Terug
Gepubliceerd op 23/09/2024

2024_CBS_07346 - Omgevingsvergunning - OMV_2024085730. Copernicuslaan 1-3. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07346 - Omgevingsvergunning - OMV_2024085730. Copernicuslaan 1-3. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07346 - Omgevingsvergunning - OMV_2024085730. Copernicuslaan 1-3. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024085730

Gegevens van de aanvrager:

BV COLLARIS met als adres Zwaanhofweg 10 te 8900 Ieper

Gegevens van de exploitant:

de heer Lorenzo De Lannoy met als adres Bokmolenstraat 33 te 9250 Waasmunster

Ligging van het project:

Copernicuslaan 1-3 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 8 sectie H nr. 1136F8

waarvan:

 

-          20230404-0081

afdeling 8 sectie H nr. 1136F8 (OVA Copernicus)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

het wijzigen van de functie wonen naar kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen en het toevoegen van een warmtepomp

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          22/12/2023: vergunning (OMV_2022121953) voor de sloop gevolgd door het bouwen en exploiteren van 4 gebouwen met kantoren, handel, wonen en een ondergrondse parking van twee bouwlagen en een technische verdieping, de exploitatie van warmtepompen, een noodstroomgenerator en een BEO-veld;

-          08/01/2008: vergunning (20073251) voor het uitvoeren van bestratingswerken;

-          09/03/2007: vergunning (3151#842) voor het verbouwen van een bestaand kantoorgebouw;

-          01/10/1990: vergunning (86#8728454) voor het uitbreiden administratief centrum;

-          19/03/1990: vergunning (86#890836) voor een kantoorgebouw.

 

Vergunde toestand

-          oprichting van 4 vrijstaande gebouwen met respectievelijk 4, 7, 14 en 4 bouwlagen onder plat dak;

-          inrichting van 49 woonunits, 3 winkelruimtes en verscheidene kantoorruimtes.

-          gebouw A:

  • 1 gelijkvloerse commerciële ruimte;
  • 15 bovenliggende appartementen.

-          gebouw B:

  • volledig gebouw ingericht met kantoorruimtes.

-          gebouw C:

  • gelijkvloers met 2 commerciële ruimtes en 2 kantoorruimtes plus een hoogspanningslokaal;
  • 1ste tot en met 6de verdieping ingericht met kantoorruimtes;
  • 7de tot en met 13de verdieping ingericht met 28 appartementen.

-          gebouw D:

  • 6 appartementen.

-          ondergrondse parking over 2 bouwlagen;

-          ondergrondse fietsenbergingen, bergruimtes, archiefruimtes, en vestiaires plus sanitair;

-          inrichting van een gemeenschappelijk, ondergronds BEO-veld;

-          aanleg van een groene binnentuin met wadi’s;

-          voorgevels per gebouw in een rood-oker, bruin-oranje, rood-oranje of rood-bruine, ruwe en genuanceerde gevelsteen met buitenschrijnwerk in antracietkleurig aluminium;

-          wijziging van een gemeenteweg met overdracht van een deel van het perceel aan de stad.

 

Bestaande toestand

-          de aanvraag heeft enkel betrekking op gebouw D;

-          vergunning OMV_2022121953 in uitvoering.

Nieuwe toestand

-          de aanvraag heeft enkel betrekking op gebouw D;

-          functie wonen (6 woongelegenheden) gewijzigd naar kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen;

-          bouwvolume en gevelafwerking ongewijzigd, uitgezonderd:

  • gewijzigde indeling buitenschrijnwerk;

-          interne structurele wijzigingen.

 

Inhoud van de aanvraag

-          de aanvraag heeft enkel betrekking op gebouw D;

-          wijzigen van de functie wonen naar kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen;

-          wijzigen van de indeling van het buitenschrijnwerk;

-          doorvoeren van interne structurele wijzigingen.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 22 december 2023 verleende het college een vergunning voor de exploitatie van warmtepompen, een noodstroomgenerator en een BEO-veld bij een nieuw gebouwencomplex en een tijdelijke grondwaterwinning in functie van bouwwerken (kenmerk OMV_2022121953).

 

Inhoud van de aanvraag

Het project omvat de exploitatie van een bijkomende centrale warmtepomp.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) OVA Copernicus
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

+30,00 kW

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Aquafin

2 augustus 2024

30 augustus 2024

Voorwaardelijk gunstig

Fluvius System Operator

2 augustus 2024

5 augustus 2024

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

2 augustus 2024

26 augustus 2024

Voorwaardelijk gunstig

Proximus

2 augustus 2024

12 augustus 2024

Voorwaardelijk gunstig

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Business en Innovatie

2 augustus 2024

13 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

2 augustus 2024

5 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Ruimtelijke Planning/ SL
16 september 202416 september 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023).
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwcode.

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

-          (De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving).

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag geen project is voor de exploitatie van een IIOA met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden. Het beoordelingskader uit het decreet is dus niet van toepassing en de opmaak van een passende beoordeling (artikel 28 decreet) is niet vereist.

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit). 
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor De Vlaamse Waterweg aangewezen is als adviesinstantie.

Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).

Het project is gelegen in een zone met een middelgrote fluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag beperkt zich tot een functiewijziging van gebouw D van het vergunde gebouwcomplex aan de Copernicuslaan. De vergunde woonfunctie wordt gewijzigd naar kantoren. In het kader van deze functiewijziging werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Business en Innovatie. Dit advies laat zich als volgt lezen:
“De aanvraag omvat de functiewijziging van een deelgebouw van het Copernicusproject van wonen naar kantoren voor +/- 650 m². Het basisdossier werd reeds eerder vergund.

In de aanvraag staat dat deze ontwikkeling past binnen de “beleidsnota kantoren 2020” van stad Antwerpen en meer bepaald maakt het perceel onderdeel uit van de Kievitwijk waar nog een toevoeging van kantoren mogelijk is. Ter informatie wordt in dit advies meegegeven dat de beleidsnota kantoren 2020 werd overruled door de “beleidsnota Ruimtelijke Economie” van 2021. Het voorstel past binnen deze beleidsvisie ruimtelijke economie inzonderheid het verweven van functies maar maakt ook deel uit van de grootschalige kantorencluster Antwerpen centraal.

Voor de functiewijziging kan gunstig advies gegeven worden.”

Het advies wordt bijgetreden.
De voorgestelde kantoorfunctie is functioneel inpasbaar in haar omgeving.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag voorziet geen volumewijzigingen aan het gebouw maar beperkt zich tot interne wijzigingen die voortkomen uit de functiewijziging van wonen naar kantoor. Deze ingrepen kunnen gunstig geadviseerd worden aangezien ze niet resulteren in een overschrijding van de draagkracht van het perceel.

 

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

De aanvraag voorziet geen noemenswaardige wijzigingen aan de visuele inpassing van het gebouw. De beperkte wijzigingen aan de indeling van het schrijnwerk komen voort uit de functiewijziging en kunnen gunstig geadviseerd worden.
De aanvraag is visueel inpasbaar in zijn omgeving.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De aanvraag is in overeenstemming met de geldende regelgeving omtrent gezondheid en gebruiksgenot. De functiewijziging resulteert niet in hinder naar de omgeving en kan bijgevolg gunstig geadviseerd worden.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen.

 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging.

 

Van de in 2023 vergunde bouw van 4 blokken wordt nu gebouw D omgevormd. In gebouw D worden de 6 appartementen gewijzigd naar kantoren.

 

Er wordt in totaal 698 m² kantoren voorzien in stationsomgeving met parkeernorm 0,6/100 m² à 698 m² x 0,6/100 m² = 4,188 afgerond 4 parkeerplaatsen.

 

De werkelijke parkeerbehoefte is 4 parkeerplaatsen. 

De plannen voorzien in 7 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Voor de appartementen waren er minstens 7 parkeerplaatsen (2 x 1,35 + 4 x 1,05) voorzien. Er zijn er voor de functie kantoor 4 nodig. Het aantal parkeerplaatsen wijzigt niet, dus er zijn voldoende parkeerplaatsen voorzien. 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 7.

 

Dit aantal is toereikend. 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.

 

Fietsvoorzieningen:

Het aantal fietsenstallingen nodig voor 698 m² BVO kantoor is 698 m²/100 m² x 1,25 = 8,73 afgerond 9 fietsstalplaatsen.

Voor het wonen waren er 13 nodig en dus is er een overschot in de fietsenstalling.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Er wordt een nieuwe centrale warmtepomp voorzien van 30 kW voor de verdeling van warmte en koude in de kantoren van gebouw D. De totaal geïnstalleerde drijfkracht stijgt tot 485 kW.
De warmtepomp wordt opgesteld in de technische ruimte op niveau -1 onder gebouw D. Deze staat in verbinding met het globale geothermisch net van de site (90 boringen) dat zorgt voor warmte-uitwisseling tussen de gebouwen. Om aan de ventilatie-eisen te voldoen wordt er een centrale luchtgroep voorzien, die in dezelfde technische ruimte opgesteld staat. Het ventilatiesysteem D zal mechanisch verse lucht inblazen en vuile lucht afblazen aan een debiet van 3.200 m³/uur. De aanzuig en afblaas gebeuren bovendaks.
De inpandige opstelling van de water/waterwarmtepomp verhoogt de garantie dat aan de geluidsnormen voldaan kan worden. De ventilatie boven het dak gebeurt op voldoende afstand van de dichtst bijgelegen bewoning. Het risico op geluidshinder is beperkt.

De technische details van de nieuwe warmtepomp werden niet verschaft. Het aspect geluid is minder van tel, gelet op de inpandige opstelling. Het is echter niet duidelijk welke koelmiddelen gebruikt zullen worden. De exploitant dient er rekening mee te houden dat sommige koelmiddelen aan uitfasering onderworpen zijn om in het kader van duurzaamheid en in geval van accidentele vrijstelling, de impact op het milieu te milderen. Het gebruikte koelmiddel moet voldoen aan het voorstel van de Europese Commissie dat stelt dat warmtepompen met een vermogen van meer dan 12 kW vanaf 2027 gebruik dienen te maken van een koelmiddel met een GWP van minder dan 750.

In het besluit van 22 december 2023 werd in bijzondere milieuvoorwaarde 11 opgenomen dat de bemaling wordt toegestaan voor een periode van 240 maanden. Dit is niet in overeenstemming met artikel 4 van de omgevingsvergunning die slechts een termijn van acht maanden toestaat voor de bemaling. Een langdurige bemaling van 20 jaar is nooit onderwerp geweest van de aanvraag zoals ook blijkt uit de motivatie van de gemeentelijke omgevingsambtenaar. De voorwaarde wordt derhalve geschrapt. De overige bijzondere milieuvoorwaarden blijven ongewijzigd.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.

3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Proximus dienen nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Aquafin moeten nageleefd worden.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De gevraagde wijzigingen in de vergunning verhogen het risico op hinder voor de omgeving of vervuiling van het milieu niet. De vergunning kan dan ook aangepast worden met de gevraagde wijzigingen.


Geadviseerde rubriek(en)

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting OVA Copernicus)

+30,00 kW

 

Gecoördineerde rubrieken

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

7.767,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

47,90 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

47,90 m³/uur

12.1.1.2°b)

inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 200 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt;

315,00 kVA

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

3 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

485,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

0,34 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

500,00 kg

53.2.2°b)2°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied  met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld;

114.896,00 m³/jaar

55.1.1°

verticale boringen tot en met een diepte van het dieptecriterium;

124 boringen

 

Gecoördineerde bijzondere milieuvoorwaarden:

1. Afbraak en ruwbouwwerken, inclusief het bijhorende werfverkeer, kunnen slechts uitgevoerd worden op weekdagen tussen 7.00 uur en 20.00 uur teneinde geluidshinder naar de buurt in te perken. Van zodra de ruwbouwfase afgerond is, kan de werf uitgebreid worden naar zaterdagen van 09.00 uur tot 16.00 uur.
2. De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ant@vmm.be, milieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2022121953).
3. De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf:
    a) in de eerste week en telkens na instelling van een dieper bemalingspeil: vijfmaal;
    b) voor de overige periode: maandelijks.
4. De bouwput wordt uitgevoerd met een waterremmende wand met aanzetdiepte van minimaal 1 m in de Boomse klei, namelijk circa 27 m onder maaiveld (-22,3 mTAW). Een hydraulische weerstand van minimaal 500 dagen moet gegarandeerd worden.
5. In afwijking van bijlage 2.3.1 van Vlarem II worden een afwijking op de lozingsnormen toegestaan:

parameter

norm

afwijking

arseen

5 µg/liter (=IC)

50 µg/liter

PFAS individueel

0,02 µg/liter – 0,05 µg/liter (=rapportagegrens)

0,1 µg/liter

vinylchloride

0,09 µg/liter (=IC)

1 µg/liter

6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd na de aanleg en het schoonpompen van de bemalingsinstallatie en vóór de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn de parameters arseen, VOCl (onder meer vinylchloride) en PFAS.
7. De bemaling mag pas opgestart worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn. De analyse wordt vervolgens wekelijks herhaald.
8. Na de opstart van de bemaling wordt de monitoring voor wat betreft PFAS op het geloosde effluent herhaald als volgt. Een stillegging van de bemaling is hierbij niet meer vereist (gezien reeds resultaten beschikbaar zijn):
a) bij concentraties >80% norm: analyse op het geloosde effluent in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van norm;
b) bij concentraties <80% norm: geen herhaling noodzakelijk.
9. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II moet geen meetgoot of evenwaardige debietsmeting geplaatst worden, maar moet het debiet van het opgepompte water gemeten en geregistreerd worden.
10. De exploitant dient een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rioolbeheerder te bekomen voor de lozing van het bemalingswater op de riolering en dit vóór de start van de werken.
11. Niet langer van toepassing
12. De inrichting dient te allen tijde te voldoen aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in open, zoals bepaald in hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. De exploitant dient voorkeur te geven aan installaties met een voldoende lage geluidsemissie, eventueel met behulp van geluidsabsorberende maatregelen, opdat de geluidshinder naar de omgeving ingeperkt wordt.

Stedenbouwkundige lasten
Artikel 75 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat de bevoegde overheid lasten aan omgevingsvergunningen kan verbinden.
Op 29 april 2024 (jaarnummer 244) werd de stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ definitief vastgesteld door de gemeenteraad.
Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag valt onder het toepassingsgebied van deze verordening.

Artikel 6§1, 6° van de verordening bepaalt dat er van de verordening afgeweken kan worden als de omgevingsvergunningsaanvraag die voorligt reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een overeenkomst met stad Antwerpen, voor zover de stedenbouwkundige last hetzelfde voorwerp zou hebben als de stedenbouwkundige last die werd opgelegd in de overeenkomst.

Voor de Copernicus-site werd een overeenkomst aangaande de stedenbouwkundige lasten afgesloten tussen de bouwheer en stad Antwerpen, welke werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 december 2023 (jaarnummer 9470). 

In deze overeenkomst werd rekening gehouden met voorliggende functiewijziging bij het bepalen van de stedenbouwkundige lasten voor de stedenbouwkundige vergunning die verkregen werd op 22 december 2023 (jaarnummer 9210). Hierdoor heeft de stedenbouwkundige last met huidige wijziging hetzelfde voorwerp.

Het college beslist daarom om een volledige afwijking toe te staan op de verordening en geen stedenbouwkundige lasten aan deze omgevingsvergunning te verbinden.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

8 juli 2024

Volledig en ontvankelijk

2 augustus 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

1 oktober 2024

Verslag GOA

12 september 2024

Naam GOA

Axel Devroe en Bieke Geypens

 

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.

3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Proximus dienen nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Aquafin moeten nageleefd worden.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):


Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

7.767,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

47,90 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur;

47,90 m³/uur

12.1.1.2°b)

inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 200 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt;

315,00 kVA

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

3 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

485,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

0,34 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

500,00 kg

53.2.2°b)2°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied  met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld;

114.896,00 m³/jaar

55.1.1°

verticale boringen tot en met een diepte van het dieptecriterium;

124 boringen

 

De vergunning omvat thans volgende bijzondere milieuvoorwaarden:


Gecoördineerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. Afbraak en ruwbouwwerken, inclusief het bijhorende werfverkeer, kunnen slechts uitgevoerd worden op weekdagen tussen 7.00 uur en 20.00 uur teneinde geluidshinder naar de buurt in te perken. Van zodra de ruwbouwfase afgerond is, kan de werf uitgebreid worden naar zaterdagen van 09.00 uur tot 16.00 uur.
2. De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ant@vmm.bemilieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2022121953).
3. De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf:
    a) in de eerste week en telkens na instelling van een dieper bemalingspeil: vijfmaal;
    b) voor de overige periode: maandelijks.
4. De bouwput wordt uitgevoerd met een waterremmende wand met aanzetdiepte van minimaal 1 m in de Boomse klei, namelijk circa 27 m onder maaiveld (-22,3 mTAW). Een hydraulische weerstand van minimaal 500 dagen moet gegarandeerd worden.
5. In afwijking van bijlage 2.3.1 van Vlarem II worden een afwijking op de lozingsnormen toegestaan:

parameter

norm

afwijking

arseen

5 µg/liter (=IC)

50 µg/liter

PFAS individueel

0,02 µg/liter – 0,05 µg/liter (=rapportagegrens)

0,1 µg/liter

vinylchloride

0,09 µg/liter (=IC)

1 µg/liter

6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd na de aanleg en het schoonpompen van de bemalingsinstallatie en vóór de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn de parameters arseen, VOCl (onder meer vinylchloride) en PFAS.
7. De bemaling mag pas opgestart worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn. De analyse wordt vervolgens wekelijks herhaald.
8. Na de opstart van de bemaling wordt de monitoring voor wat betreft PFAS op het geloosde effluent herhaald als volgt. Een stillegging van de bemaling is hierbij niet meer vereist (gezien reeds resultaten beschikbaar zijn):
    a) bij concentraties >80% norm: analyse op het geloosde effluent in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van norm;
    b) bij concentraties <80% norm: geen herhaling noodzakelijk.
9. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1.§1 van Vlarem II moet geen meetgoot of evenwaardige debietsmeting geplaatst worden, maar moet het debiet van het opgepompte water gemeten en geregistreerd worden.
10. De exploitant dient een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de rioolbeheerder te bekomen voor de lozing van het bemalingswater op de riolering en dit vóór de start van de werken.
11. Niet langer van toepassing
12. De inrichting dient te allen tijde te voldoen aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in open, zoals bepaald in hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. De exploitant dient voorkeur te geven aan installaties met een voldoende lage geluidsemissie, eventueel met behulp van geluidsabsorberende maatregelen, opdat de geluidshinder naar de omgeving ingeperkt wordt.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.