Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024091036 |
Gegevens van de aanvrager: | BV STYLECOM met als adres Dokter Vandeperrelaan 1 te 2110 Wijnegem |
Ligging van het project: | Bredabaan 532-534 te 2170 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 40 sectie C nr. 190P8 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen van een gemengd gebouw met vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 5 naar 7 appartementen en het splitsen van een bestaande handelsruimte in twee handelsruimtes |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 09/01/2024: statusrapport voor de functie: 5 woongelegenheden;
- 07/09/2007: vergunning (20071892) voor het verbouwen van een handelspand;
- 28/05/1990: vergunning (197#24) voor het verbouwen van een winkelruimte;
- 19/07/1966: vergunning (1974#5418) voor veranderingswerken aan de voorgevel gelijkvloersverdieping;
- 19/07/1957: toelating (103#5862) voor het bouwen van een magazijn in de tuin.
Vergunde toestand
-functie- gemengd gebouw:
- bouwvolume:
- voorgevelafwerking:
Bestaande toestand
In overeenstemming met de geacht vergunde toestand met uitzondering van:
- bouwvolume:
- voorgevelafwerking:
Nieuwe toestand
functie- gemengd gebouw:
- bouwvolume:
- voorgevelafwerking:
Inhoud van de aanvraag
- verbouwen en uitbreiden van een gemengd gebouw;
- slopen van een volume in de tuin en schuin dak tegen achtergevel;
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 5 naar 7;
- splitsen van detailhandel;
- uitbreiden van het volume met een extra bouwlaag;
- wijzigen van de voorgevel;
- wijzigen van de scheimuren;
- doorvoeren van interne constructieve werken.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 16 juli 2024 | 2 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Aquafin | 16 juli 2024 | Geen advies ontvangen | Geen advies ontvangen |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 16 juli 2024 | 7 augustus 2024 | Ongunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Business en Innovatie | 16 juli 2024 | 26 juli 2024 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 16 juli 2024 | 16 juli 2024 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 16 juli 2024 | 26 juli 2024 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu | 16 juli 2024 | 23 juli 2024 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 16 juli 2024 | 30 juli 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:
- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;
- de eigen aard van het betrokken gebied;
- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:
er dient een lift te worden geplaatst. Via de spiltrap geraakt een mindervalide persoon niet tot in een woning;
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
bij de inplanting, bouwhoogte en bouwdiepte moet er rekening gehouden worden met een optimale bezonning en daglichttoetreding ten aanzien van alle verblijfsruimten in het gebouw. Het gebruik van de lichtschachten als dakterrassen voldoet hier niet aan;
verblijfsruimtes dienen een minimale vrije hoogte te hebben van 2,60 m. De vrije hoogte van de kantoorruimte is slechts 2,54 m;
de terrassen in de lichtschachten zijn niet kwalitatief.
er ontbreken 3 autostalplaatsen;
het gedeelte van de scheidingsmuren heeft geen opstand van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak. Deze opstand mag niet met brandbaar materiaal bekleed worden. De opstand is slechts 0,15 m;
de toezichtputten dienen op het private perceel te worden voorzien, zo dicht mogelijk bij de perceelgrens aan het openbaar domein.
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag is gesitueerd in de Bredabaan, gelegen in het district Merksem. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door één- en meergezinswoningen met gelijkvloerse handelszaken.
Het samenvoegen van twee handelswoningen tot een meergezinswoning met zeven woongelegenheden plus twee afzonderlijke handelsfuncties sluit in principe aan bij de aanwezige functies op de omliggende percelen.
Echter wordt de draagkracht overschreden.
De aanvraag is voor advies opgestuurd naar de stedelijke dienst Business en Innovatie. De dienst adviseert gunstig met volgende beoordeling:
“Gunstig advies met betrekking tot het opdelen van een gelijkvloers handelsruimte in twee aparte winkelunits (van 178 m² en 135 m²). Het pand is gelegen in de zone lokaal kernwinkelgebied Centrum Merksem (A3). De Beleidsnota Detailhandel 2020 stelt dat in deze zone behoud van de vergunde commerciële ruimten mogelijk is en dat optimalisatie ervan gunstig wordt geadviseerd. Opdeling van één winkelunit in twee units is daarbij mogelijk, bijvoorbeeld om leegstand van de commerciële ruimte te vermijden.“
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt gevolgd.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag voldoet aan de goede ruimtelijke ordening op vlak van schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid.
Het gebouw past in de toekomstige straatwand en het toekomstige gabarit van de woningen uit zijn omgeving.
De afstand van voorgevel tot voorgevel in de Bredabaan is voldoende breed om een extra bouwlaag toe te laten. Verder is de afstand tot de achterste perceelsgrens en de achterliggende bebouwing ook voldoende groot waardoor de extra bouwlaag geen hinder geeft naar de achterliggende buren. De schaal van de aanvraag is aanvaardbaar in de stedelijke omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag voldoet aan de goede ruimtelijke ordening op vlak visueel-vormelijke elementen.
De feitelijke toestand van de omgeving wijst uit dat de Bredabaan gekenmerkt wordt door gevels in gevelbakstenen afgewisseld met gepleisterde of geschilderde gevels. Er is een verscheidenheid aan gevelmaterialen.
De gevel van de bijkomende laag wordt afgewerkt met een zinken beplating in beige kleur en grijs PVC buitenschrijnwerk. De balustrades voor de raamopening worden in glas voorzien. Deze materialen passen binnen de omgeving waarop de aanvraag betrekking heeft en zijn dus aanvaardbaar.
De voorgevel vormt een eerlijke vertaling van de achtergelegen functie.
Bodemreliëf
De afwijking op de bepalingen van de verordening hemelwater – met betrekking tot een gedeeltelijk bovengrond - en ondergronds infiltratievoorziening – kan gunstig worden geadviseerd.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag valt onder artikel 5 van de verordening toegankelijkheid. Het betreft een meergezinswoningen, waarbij de constructie na de handelingen toegangsdeuren tot wooneenheden bevat op meer dan twee niveaus en minstens zes wooneenheden hebben.
De aanvraag voldoet niet aan de bepalingen van de verordening toegankelijkheid. De aanvraag wijkt af op volgende punten:
- artikel 21 Verticale plateauliften: er dient een lift te worden geplaatst. Via de spiltrap geraakt een mindervalide persoon niet tot in een woning;
- artikel 29/2: de aangepaste toiletten op de gelijkvloerse verdieping ontbreken. Wanneer er in de handelsruimtes sanitair voorzien wordt dat door klanten kan gebruikt worden moet er een aangepast toilet voorzien worden.
Het is niet meer dan logisch om de spiltrap te vervangen door een trap die wel voldoet aan de verordening of op zijn minst een lift te plaatsen. Een aangepast toilet kan eveneens worden aangeboden.
Op de eerste verdieping worden de platte daken in de lichtschacht omgevormd naar dakterrassen/ buitenruimte voor de wooneenheden op deze verdieping. Echter kunnen deze terrassen in een lichtschacht bezwaarlijk als bruikbare kwalitatieve buitenruimte worden beschouwd.
Een terras – met als afmetingen circa 1,75 m breed op circa 5,67 m diep – in een koker van 9,97 m hoog biedt weinig gebruiksgenot. De gebruiker heeft geen zicht op open ruimte en direct zonlicht maar zit ingesloten in een hoge smalle koker wat algauw een claustrofobisch gevoel geeft.
Verder dient een lichtschacht om dieper gelegen ruimte in het volume te voorzien van licht. Zo grenzen in het ontwerp aan deze schacht meerdere slaapkamers en leefruimten van de bovenliggende wooneenheden. Bij gebruik van deze lichtschacht als terras geeft dit lawaaihinder naar de slaapkamers van de bovenliggende wooneenheden. Dit is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar en wordt ongunstig geadviseerd.
Er wordt geen dakopstand van 30 cm ten opzicht van het hoogst aangrenzende dakvlak voorzien. Hierbij wordt vastgesteld dat de dakopbouw niet correct wordt weergeven. Er wordt nergens dakisolatie en dakafwerking voorzien.
Dit is onder meer het geval bij het plat dak van de slaapkamer van appartement 102 op de eerste verdieping – waar zich trouwens ook een dakterras bevindt – en de platte daken van de appartementen 301 en 302. Dit is stedenbouwkundig niet aanvaardbaar.
Verder wijkt de aanvraag af op een aantal artikels van de bouwcode. Een deel van deze afwijkingen kunnen gunstig worden geadviseerd of worden aangepast in een nieuwe aanvraag zodat de aanvraag wel voldoet.
De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de oppervlaktenormen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW).
Zo heeft onder meer appartement 201 een kinderkamer met een oppervlakte van 5,2 m² en een breedte van 1,79 m, waar dit minimaal 7 m² groot en 2,2 m breed moet zijn. Deze ruimte kan dus niet gebruikt worden als kinderkamer.
Daarnaast worden in appartementen 102, 202 en 302 bureauruimten voorzien met een oppervlakte van 7,5 m² waardoor ze mogelijks als slaapkamers kunnen worden gebruikt. Naar planschikking lijkt het logischer om deze ruimte mee op te nemen in de naastliggende leefruimte, waardoor de oppervlakte van de leefruimte in verhouding staat tot het aantal slaapkamers.
De verwevenheid van functies is een essentieel kenmerk van een binnenstedelijk gebied. Maar een te grote mix van verschillende functies of een te grote concentratie van één bepaalde functie kan tevens voor conflicten en overlast zorgen. Voorbeelden van overlast hierbij zijn geluidsproductie, parkeerdruk, mobiliteitsgeneratie, laden en lossen, dag- of nachtactiviteiten.
Ook een te hoge concentratie meergezinswoningen kan overlast met zich meebrengen. De impact van een appartementsgebouw is bijvoorbeeld heel anders dan dat van een rijhuis voor één gezin. De typologie en schaal kunnen overlast genereren door middel van concentraties. Het verschil tussen verschillende typologieën kan niet steeds via de functiebeperkingen in een bestemmingsplan kunnen worden opgevangen en moeten daarom steeds concreet worden nagegaan in de aanvraag in functie van de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening.
Om bovenstaande hinderaspecten aanvaardbaar te houden en tegelijk de woonkwaliteit te garanderen, is het bijgevolg noodzakelijk om de juiste verhoudingen te zoeken tussen verschillende woningtypes enerzijds en de omvang (oppervlakte) van de verschillende functies binnen de woningen anderzijds. Het voorliggende project met 1 een-slaapkamerappartement, 5 twee-slaapkamerappartementen en 1 drie-slaapkamerappartement is een onaanvaardbare mix.
Hieruit kunnen we concluderen dat met het vermeerderen van 5 naar 7 wooneenheden de densiteit op onaanvaardbare wijze stijgt en tegelijkertijd het woongenot daalt. Verder verhoogt dit de druk op het perceel, het bouwblok en de wijk onaanvaardbaar waardoor de draagkracht van de site wordt overschreden.
De bouwaanvraag voldoet niet aan de bouwcode en de verordening toegankelijkheid omwille van belangrijke conceptuele tekortkomingen. De aanpassingen die nodig zijn om tegemoet te komen aan de bouwcode wijzigen de bouwplannen op essentiële punten, waardoor de aanvraag moet worden geweigerd.
Verder is de aanvraag voor advies opgestuurd naar de brandweer. Zij geven vanuit hun expertise een ongunstig advies. De brandveiligheid van het gebouw kan niet gegarandeerd worden. Omwille van het ongunstig advies van de brandweer, dient de bouwaanvraag te worden geweigerd.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen. |
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0 . |
Fietsvoorzieningen
Er wordt enkel rekening gehouden met de uitbreiding voor de bepaling van het aantal fietsstalplaatsen. Er moet voor de 2 bijkomende wooneenheden 6 fietsstalplaatsen overdekt en afsluitbaar voorzien worden:
2 appartementen met 2 slaapkamers: 2 x 3 = 6
Er worden 6 fietsparkeerplaatsen voorzien op het gelijkvloers. De afmetingen van de fietsstalplaatsen zijn conform de opgelegde normen in de bouwcode.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met een goede ruimtelijke ordening, stedenbouwkundige voorschriften en het ongunstig advies van de brandweer.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 25 juni 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 16 juli 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 14 september 2024 |
Verslag GOA | 27 augustus 2024 |
Naam GOA | Cynthia Steurs |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.
De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.