Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024084074 |
Gegevens van de aanvrager: | zie exploitant |
Gegevens van de exploitant: | NV Artes Roegiers (0405800983) met als adres Burchtstraat 89 te 9150 Kruibeke |
Ligging van het project: | Fromentinstraat 10-22, Victor Hugostraat 2A-2C te 2050 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 13 sectie N nrs. 735N6, 735P6, 735R6, 735S6, 735T6, 735V6, 735W6 en 735Y6 |
waarvan: |
|
- 20240611-0001 | afdeling 13 sectie N nrs. 735N6, 735P6, 735R6, 735S6, 735T6, 735V6, 735W6 en 735Y6 (Dagcentrum - Fromentinstraat) |
Vergunningsplichten: | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | een bronbemaling voor het plaatsen van een kelder en liftputten |
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat een grondwaterbemaling technisch noodzakelijk voor de realisatie van een ondergrondse parkeergarage en liftputten.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Dagcentrum - Fromentinstraat
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; | 50,00 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld; | 110.000,00 m³/jaar |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap voor Natuur en Bos - Adviezen en Vergunningen Antwerpen | 29 juli 2024 | 27 augustus 2024 | Gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies grondwater Antwerpen | 29 juli 2024 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 29 juli 2024 | 28 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:
- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;
- de eigen aard van het betrokken gebied;
- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag geen project is voor de exploitatie van een IIOA met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden. Het beoordelingskader uit het decreet is dus niet van toepassing en de opmaak van een passende beoordeling (artikel 28 decreet) is niet vereist.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft een tijdelijke bemaling die noodzakelijk is voor de uitvoering van eerder vergunde stedenbouwkundige handelingen. Deze stedenbouwkundige handelingen werden reeds eerder getoetst aan de verenigbaarheid met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening. De bemaling zelf is slechts tijdelijk van aard en noodzakelijk voor de uitvoeringsfase van de bouw. Het project kan beschouwd worden als verenigbaar met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
In het kader van de realisatie van een nieuw dagcentrum en nieuwe wooneenheden, voorzien van een ondergrondse parkeergarage en liftputten, is een tijdelijke bemaling van het grondwater noodzakelijk. Er worden vijf liftputten voorzien.
De bouwput heeft een maximale afmeting van circa 70 bij 45 meter. De bouwput en de liftputten worden respectievelijk uitgegraven tot +4,05 mTAW en +2,75 mTAW.
De bemaling zal worden uitgevoerd met verticale filters om de 5 meter. Elke liftput wordt voorzien van 8 filters. De bemalingswerken worden in 3 fases uitgevoerd:
Voor de bemaling van de kelder bedraagt het gesimuleerde opstartdebiet maximaal 49,96 m³/uur of 1.199 m³/dag. Voor de opstart van de bemaling van de liftputten is dit debiet gedaald tot circa 25 m³/uur of 600 m³/dag. Bij opstart van de bemaling van de liftputten stijgt het debiet terug tot circa 49,96 m³/uur of 1.199 m³/dag. Op het einde van de bemaling bedraagt het debiet nog circa 440 m³/dag of 18,50 m³/uur. In totaal zal 110.000 m³ grondwater opgepompt worden met een bemalingsduur van 214 dagen. De invloedstraal van de bemaling bedraagt maximaal 110 m in oostelijke richting en 640 m in de westelijke richting.
Zettingen
De theoretische zettingen zijn bepaald op basis van vier elektrische sonderingen uitgevoerd op de projectsite. Er werd onderzocht of er overschrijdende zettingen optreden bij een algemene drempelwaarde van 20 mm.
Uit de theoretische zettingsberekeningen in de bemalingsstudie blijkt dat de zettingen de algemene drempelwaarde van 20 mm overschrijden. Zettingen groter dan de algemene drempelwaarde van 20 mm zijn niet toegestaan. Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt. De zettingen dienen vanaf de start tot het einde van de bemaling gemonitord te worden. Dit wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Er wordt geadviseerd om de eerste periode van de bemaling te gebruiken als pomp-zettingsproef om een beter beeld te krijgen van de effectieve zettingen. Daarnaast kan de bemaling worden uitgerust met automatische sturingen om het risico naar de omgeving toe te beperken.
Bodemverontreinigingen
Binnen de invloedstraal van de bemaling zijn er OVAM-bodemdossiers gekend.
Alle dossiers binnen de 0,20 m en 0,05 m grondwaterverlagingscontour zijn gescreend op aanwezigheid van grondwaterverontreinigingen en besproken in de impactstudie. Uit de screening van deze dossiers blijkt dat er geen invloed van de bemaling op de grondwaterverontreinigingen wordt verwacht.
Waterkwaliteit
De projectsite is gelegen binnen twee PFAS no regret-zones. Enkel van de PFAS no regret-zone Goethestraat 1 wordt er een aantrekking van de PFAS-verontreiniging verwacht. Er werden twee grondwaterstalen genomen uit een aanwezige peilbuis, respectievelijk in de nabijheid van de projectsite en ter hoogte van de PFAS no regret-zone Goethestraat 1, voor een kwaliteitsanalyse. De grondwaterstalen zijn geanalyseerd op PFAS, en de analysecertificaten zijn toegevoegd aan de bemalingsstudie. Uit beide analyseresultaten blijkt dat de PFAS-parameters (160 ng/liter en 170 ng/liter) de rapportagegrens van 20 ng/liter overschrijden.
Er wordt tevens een waterzuiveringsinstallatie (WZI) mee opgenomen in de vergunningsaanvraag. Indien uit de monitoring blijkt dat de bijzondere lozingsnormen van PFAS niet gehaald kunnen worden zonder behandeling, zal het bemalingswater gezuiverd worden met behulp van een waterzuiveringsinstallatie vooraleer het geloosd wordt.
Lozing afvalwater
De exploitant voorziet het bemalingswater te lozen in de gemengde riolering van de Victor Hugostraat te Antwerpen. Een tijdelijke infiltratievoorziening op de projectlocatie is niet mogelijk. Het bemalingswater kan worden geloosd op het nabijgelegen oppervlaktewater (jachthaven), dat op 109 m afstand ligt. Echter, het lozen hierop is praktisch niet haalbaar vanwege de noodzaak om over de Thonetlaan te gaan.
Het lozen in de gemengde riolering wordt gunstig geadviseerd, mits voldaan kan worden aan de lozingsvoorwaarden.
Bijzonder beschermde gebieden
De invloedstraal van de bemaling reikt tot het habitatgebied van de Schelde. De projectsite ligt op circa 250 m van het Habitatrichtlijngebied ‘Schelde- en Durmeëstuarium van de Nederlandse grens tot Gent’ en op circa 260 m van het VEN-gebied ‘Slikken en Schorren langsheen de Schelde’.
De wetgeving rond natuurgebieden stelt dat een verscherpte natuurtoets dient opgemaakt te worden wanneer er een mogelijke impact is van een aangevraagd project op een VEN-gebied. Deze verscherpte natuurtoets is toegevoegd aan het aanvraagdossier. Uit de analyseresultaten blijkt dat er één getoetst effect is met een potentieel risico op betekenisvolle aantasting, namelijk verdroging via grondwater. Aangezien er volgens de voortoets een mogelijke impact is, is een grondig onderzoek (passende beoordeling) uitgevoerd en toegevoegd aan het aanvraagdossier. Dit onderzoek toont aan dat het project geen significante negatieve invloed zal hebben op de omliggende natuur en niet zal leiden tot betekenisvolle aantasting van de beschermde gebieden.
Advies VMM
De Vlaamse Milieumaatschappij dienst Afvalwater en Lucht adviseert gunstig voor de tijdelijke lozing van bemalingswater via een waterzuivering met een maximaal debiet van 50 m³/uur– 1.199 m³/dag (rubriek 3.6.3.2.) in de openbare riolering.
De algemene voorwaarden voor lozing in de openbare riolering en de volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing:
Parameter (µg/liter) | Geadviseerde bijzondere lozingsnorm (VMM) |
PFAS (ind) | 0,1 |
- In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
- Dit advies is slechts gunstig op voorwaarde dat een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van NV Aquafin bekomen wordt voor de lozing van het bemalingswater op de riolering.
Ook andere voorwaarden opgenomen in het advies van VMM-dienst afvalwater worden opgenomen als bijzondere voorwaarden.
Het advies van VMM-dienst grondwater is stilzwijgend gunstig.
Voorliggende project is niet MER-plichtig. Het aanvraagdossier werd tijdens het ontvankelijk- en volledigheidsonderzoek getoetst aan de criteria van bijlage II van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid doordat de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III (besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening).
De vergunningverlenende overheid is verplicht om een advies in te winnen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of aan: een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap of een beschermd stads- of dorpsgezicht (decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed artikel 6.4.4 §3). Dat is hier niet van toepassing.
Overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Er dienen geen adviezen gevraagd te worden.
Advies aan het college
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits naleving van de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden, kan de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten plaatsvinden met een aanvaardbaar risico voor mens en milieu. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting Dagcentrum - Fromentinstraat) | 50,00 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting Dagcentrum - Fromentinstraat) | 110.000,00 m³/jaar |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer (OMV_2024084074), de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid.
3. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
4. Volgende bijzondere lozingsnormen worden toegestaan:
Parameter (µg/l) | Norm |
PFAS (ind) | 0,1 µg/liter |
5. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 3 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
6. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
7. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
8. Vóór de start van de bemalingswerken moet met Aquafin een overeenkomst afgesloten worden om het bemalingswater te lozen in de openbare riolering.
9. Van zodra de bemaling wordt opgestart, moeten de zettingen opgevolgd worden. Er worden zettingsbakens geplaatst bij de meeste nabije zettingsgevoelige objecten. De monitoring gebeurt per zettingsbaken minstens met volgende frequentie:
- voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting);
- week 1 na opstart van de bemaling en elke eerste week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: vijfmaal per week een zettingsmeting;
- vanaf week 2 na opstart van de bemaling en elke tweede week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: éénmaal per week een zettingsmeting.
De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen. Bij het instellen van een dieper bemalingspeil wordt de zettingsmeting terug opgestart volgens bovenstaande frequentie. Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie, wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 12 juni 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 29 juli 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 27 september 2024 |
Verslag GOA | 13 september 2024 |
Naam GOA | Bieke Geypens |
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer (OMV_2024084074), de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid.
3. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
4. Volgende bijzondere lozingsnormen worden toegestaan:
Parameter (µg/l) | Norm |
PFAS (ind) | 0,1 µg/liter |
5. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 3 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
6. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
7. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
8. Vóór de start van de bemalingswerken moet met Aquafin een overeenkomst afgesloten worden om het bemalingswater te lozen in de openbare riolering.
9. Van zodra de bemaling wordt opgestart, moeten de zettingen opgevolgd worden. Er worden zettingsbakens geplaatst bij de meeste nabije zettingsgevoelige objecten. De monitoring gebeurt per zettingsbaken minstens met volgende frequentie:
- voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting);
- week 1 na opstart van de bemaling en elke eerste week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: vijfmaal per week een zettingsmeting;
- vanaf week 2 na opstart van de bemaling en elke tweede week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: éénmaal per week een zettingsmeting.
De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen. Bij het instellen van een dieper bemalingspeil wordt de zettingsmeting terug opgestart volgens bovenstaande frequentie. Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie, wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting Dagcentrum - Fromentinstraat) | 50,00 m³/uur |
53.2.2°b)2° | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting Dagcentrum - Fromentinstraat) | 110.000,00 m³/jaar |
Het college beslist dat omgevingsvergunning geldig is voor een netto bemalingsduur van 245 dagen vanaf de start van de bemalingsactiviteiten.