Terug
Gepubliceerd op 09/09/2024

2024_CBS_06970 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024085666. Oosterveldlaan 24-24A. District Wilrijk - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_06970 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024085666. Oosterveldlaan 24-24A. District Wilrijk - Goedkeuring 2024_CBS_06970 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024085666. Oosterveldlaan 24-24A. District Wilrijk - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2024085666

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

VZW GasthuisZusters Antwerpen (0428651017) met als contactadres Oosterveldlaan 22 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Ligging van het project:

Oosterveldlaan 24-24A te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 42 sectie C nrs. 173N en 173P

waarvan:

 

-     20180719-0037

afdeling 42 sectie C nrs. 173P en 173N (GasthuisZusters Antwerpen vzw, campus Sint-Augustinus)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

het uitbreiden van de vergunning voor een bronbemaling en het lozen van het bemalingswater voor de aanbouw van NICU/Fertiliteit/RT Bunkers, afwijking op de lozingsvoorwaarden.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 14 september 2017 werd door de deputatie aan vzw GasthuisZusters Antwerpen (GZA) een milieuvergunning verleend voor de verdere exploitatie van een ziekenhuis tot 14 september 2037 (kenmerk MLAV1/2017-0205). Op 17 mei 2023 werd een vergunning verleend voor het slopen van een deel van het ziekenhuis en het bouwen van een nieuwe vleugel voor Neonatale Intensieve Care Unit (NICU) en fertiliteit (kenmerk OMV_2022103872). Op 14 september 2023 verleende de deputatie een vergunning voor een tijdelijke grondwaterwinning en het lozen van het effluent voor de realisatie van deze uitbreiding (kenmerk OMV_2023074724). Op 30 november 2023 verleende de deputatie een vergunning voor een grondwaterwinning voor het plaatsen van iridiumbunkers (kenmerk OMV_2021189408).

 

Inhoud van de aanvraag

Het project omvat een uitbreiding van de grondwaterwinning noodzakelijk voor de bouw van de nieuwe vleugel voor NICU/fertiliteit en de uitbreiding van afdeling radiologie met ‘RT-bunkers iridium’.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

61,78 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

18,64 m³/uur

53.2.2°b)2°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld.

188.078 m³/jaar

 

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden


1

 

Bij te stellen voorwaarde:

Het betreft een verzoek tot afwijking van de algemene en sectorale lozingsvoorwaarden voor de bemaling van de iridium RT bunkers.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling

Volgende lozingsnormen worden gewenst voor de bemaling van de Iridium RT bunkers, analoog aan deze verleend in de omgevingsvergunning OMGP-2023-0186:

 

Parameter

Norm

Arseen

0,05 mg/liter

Chroom

0,5 mg/liter

Nikkel

0,3 mg/liter

Lood

0,5 mg/liter

Zink

2 mg/liter

PFAS individueel

0,1 µg/liter

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor dagrecreatie. De gebieden voor dagrecreatie bevatten enkel de recreatieve en toeristische accommodatie, bij uitsluiting van alle verblijfsaccommodatie, (Artikel 16 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

De aanvraag betreft de actualisatie van een tijdelijke bemaling die noodzakelijk is voor de uitvoering van eerder vergunde stedenbouwkundige handelingen. Deze stedenbouwkundige handelingen werden reeds eerder getoetst aan de verenigbaarheid met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening. De bemaling zelf is slechts tijdelijk van aard en noodzakelijk voor de uitvoeringsfase van de bouw. Het project kan beschouwd worden als verenigbaar met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

De vergunning voor het ziekenhuis omvat twee tijdelijke bemalingen. De twee locaties bevinden zich op verschillende plaatsen op het ziekenhuisterrein en worden als twee afzonderlijke bemalingen gemodelleerd. De bemaling voor de bouw van de NICU/fertiliteit werd al opgestart (juni 2024). Hierbij bleek dat de vergunde debieten ruim ontoereikend zijn om de vereiste verlaging te verwezenlijken. De bemalingsstudies van beide projecten werden geactualiseerd met de nieuwe inzichten.

 

Het maaiveld bevindt zich op circa 15 mTAW. De grondwaterdiepte werd gemonitord via drie peilbuizen rond de projectzone tussen juni 2022 en maart 2024. De grondwaterstand varieerde tussen +10,75 mTAW en +12,92 mTAW. De hoogste waterstand wordt verder gebruikt voor de berekening van de bemalingsdebieten.

 

NICU

 

De maximale ontgravingsdiepte bedraagt +9,3 mTAW. De bemaling wordt uitgevoerd tot maximaal +8,8 mTAW, met gravitaire filters geplaatst elke vier meter en aangezet op +3 mTAW en filteropeningen boven +5 mTAW. De maximale invloedstraal bedraagt 350 meter. De berekende zetting bedraagt 5 mm ter hoogte van de onttrekking, ruim lager dan de algemeen aanvaarde grenswaarde van 20 mm.

Het totaal te onttrekken volume:

 

periode na start

onttrekkingsdebiet (m³/uur)

start bemaling

43 m³/uur

1 maand

37,6 m³/uur

2 maanden

33,8 m³/uur

3 maanden

30,4 m³/uur

4 maanden

28,1 m³/uur

5 maanden

26,1 m³/uur

6 maanden

24,5 m³/uur

200 dagen

23,5 m³/uur

gemiddeld

31 m³/uur

totaal na 200 dagen

148.716 m³

vergund debiet OMV_2023074724

8.174 m³/jaar

 

Iridium bunkers

 

Voor de bouw van de iridiumbunkers bedraagt de maximale ontgravingsdiepte +12,37 mTAW. Het grondwater wordt 0,5 m dieper verlaagd tot TAW +11,87 m. De bemaling wordt uitgevoerd met gravitaire filters geplaatst elke vier meter en aangezet op +7 mTAW met filteropeningen boven +9 mTAW. De maximale invloedstraal bedraagt 250 meter na 120 dagen. De berekende zetting bedraagt 1 mm ter hoogte van de onttrekking, ruim lager dan de algemeen aanvaarde grenswaarde van 20 mm.

 

periode na start

onttrekkingsdebiet

start bemaling

22,1 m³/uur

1 maand

18,6 m³/uur

2 maanden

16,1 m³/uur

3 maanden

14 m³/uur

4 maanden

12,5 m³/uur

gemiddeld

16,5 m³/uur

totaal na 120 dagen

47.448 m³

vergund debiet OMV_2021189408

1.108 m³/jaar

 

Waterkwaliteit en lozing

 

Binnen de maximale invloedstraal van de bemalingen bevinden zich enkele OVAM-dossiers. De invloed van de bemaling op deze verontreiniging en de mogelijke invloed op de kwaliteit van het effluent van de bemaling werden onderzocht.

 

OVAM-dossier en ligging

samenvatting

31555 – projectlocatie

-     OBO’s 2008, 2016 en 2023;

-     verontreiniging met arseen, nikkel, zink, lood in het grondwater.

35245 – sint-Augustinuslaan 23

-     OBO 2010;

-     geen grondwaterverontreiniging.

50664 – sint-Augustinuslaan 17

-     OBO 2012;

-     verontreiniging met arseen in het grondwater.

58107 – Groenenborgerlaan 171

-     lekkende leiding 2012 – 2013 (schadegeval), OBO 2014;

-     verhoogde concentraties nikkel en chroom.

19744 – Lindendreef 1

-     OBO 2002, 2005, 2006 en 2023;

-     verontreiniging met arseen in het grondwater.

 

Uit de achtergrondwaardekaarten van OVAM blijkt dat het voorkomen van arseen, nikkel, zink en lood een gevolg kunnen zijn van de achtergrondconcentraties in het grondwater. Het valt dus te verwachten dat deze ook in het opgepompte grondwater en te lozen effluent aanwezig kunnen zijn.

 

In april 2024 (opstart proefbemaling NICU) werd het grondwater uit de drie peilbuizen onderzocht op de aanwezigheid van PFAS. Er werd eveneens een proefbemaling uitgevoerd waarbij het opgepompte water gecontroleerd werd. De stalen afkomstig uit de peilbuizen toonden overschrijdingen van de rapportagegrens:

 

PFAS

peilbuis - 20/03/’23

LP1 – 4/06/’24

PFBA

32 ng/liter

50 ng/liter

PFOA lineair

71 ng/liter

27 ng/liter

PFOA totaal

79 ng/liter

32 ng/liter

PFHxS totaal

 

83 ng/liter

PFHxS lineair

 

81 ng/liter

som 20 EU DWRL

 

160 ng/liter

 

De gemeten concentraties waren lager dan de in 2023 verleende bijzondere lozingsvoorwaarden (100 ng/liter) voor de NICU bemaling, zonder gebruik van een waterzuiveringsinstallatie. Er werden evenmin zware metalen teruggevonden boven de lozingsvoorwaarden. Het afvalwater wordt geloosd in de openbare riolering.

De toegestane lozingsnormen werden in het lozingspunt niet overschreden. Er wordt geadviseerd de reeds toegekende lozingsvoorwaarden voor lozing in de openbare riolering te behouden en ook toe te staan voor het debiet afkomstig van de bemaling van de RT bunkers, als verder geloosd wordt op de openbare riolering.

 

parameter

voorstel college

voorstel exploitant

opmerking

arseen

50 µg/liter

50 µg/liter

10x IC

chroom

500 µg/liter

500 µg/liter

10x IC

nikkel

180 µg/liter

300 µg/liter

6x IC, PS

lood

100 µg/liter

500 µg/liter

2x IC, PS

zink

2.000 µg/liter

2.000 µg/liter

10x IC

PFAS individueel

0,1 µg/liter

0,1 µg/liter

cfr. tijdelijk handelskader

 

De exploitant geeft aan dat door plaatsgebrek het niet realiseerbaar is het grondwater vertraagd te retourneren in de bodem. “Onvertraagd infiltreren is niet mogelijk omdat we dan “als het ware dweilen met de kraan open””. Met dergelijke motivatie lijkt het er niet op dat de exploitant terdege de alternatieven voor een lozing in de openbare riolering heeft onderzocht. De sectorale voorwaarden schrijven voor dat niet geloosd mag worden in de openbare riolering als er zich binnen een afstand van 200 meter van de bemalingspomp een kunstmatige afvoer voor hemelwater of oppervlaktewater bevindt die via openbaar domein bereikbaar is. Ten zuiden van de nieuwe NICU vleugel in Spoorweglaan loopt over een grote lengte een afvoergracht voor hemelwater. Gelet op de bij de aanvraag gevoegde analyseresultaten, lijkt het opgepompte grondwater van voldoende kwaliteit om, na zuivering, ten minste gedeeltelijk te worden geloosd in de gracht.

 

parameter

MKN bijlage 2.4.1 Vlarem II

analyse 4/06

arseen

20 µg/liter

3,8 µg/liter

chroom

50 µg/liter

< 15 µg/liter

nikkel

40 µg/liter

< 5 µg/liter

lood

20 µg/liter

< 5 µg/liter

zink

500 µg/liter

< 10 µg/liter

som PFAS dwrl20

(0,1 µg/liter)

0,160 µg/liter

som PFAS WAC25

(0,5 µg/liter)

0,160 µg/liter

 

Voor zover er geen bezwaar is van de VMM dienst Grondwater, stelt het college voor om een afwijking op artikel 5.53.6.1.1§3 en artikel 5.53.6.1.1§4 op te nemen in het besluit en het lozen in de riolering enkel toe te laten als de milieukwaliteitsnormen voor grondwater of de bijzondere infiltratienormen voor PFAS niet gehaald kunnen worden, of wanneer de infiltratiecapaciteit van de gracht bereikt is.

De bijzondere milieuvoorwaarden in de afzonderlijk afgeleverde uitbreidingen van de milieuvergunning voor de bemaling van de NICU-vleugel en de RT-bunkers, zijn niet helemaal gelijk. Het college stelt voor de voorwaarden geldend voor de twee bemalingen met elkaar in overeenstemming te brengen.

 

Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijke uitgebracht deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.

 

Advies van het college

Er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven de vergunning te verlenen.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

61,78 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

18,64 m³/uur

53.2.2°b)2°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld.

188.078 m³/jaar

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

  1. Er kan afgeweken worden van artikel 5.53.6.1.1§3 van Vlarem II.
  1. Het lozen in de riolering enkel toe te laten als de milieukwaliteitsnormen voor grondwater of de bijzondere infiltratienormen voor PFAS niet gehaald kunnen worden, of wanneer de infiltratiecapaciteit van de gracht bereikt is.
  1. Het te infiltreren grondwater mag in afwijking van artikel 5.53.6.1.1§4 volgende concentraties bevatten:

-     som PFAS 20 dwrl: 100 ng/liter;

-     som PFAS WAC/IV/A/025: 500 ng/liter.

  1. Na zuivering dient het opgepompte water ten minste gedeeltelijk te worden geloosd in de gracht.

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

18 juli 2024

Start openbaar onderzoek

28 juli 2024

Einde openbaar onderzoek

26 augustus 2024

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

6 september 2024

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden:

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden


  1. Er kan afgeweken worden van artikel 5.53.6.1.1§3 van Vlarem II.
  1. Het lozen in de riolering enkel toe te laten als de milieukwaliteitsnormen voor grondwater of de bijzondere infiltratienormen voor PFAS niet gehaald kunnen worden, of wanneer de infiltratiecapaciteit van de gracht bereikt is.
  1. Het te infiltreren grondwater mag in afwijking van artikel 5.53.6.1.1§4 volgende concentraties bevatten:

-     som PFAS 20 dwrl: 100 ng/liter;

-     som PFAS WAC/IV/A/025: 500 ng/liter.

  1. Na zuivering dient het opgepompte water ten minste gedeeltelijk te worden geloosd in de gracht.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.