Terug
Gepubliceerd op 09/09/2024

2024_CBS_06975 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024054981. Beliweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_06975 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024054981. Beliweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_06975 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2024054981. Beliweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2024054981

Gegevens van de aanvrager:

BV STANDIC ANTWERPEN met als adres Beliweg 3 te 2030 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

BV STANDIC ANTWERPEN (0723931091) met als adres Beliweg 3 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Beliweg 3 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 7 sectie G nrs. 1802P, 1802T, 1802R, afdeling 14 sectie C nrs. 71/2, 71M, 71N, 71/3, 77A, 249T, 249V, 249W, 358A en 358B

waarvan:

 

-          20190219-0053

afdeling 14 sectie C nrs. 77A, 358B, 71N, 71M, 249T, 249V, 358A, afdeling 7 sectie G nrs. 1802P, 1802R, afdeling 14 sectie C nrs. 71/2_, afdeling 7 sectie G nrs. 1802T en afdeling 14 sectie C nrs. 249W (Standic Antwerpen BVBA)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Aanpassing van reeds afgeleverde vergunning en nieuwbouw van aanhorigheden bij tankterminal;

een uitbreiding en wijziging van een op- en overslagbedrijf.

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

- 30/05/2024: omgevingsvergunningsaanvraag (OMV_2024078180) voor het plaatsen van een elektriciteitscabine langs de Beliweg. De omgevingsvergunningsprocedure is nog lopende bij de stad Antwerpen;

- 18/04/2024: omgevingsvergunning (OMV_2024005968) voor de sloop van een gebouw;

- 8/09/2022: omgevingsvergunning (OMV_2021129186) voor de uitbreiding tankterminal met tien tankputten en aanhorigheden;

- 22/10/2020: omgevingsvergunning (OMV_2020046633) voor het aanpassen van een tankterminal;

- 19/09/2019: omgevingsvergunning (OMV_2019022260) voor de bouw en exploitatie van een nieuwe tankterminal.

 

Vergunde toestand

* functie:

  > industrie en bedrijvigheid;

  > tankterminal met aanhorigheden voor de opslag van vloeistoffen.

 

* bouwvolume:

  > 18 tankputten (met aanhorigheden) met een gezamenlijk volume van 226.427.000 liter;

  > bouwen van drie scheeps- en treinbeladingen (ter hoogte van tankput 4, 10 en 16);

  > bouwen van leidingenbruggen;

  > aanleggen van verhardingen;

  > bouwen van een ‘utilityplein’ bestaande uit een waterzuivering, een compressorlokaal, een verwarmingsunit (= alle ondergebracht in een utiliteitsgebouw met een oppervlakte van 540 m²), een vuilwatertank, een waterbuffer, een hoogspanningslokaal, twee stikstoftanks, een gasolietank en de bluswater- en blusschuimvoorzieningen.

 

* inrichting:

  > een terrein, gelegen ten noorden van het Vijfde Havendok, wordt in verschillende fases ingericht als tankterminal. De eerste fase, bestaande uit 8 tankputten met aanhorigheden en het ‘utilityplein’, is afgerond. De tweede fase omvat 10 tankputten en aanhorigheden.

 

Bestaande toestand

* functie:

  > idem.

 

* bouwvolume:

  > 13 tankputten (met aanhorigheden) met een gezamenlijk volume van 180.311.000 liter;

  > twee scheeps- en treinbeladingen (ter hoogte van tankput 4 en 10);

  > leidingenbruggen;

  > verhardingen;

  > ‘utilityplein’.

 

* inrichting:

  > de tweede fase omvat 5 bijkomende tankputten (in plaats van 10) en aanhorigheden.

 

Nieuwe toestand

* functie: 

  > idem.

 

* bouwvolume:

  > 4 bijkomende tankputten met een gezamenlijk volume van 66.500.000 liter;

  > een scheeps- en treinbelading;

  > Motor Control Center (MCC) met een volume van circa 500 m³

  > gebouw voor de stockage van zuurpakken met een volume van 208 m³;

  > bijkomende ondergrondse buffervoorziening voor het opgevangen hemelwater.

 

* gevelafwerking:

  > stalen tanks, wit geschilderd;

  > MCC-gebouw in prefab beton, grijs;

  > gebouw zuurpakken in zichtbeton, grijs.

 

* inrichting:

  > ten westen van de bestaande tankputten wordt de terminal verder uitgebreid.

 

Inhoud van de aanvraag

- bouwen van 4 bijkomende tankputten met aanhorigheden;

- bouwen van een scheeps- en treinbelading;

- bouwen van een Motor Control Center (MCC) en een gebouw voor de stockage van zuurpakken;

- voorzien van bijkomende ondergrondse buffervoorziening voor het opgevangen hemelwater.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorgeschiedenis

Op 19 september 2019 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een op- en overslagbedrijf, voor een termijn van onbepaalde duur. Nadien werden nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag omvat voornamelijk een wijziging van diverse tankenparken en de exploitatie van een nieuw tankenpark.

 

Aangevraagde rubrieken

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

35 m³/uur

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar;

1.500 m³/jaar

6.4.3°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 5.000.000 liter;

+22.628 liter

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA;

verplaatsing

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+38 kW

17.2.2.

VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting)

+22.628 ton

17.3.2.1.1.3°

gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton;

+22.628 ton

17.3.2.1.2.3°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton;

+22.628 ton

17.3.2.2.3°b)

opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders;

+22.628 ton

17.3.2.3.3°

brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1. en 17.3.2.2. met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.3.3°

opslagplaatsen voor oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS03) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton;

+22.628 ton

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton;

+22.628 ton

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton;

+22.628 ton

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.8.3°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton;

+22.628 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter.

verplaatsing

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden uit vergunning of meldingsakte

Standic Antwerpen BVBA

1.

Bij te stellen voorwaarde:

De exploitant vraagt een bijstelling van de bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden nummers 3, 5, 10, 12 en 13.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant vraagt een aanpassing van bijzondere milieuvoorwaarden nummers 3 en 13 en een schrapping van bijzondere milieuvoorwaarden nummers 5, 10 en 12.

 

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden

Standic Antwerpen BVBA

1.

 

Bij te stellen voorwaarde:

Artikel 5.17.4.3.7.§2.1° met betrekking tot de inkuipingscapaciteit.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De exploitant wenst een andere berekeningsmethode te gebruiken bij het bepalen van de inkuiping.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Fluxys

23 juli 2024

26 juli 2024

Geen bezwaar

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

23 juli 2024

20 augustus 2024

Gunstig

Defensie

23 juli 2024

13 augustus 2024

Voorwaardelijk gunstig

Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie

 

29 juli 2024

Geen bezwaar

Water-link

23 juli 2024

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie

23 juli 2024

24 juli 2024

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier gelden volgende bestemmingsvoorschriften:

-          Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;

-          Gebied voor waterweginfrastructuur voor het Vierde en Vijfde Havendok;

-          overdruk Leidingstraat ten noorden van de aanvraag.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De gewestelijke hemelwaterverordening is niet van toepassing op onderstaande constructies uit de aanvraag daar al dit hemelwater potentieel vervuild is gezien de activiteiten op het terrein:

-      het hemelwater dat op de verhardingen valt, wordt opgevangen in een eigen riolering die uitmondt in de nieuwe buffervoorziening, die tevens als pompput dienst doet, vanwaar het verpompt wordt naar het bufferbekken onder het bestaande utiliteitsgebouw. Van hieruit gaat het hemelwater naar een KWS-afscheider om verder te worden geloosd op het oppervlaktewater van het Vijfde Havendok;

-      het hemelwater dat in de tankputten valt, wordt in de inkuiping gebufferd. Na controle wordt het hemelwater ofwel, indien niet-verontreinigd, via een KWS-afscheider geloosd in het Vijfde Havendok, ofwel, indien mogelijks verontreinigd, afgeleid naar de buffertank voor afvalwater;

-      het hemelwater dat op de pompenplaten, de laadplaatsen voor de vrachtwagens en de laadzone voor spoorwagons valt, zal steeds als vervuild water beschouwd worden en afgevoerd worden naar de reeds bestaande vuilwatertank om in de bestaande waterzuivering verwerkt te worden.

De bestaande waterzuivering en de buffer onder het utiliteitsgebouw werden in de eerste fase reeds voldoende groot gedimensioneerd om de tweede fase op te vangen.

 

De hemelwaterverordening is wel van toepassing op het hemelwater dat op de daken van het MCC- en zuurpakkengebouw valt. Dit hemelwater wordt afgeleid naar een buffertank die wordt aangesloten op de reeds in fase 1 voorziene buffertank. In deze buffertank is een compartiment beschikbaar met een inhoud van 15.000 liter waarbij het opgevangen hemelwater wordt hergebruikt als spoelwater van het sanitair of voor gebruik op de terminal.

Een infiltratievoorziening is volgens de aanvrager om technische en praktische redenen niet mogelijk door de onmiddellijke nabijheid van dokken en het behoud van optimale draagkracht van de ondergrond welke noodzakelijk is voor de tankparken.

De aanvrager verwijst hiervoor ook naar een studie uit 2013, die echter niet meer overeenstemt met de huidige hemelwaterverordening, noch met de huidige inzichten in het havengebied. Een afwijking om geen infiltratievoorziening te plaatsen, kan slechts gunstig geadviseerd worden op voorwaarde dat de aanvrager aantoont dat de hergebruikmogelijkheden de voorziene hemelwaterput zullen overtreffen, waardoor een infiltratievoorziening de facto ongebruikt zal blijven. Als alternatief kan een groendak overwogen worden.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Sectorale wetgeving
Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota waarvan akte is genomen worden toegevoegd.

In voorliggende aanvraag, die niet door een publiekrechtelijke instantie is ingediend, bedraagt de ingreep in de bodem meer dan 5.000 m², is het project gelegen in industriegebied, buiten beschermde archeologische sites en buiten geïnventariseerde archeologische zones, waardoor de aanvrager verplicht is een archeologienota waarvan akte is genomen toe te voegen aan de aanvraag. Het Agentschap Onroerend Erfgoed heeft op 3 mei 2020 akte genomen van de toegevoegde archeologienota met ID 14597. Er werd geen programma van maatregelen opgemaakt, er dient geen verder onderzoek te gebeuren.

 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

Een terrein gelegen net ten noorden van het Vijfde Havendok wordt in verschillende fases ontwikkeld naar een tankterminal voor de opslag van chemische vloeistoffen. Fase 1 is reeds uitgevoerd. Fase 2, wat een uitbreiding met 10 tankputten omvatte, is vergund op 8 september 2022 en gedeeltelijk uitgevoerd. Tankputten 9 tot en met 13 zijn gebouwd, evenals de bij deze tankputten bijhorende verhardingen, leidingenbruggen, laadplaatsen en scheepsbelading. Tijdens de uitvoering werd echter beslist om de nog te bouwen tankputten anders in te planten, om zo de laadplaatsen beter bereikbaar te maken en vervolgens ook de scheepsbelading minimaal te verschuiven om een betere aansluiting op de leidingenbruggen te bekomen.

 

Voorliggende aanvraag betreft de aangepaste lay-out van de nog te bouwen tankputten. In de nieuwe configuratie worden de vergunde tankputten 14 tot en met 17 gewijzigd uitgevoerd door tankput 14 en 15 groter uit te voeren en 90° te draaien ten opzichte van de vergunde toestand. Hierdoor komt er meer ruimte vrij om bijkomende laadplaatsen voor vrachtwagens te voorzien wat zorgt voor een betere logistieke dienstverlening en doorstroming op het terrein. Ten westen van tankputten 14 en 15 worden nog tankputten 16 en 17 gebouwd (tankput 16 is de reeds vergunde tankput 18 en tankput 17 is tankput 19 die reeds eerder werd vermeld in de vergunningsaanvraag voor fase 2 maar nog niet was aangevraagd).

 

De 4 tankputten variëren in oppervlakte van circa 2.263 m² tot 3.073 m². De tanks die in de tankputten geplaatst worden, hebben eveneens verschillende afmetingen. De diameter van de tanks varieert van circa 6,8 meter tot 12,7 meter, de hoogte van 15 meter tot 24 meter. Alle tankputten worden in het zuiden voorzien van een pompenplaat (een afzonderlijke ingekuipte ruimte waarin alle productpompen gegroepeerd staan), vrachtwagenlaadplaatsen met bijhorende weegbrug en een leidingbrug.

 

Ten zuiden van de tankputten worden de twee treinsporen doorgetrokken naar de zone van de uitbreiding. Ter hoogte van tankput 14 wordt een scheeps- en treinbelading gebouwd. Leidingbruggen worden geplaatst tussen de verschillende tankparken en de scheeps- en treinbelading, die aangesloten worden op de in de eerste en tweede fase reeds gerealiseerde leidingbruggen.

 

De nieuwe lay-out laat toe om tussen tankput 14 en 16 een zone te voorzien voor de MCC-ruimtes evenals een gebouw voor de bij de operaties gebruikte zuurpakken in op te slaan, waarin zich ook sanitair bevindt. Onder dit gebouw worden ook de nieuwe buffervoorzieningen geplaatst voor het op te vangen hemelwater.

 

De aanvraag omvat verder ook het aanleggen van verhardingen rondom de tankputten. In het noordwesten van het terrein wordt een nieuwe uitrit ingericht. 

 

De aangevraagde werken dragen bij tot de uitbreiding en verdere exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.

 

Opgemerkt wordt dat het gebruik van het MCC-gebouw niet aangegeven werd op de plannen, noch de opbouw van de vloeren en wanden. Indien dit een gebouw met kantoorfunctie of verblijfsruimten betreft, dient verduidelijkt te worden of en hoe dit gebouw voldoende comfort biedt voor permanent gebruik, of slechts een tijdelijke oplossing vormt.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De omgeving wordt gekenmerkt door industriële bebouwing en tankparken waarbij de aanvraag de herziene uitbreiding betreft van een reeds bestaande tankterminal. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

 

Visueel-vormelijke elementen

De inkuipingen van de tankputten worden opgetrokken in beton en de stalen tanks worden wit geschilderd. Het MCC-gebouw, alsook het gebouw voor de opslag van zuurpakken, wordt opgetrokken met betonwanden. De leidingbruggen betreffen een staalstructuur op een betonnen fundering. De nieuwe tankputten en aanhorigheden worden volledig analoog aan de reeds bestaande tankputten opgebouwd. De materialen zijn eigen aan de omgeving waardoor de nieuwe constructies inpasbaar zijn binnen de industriële context van de aanvraag.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweerzone Antwerpen. Dit advies is op datum van opstelling van dit verslag nog niet uitgebracht. Ook de lokale overheid hecht belang aan het brandweeradvies.

 

Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen. Fluxys heeft geen bezwaar. Het advies van het Ministerie van Landsverdediging (NAVO) is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden zijn gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid.

 

Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een klip-klim melding uit te voeren.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen. Op het terrein wordt een eenrichtingsverkeer aangehouden, waarbij de bestaande inrit van het terrein ook voor de uitbreiding als inrit gebruikt zal worden. Na het voltooien van de uitbreiding zal een nieuwe uitrit in dienst genomen worden ter hoogte van tankput 17. De bestaande uitrit, gelegen tussen tankputten 13 en 15, wordt nadien gesloten. Hierdoor wordt het eenrichtingsverkeer op de terminal gehandhaafd zonder dat er een bijkomende uitrit aanwezig zal zijn.

 

De Politiezone Antwerpen/Verkeerspolitie heeft vanuit verkeersveiligheid geen bezwaar tegen de omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

Standic is gespecialiseerd in de tankopslag van vloeistoffen van derden. De tankterminal aan de Beliweg beschikt momenteel over een totale vergunde opslagcapaciteit van 226 427 m³ en 117 tanks. De aan- en afvoer van (gevaarlijke) producten geschiedt via schepen, tank- en ketelwagens.

 

Voorliggende aanvraag betreft voornamelijk wijzigingen aan de ingedeelde inrichtingen omwille van een lay-outwijziging van het tankenpark. Deze wijzing van de indeling vindt plaats omdat er een akkoord met Fluvius is bereikt om een kopcabine op hun terrein te verplaatsen (aanvraag met referentie OMV_2024078180). Hierdoor wordt het mogelijk om de oorspronkelijke gewenste configuratie te realiseren door de huidige tankputten TP14, TP15, TP16 en TP17 te vervangen door 2 grotere tankputten en 90° te draaien, wat resulteert in meer ruimte voor bijkomende verlaadplaatsen voor tankwagens. Dit zal de logistieke dienstverlening verbeteren en wachttijden minimaliseren. Het aantal tanks blijft hetzelfde, maar ze worden nu anders geschikt. Er is een licht verschil in het vergunde volume en het volume van deze aanvraag door een afwijking van de hoogte en diameter ten opzichte van de reeds vergunde tanks. Het totaal verschil tussen vergunde en nieuwe toestand bedraagt zodoende 1.326 m³.

 

Ook wordt in deze aanvraag tankput TP19 mee vergund, deze kon eerder nog niet aangevraagd worden aangezien de omgevingsvergunning tot slopen van het magazijn op die locatie nog niet verleend werd. Deze tankput werd echter wel reeds opgenomen in het project-MER, toegevoegd bij de vergunningsaanvraag uit 2022. Door de aanvullende aanvraag voor TP19 en de lay-outwijziging neemt de vergunde capaciteit van de terminal toe van 226.427 m³/ton naar 249.055 m³/ton. Hiervan is 1.326 m³/ton toe te schrijven aan de lay-outwijziging en 21.302 m³/ton aan TP19. Ten opzichte van de capaciteit die in het project-MER is bestudeerd (247.729 m³/ton), bedraagt de toename 1.326 m³/ton, aangezien TP19 al in dat rapport was opgenomen. Dit betekent een procentuele toename van 0,54% ten opzichte van het project-MER. De mogelijke invloed op de effectbeoordeling als gevolg van de lay-outwijziging wordt besproken in de project-MER-screening. De aanvrager verklaart dat een nieuw project-MER niet noodzakelijk is aangezien de wijziging ten opzichte van de vergunde situatie eerder beperkt is. Er wordt verder gebouwd op de gegevens uit het project-MER van 2022. Inzake biodiversiteit voegde de aanvrager een impactscore toe voor verkeer en stationaire bronnen voor zowel de aanlegfase als de exploitatiefase. De impactscore viel onder de 1%, waardoor een passende beoordeling niet vereist was. Uit de project-mer-screening volgt ook dat er geen significante effecten te verwachten zijn.

 

Het bedrijf is een hogedrempel Seveso-inrichting. De invloed van de capaciteitsverhoging op het externe risicobeeld werd besproken in een aangepast OVR. Het groepsrisico verbonden aan de activiteiten van de bestudeerde inrichting voldoet aan het criterium dat voor het groepsrisico van toepassing is. Relevante grensoverschrijdende effecten op personen bij het optreden van een zwaar ongeval op het terrein van de inrichting worden uitgesloten.

 

De wijziging van rubriek 17.4 betreft de opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen. Er is behoefte aan extra brandkasten (PGS-kasten) om de vergunde hoeveelheden gevaarlijke stoffen, zoals 28 ton additieven in IBC’s en 2000 l/kg aan kleinere verpakkingen, op te slaan. De huidige locatie biedt niet genoeg ruimte voor de extra kasten. Hierdoor wordt een nieuwe locatie gekozen aan de draadafscheiding ten noorden van TP1, waar alle kasten samen kunnen staan en niet verspreid over het terrein.

 

Er zijn momenteel 2 afvalwaterstromen vergund: huishoudelijk afvalwater afkomstig van burelen en bedrijfsafvalwater afkomstig van spoelingen. Door voorliggende aanvraag komen er 2 afvalwaterstromen bij. Enerzijds komt er een stroom aan huishoudelijk afvalwater bij door de aanleg van het zuurpakkengebouw. Dit water wordt geloosd via een IBA.

 

Anderzijds wordt nu het hemelwater dat in de tankputten valt, aangevraagd als bedrijfsafvalwater. Het hemelwater uit de tankputten zal na een organoleptische controle via de schoonwaterriolering naar de kelder worden afgeleid. Het hemelwater wordt vóór de lozing gecontroleerd op pH, geleidbaarheid en TOC waarbij een mogelijkheid wordt voorzien om alsnog naar de WZI te worden omgeleid. Indien er gechloreerde producten worden opgeslagen zal men een controle uitvoeren op AOX vooraleer het hemelwater naar de kelder wordt afgevoerd. Deze lozing heeft een maximaal debiet van 35 m³/uur, 840 m³/dag en 75.000 m³/jaar. 

 

Er wordt ook een bijkomende compressor geplaatst van 26 kW en 2 bijkomende airco’s van respectievelijk 7 en 5 kW zodat het totale vermogen 159 kW zal zijn.

 

Verder wordt er een actualisatie uitgevoerd voor de opslag van de noodbatterijen en de transformator. Deze zijn sinds de meest recente VLAREM-wijziging namelijk niet meer ingedeeld en worden dus nu vermeld als ‘niet meer van toepassing’.

 

De aanvrager wenst eveneens een bijstelling van eerder opgelegde bijzondere voorwaarden 3, 5, 10, 12 en 13. Bijzondere voorwaarde drie is gerelateerd aan de inkuipingscapaciteit, waarvoor een afwijking verleend werd door de minister. Naar aanleiding van de gewijzigde lay-out wordt er gevraagd deze bij te stellen. Deze vraag tot bijstelling kan gunstig geadviseerd worden.

 

Bijzondere voorwaarde 5 betreft een aantal maatregelen die voortvloeiden uit het advies van VMM voor de beslissing van de aanvrager om het hemelwater uit de tankputten te willen vergunnen als zuiver hemelwater. Aangezien in voorliggende aanvraag er nu toch voor gekozen wordt om dit te vergunnen als bedrijfsafvalwater, stelt de aanvrager dat deze geheel geschrapt kan worden. Het is finaal aan VMM om te oordelen over deze bijstelling.

 

Bijzonder voorwaarden 10 en 12 betreffen studies die dienden uitgevoerd te worden na vergunningverlening. Aangezien deze nu uitgevoerd zouden zijn, vraagt de aanvrager een schrapping van deze voorwaarden.

 

Bijzondere voorwaarde 13 betreft verder onderzoek naar de milderende maatregelen zoals opgenomen in het project-MER. Hierin wordt gevraagd om voor 31 december 2024 de nodige onderzoeken te doen. De aanvrager verklaart dat door de wijziging in de lay-out er momenteel nog onvoldoende bezetting is om deze milderende maatregelen te onderzoeken. Er wordt uitstel gevraagd tot 31 december 2025. Deze vraag tot bijstelling kan gunstig geadviseerd worden.

 

Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijk uitgebrachte deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweerzone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van het Ministerie van Landsverdediging.

 

Geadviseerde rubrieken

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

35 m³/uur

3.6.1.

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar;

1.500 m³/jaar

6.4.3°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 5.000.000 liter;

+22.628 liter

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA;

verplaatsing

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+38 kW

17.2.2.

VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting)

+22.628 ton

17.3.2.1.1.3°

gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton;

+22.628 ton

17.3.2.1.2.3°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton;

+22.628 ton

17.3.2.2.3°b)

opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders;

+22.628 ton

17.3.2.3.3°

brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1. en 17.3.2.2. met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.3.3°

opslagplaatsen voor oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS03) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton;

+22.628 ton

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton;

+22.628 ton

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton;

+22.628 ton

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

+22.628 ton

17.3.8.3°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton;

+22.628 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter.

verplaatsing

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

22 juli 2024

Start openbaar onderzoek

31 juli 2024

Einde openbaar onderzoek

29 augustus 2024

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

10 september 2024

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.


Bespreking bezwaarschriften
Tijdens het openbaar onderzoek werd een digitaal bezwaarschrift ontvangen van Infrabel nv. Met dit bezwaarschrift reageert Infrabel nv op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. Infrabel nv heeft geen bezwaar tegen de aangevraagde werken maar geeft aan dat als de werken invloed hebben op de in-/uitrit ter hoogte van OW317 en OW319, hun advies verleend over de omgevingsvergunningsaanvraag met referentie OMV_2019022260 herhaald wordt.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweerzone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van het Ministerie van Landsverdediging.

 

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.