Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024042366 |
Gegevens van de aanvrager: | BV ACT Group met als adres Bellestraat 7 te 2030 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | BV ACT Group (0839101369) met als adres Bellestraat 7 te 2030 Antwerpen |
Ligging van het project: | Bellestraat 7 te 2030 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 16 sectie A nrs. 194G, 194H, 204A, 214E, sectie C nrs. 188F4 en 188E5 |
waarvan: |
|
- 20201202-0114 | afdeling 16 sectie A nrs. 204A, 194G, 194H, 214E, sectie C nrs. 188F4 en 188E5 (OVA CBN Bellestraat) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Bouwen van een magazijn met bijhorende kantoren; Exploitatie van een inrichting voor containertransport |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 29/03/2024: vergunning (OMV_2022028354) voor het slopen van een magazijn met kantoor;
- 17/03/2017: stedenbouwkundige vergunning (20163053) voor het plaatsen van verschillende bureelcontainers - herinrichten site Bellestraat;
- 27/08/1992: stedenbouwkundige vergunning (1992879) voor uitbreiden bureelgebouw en werkplaats;
- 17/06/1991: stedenbouwkundige vergunning (199117661) voor parking aanleggen;
- 10/07/1981: stedenbouwkundige vergunning (1981190291) voor containerparking, tanks voor mazout en olie;
- 27/06/1980: stedenbouwkundige vergunning (1980140) voor een werkplaats en bureelgebouw.
Vergunde toestand
Braakliggend terrein in afwachting van een nieuwe ontwikkeling op de site.
Bestaande toestand
Een terrein ingericht met stockage voor containers en een parkeerzone voor vrachtwagens. Op de site bevindt zich een magazijn met kantoren en drie losstaande prefabunits waarin burelen, een vergaderzaal, toiletten en een stooklokaal zijn ondergebracht. Op 29 maart 2024 is een vergunning verleend voor het slopen van het magazijn met kantoren, maar deze werken zijn nog niet in uitvoering.
Nieuwe toestand
- functie: industrie en bedrijvigheid;
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- bouwen van een magazijn met kantoren;
- bouwen van een fietsenstalling;
- aanleggen van een verharding;
- reliëfwijziging voor de aanleg van een wadi;
- reliëfwijziging voor de aanleg van een laadkade;
- het gewoonlijk gebruik van de grond voor een parking;
- het gewoonlijk gebruik van de grond voor de opslag van containers.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 28 september 2012 werd door het college van burgemeester en schepen van de stad Antwerpen een milieuvergunning verleend aan CBN nv voor het verder exploiteren en veranderen van een op- en overslagbedrijf, voor een termijn verstrijkend op 28 september 2032. Nadien werden er nog vergunningen verleend voor veranderingen, waaronder de omgevingsvergunning verleend op 3 juni 2021 door de deputatie van de provincie Antwerpen. Op 10 maart 2022 werd akte genomen van een melding voor de overdracht van de vergunde inrichting. Het op- en overslagbedrijf is voortaan vergund op naam van ACT Group bv.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft het toevoegen van de kadastrale percelen 16-A-194G, 16-A-214E, 16-C-188E5 en 16-C-188F4 en het veranderen van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op de kadastrale percelen 16-A-194H en 16-A-204A.
Aangevraagde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.2° | Het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | +0,73 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; | +125,40 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | +20.000,00 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en): overige inrichtingen; | -1 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; | +112 voertuigen |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied; | 3 voertuigen per dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | +60,00 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | +4.500,00 liter |
19.6.1°c) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 400 m³ in een lokaal; | +10.000,00 m³ |
41.5. | opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton. | -4.000,00 ton |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: Volgens artikel 4.2.5.1.1. Vlarem II § 1 dient de aanvrager voor het lozen van bedrijfsafvalwater een meetgoot te voorzien.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: Het bedrijfsafval water zal gecontroleerd en geanalyseerd worden via de controleput.
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 5 april 2024 | 22 april 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 17 juli 2024 | 5 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Departement Mobiliteit en Openbare Werken | 5 april 2024 | 24 mei 2024 | Geen bezwaar |
Departement Mobiliteit en Openbare Werken | 17 juli 2024 | 29 juli 2024 | Geen bezwaar |
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID | 5 april 2024 | 23 april 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID | 17 juli 2024 | 23 april 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Haven van Antwerpen - Brugge (Port of Antwerp - Bruges) - Terreinen | 5 april 2024 | 23 mei 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Haven van Antwerpen - Brugge (Port of Antwerp - Bruges) - Terreinen | 17 juli 2024 | 25 juli 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 9 april 2024 | 8 mei 2024 | Gunstig |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 18 juli 2024 | 4 augustus 2024 | Gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 5 april 2024 | 25 juli 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 17 juli 2024 | 25 juli 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant | 5 april 2024 | 22 april 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant | 17 juli 2024 | 14 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie | 4 april 2024 | 10 april 2024 | Geen bezwaar |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 5 april 2024 | 24 mei 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 17 juli 2024 | 12 augustus 2024 | Geen advies |
Vlaamse Regering - Stedenbouwkundig Advies | 5 april 2024 | 8 mei 2024 | Geen advies |
Vlaamse Regering - Stedenbouwkundig Advies | 17 juli 2024 | 6 augustus 2024 | Geen advies |
Water-link | 4 april 2024 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 4 april 2024 | 24 mei 2024 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 17 juli 2024 | 26 juli 2024 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 4 april 2024 | 15 april 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. In het kantoorgedeelte worden kantoren, sanitair en kleedruimtes, vergaderzalen, technische ruimten en een keuken met refter ondergebracht ter ondersteuning van het logistiek bedrijf. De kantoren lijken noodzakelijk voor de ondersteuning van de industriële bedrijfsactiviteiten en dienen gezien te worden als een inherent onderdeel van de industriële activiteit en als nevenfunctie van een groter industrieel geheel.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. Er worden afwijkingen op de gewestelijke hemelwaterverordening aangevraagd op het aspect hergebruik en infiltratie. Volgens artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan van de verplichtingen van dit besluit als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van gebruik, wettelijke voorschriften of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is.
Volgens de hemelwaterverordening dient er een hemelwaterput met een inhoud van 1.503.070 liter voorzien te worden. Er worden echter maar twee hemelwaterputten geplaatst met een totale inhoud van 30.000 liter aangezien de hergebruiksmogelijkheden volgens de aanvrager beperkt zijn. Het opgevangen hemelwater zal worden gebruikt voor de spoeling van de toiletten en het poetsen van het kantoor. De POVC heeft opgemerkt dat er op de site ook een wasplaats aanwezig is waar in mate van het mogelijke maximaal gebruik gemaakt moet worden van regenwater als vers water voor het wassen van voertuigen. De aanvrager heeft tijdens de commissievergadering verduidelijkt dat deze wasplaats gelegen is aan de andere kant van de site, op ruime afstand van de voorziene hemelwaterputten, waardoor het hemelwater niet hergebruikt kan worden voor het wassen van voertuigen. De afwijking op het voorzien van een hemelwaterput met kleinere inhoud dan voorzien in de hemelwaterverordening, kan toegestaan worden.
De overloop van de hemelwaterputten en het overige hemelwater dat op het dak en de verhardingen valt, worden aangesloten op een wadi met een infiltratieoppervlakte van 2.883 m² en een inhoud van 1.163.500 liter. De bodem van de wadi bevindt zich op 59 centimeter onder het maaiveld. Uit grondwaterpeilmetingen en infiltratieproeven blijkt dat de grond geschikt is voor infiltratie en de bodem van de wadi (6,89 mTAW) zich boven het grondwaterpeil op de site (6,22 mTAW) bevindt. De aanvraag voldoet aan de gewestelijke hemelwaterverordening.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is van toepassing op de aanvraag. De publiek toegankelijke oppervlakte bedraagt minder dan 150 m². Zodoende dient enkel de toegangsdeur en het toegangspad naar deze deur te voldoen aan de gewestelijke verordening toegankelijkheid. De aanvrager voorziet tevens sanitair en twee parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Het project vertoont geen manifeste strijdigheden met de verordening.
Sectorale regelgeving
MER-screening:
Bij de beslissing over de volledig- en ontvankelijkheid is beslist dat de aanvraag geen betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage I, II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (milieueffectrapport). Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Programmatorische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag geen project is voor de exploitatie van een IIOA met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het project is beperkt gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd. Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Het voorliggende project is deels gelegen in een zone waarvoor de Provincie – Dienst Integraal Waterbeleid (DIW) aangewezen is als adviesinstantie. De POVC heeft hen tweemaal om advies gevraagd, maar zij hebben geen advies uitgebracht. De POVC gaat ervan uit dat het gevraagde project verenigbaar is met het watersysteem, zodat de aanvraag voldoet aan de doelstellingen en beginselen, vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018. Er moet wel voldaan worden aan de gewestelijke hemelwaterverordening (zie deel ‘Hemelwaterverordening’).
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen
In voorliggende aanvraag, die door een niet-publiekrechtelijke instantie is ingediend, bedraagt de ingreep in de bodem meer dan 5.000 m² (circa 40.220 m²), is het project gelegen in industriegebied, buiten beschermde archeologische sites en buiten geïnventariseerde archeologische zones, waardoor de aanvrager verplicht is een archeologienota waarvan akte is genomen toe te voegen aan de aanvraag. Het Agentschap Onroerend Erfgoed heeft op 20 december 2023 akte genomen van de toegevoegde archeologienota met ID 28368. Er werd geen programma van maatregelen opgemaakt.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag werd voorgelegd aan de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC). Zij hebben advies gevraagd aan de wettelijk te bevragen adviesinstanties en brachten als eindconclusie een voorwaardelijk gunstig advies uit.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het herontwikkelen van een industriële site. Op de site wordt een nieuw logistiek magazijn met bijhorende kantoren gebouwd. Het magazijn bestaat uit een open ruimte met een vrije hoogte van 12,5 meter. Het kantoorgedeelte bestaat uit twee verdiepingen en is ingericht met kantoren, sanitair en kleedruimtes, vergaderzalen, technische ruimten en een keuken met refter. De vrije hoogte in de verblijfruimtes bedraagt minimaal 3 meter. Aan de westzijde van het magazijn worden 6 laadkades voorzien.
Ter hoogte van het kantoorgedeelte wordt een parking voorzien in waterpasserende klinkers. De parking heeft 31 parkeerplaatsen voor auto’s, 10 voor fietsers en 2 voor motors. De fiets- en motorstalplaatsen worden voorzien in een overdekte fietsenstalling.
In het zuiden op de site wordt een wadi voorzien voor de infiltratie van hemelwater. De overige vrije ruimte wordt volledig verhard in asfalt in functie van wegenis en het stallen en afhandelen van containers. Containers worden geplaatst in een strook op circa 4 meter van de zuidelijke concessiegrens.
De herontwikkeling van de site, met de bouw van een nieuw logistiek magazijn en bijhorende constructies, maakt de exploitatie van een industrieel bedrijf mogelijk waardoor de aanvraag zich functioneel inpast binnen het industrieveld.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag kadert in de herontwikkeling van een bestaand industrieterrein. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Op het inplantingsplan is een korte strook nieuwe verharding te zien tussen de wadi en de naastliggende sporen. Deze verharding zal niet gebruikt worden voor de opslag van containers en is dus niet-functioneel. Bij gebrek aan functie en gelet op de zeer hoge verhardingsgraad van de site, wordt voorgesteld deze strook als groenzone aan te leggen. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.
Visueel-vormelijke elementen
De gevels van het magazijn worden opgetrokken uit een betonnen plint met daarboven lichtgrijze sandwichpanelen. In de gevel langs de Bellestraat wordt een lichtstrook op hoogte voorzien zodat er voldoende daglicht kan binnenvallen in het magazijn. Het kantoorgedeelte wordt voorzien met een betonplint met daarboven witte en donkergrijze sandwichpanelen. De daken worden afgewerkt met PVC-dakdichting met daarop PV-panelen. De fietsenstalling wordt uitgevoerd in hout. Deze gevelmaterialen zijn neutraal en dus aanvaardbaar in deze industriële omgeving.
Opgemerkt wordt dat de kleur van de daken nergens wordt gespecifieerd. Om het hitte-eilandeffect buiten en extra opwarming binnen tegen te gaan tijdens warme periodes, wordt als voorwaarde opgelegd de daken in een lichte kleur uit te voeren. Als alternatief voor een lichte dakkleur of reflecterende dakbedekking, kan ook geopteerd worden voor een groendak.
Bodemreliëf
Voor het aanleggen van een verdiepte laadkade en wadi wordt een reliëfwijziging aangevraagd. De laadput heeft een oppervlakte van 864 m² (28,8 meter x 30 meter) met een maximale diepte van 1,2 meter. De wadi heeft een oppervlakte van 2.771 m² en een maximale diepte van 59 centimeter ten opzichte van het maaiveld.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Gezien de aard van de aanvraag, werd het advies ingewonnen van de Brandweerzone Antwerpen. Dit advies is (tweemaal) voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden en opmerkingen uit dit advies, met het oog op de brandveiligheid, kunnen integraal aan de vergunning worden gehecht. Eén van deze voorwaarden betreft de verticale circulatie in het kantoorgedeelte. Deze evacuatieweg dient afgesloten te worden van de kantoorruimtes zelf door middel van wanden (en deuren) met brandweerstand.
Wegens de ligging nabij treinsporen heeft de POVC advies gevraagd aan Infrabel. Infrabel heeft (tweemaal) een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht, met volgende voorwaarden:
- De exploitatie van de zuidelijke containerzone (3 lagen) moet zodanig gebeuren dat de containermuur niet kan omvallen of omwaaien richting de sporen.
- De wadi moet zodanig ingericht en onderhouden worden (o.a. overloop), dat er geen risico is op wateroverlast (en stabiliteitsproblemen van de ondergrond) richting de sporen.
- Voor de uitvoering van de werken is een werktoelating aan te vragen bij Infrabel, waarbij Infrabel de gepaste veiligheidsmaatregelen zal opleggen. Aanvragen mogen gebeuren via 51no.bureauderdenar@infrabel.be.
De POVC bespreekt deze adviezen niet in zijn beoordeling. In deze voorwaarden, gericht op het vrijwaren en veiligstellen van (de exploitatie van) het aangrenzende spoordomein, verwijst Infrabel naar het bekomen van een aparte werktoelating in functie van het opleggen van bepaalde maatregelen voor uitvoering van de werken. De voorwaarden uit de adviezen van Infrabel kunnen integraal aan de vergunning worden gehecht.
De Haven van Antwerpen-Brugge werd door de POVC om advies gevraagd als beheerder van het havengebied. Zij brachten (tweemaal) een voorwaardelijk gunstig advies uit. In hun laatste advies werden volgende voorwaarden weerhouden:
- Voor de aansluiting van nieuwe riolering op de straatriolering moeten waar mogelijk de bestaande rioolaansluitingen worden gebruikt. Voor het aanleggen van nieuwe rioolaansluitingen moet een aanvraag worden ingediend per mail via leidingen@portofantwerpbruges.com. De aanvraag moet vergezeld zijn van een duidelijke uitvoeringstekening op schaal die ter goedkeuring wordt voorgelegd;
- Bij afbraak van de terreinriolering moet deze volledig worden weggenomen tot aan de laatste privatieve toezichtschouw. De aldus ontstane gaten in de toezichtschouw moeten worden opgevuld met vol metselwerk. Is er geen toezichtschouw aanwezig, dan moet het laatste deel van de buis aaneengesloten op de moerriool blijven zitten tot juist op de concessiegrens en worden afgedicht met een betonprop of metselwerk;
- In de directe nabijheid van het terrein bevindt zich een windturbine. De slagschaduwstudie opgesteld voor deze turbine toont aan dat de nieuwe kantoren die onderwerp uitmaken van deze aanvraag worden opgericht in een slagschaduwgevoelige zone. De kantoren moeten dusdanig ontworpen zijn of uitgerust worden dat bijkomende hinderlijke effecten van slagschaduw ten aanzien van de referentiesituatie uit de slagschaduwstudie worden vermeden;
- Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de sloopwerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.
De POVC is van mening dat bovenstaande voorwaarden uitvoeringsmodaliteiten betreffen, die geen onderdeel hoeven uit te maken van de omgevingsvergunning gezien het Havenbedrijf deze kan opleggen in de bestuurlijke bouwtoelating. Deze worden hier echter meegegeven als aandachtspunt voor de uitvoering.
De Astrid-veiligheidscommissie werd door de POVC om advies gevraagd. Gezien de grote oppervlakte van het nieuwe logistieke gebouw met bijhorende kantoren wordt door de Astrid-veiligheidscommissie indoordekking opgelegd. Dit dient opgenomen te worden als voorwaarde.
Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer is als voorwaardelijk gunstig opgeladen in het omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Er wordt voor de uitvoering van de vergunning enkel verwezen naar de algemene aandachtspunten voor gewestwegen. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit dit advies overgenomen worden.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De Politiezone Antwerpen/Verkeerspolitie heeft vanuit verkeersveiligheid geen bezwaar tegen de omgevingsvergunningsaanvraag.
Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken werd om advies gevraagd door de POVC. Zij hebben geen opmerkingen op de aanvraag.
De POVC merkte in hun initiële advies op dat niet alle mobiliteitseffecten van de gehele site na verandering besproken worden in het MOBER. Er werd enkel ingegaan op de mogelijke effecten van het nieuwe magazijn waarbij gerekend werd met 67 vrachtwagenverplaatsingen per dag, terwijl er ook vergunningen samengevoegd werden (met onder andere vijf bestaande loodsen). De aanvrager heeft met een wijzigingsverzoek een aangepast MOBER bezorgd waarin de mobiliteitseffecten van de gehele site na verandering besproken worden. De stalplaatsen voor bedrijfsvoertuigen werden naar beneden bijgesteld tot 52 stuks (in plaats van 179) om de vergunning overeen te brengen met de reële situatie. Er werden 10 stalplaatsen voor vrachtwagens voorzien op de plannen. De POVC beoordeelt de wijzigingen gunstig en verwacht dat de verkeersgeneratie van de site geen problemen zal opleveren gelet op de ligging en goede bereikbaarheid (rechtstreekse aansluiting op het hoofdwegennet). Het parkeren wordt volledig op eigen terrein opgevangen.
Er werd eveneens advies gevraagd aan de dienst mobiliteit van de stad.
Parkeerbehoefte
In het MOBER wordt het mobiliteitsprofiel van het project opgenomen. De werkelijke parkeerbehoefte wordt berekend op basis van het totaal aantal werknemers (35), hun aanwezigheidsgraad (80%) en het verplaatsingsgedrag van de werknemers (18% fiets – 0% openbaar vervoer – 77% auto) en bezoekers. De berekende parkeerbehoefte voor het nieuwe magazijn met kantoor bedraagt 24 parkeerplaatsen, waarvan 2 voor bezoekers.
Op het inplantingsplan worden 31 parkeerplaatsen voor auto’s voorzien, waarvan 2 voorbehouden parkeerplaatsen. Daarnaast worden nog 2 parkeerplaatsen voor bromfietsen in de fietsenstalling voorzien. Deze parkeervakken voldoen aan de gebruikelijke afmetingen.
Er worden 5 parkeerplaatsen met elektrische oplaadpunten voor wagens voorzien. Conform het Energiedecreet dienen minstens 2 oplaadpunten en laadinfrastructuur voor 1 op 4 parkeerplaatsen voorzien te worden. Het plaatsen van laadpalen is vrijgesteld van vergunningsplicht conform artikel 3.1.14° van het Vrijstellingsbesluit.
Ontsluiting/bereikbaarheid
Voetgangers/fietsers:
Langs de Bellestraat is geen fiets- of voetgangersinfrastructuur aanwezig. Langs de Ordamstraat en Noorderlaan ligt een afgescheiden fietspad.
Fietsers komen via de toegang voor personenvervoer het terrein op, zonder afscheiding tussen fietsers en auto’s. Op eigen terrein dienen de voetganger- en fietsstromen gescheiden georganiseerd te worden van het gemotoriseerd verkeer. Er dient een afgescheiden fietspad voorzien te worden van op het openbaar domein, tot aan de fietsenstalling. Deze fietsenstalling kan ter hoogte van de ingang van het kantoorgebouw voorzien worden. Zo kan in 1 rechte lijn een gemengd voet- en fietspad vanop het openbaar domein tot aan de fietsenstalling en ingang van het kantoorgebouw voorzien worden.
Voor voetgangers is er een voetpad voorzien van op de parking tot aan de ingang van het kantoorgebouw. Eventueel kan het aanwezige voetpad verbreed worden en ook als fietspad dienst doen.
Bovenstaande aandachtspunten worden meegegeven als aanbeveling. Het is aan de exploitant zelf om te zorgen voor een veilige, interne organisatie van de verschillende verkeersstromen op de eigen site.
Openbaar vervoer (OV):
De bereikbaarheid via OV is eerder beperkt. De bushalte Antwerpen Bellestraat ligt op 200 meter van de projectsite, maar heeft een lage bediening (2 bussen ‘s ochtends en 2 bussen ‘s avonds).
Gemotoriseerd verkeer:
De site is erg goed bereikbaar voor (vracht)verkeer, met een ruime weginfrastructuur en een rechtstreekse aansluiting op het hoofdwegennet.
De ontsluiting van het terrein gebeurt via de Bellestraat. Het personenverkeer heeft een aparte toegang (in- en uitrit) tot de parking. Deze toegang bevindt zich net naast de inrit voor vrachtverkeer. De toegang voor personenvervoer kan beter volledig afgescheiden worden van de inrit voor vrachtwagens. Dit geeft een meer overzichtelijke en veiligere toegang. De in- en uitrit voor personenverkeer kan dus beter verplaatst worden naar de zone naast de parkeerplaatsen voor elektrische wagens. Dit wordt opgelegd als voorwaarde. Hiermee wordt ook deels tegemoet gekomen aan het initiële advies van het Havenbedrijf, dat de in- en uitrit wenste te versmallen voor een beter overzicht en aldus een verkeersveiligere situatie.
De parking voor personenvervoer is afgescheiden van de parkeerplaats voor vrachtwagens door middel van jerseyblokken. Deze afscheiding is niet vast en dient op een meer duurzame (bij voorkeur ook op een groene, waterdoorlatende) manier te gebeuren. Door het verleggen van de inrit kan een groenzone aangelegd worden tussen beide verkeersstromen. Dit wordt ook opgelegd als voorwaarde. Het vrachtverkeer heeft een aparte in- en uitgang en is volledig gescheiden van de andere verkeersstromen op het terrein.
De verkeersgeneratie door de bouw van dit project heeft geen negatieve impact op de verkeersafwikkeling van de omliggende straten. De restcapaciteit van Bellestraat, Ordamstraat en Noorderlaan blijft ruim voldoende.
Fietsvoorzieningen
Er worden 12 overdekte staanplaatsen voorzien voor fietsen bij het nieuwe magazijn met kantoor. De fietsenstalling is overdekt en afsluitbaar, en voorzien van een elektrisch laadpunt.
De fietsenstalling is ingeplant in het midden van de parking, vrij ver van de ingang van het kantoorgebouw. De locatie van de fietsenstalling dient dichter tegen de ingang van het gebouw voorzien te worden. Ter hoogte van de ingang is er voldoende ruimte om een fietsenstalling te voorzien.
Volgens het MOBER dienen er 5 fietsstalplaatsen voorzien te worden bij het nieuwe magazijn. Er zijn dus voldoende fietsstalplaatsen aanwezig, ook als in de toekomst het aandeel van het personeel dat op duurzame wijze naar het werk komt, verhoogt. Bovendien is er op de parking voldoende ruimte om de fietsenstalling zo nodig uit te breiden.
Er worden kleedkamers, douches en lockers voorzien in het kantoorgebouw.
Er dient een afgescheiden fietspad voorzien te worden van op het openbaar domein, tot aan de fietsenstalling.
Bovenstaande aandachtspunten worden meegegeven als aanbeveling. Het is aan de exploitant zelf om te zorgen voor een veilige, interne organisatie van de verschillende verkeersstromen op de eigen site.
Laden en lossen
Volgens het MOBER dienen er 8 parkeerplaatsen voor vrachtwagens voorzien te worden bij het nieuwe magazijn.
Er is een wachtzone/parking voorzien voor 10 vrachtwagens. Op die manier kunnen wachtende vrachtwagens steeds op eigen terrein opgesteld worden.
Laden en lossen gebeurt aan de 6 voorzien laadkades, en dus volledig op eigen terrein.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
ACT Group gelegen te Bellestraat 7 te 2030 Antwerpen baat een op- en overslagbedrijf uit in de haven van Antwerpen. De omgevingsvergunning werd op 10 maart 2022 overgenomen van de firma CBN.
De site bestaat momenteel uit 4 aan elkaar grenzende loodsen van telkens 7.500 m² (loods 1 t.e.m. 4, gekend onder de naam Poseidon) en een loods van 6.336 m² (loods 5, gekend onder de naam Medusa). In deze loodsen worden allerlei goederen en voorwerpen opgeslagen op vraag van de klanten, in afwachting van verdere doorvoer van deze goederen. Verder transport gebeurt zowel over de weg als over het spoor.
Naast opslagruimten zijn er ook bureelruimten aanwezig van waaruit de administratie wordt geregeld en een garage voor het onderhoud van de trekkers van het bedrijf. Loods 1, waar de garage zich bevindt, is fysiek opgedeeld in vier delen. De herstelwerkplaats en de opslag van gemakkelijk brandbare materialen bevinden zich dus niet in éénzelfde ruimte. Er wordt bijgevolg voldaan aan artikel 5.15.0.5.§2 van VLAREM II.
ACT Group wenst, na de overname van de omgevingsvergunning van CBN, met deze aanvraag diverse rubrieken te schrappen. Het schrappen van deze rubrieken heeft een declassering tot gevolg, namelijk van een klasse 1-inrichting naar een klasse 2-inrichting, waardoor het college nu de bevoegde vergunningverlenende overheid is. Daarnaast werden er ook enkele rubrieken geschrapt die niet langer indelingsplichtig zijn. Door het schrappen van rubriek 17.3.7.3° (Opslag van gevaarlijke stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid) wordt de exploitatie niet langer ingedeeld als een klasse 1-inrichting. In de aanvraag wordt er vermeld dat het aanstellen van een milieucoördinator niet langer nodig is. Dit is echter foutief. De verplichting voor het aanstellen van een milieucoördinator (niveau B) is nog steeds van toepassing door de rubriek 6.5.2°.
Verder wenst ACT Group de omgevingsvergunning uit te breiden door het toevoegen van volgende kadastrale percelen: 16-A-214E, 16-C-188F4, 16-C-188E5 en 16-A-194G.
De eerste drie percelen werden reeds opgenomen in een omgevingsvergunning die werd overgedragen van Transport Joosen naar ACT Group op 21 mei 2021 (OMV_2021009963). ACT Group wenst met onderhavige aanvraag deze twee omgevingsvergunningen samen te voegen tot één vergunning. De relevante ingedeelde inrichtingen uit de overgedragen vergunning van Transport Joosen zullen met deze aanvraag opgenomen worden in deze vergunning. De omgevingsvergunning op naam van ACT Group met inrichtingsnummer 20201117-0034 zal na de beslissing stopgezet worden via de gekende procedure.
De stopzetting van de omgevingsvergunning met inrichtingsnummer 20201117-0034 zal opgelegd worden als bijzondere voorwaarde.
Het laatste perceel betreft een stuk grond waarop er zich geen ingedeelde inrichtingen bevinden, maar dat wel deel uitmaakt van de site van ACT Group.
Op de nieuw toegevoegde kadastrale percelen 16-A-214E en 16-C-188F4 vraagt ACT Group een nieuwbouw magazijn aan. Het nieuwe magazijn wordt gebouwd voor de op- en overslag van goederen. Op heden is nog niet geweten welke producten er zullen gestockeerd worden, aangezien dit sterk afhankelijk zal zijn van de klanten die ACT Group zal aantrekken. Het zal gaan om niet-gevaarlijk materiaal. ACT Group geeft aan dat de omgevingsvergunning zal aangepast worden van zodra hierover meer duidelijkheid is. Voorlopig worden enkel gebouwgebonden installaties aangevraagd.
De aangevraagde airco in het nieuwe magazijn zal gebruik maken van het koelmiddel R410a. Het koelmiddel R410a is een F-gas met een relatief hoge GWP-waarde van 2.088. Een verbod op het gebruik van dergelijke koelmiddelen in bestaande systemen is voorlopig niet voorzien (voor koelmiddelen met een GWP-waarde boven de 2.500 wel). Het is echter aangewezen te kiezen voor een koelmiddel met een lagere GWP-waarde.
Naast de twee reeds vergunde lozingspunten voor huishoudelijk afvalwater wordt er een bijkomende lozing gevraagd afkomstig van de sanitaire voorzieningen in het kantoor van het nieuwe magazijn. Deze afvalwaterstroom zal geloosd worden via een nieuw lozingspunt en IBA in de havenriolering richting oppervlaktewater (dokken).
Het bedrijfsafvalwater bij ACT Group is afkomstig van het potentieel verontreinigd hemelwater van de tankpiste (142,5 m²). Het potentieel verontreinigd hemelwater dat op de tankpiste valt, wordt geloosd via een slibvang en KWS-afscheider in de havenriolering richting oppervlaktewater (dokken). De sectorale lozingsvoorwaarden 52a) en 52c) zijn van toepassing. ACT Group wenst met deze aanvraag het geloosde debiet te herberekenen, rekening houdende met de aangepaste richtcijfers van de VMM wat neerslaghoeveelheden betreft: 15,9 l/m².uur, 40,8 liter/m².dag en 850 liter/m².jaar. Daarnaast wenst ACT Group ook carwashactiviteiten uit te voeren op de bestaande waterdichte tankpiste en dit door middel van een hogedrukreiniger. Er wordt een waterverbruik verwacht van 50 liter per wasbeurt en maximaal 3 voertuigen per dag. Voor het afspuiten van voertuigen zal leidingwater gebruikt worden.
Door de herberekening van het lozingsdebiet volgens de nieuwe richtlijnen van de VMM en het toevoegen van de carwashactiviteiten wordt het lozingsdebiet van 2 m³/uur voor bedrijfsafvalwater overschreden. Gezien bij de gebruikte debieten rekening gehouden is met hevige neerslagbuien die maar met een beperkte frequentie voorkomen, vraagt ACT Group een afwijking aan van artikel 4.2.5.1.1. §1 van VLAREM II betreffende de plaatsing van een meetgoot. Het bedrijfsafvalwater zal kunnen bemonsterd worden via een controleput.
De VMM adviseerde op 24 mei 2024 voorwaardelijk gunstig voor het lozen van bedrijfsafvalwater met een maximum debiet van 2,31 m³/uur – 5,96 m³/dag – 231,12 m³/jaar in oppervlaktewater mits voldaan wordt aan de algemene en sectorale voorwaarden (52a) en 52c)) voor lozing van bedrijfsafvalwater in oppervlaktewater en de volgende bijzondere voorwaarden:
- De lozing gebeurt via een slibvang en KWS-afscheider met coalescentiefilter.
Deze bijzondere voorwaarde werd reeds opgelegd en blijft onverminderd van toepassing.
- In afwijking van art 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II moet het bedrijf geen meetgoot plaatsen.
De gevraagde bijstelling kan verleend worden.
- Voor het wassen van de voertuigen wordt prioritair hemelwater gebruikt.
Tijdens de hoorzitting van de POVC op 18 juni 2024 verduidelijkte de vertegenwoordiger van de aanvrager dat de wasplaats voor voertuigen gelegen is aan de andere kant van de site, op een ruime afstand van de hemelwaterput. Daardoor kan het hemelwater niet worden gebruikt om de voertuigen te wassen.
- De gebruikte detergenten moeten voldoen aan de Europese Verordening (648/2004) betreffende detergenten.
Deze bijzondere voorwaarde zal niet worden opgelegd, gelet dat er sowieso voldaan dient te worden aan de geldende wetgeving.
Conform het Omgevingsvergunningsbesluit dient de beslissing de geactualiseerde vergunningsvoorwaarden te vermelden. Volgende bijzondere voorwaarden zijn momenteel van toepassing:
- De exploitatie kan worden toegelaten tussen 6u en 18u op week- en zaterdagen uitgezonderd feestdagen.
- De lozing van het bedrijfsafvalwater dient te gebeuren via een slibvang en een KWS-afscheider met coalescentiefilter.
Deze bijzondere milieuvoorwaarden zijn nog steeds van toepassing en worden dus opnieuw opgenomen als bijzondere voorwaarden.
De aanvraag heeft geen betrekking op een project als vermeld in bijlage I, II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (milieueffectrapport). Een MER, ontheffing of project-m.e.r.-screening is bijgevolg niet vereist.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De daken dienen in een lichte kleur uitgevoerd te worden. Als alternatief voor een lichte dakkleur of reflecterende dakbedekking, kan ook geopteerd worden voor een groendak.
2. De maatregelen in de archeologienota met referentienummer 28368 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in de archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
3. De voorwaarden uit de adviezen van Infrabel dienen strikt gevolgd te worden.
4. De zone tussen de wadi en de spoorweg dient integraal als groenzone aangelegd te worden.
5. Het nieuwe logistieke gebouw met bijhorende kantoren dient te beschikken over ASTRID-indoordekking.
6. De in- en uitrit voor personenverkeer dient verschoven te worden in zuidelijke richting en de afscheiding tussen de zone voor vrachtwagens en de parking voor personenvervoer dient te gebeuren door een onoverrijdbare groenstrook.
Brandweeradvies
De voorwaarden uit het advies van Brandweerzone Antwerpen dienen strikt gevolgd te worden.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.2° | Het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | +0,73 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; | +125,40 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | +20.000,00 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en): overige inrichtingen; | -1 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; | +112 voertuigen |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied; | 3 voertuigen per dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | +60,00 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | +4.500,00 liter |
19.6.1°c) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 400 m³ in een lokaal; | +10.000,00 m³ |
41.5. | opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton. | -4.000,00 ton |
Gecoördineerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.4.2° | Het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 2,32 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; | 1.005,40 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | 35.900,00 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en): overige inrichtingen; | 3 verdeelslangen |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; | 179 voertuigen |
15.2. | andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; | 4 mobiele hefbruggen |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied; | 3 voertuigen per dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 91,53 kW |
17.3.2.1.1.2° | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (gevarenpictogram GHS02) van gevarencategorie 3 (gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen) met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C en gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton; | 44,10 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | 5.000,00 liter |
19.6.1°c) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 400 m³ in een lokaal; | 65.000,00 m³ |
33.4.1°c) | opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 200 ton in een lokaal, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; | 20.000,00 ton |
41.5. | opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton. | 1.000,00 ton |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 21 maart 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 4 april 2024 |
Start 1e openbaar onderzoek | 13 april 2024 |
Einde 1e openbaar onderzoek | 12 mei 2024 |
Beslissing toepassing administratieve lus | 17 juli 2024 |
Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag | 8 juni 2024 |
Start laatste openbaar onderzoek | 24 juli 2024 |
Einde laatste openbaar onderzoek | 22 augustus 2024 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 1 oktober 2024 |
Verslag GOA | 10 september 2024 |
Naam GOA | Katrine Leemans en Bieke Geypens |
Wijzigingsverzoeken
De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen.
Minstens één van die verzoeken werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.
De aanvaarde wijzigingen zijn zodanig dat er een nieuw openbaar onderzoek werd gehouden conform artikel 30 derde lid van het Omgevingsvergunningsdecreet en eventuele adviezen opnieuw werden gevraagd. Uit artikel 32 §2 van het Omgevingsvergunningsdecreet volgt ook dat de beslissingstermijn éénmalig met 60 dagen verlengd werd. Dit werd meegedeeld aan de aanvrager via het Omgevingsloket op 19 juli 2024.
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De daken dienen in een lichte kleur uitgevoerd te worden. Als alternatief voor een lichte dakkleur of reflecterende dakbedekking, kan ook geopteerd worden voor een groendak.
2. De maatregelen in de archeologienota met referentienummer 28368 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in de archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
3. De voorwaarden uit de adviezen van Infrabel dienen strikt gevolgd te worden.
4. De zone tussen de wadi en de spoorweg dient integraal als groenzone aangelegd te worden.
5. Het nieuwe logistieke gebouw met bijhorende kantoren dient te beschikken over ASTRID-indoordekking.
6. De in- en uitrit voor personenverkeer dient verschoven te worden in zuidelijke richting en de afscheiding tussen de zone voor vrachtwagens en de parking voor personenvervoer dient te gebeuren door een onoverrijdbare groenstrook.
Brandweeradvies
De voorwaarden uit het advies van Brandweerzone Antwerpen dienen strikt gevolgd te worden.
Bijzondere milieuvoorwaarden
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Gecoördineerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.4.2° | Het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 2,32 m³/uur |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³/jaar; | 1.005,40 m³/jaar |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | 35.900,00 liter |
6.5.2° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en): overige inrichtingen; | 3 verdeelslangen |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; | 179 voertuigen |
15.2. | andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; | 4 mobiele hefbruggen |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied; | 3 voertuigen per dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 91,53 kW |
17.3.2.1.1.2° | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen (gevarenpictogram GHS02) van gevarencategorie 3 (gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen) met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C en gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton; | 44,10 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | 5.000,00 liter |
19.6.1°c) | opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 400 m³ in een lokaal; | 65.000,00 m³ |
33.4.1°c) | opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 200 ton in een lokaal, als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; | 20.000,00 ton |
41.5. | opslagplaats voor textiel en voor textielwaren met een capaciteit van meer dan 10 ton. | 1.000,00 ton |
De vergunning omvat thans volgende bijzondere milieuvoorwaarden:
De omgevingsvergunning wordt verleend voor:
- onbepaalde duur voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen;
- een termijn verstrijkend op 28 september 2032 voor wat betreft de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.