Er werd bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2024071341 |
Gegevens van de aanvrager: | NV ANTWERP TERMINAL & PROCESSING COMPANY - TERMINAL met als adres Beliweg 20 te 2030 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV ANTWERP TERMINAL & PROCESSING COMPANY - TERMINAL (0428806613) met als adres Beliweg 20 te 2030 Antwerpen |
Ligging van het project: | Industrieweg zonder nummer te 2030 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 14 sectie A nrs. 38L, 38N, 410B en 417M |
waarvan: |
|
- 20240516-0087 | afdeling 14 sectie A nrs. 38N, 410B en 38L (TIJDELIJKE BEMALING DIESELLEIDING) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | verlengen van een ondergrondse pijpleiding voor het vervoer van diesel; |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 12/05/2021: omgevingsvergunning (OMV_2021009372) voor de sloop van tankpark TP800, Op- en overslagbedrijf: verandering door wijziging;
- 30/12/1998: stedenbouwkundige vergunning (HV/1998/AN5/1998/B/0287 – 19981600) voor een ondergrondse boring onder de Polderdijkweg en de Industrieweg;
- 20/07/1995: stedenbouwkundige vergunning (HV/1995/5-95/B/0445 – 19951127) voor aanpassing tankparkinkuiping.
Tankenpark 300 is reeds op de luchtfoto van 1 mei 1971 te zien (bron: geopunt.be) en bestaat dus van voor de eerste inwerkingtreding van het gewestplan Antwerpen (B.S. 25 oktober 1979).
Bestaande toestand
* functie:
> industrie en bedrijvigheid;
> tankenpark;
> boven- en ondergrondse pijpleiding voor het vervoer van diesel.
* inrichting:
> op de hoek van Polderdijkweg en Industrieweg bevindt zich tankenpark 300 van olieraffinaderij ExxonMobil Raffinaderij Antwerpen;
> ten zuiden van de Industrieweg liggen ondergrondse pijpleidingen van verschillende beheerders.
Nieuwe toestand
* functie:
> idem.
* bouwvolume:
> bijkomend ondergronds leidingdeel met een lengte van 185 meter;
> bovengronds afsluiterstation met een grondoppervlakte van circa 21 m²;
> de luifel boven dit afsluiterstation heeft een maximale hoogte van 2,90 meter.
* inrichting:
> een bestaande ondergrondse leiding wordt verlengd om te kunnen aansluiten op een bestaand tankenpark.
Inhoud van de aanvraag
- de aanleg van een pijpleiding;
- het plaatsen van een afsluiterknooppunt.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Het betreft een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit.
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat een tijdelijke bemaling in het kader van de verlenging van een dieselleiding.
Aangevraagde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 9,20 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; | 9,20 m³/uur |
53.2.2°a) | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van maximaal 30.000 m³ per jaar. | 27.616 m³/jaar |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: Artikel 4.2.3.1.3°: de lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat.
Voorgesteld alternatief/aanvulling:
|
2. |
| Bij te stellen voorwaarde: Artikel 4.2.5.1.1. § 1: een controle-inrichting en bemonsteringsapparatuur in kader van lozen bedrijfsafvalwater.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant wenst geen meetgoot te voorzien maar een aftapkraan.
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier gelden voornamelijk de bestemmingsvoorschriften Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven en – voor het Industriedok – Gebied voor waterweginfrastructuur. De Scheldelaan ten zuiden van de aanvraag heeft als bestemming Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. Net ten noorden van de aanvraag loopt een overdruk met als aanduiding Leidingstraat. Op circa 270 meter ten westen van de aanvraag lopen twee parallelle overdrukken met als aanduidingen Leidingstraat en Hoogspanningsleiding.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De gewestelijke hemelwaterverordening is niet van toepassing op de aanvraag daar het hemelwater op natuurlijke wijze kan infiltreren op eigen terrein.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvrager wenst diesel afkomstig van de olieraffinaderij ExxonMobil op te slaan in haar terminal langsheen de Beliweg. Het vervoer van deze diesel zal gebeuren via een ondergrondse bestaande pijpleiding die verlengd wordt.
De bestaande pijpleiding “ATPC – RAPL” wordt in het westen verlengd om aansluiting te maken met het tankenpark 300 van ExxonMobil. Gelijktijdig met de pijpleiding worden twee kokers aangelegd waarin optische vezelkabels worden voorzien ten behoeve van de communicatie tussen ExxonMobil en ATPC.
De aansluiting zelf gebeurt door een bovengronds afsluiterstation te plaatsen waarbij de bovengrondse pijpleiding afkomstig van het tankenpark verbonden wordt met het nieuwe deel van de ondergrondse leiding.
Om plaats te maken voor de verlenging van de leiding, wordt een deel van een reeds buiten dienst gestelde gasleiding verwijderd. De ruimte die zo vrij komt, wordt gebruikt voor de aanleg van het nieuwe leidingdeel.
De huidige aansluiting met Vopak Terminal, het bedrijf dat gelegen is net naast het tankenpark van ExxonMobil en dat de werken voor de (vergunde) sloop van tankenpark TP800 reeds afgerond heeft, wordt verwijderd.
Een pijpleiding is een milieuvriendelijke, energie-efficiënte en veilige transportmodus voor de aanvoer en distributie van vloeibare producten. Het verlengen van de bestaande pijpleiding draagt bij tot de exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.
Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid
De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd. Daar de leiding ondergronds wordt aangelegd en het nieuwe afsluiterstation beperkt is qua omvang is de ruimtelijke impact eveneens beperkt.
Visueel-vormelijke elementen
De pijpleiding wordt ondergronds aangelegd waardoor het bovengrondse uitzicht langsheen het leidingtracé niet wijzigt. Het afsluiterstation bevindt zich bovengronds en wordt afgeschermd door wanden in beton en een dakbedekking in staalplaat. De gebruikte materialen zijn neutraal en aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd door de vergunningverlenende overheid het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen. De voorwaarden uit deze adviezen zijn gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte. Er is enkel een effect op de mobiliteit gedurende de werken. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt. Dit wordt geadviseerd als voorwaarde.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
ATPC Terminal wenst diesel van ExxonMobil Raffinaderij Antwerpen op te slaan in haar terminal gelegen aan de Beliweg te Antwerpen. Het vervoer van de diesel tussen beide bedrijven wordt voorzien door een ondergrondse leiding. Voorliggende aanvraag betreft een bronbemaling voor de aanleg van de verlenging van een bestaande verbindingsleiding.
Het project omvat 6 samenvallende/aaneensluitende fasen. Het tracé van het nieuwe leidingdeel dat wordt bemaald, heeft een lengte van ongeveer 185 meter. De open sleuven hebben een breedte van circa 1,5 meter. De diepte van de uit te graven sleuven bedraagt 1,75 m-mv of tussen 4,10 mTAW en 4,35 mTAW. Voor de bouwputten bedraagt de maximale diepte 3,50 m-mv of 2,38 mTAW. De invloedsstraal van de bemaling bedraagt 240 meter. De bemaling zal maximaal 122 dagen duren en er zal in totaal 27.616 m³ worden onttrokken. Het bemalingswater zal geloosd worden via een RWA-afvoer in het Hansadok.
Uit de bemalingsstudie blijkt dat de opgelegde richtwaarden in functie van zetting ter hoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing of infrastructuur wordt overschreden. Tevens ligt er een spoorweg binnen de invloedsstraal van de bemaling. Deze spoorweg ligt op 6 meter van de bemaling en hiervoor werd een absolute zetting van 75,4 mm berekend terwijl 10 mm maximaal toegelaten is. Om dit effect te minimaliseren raadt de bemalingsstudie aan om rond de diepe bouwputten beschoeiing te voorzien, ondiepe filters te gebruiken en een peilgestuurde bemaling toe te passen. Ook is een monitoring aan de hand van zettingsbouten en sensoren noodzakelijk.
De stad Antwerpen wenst deze milderende maatregelen opgelegd te zien, alsook de voorgestelde monitoring door middel van zettingsbouten en sensoren. Tevens wordt opgemerkt dat de bemalingsstudie niet vermeld welke impact deze maatregelen zullen hebben en of er dan wel voldaan zal kunnen worden aan de toegelaten zetting van 10 mm voor de spoorweginfrastructuur.
De aanvrager verklaart dat er binnen de invloedsstraal 16 bodemdossiers gekend zijn. Hieruit blijkt dat er verschillende verontreinigingen kunnen worden aangetrokken door deze bemaling. Er wordt reeds een waterzuivering voorzien, moest uit de analyseresultaten blijken dat er een overschrijding is. De aanvrager stelt voor om een monitoring te doen conform de standaardvoorwaarde van VMM. Er wordt ook een bijstelling van de milieuvoorwaarden in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM aangevraagd, met name volgende lozingsnormen:
In de bemalingsstudie wordt tevens geadviseerd om een lozingsnorm te vragen voor de parameter chloorbenzenen. De stad wenst erop te wijzen dat deze parameter niet mee wordt aangevraagd.
Aangezien het een tijdelijk project betreft kunnen deze lozingsnormen gunstig geadviseerd worden. Er dient echter voor de opstart duidelijk te zijn of een zuivering noodzakelijk is. Op bovenstaande paramaters wordt een monitoring uitgevoerd bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
Verder wordt er ook een bijstelling gevraagd inzake het plaatsen van een meetgoot. Er wordt voorgesteld om te werken met een aftapkraan. Deze bijstelling kan gunstig geadviseerd worden.
Het is finaal aan de Vlaamse Milieumaatschappij om te oordelen over deze vragen tot bijstelling.
Het is aan de vergunningverlenende overheid om, op basis van alle onafhankelijk uitgebrachte deskundige adviezen, tot een gemotiveerde en integrale beslissing te komen.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 9,20 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; | 9,20 m³/uur |
53.2.2°a) | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van maximaal 30.000 m³ per jaar. | 27.616 m³/jaar |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Om het effect van de zettingen te minimaliseren dient er rond de diepe bouwputten beschoeiing te worden voorzien, ondiepe filters gebruikt te worden en een peilgestuurde bemaling toegepast te worden; 2. De zettingen dienen gemonitord te worden aan de hand van zettingsbouten en sensoren; 3. Op de parameters VOCl, BTEX (MTBE en minerale olie), Tributyltin (TBT), hexaan, heptaan, cadmium, arseen, nikkel, lood, geleidbaarheid, chloorbenzenen en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025 wordt een monitoring uitgevoerd voor opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 13 augustus 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 12 september 2024 |
De aanvraag moet niet onderworpen worden aan een openbaar onderzoek.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Om het effect van de zettingen te minimaliseren dient er rond de diepe bouwputten beschoeiing te worden voorzien, ondiepe filters gebruikt te worden en een peilgestuurde bemaling toegepast te worden; 2. De zettingen dienen gemonitord te worden aan de hand van zettingsbouten en sensoren; 3. Op de parameters VOCl, BTEX (MTBE en minerale olie), Tributyltin (TBT), hexaan, heptaan, cadmium, arseen, nikkel, lood, geleidbaarheid, chloorbenzenen en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025 wordt een monitoring uitgevoerd voor opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. |