 2024

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Fluvius System Operator

22 juli 2024

24 juli 2024

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

22 juli 2024

26 juli 2024

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

22 juli 2024

25 juli 2024

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

22 juli 2024

22 juli 2024

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg

22 juli 2024

29 juli 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 21 Minimale hoogte van ruimten: in de kelder voldoen de bergingen, afvalberging, wellness, technische ruimte en overloop niet aan de minimaal, opgelegde, vrije hoogtes; het vloerniveau van de wellnessruimtes (welke als verblijfsruimte wordt ingericht) bevindt zich lager dan 1,10 meter onder het niveau van het aangrenzende maaiveld;
  • artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: er dienen 3 fietsstalplaatsen voorzien te worden;
  • artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: de parkeerbehoefte voor het vermeerderen met 1 appartement is 1;
  • artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren: er wordt geen opstand van 30 centimeter voorzien ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak;
  • artikel 38 Groendaken: het is niet duidelijk of de nieuwe daken aangelegd worden als groendak;
  • artikel 40 Privaat gescheiden rioolstelsel en afvoerleidingen: de riolering wordt niet gescheiden aangeboden aan de straat;
  • artikel 41 Kenmerken aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel: Er zijn geen toezichtsputten voorzien.
     

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

  • mobiliteitsgerelateerde projecten
    Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing.
    Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
     

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).

Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

 

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Voorliggende aanvraag omvat geen functiewijziging. De bestaande functie van meergezinswoning blijft behouden en komt hiermee overeen met de kenmerkende woonfuncties in de straat.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De meergezinswoning bestaat uit 4 bouwlagen met pseudo-mansardedak. Het hoofdgebouw heeft een bouwdiepte van 20,60 meter. Ter hoogte van de rechter perceelsgrens bevindt zich een achterbouw van 4 bouwlagen tot een bouwdiepte van 29,4 meter. Tussen deze achterbouw en de linker perceelsgrens bevindt zich op elke verdieping een terras tot een diepte van 22,65 meter.

 

De werken met volume uitbreiding situeren zich achteraan de verdiepingen en ter hoogte van het dak. De terrassen worden besproken onder ‘Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen’. Het dak wordt verhoogd met 45 centimeter zodat de nuttige vrije hoogte onder het dak 2,60 meter bedraagt. Hierdoor kan in de daklaag een extra appartement voorzien worden. Deze ophoging situeert zich enkel ter hoogte van het hoofdvolume. De daklaag blijft in verhouding met de onderliggende voorgevel en blijft op deze manier leesbaar als daklaag. Deze volume uitbreiding is aanvaardbaar.

 

De overige werken situeren zich binnen het bestaande volume in functie van een beter intern ruimtegebruik. Bijgevolg wordt geoordeeld dat de draagkracht van het perceel, noch de omgeving wordt overschreden.

 

Visueel-vormelijke elementen - Cultuurhistorische aspecten

De aanvraag heeft betrekking op een meergezinswoning in vroege art-décostijl die deel uitmaakt van een geheel van 4 woningen, naar een ontwerp door de architecten Vincent Cols en Jules De Roeck uit 1923. Het ensemble is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.

 

Het pand werd bezocht door de stedelijke dienst monumentenzorg en de aanvraag werd voorbesproken. De appartementen bevatten op alle verdiepingen nog veel historische interieurelementen en dan voornamelijk in de salons en de kamers. Ook de monumentale trap tussen gelijkvloers en eerste verdieping is erg waardevol. De intenties van de aanvrager tot behoud van deze elementen en ook van de historische ruimte-indeling, wordt dan ook sterk gewaardeerd.

 

Het schrijnwerk in de voorgevel werd recent vervangen door PVC, een wijziging die niet gunstig geadviseerd kan worden vanuit oogpunt monumentenzorg. Aan het college wordt geadviseerd om deze wederrechtelijk uitgevoerde gevelwijziging uit te sluiten van vergunning. Bij vernieuwing van het schrijnwerk in de voorgevel, wordt opgelegd om dit te doen in hout (in natuurlijke houtkleur) naar oorspronkelijk model (cfr. huisnummer 142). Er worden hieromtrent voorwaarden opgelegd.

 

De voorgestelde materialisatie voor de achtergevel in wit pleisterwerk en aluminium buitenschrijnwerk is hedendaags en stedenbouwkundig aanvaardbaar.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Door het vergroten van de terrassen achteraan elke verdieping, ontstaat er direct aansluitend bij de verblijfsruimtes een voldoende ruime buitenruimte. Dit verhoogt de woonkwaliteit van de appartementen zonder bijkomende onaanvaardbare hinder te creëren ten opzichte van de aanpalers, aangezien deze zich tussen de bestaande (schei-)muren inpassen. De werken aan deze terrassen worden gunstig beoordeeld.

 

De kelder wordt heringericht met bergingen, een afvalberging, een fietsenberging en een wellnessruimte (horende bij appartement 1). Artikel 21 van de bouwcode legt bepalingen op betreffende de minimale vrije hoogte. Een voldoende vrije hoogte voor verblijfsruimten en andere ruimten garandeert dat elk vertrek over een minimale kwaliteit beschikt. Hierop kunnen geen afwijkingen worden toegestaan. De kelder wordt ter hoogte van de fietsenberging uitgediept met 36 centimeter zodat deze een vrije nuttige hoogte heeft van 2,20 meter. Vervolgens wordt in voorwaarden opgelegd dat ook de overige ruimtes uitgediept dienen te worden tot ditzelfde niveau. Het voorzien van de ruimte achteraan de kelder als verblijfsruimte (wellness) wordt uitgesloten van de vergunning, aangezien deze nog 40 centimeter meer uitgediept dient te worden en het niveau zich te diep onder het aangrenzende maaiveldniveau bevindt.

 

In de beschrijvende nota, toegevoegd bij het dossier, wordt gemeld dat al de daken als groendak worden aangelegd. Echter tonen de plannen geen groendaken. Hieromtrent worden voorwaarden opgelegd.

 

Artikel 40 en artikel 41 van de bouwcode legt eisen op betreffende het privaat gescheiden rioolstelsel en de aansluiting hiervan met het openbaar rioolstelsel. In voorwaarden van de vergunning wordt opgenomen om hieraan te voldoen.

 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen.

 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. In de geacht vergunde toestand zijn er slechts 3 wooneenheden. Er komt één woning bij in de nieuwe toestand.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1

De parkeerbehoefte is 1.

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

 

De voorliggende aanvraag heeft betrekking op een gebouw dat is opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed of ligt in een beschermd stad- en dorpsgezicht. Indien de werkelijke parkeerbehoefte op het perceel moet gerealiseerd worden, zou de erfgoedwaarde van het gebouw teniet worden gedaan. Daarom mogen geen parkeerplaatsen voorzien worden.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 0= 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 0 = 1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 0 parkeerplaatsen.

 

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 0 = 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaatsen.

 

 

Fietsvoorzieningen

In de kelder wordt een fietsenstalling voorzien. Echter worden de fietsen zelf niet ingetekend. Vermits de bijkomende woning over 2 slaapkamers beschikt, moeten er 3 fietsstalplaatsen voorzien worden. Deze moeten overdekt voorzien worden en afgesloten kunnen worden. Dit wordt opgenomen in voorwaarden.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De fietsenstalling dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 29 van de bouwcode.

3. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Monumentenzorg dienen opgevolgd te worden.

4.  Het privaat gescheiden rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 40 van de bouwcode.

5. De aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode.

6. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

7. De daken dienen aangelegd te worden als groendaken conform de bepalingen van artikel 38 van de bouwcode.

8. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:

-          indien plat dak: dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 millimeter enz.);

-          indien groendak: een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 centimeter breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

9. De kelder mag niet voorzien worden als verblijfsruimte.

10. De gehele kelder dient uitgediept te worden met 36 centimeter zodat een vrije hoogte van 2,20 meter wordt gerealiseerd, conform de bepalingen van artikel 21 van de bouwcode.

 

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

12 juni 2024

Volledig en ontvankelijk

22 juli 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

20 september 2024

Verslag GOA

 6 september 2024

Naam GOA

Cynthia Steurs

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De fietsenstalling dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 29 van de bouwcode.

3. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Monumentenzorg dienen opgevolgd te worden.

4.  Het privaat gescheiden rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 40 van de bouwcode.

5. De aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode.

6. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

7. De daken dienen aangelegd te worden als groendaken conform de bepalingen van artikel 38 van de bouwcode.

8. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:

-          indien plat dak: dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 millimeter enz.);

-          indien groendak: een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 centimeter breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

9. De kelder mag niet voorzien worden als verblijfsruimte.

10. De gehele kelder dient uitgediept te worden met 36 centimeter zodat een vrije hoogte van 2,20 meter wordt gerealiseerd, conform de bepalingen van artikel 21 van de bouwcode.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.