Terug
Gepubliceerd op 09/09/2024

2024_CBS_06977 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023171170. Polderdijkweg 16. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_06977 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023171170. Polderdijkweg 16. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_06977 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023171170. Polderdijkweg 16. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2023171170

Gegevens van de aanvrager:

NV SGS BELGIUM met als adres Noorderlaan 87 te 2030 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

NV SGS BELGIUM (0404882750) met als adres Noorderlaan 87 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Polderdijkweg 16 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 14 sectie A nrs. 134G4 en 134E3

waarvan:

 

-          20201009-0023

afdeling 14 sectie A nrs. 134E3 en 134G4 (nv SGS Belgium)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

De hernieuwing en verandering van onderzoekslaboratoria;

het regulariseren van een stockageruimte.

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-     09/11/2012: vergunning (20126201) voor uitbreiden magazijn: opslag chemicaliën OGC-lab en regulariseren mobiele container. De mobiele koelcontainer werd voor een termijn van 8 jaar vergund op een andere plaats op het terrein. Deze termijn is ondertussen verstreken; 

-     23/10/1997: vergunning (19971616) voor uitbreiden kantoren en laboratoria; 

-     05/03/1990: vergunning (1990712) voor uitbreiden kantoren en laboratoria; 

-     13/01/1986: vergunning (1986151) voor uitbreiden kantoren en laboratoria;

-     11/03/1985: vergunning (1985136) voor uitbreiden kantoren en magazijn; 

-     17/01/1983: vergunning (1983174) voor uitbreiden kantoren en laboratoria; 

-     13/06/1980: vergunning (1980168) voor uitbreiden kantoren;  

-     31/12/1976: vergunning (197617) voor uitbreiden burelen en laboratoria; 

-     15/03/1968: vergunning (1968181) voor kantoren en laboratoria. 

 

Vergunde toestand

-     functie: 

  • industrie en bedrijvigheid; 
  • kantoorgebouw en labo; 

-     bouwvolume: 

  • grondoppervlakte: 2.950 m²; 
  • hoogte: 9 meter; 

-     gevelafwerking: bruin/rood metselwerk; 

-     inrichting: 

  • op de site bevinden zich naast het kantoor- en labogebouw nog twee magazijnen; 
  • de overige vrije ruimte op de site is volledig verhard en ingericht als parking. 

 

Bestaande toestand

-     het kantoor- en labogebouw is in het zuidoosten uitgebreid met een stockageruimte; 

-     een mobiele koelcontainer is aanwezig en wordt deels omsloten door de nieuwe stockageruimte.

 

Nieuwe toestand

-     functie: 

  • industrie en bedrijvigheid; 
  • stockageruimte bij het kantoor- en labogebouw; 

-     bouwvolume uitbreiding: 

  • grondoppervlakte: 110 m²; 
  • hoogte: 3,9 meter; 

-     gevelafwerking: 

  • plint in beton met daarboven witte sandwichpanelen; 
  • dak in grijze sandwichpanelen; 

-     inrichting: 

  • ten zuiden van de stockageruimte wordt een infiltratiezone met steenslag voorzien. 

 

Inhoud van de aanvraag

-     bouwen van een stockageruimte tegen het hoofdgebouw (regularisatie).

 

Opgemerkt wordt dat de mobiele koelcontainer niet vergund is. De tekeningenset vergunde toestand is aldus niet correct. Daarnaast is deze ook onvolledig (geveltekeningen en snedes ontbreken). Bovendien stemmen de buitenaanleg en de ingetekende parkeerplaatsen niet overeen met de laatst gekende vergunning, zijnde de vergunning uit 2012.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 25 november 2004 verleende de deputatie een milieuvergunning voor de verdere exploitatie en verandering van onderzoekslaboratoria, voor een termijn verstrijkend op 25 november 2024. Nadien werden nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft de hernieuwing en verandering van onderzoekslaboratoria.

 

Aangevraagde rubriek(en)

  

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

-2 m³/uur
(totaal 4,5 m³/uur)

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar;

+ 1.475 m³/jaar
(totaal 24.475 m³/jaar)

4.5.

opslagplaatsen voor meer dan 10 ton bedekkingsmiddelen met uitzondering van deze bedoeld in rubrieken 17 en 48;

25 ton
(hernieuwing)

5.2.

inrichtingen voor het verpakken van pesticiden;

1 unit
(hernieuwing)

5.3.2°

opslagplaatsen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17 en 48, voor pesticiden van meer dan 2 ton;

25 ton
(hernieuwing)

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 liter tot en met 5.000.000 liter;

+100.500 liter
(totaal 237.000 liter)

13.3.

opslagplaatsen voor farmaceutische stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton;

25 ton
(hernieuwing)

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

10 voertuigen
(hernieuwing)

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

+40,64 kW
(totaal 334,27 kW)

17.1.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke aerosolen met een gezamenlijke netto inhoud van 300 liter tot en met 3.000 liter;

-18.950 liter
(totaal 1.000 liter)

17.1.2.1.3°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in ver­plaatsbare recipiënten met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter;

-8.716 liter
(totaal 11.234 liter)

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van 3.000 tot en met 10.000 liter;

-325 liter
(totaal 5.705 liter)

17.3.2.1.2.2°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 200 ton;

-264,715 ton
(totaal 75 ton)

17.3.2.2.2°b)

opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (gevarenpictogram GHS02) van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 50 ton voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders, als de inrichting volledig gelegen is in industriegebied;

-296,715 ton
(totaal 43 ton)

17.3.3.1°a)

opslagplaatsen gelegen volledig in industriegebied voor oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS03) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 kg tot en met 20 ton;

-329,22 ton
(totaal 10,50 ton)

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton;

-52,8 ton
(totaal 205 ton)

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton;

-312,715 ton
(totaal 27 ton)

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton;

+52,2 ton
(totaal 310 ton)

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

-229,715 ton
(totaal 110 ton)

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton;

-41 ton
(totaal 120 ton)

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

5.000 liter

19.6.1°a)

opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal;

85 m³

(hernieuwing)

21.3.

opslagplaatsen voor kleurstoffen en pigmenten, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton;

25 ton

(hernieuwing)

22.2.

opslagplaatsen voor cosmetische stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton;

25 ton

(hernieuwing)

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt;

-1 labo
(totaal 4 labo’s)

26.2.

opslagplaatsen voor lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, van meer dan 10 ton;

25 ton

(hernieuwing)

28.1.f)1°

opslagplaatsen van kunstmest, andere dan deze bedoeld in rubriek 17 en 48, met een opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton;

25 ton

(hernieuwing)

34.3.

opslagplaatsen voor reinigingsmiddelen en poetsmiddelen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48;

25,70 ton

(hernieuwing)

43.1.1°a)

stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas;

+20 kW
(totaal 1.430 kW)

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48.

25 ton
(hernieuwing)

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden uit vergunning of meldingsakte


1.

Bij te stellen voorwaarde:

De 2 stookinstallaties van elk 620 kW mogen op dezelfde schouw aangesloten zijn.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De exploitant wenst deze bijstelling terug aan te vragen in het kader van de hernieuwing van de vergunning.

 

2.

Bij te stellen voorwaarde:

Lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De exploitant vraagt diverse lozingsnormen aan.

 

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden


1.

 

Bij te stellen voorwaarde:

VLAREM II art. 5.17.4.1.3. §4

Voor de opslag van cyanidezouten (TDI) en nitrilen (acetonitril).

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De cyanidezouten en nitrilen zullen opgeslagen worden volgens de geldende VLAREM II-voorwaarden: in de labo's in zelfsluitende, geventileerde veiligheidskasten in een ruimte met branddetectie en bij het gebouw SAMAN in de voorziene compartimenten, met zelfsluitende brandvertragende poorten en de argoniteblanketing. Het merendeel van deze producten zal worden gestockeerd bij SAMAN.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

23 juli 2024

20 augustus 2024

Gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

Over het goed loopt volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een overdruk met als aanduiding Hoogspanningsleiding. 

In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en de wijzigingen van een hoogspanningsleiding en haar aanhorigheden. De aanvragen voor vergunningen voor een hoogspanningsleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming.

De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de bestaande hoogspanningsleiding niet in het gedrang worden gebracht.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier gelden volgende bestemmingsvoorschriften: 

-     Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven; 

-     Gebied voor waterweginfrastructuur voor het Hansadok; 

-     overdruk Hoogspanningsleiding; 

-     overdrukken Leidingstraat.  

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvrager duidt aan dat het plaatsen van een hemelwaterput niet verplicht is aangezien er in het gebouw geen gebruiksmogelijkheden zijn voor het opgevangen water. Het betreft echter een uitbreiding van het kantoor- en labogebouw waar vermoedelijk wel hergebruikmogelijkheden in zijn. Het is niet duidelijk of er al hemelwaterputten aanwezig zijn op de site bij gebrek aan een rioleringsplan waardoor er niet geoordeeld kan worden over de wenselijkheid van het opvangen van hemelwater. Dit dient verduidelijkt te worden en zo nodig dient een hemelwaterput geplaatst te worden.

 

Het hemelwater dat op het dak van de stockageruimte valt, wordt afgevoerd naar een bovengrondse infiltratiezone met een oppervlakte van 31,6 m² en een diepte van 0,5 meter. Opgemerkt wordt dat deze zone volledig opgevuld wordt met steenslag waardoor er geen (of zeer beperkt) hemelwater gebufferd kan worden en de in het hemelwaterformulier ingevulde buffercapaciteit van 11.060 liter niet behaald wordt. Hierdoor voldoet de infiltratievoorziening niet aan de gewestelijke hemelwaterverordening.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het regulariseren van een stockageruimte aan het hoofdgebouw (kantoren en laboratoria). Deze stockageruimte is opgetrokken om de leveringen en het laden en lossen voor het hoofdgebouw te vergemakkelijken. De stockageruimte heeft namelijk een helling om het hoogteverschil tussen de site en het gelijkvloers van het hoofdgebouw te overbruggen en zorgt ervoor dat het laden en lossen overdekt kan gebeuren. De binnenruimte wordt gebruikt voor de opslag van verpakkingsmateriaal.

 

Het bouwen van de stockageruimte maakt de verdere exploitatie van het bestaand industrieel bedrijf mogelijk waardoor de aanvraag zich functioneel inpast binnen het industrieveld.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De stockageruimte heeft een oppervlakte van circa 110 m² en een hoogte van 3,9 meter. Dit betreft een beperkte uitbreiding van het hoofdgebouw aangezien deze reeds een oppervlakte van circa 2.950 m² en een hoogte van 9 meter heeft. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

 

Visueel-vormelijke elementen

De stockageruimte is op de bestaande verharding geplaatst. Het gebouw is opgetrokken in staal en afgewerkt met een betonnen plint en witte sandwichpanelen. Deze materialen zijn aanvaardbaar binnen de industriële context.

 

Opgemerkt wordt dat de integratie van de bestaande maar onvergunde mobiele koelcontainer met de nieuwe stockageruimte geen harmonieus geheel vormt. Het is aangewezen hier in te zetten op een permanente geïntegreerde oplossing. Deze vergunningsaanvraag betreft geen regularisatie voor eventuele niet-vergunde gebouwen of constructies die op de plannen ingetekend staan en niet tot het voorwerp van voorliggende aanvraag behoren. Het wordt geadviseerd om de onvergunde koelcontainer dan ook uit te sluiten van vergunning.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweerzone Antwerpen. Dit advies is op datum van opstelling van dit verslag nog niet uitgebracht. Ook de lokale overheid hecht belang aan het brandweeradvies.
 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

SGS exploiteert een dienstverlenend bedrijf met labo- en opslagactiviteiten in opdracht van derden. Er is geen eigen productie. Voorliggende aanvraag betreft een hernieuwing en een wijziging van de exploitatie. De activiteiten zijn verdeeld over het hoofdgebouw en het Sample Management-gebouw (SAMAN-gebouw). De activiteiten van SAMAN omvatten louter opslag met beperkte ompakking.

 

De exploitatie betrof voor de hernieuwing een lagedrempel SEVESO-bedrijf. SGS zal het hoogrisico laboratorium (BSE) stopzetten, waardoor het bedrijf geen SEVESO-verplichtingen meer zal hebben. Er werd wel een toetsing aan de SEVESO-drempels toegevoegd aan de aanvraag, daaruit blijkt dat de drempels effectief niet gehaald worden. Om die reden wordt ook rubriek 17.2 stopgezet. Andere rubrieken voor gevaarlijke stoffen worden omwille van deze wijziging ook opnieuw ingedeeld.

 

Het BSE-laboratorium zal worden stopgezet, volgende laboratoria worden dan nog geëxploiteerd:

- IAC (Institute for Applied Chromatography);
- OGC (Oil, Gas and Chemicals);
- Microbiologie;
- OCM (Oil Condition Monitoring).

Gevaarlijk afval van de labo’s wordt in aparte containers bewaard en gestockeerd in het afvalpark voor ophaling en verwerking door EWACS (eigen diensten). In de labo’s worden de gevaarlijke producten opgeslagen in veiligheidskasten met individuele opvang of op lekbakken. Alle luchtstromen van de labo’s worden afgevoerd via luchtzuiveringsinstallaties, die jaarlijks onderhouden worden.

 

De opslag van bedekkingsmiddelen wordt hernieuwd voor 25 ton. Verder wordt ook de hernieuwing van de opslag van biociden en het verpakken van pesticide hervergund, voor in totaal 25 ton. Ook wordt de opslag van 25 ton aan farmaceutische stoffen hernieuwd. De aanvrager verklaart dat dit louter in opdracht van derden is. Er wordt ook een hernieuwing aangevraagd voor het stallen van 10 heftrucks of bestelwagens.

 

Er zal opnieuw ongeveer 85 m³ aan hout worden opslagen in een lokaal ofwel ongeveer 615 paletten. Er wordt eveneens een hernieuwing aangevraagd voor de opslag van 25 ton aan kleurstoffen, 25 ton aan lijmen, 25 ton aan kunstmest, 25 ton aan oliën of vetten zonder gevarenpictogram en 25 ton aan cosmetische stoffen in het SAMAN-gebouw. Ook zal er voor 25,7 ton aan detergenten worden opgeslagen, een deel bij het SAMAN-gebouw en een deel bij de labo’s en bij de opslag van het onderhoudspersoneel. Het SAMAN-gebouw werd volledig vloeistofdicht uitgevoerd zonder putjes of aansluiting op afwatering, met opstaande betonnen randen van 15 cm. Verder is het gebouw verdeeld in compartimenten die kunnen gezien worden als individuele inkuipingen. Elk compartiment is afsluitbaar met valluiken.

 

Daarnaast worden ook de airconditioningssystemen en koelers geüpdatet (gebruik van 2 compressoren (22 kW en 11 kW), chillers (2x 94 kW) en 37 airco's (113,27 kW) voor een totaal van 334, 27 kW). De oude stookolieketels werden vervangen door gasgestookte ketels met een gelijkaardig vermogen (in totaal 1.430 kW). Er wordt voor 1.000 liter aan aerosolen in het SAMAN-gebouw opgeslagen en voor 11.234 liter aan gassen in verplaatsbare recipiënten.

 

Een aantal activiteiten worden niet meer aangevraagd in de hernieuwing, bijvoorbeeld het labo voor pathogene organismen, alsook het labo voor biologische testen. Ook zijn er geen vast opgestelde motoren meer of worden er geen kunststoffen meer opgeslagen. Na de meest recente VLAREM-wijzigingen zijn enkele rubrieken niet meer van toepassing, waaronder een transformator van 1.000 kVA en accumulatoren van 12,85 kW.

 

Er wordt circa 6.500 m³/ jaar aan bedrijfsafvalwater geloosd in oppervlaktewater. Dit bedrijfsafvalwater is voornamelijk afkomstig van spoelbakken en dergelijke en wordt niet gezuiverd in een afvalwaterzuiveringsinstallatie voor lozing. De aanvrager voegde een WEZER-toets toe aan de aanvraag.

 

Ook wordt er voor 24.475 m³/jaar aan huishoudelijk afvalwater geloosd via een waterzuiveringsinstallatie. De aanvrager verklaart dat er ook 3 m³/dag aan huishoudelijk afvalwater geloosd wordt via septische put. De stad wenst erop te wijzen dat dit niet valt onder een afvalwaterzuiveringsinstallatie zoals vermeld in rubriek 3.6.1. Om correct te zijn zou dit debiet herberekend moeten worden. Mogelijks bedoelde de aanvrager hier een IBA.

 

De exploitant voegde een passende beoordeling en verscherpte natuurtoets aan de aanvraag. Uitgaande van de ligging van het bedrijf, ligt op ongeveer 1,2 kilometer naar het zuidwesten het Habitatrichtlijngebied 'Schelde en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent', evenals het VEN-gebied 'Slikken en schorren langs de Schelde'. Verderop, op 2,5 kilometer naar het zuiden, bevindt zich het VEN-gebied 'De Blokkersdijk'. Het dichtstbijzijnde Vogelrichtlijngebied is het SBZ-V 'De Kuifeend en Blokkersdijk', op ongeveer 2,5 kilometer ten zuiden van het bedrijf.

 

Het is aan het Agentschap van Natuur en Bos om te oordelen over de passende beoordeling en verscherpte natuurtoets.

 

De Haven van Antwerpen-Brugge wenst er in haar subadvies ook op te wijzen dat er verder ingezet moet worden op alternatieven voor de auto in woon-werkverkeer, gelet op de modal shift-ambities voor de vervoerregio Antwerpen.

 

Er wordt een bijstelling aangevraagd van de milieuvoorwaarden in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM, meer bepaald voor artikel 5.17.4.1.3. Dit artikel betreft het verbod op de opslag van cyanidezouten en nitrilen. In de hernieuwing wordt gevraagd om acetonitril op te slaan voor maximaal 400 kg en cyanidezouten voor 110 kg (waaronder 100 kg TDI en 200 kg acetonitril). Deze stoffen worden opgeslagen in het SAMAN-gebouw in opdracht van derden. Acetonitril wordt ook gebruikt in het labo en is daardoor een noodzakelijke grondstof. Deze stoffen worden opgeslagen in de labo's in zelfsluitende, geventileerde veiligheidskasten in een ruimte met branddetectie en bij SAMAN in de voorziene compartimenten, met zelfsluitende brandvertragende poorten en de argoniteblanketing. Deze bijstelling kan gunstig geadviseerd worden.

 

Verder vraagt de exploitant ook enkele lozingsnormen aan voor verschillende parameters. De exploitant stelt zelf de sectorale lozingsnormen van rubriek 21 te mogen volgen. Echter lijkt het erop dat de lozingsnormen die aangevraagd worden strenger zijn dan de sectorale lozingsnormen, bijvoorbeeld voor de parameter zink. De stad vraagt hier een duiding in te geven en indien de vergunningverlenende overheid dit nodig acht een nieuwe projectversie in te dienen.

 

Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijk uitgebrachte deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag onder voorwaarden en voor zover het advies van de brandweer gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient voldaan te worden aan de gewestelijke hemelwaterverordening.

2. Eventuele niet-vergunde gebouwen of constructies die op de plannen ingetekend staan, zoals de koelcontainer, en niet tot het voorwerp van voorliggende aanvraag behoren, worden uitgesloten uit de vergunning.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

-2 m³/uur
(totaal 4,5 m³/uur)

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; 

+ 1.475 m³/jaar
(totaal 24.475 m³/jaar)

4.5.

opslagplaatsen voor meer dan 10 ton bedekkingsmiddelen met uitzondering van deze bedoeld in rubrieken 17 en 48; 

25 ton
(hernieuwing)

5.2.

inrichtingen voor het verpakken van pesticiden; (inrichting nv SGS Belgium)

1 unit
(hernieuwing)

5.3.2°

opslagplaatsen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17 en 48, voor pesticiden van meer dan 2 ton; 

25 ton
(hernieuwing)

6.4.2°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 liter tot en met 5.000.000 liter; 

+100.500 liter
(totaal 237.000 liter)

13.3.

opslagplaatsen voor farmaceutische stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; (inrichting nv SGS Belgium

25 ton
(henieuwing)

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; 

10 voertuigen
(hernieuwing)

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; 

+40,64 kW
(totaal 334,27 kW)

17.1.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke aerosolen met een gezamenlijke netto inhoud van 300 liter tot en met 3.000 liter; 

-18.950 liter
(totaal 1.000 liter)

17.1.2.1.3°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in ver­plaatsbare recipiënten met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter;

-8.716 liter
(totaal 11.234 liter)

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van 3.000 tot en met 10.000 liter; (inrichting nv SGS Belgium

-325 liter
(totaal 5.705 liter)

17.3.2.1.2.2°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 10 ton tot en met 200 ton; 

-264,715 ton
(totaal 75 ton)

17.3.2.2.2°b)

opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (gevarenpictogram GHS02) van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 tot en met 50 ton voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders, als de inrichting volledig gelegen is in industriegebied; 

-296,715 ton
(totaal 43 ton)

17.3.3.1°a)

opslagplaatsen gelegen volledig in industriegebied voor oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS03) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 kg tot en met 20 ton; 

-329,22 ton
(totaal 10,50 ton)

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; 

-52,8 ton
(totaal 205 ton)

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; 

-312,715 ton
(totaal 27 ton)

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; 

+52,2 ton
(totaal 310 ton)

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

-229,715 ton
(totaal 110 ton)

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton; 

-41 ton
(totaal 120 ton)

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; 

5.000 liter

19.6.1°a)

opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 40 m³ tot en met 400 m³ in een lokaal; 

85 m³
(hernieuwing)

21.3.

opslagplaatsen voor kleurstoffen en pigmenten, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; 

25 ton
(hernieuwing)

22.2.

opslagplaatsen voor cosmetische stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; 

25 ton
(hernieuwing)

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting nv SGS Belgium

-1 labo
(totaal 4 labo’s)

26.2.

opslagplaatsen voor lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, van meer dan 10 ton; 

25 ton
(hernieuwing)

28.1.f)1°

opslagplaatsen van kunstmest, andere dan deze bedoeld in rubriek 17 en 48, met een opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton;

25 ton
(hernieuwing)

34.3.

opslagplaatsen voor reinigingsmiddelen en poetsmiddelen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48;

25,70 ton
(hernieuwing)

43.1.1°a)

stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas; 

+20 kW
(totaal 1.430 kW)

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48.

25 ton
(hernieuwing)

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. Gelieve te duiden welke lozingsnormen worden aangevraagd en wat de normering is ten opzichte van de sectorale lozingsnormen en het indelingscriterium (IC).

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

18 juli 2024

Start openbaar onderzoek

27 juli 2024

Einde openbaar onderzoek

25 augustus 2024

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

6 september 2024

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Bespreking van de bezwaren

Tijdens het openbaar onderzoek werd een digitaal bezwaarschrift ontvangen van Elia Asset. Hiermee reageert Elia op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. Dit bezwaarschrift betreft hun advies en bevat de veiligheidsvoorschriften voor werken in de buurt van ondergrondse installaties en de veiligheidsvoorschriften voor werken in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsleidingen.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient voldaan te worden aan de gewestelijke hemelwaterverordening.

2. Eventuele niet-vergunde gebouwen of constructies die op de plannen ingetekend staan, zoals de koelcontainer, en niet tot het voorwerp van voorliggende aanvraag behoren, worden uitgesloten uit de vergunning.


Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. Gelieve te duiden welke lozingsnormen worden aangevraagd en wat de normering is ten opzichte van de sectorale lozingsnormen en het indelingscriterium (IC).

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.