Terug
Gepubliceerd op 23/09/2024

2024_CBS_07361 - Omgevingsvergunning - OMV_2024081268. De Braekeleerstraat 33. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07361 - Omgevingsvergunning - OMV_2024081268. De Braekeleerstraat 33. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07361 - Omgevingsvergunning - OMV_2024081268. De Braekeleerstraat 33. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024081268

Gegevens van de aanvrager:

de heer David Van Herterijck met als adres De Braekeleerstraat 33 te 2018 Antwerpen en mevrouw Kathleen Wens met als adres De Braekeleerstraat 33 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

De Braekeleerstraat 33 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 10 sectie K nr. 1947E16

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          er werd geen relevante voorgeschiedenis teruggevonden;

 

Bestaande toestand

-          functie:

  • wonen (eengezinswoning);

-          bouwvolume:

  • 2 bouwlagen met zadeldak; 
  • gelijkvloerse bouwdiepte 15,80 m;
  • bouwdiepte eerste verdieping 8,40 m ter hoogte van de linker- en 14 m aan de rechter perceelsgrens;
  • kroonlijsthoogte 8,50 m en 11,30 m nokhoogte;

-          gevelafwerking:

  • beige gevelbepleistering met grijs aluminium schrijnwerk;
  • arduinen plint en dorpels;

-          inrichting:

  • 23,5 m² terras.

 

Nieuwe toestand

-          functie:

  • wonen (eengezinswoning);

-          bouwvolume:

  • 3 bouwlagen met plat dak; 
  • gelijkvloerse bouwdiepte 15,80 m;
  • bouwdiepte eerste verdieping 8,40 m ter hoogte van de linker- en 15,8 m aan de rechter perceelsgrens;
  • kroonlijsthoogte 11,0 m;

-          gevelafwerking:

  • beige gevelbepleistering met grijs aluminium en pvc schrijnwerk met aluminium zichtplaat;
  • arduinen plint en dorpels;

-          inrichting:

  • 61 m² stadstuin;
  • 24 m² terras.

 

Inhoud van de aanvraag

-          slopen van de achterbouw en zadeldak;

-          uitbreiden van het volume;

-          wijzigen van de voor- en achtergevel;

-          wijzigen van de scheimuren;

-          doorvoeren van interne constructieve werken.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

De Vlaamse Waterweg - Afdeling Regio Centraal

1 augustus 2024

30 augustus 2024

Geen advies

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

1 augustus 2024

26 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

10 september 2024

10 september 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:

  • het is verplicht om bovengronds te infiltreren, maar er worden ondergrondse kratten voorzien. Er wordt hiervoor een afwijking aangevraagd.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023).
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be).
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’).
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 11 Afwerken van gevels en materiaalgebruik:
    het materiaalgebruik van elk onderdeel van het gebouw dient duurzaam, kwalitatief en esthetisch verantwoord te zijn. Het nieuwe schrijnwerk op de 2de verdieping heeft niet dezelfde materialisatie als het bestaande buitenschrijnwerk van de voorgevel;
  • artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren:
    • enkelvoudige scheidingsmuren dienen te worden opgericht in niet-geperforeerd, massief materiaal. Dit is onvoldoende duidelijk weergegeven op de plannen voor het entresolvolume op de 1e verdieping;
    • enkelvoudige scheidingsmuren dienen steeds een minimale dikte van 0,18 meter te hebben. De scheidingsmuur op de 2de verdieping aan de rechter perceelsgrens heeft een dikte van slechts 0,14 meter;
  • artikel 40 Privaat gescheiden rioolstelsel en afvoerleidingen & artikel 41 Kenmerken aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel;
    bij ingrijpende renovaties waarbij het rioolstelsel kan worden aangepast, dient een gescheiden stelsel te worden voorzien dat voldoet aan de bepalingen van dit artikel;
  • artikel 43 Septische putten:
    er dient een septische put te worden voorzien die voldoet aan de bepalingen van dit artikel. Er wordt een afwijking gevraagd op dit artikel.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving).

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing.

Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor De Vlaamse Waterweg aangewezen is als adviesinstantie.

Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).

Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).

Na raadpleging van waterinfo.be blijkt het overstromingsveilig pluviaal peil bij een middelgrote kans toekomstig klimaat 6,18 mTAW te bedragen. Bij een middelgrote kans toekomstig klimaat bedraagt de pluviale waterdiepte die gemodelleerd wordt tegen het gebouw circa 76 cm. De vloerpas van de gelijkvloerse verdieping en de aanbouw zit daaronder.

In augustus 2024 werd een hydraulische studie door Sweco opgeleverd. Deze studie zet het bestaande 1D hydraulische model van zuiveringsgebied Antwerpen-Zuid voor het studiegebied om naar een 2D model. Dit model werd gebruikt om de impact van verschillende geplande projecten en toekomstscenario’s na te gaan op het voorkomen van water op straat.

Uit onder meer de toegevoegde overstromingskaarten blijkt dat de wateroverlast in de Brederodewijk voor de grote terugkeerkansen zal verminderen na de heraanleg van de Lange Elzenstraat, Balansstraat, pomppark Zuid en de Markgravelei. Zo is bij de De Braekeleerstraat geen water op straat meer te zien bij een T20 bui. (Ter vergelijking: Op dit moment is er een T10 bui gemodelleerd met waterdieptes tot 30 cm op het voetpad tegen de gevel.)

Op basis van bovenstaand hydraulisch onderzoek kan ermee akkoord gegaan worden dat de huidige vloerpas zonder meer doorgetrokken wordt tot in de nieuwe achterbouw. 

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen aanzienlijke schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen/

 

-          Vlaamse codex Wonen 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex Wonen van 2021)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Voorliggende aanvraag omvat geen functiewijziging. De bestaande functie van eengezinswoning blijft behouden en is daarmee in overeenstemming met de kenmerkende woonfuncties in de omgeving.
 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag is gesitueerd in de De Braekeleerstraat, gelegen in Antwerpen. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door panden van 2 bouwlagen onder zadeldak of mansardedak, afgewisseld met panden van 3 bouwlagen onder plat dak.
 

De aanvraag bestaat zelf uit 2 bouwlagen met zadeldak. Men wenst het zadeldak te slopen en de woning uit te breiden met een derde bouwlaag onder plat dak. Het toevoegen van een bijkomende bouwlaag is gelet op de kenmerkende configuratie van de gebouwen in de omgeving aanvaardbaar. De nieuwe bouwhoogte geeft bovendien de aanpalende gebouwen de kans om hun woning eveneens uit te breiden.

 

Verder wordt de bestaande achterbouw gesloopt. Er wordt een nieuwe perceelsbrede achterbouw voorzien op het gelijkvloers waarbij de bestaande bouwdiepte van 15,8 m blijft behouden. Op de eerste verdieping wordt de woning ter hoogte van de rechter perceelsgrens uitgebreid tot een bouwdiepte van 15,8 m, gelijk met de achtergevel van het gelijkvloers. Beide scheimuren worden verhoogd, maar de hinder naar de buren blijft beperkt.

 

Op de eerste verdieping wordt een gedeelte van het nieuwe platte dak ingericht als dakterras. Dit nieuwe terras bevindt zich tussen de eigen nieuwe achterbouw en de bestaande scheimuur met de linkerbuur en heeft bijgevolg geen negatieve gevolgen voor de privacy van de naastgelegen percelen.

 

De woning wordt voorzien van de vereiste woonkwaliteit door de aanwezigheid van hoge plafonds, grote raamopeningen en een open plan op het gelijkvloers. Het voorstel is bijgevolg ruimtelijk aanvaardbaar.

 

Visueel-vormelijke elementen

De feitelijke toestand van de omgeving wijst uit dat de De Braekeleerstraat gekenmerkt wordt door gevels in gevelbakstenen, afgewisseld met gepleisterde of geschilderde gevels. Er is een verscheidenheid aan gevelmaterialen.

De wijzigingen aan de voorgevel beperken zich tot de bijkomende bouwlaag. De voorgevel op het gelijkvloers en de eerste verdieping blijft behouden. Voor de bijkomende bouwlaag worden de materialisatie en vormentaal van de bestaande voorgevel doorgetrokken volgens het ‘weiterbauen’ principe. De voorgevel wordt afgewerkt met een beige gevelbepleistering, doorlopende dorpels in arduin en schrijnwerk in PVC met een grijze aluminium zichtplaat.
 

Echter wordt vastgesteld dat het buitenschrijnwerk in 2 verschillende materialen – namelijk aluminium en PVC – wordt uitgevoerd. 
Dit is in strijd met artikel 11 van de bouwcode. Aangezien het nieuwe PVC buitenschrijnwerk voorzien zal worden van een aluminium zichtplaat in dezelfde kleur als het bestaande aluminium buitenschrijnwerk blijft het gevelbeeld een harmonisch geheel en kan een afwijking worden toegelaten.
 

De voorgestelde materialen passen binnen de omgeving waarop de aanvraag betrekking heeft en zijn dus aanvaardbaar.

 

De arrière-corps is een veel voorkomend detail bij aaneengesloten bebouwing. Ter hoogte van de perceelsgrens springt het gevelvlak terug, en dit over de volledige gevelhoogte. Dit levert een verticale ritmering op die percelering in het straatbeeld nuanceert. Het is wenselijk om dit detail eigen aan de stedelijke context te behouden. Er wordt opgemerkt dat de arrière-corps niet werd getekend op de plannen. Er wordt opgenomen in voorwaarden om deze te behouden en door te trekken op de nieuwe verdieping tot aan de nieuwe kroonlijst.

 

Verder wordt er opgemerkt dat de nieuwe doorlopende raamdorpels op de derde verdieping niet doorlopen tot tegen de arrière-corps zoals de bestaande onderliggende dorpels. In functie van een mooie overgang tussen de bestaande en nieuwe gevelafwerking zal worden opgelegd om deze te laten doorlopen in analogie met de onderliggende verdiepingen.

 

De achtergevel wordt afgewerkt met een beige crepi. Men verwijst naar de kleur van de bestaande voorgevel. Omwille van de stedelijke opwarming gaat de voorkeur uit om de crepi toe te passen in een lichte schakering. Dit wordt als suggestie meegegeven aan de aanvrager.

Verder wordt de achtergevel afgewerkt met buitenschrijnwerk in PVC met een grijze aluminium zichtplaat, een arduinen dorpel op het gelijkvloers en grijze dorpels en dakrandprofielen in aluminium.
Gelet op het feit dat deze delen niet zichtbaar zijn vanop het openbaar domein doordat ze aan de achterzijde gesitueerd zijn en de materialen in overeenstemming zijn met de stedelijke context, kan de gevelafwerking aanvaard worden.

 

Water

De aanvraag is voor advies opgestuurd naar de stedelijke dienst Stadsontwikkeling/ Omgeving / Water. Het voorwaardelijk gunstig advies laat zich als volgt samenvatten:

 

“Het perceel is groter dan 120 m². Het groendak moet afvloeien naar een bovengrondse infiltratievoorziening. In voorliggende aanvraag worden ondergrondse infiltratiekratten voorzien. Er wordt hiervoor een afwijking aangevraagd op de Hemelwaterverordening 2023.

Om effectief te zijn en drainage van het grondwater te vermijden, dient de infiltratievoorziening zich geheel boven de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand te bevinden. Enkel het volume en de oppervlakte van de infiltratievoorziening boven dit peil kunnen in rekening genomen worden.

Er dient een open infiltratiesysteem, type wadi of infiltratiekom, te worden aangelegd. Open voorzieningen zijn beter inspecteerbaar, geschikt bij hoge grondwaterstanden, eenvoudig in aanleg, maken een multifunctioneel gebruik mogelijk, bieden een groene omgeving en zijn daarmee goed voor de biodiversiteit. De aanlegkosten zijn gering en door de begroeiing ontstaat er een reinigend effect op het hemelwater.

Een noodoverloop is toegestaan. Enkel het infiltratievolume en -oppervlakte onder de noodoverloop kunnen meegerekend worden in de dimensionering.

De afwijking die wordt gevraagd voor de ondergrondse voorziening wordt niet toegestaan. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening te worden geplaatst.

 

Bijkomend wordt er aandacht gevraagd voor het overstromingsgevaar in de kelder. Overstromingswater kan via de half bovengrondse kelderramen binnenstromen. Er moet onderzocht worden op welke wijze deze opening beveiligd kan worden.”

 

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de aandachtspunten van de dienst Stadsontwikkeling/ Omgeving / Water integraal bijgetreden. De voorwaarden geformuleerd in dit advies zullen als voorwaarden bij de Omgevingsvergunning worden opgelegd. De aanbeveling om te onderzoeken op welke wijze de kelderopeningen beveiligd kunnen worden, wordt als suggestie meegegeven aan de aanvrager maar niet als voorwaarde opgelegd aangezien deze onvoldoende specifiek is.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Zowel op het gelijkvloers als in de achterbouw op de 1ste verdieping worden de interne ruimten opnieuw ingericht. Op het gelijkvloers ontstaat een logische en efficiënte ruimte die kwalitatief ingedeeld is. Grote gelijkvloerse ramen zorgen voor voldoende daglicht in de verblijfsruimten en een dakkoepel versterkt de lichtinval in de keuken. Op de tweede verdieping worden 2 bijkomende slaapkamers en een badkamer voorzien. Voorliggende aanvraag betreft een verbetering tegenover de bestaande toestand inzake woonkwaliteit, gezondheid en gebruiksgenot.
 

De aanvraag is strijdig met artikel 34 van de bouwcode. Enkelvoudige scheidingsmuren dienen uitgevoerd te worden in een massief, niet geperforeerd materiaal. Uit de plannen kan niet worden afgeleid of de nieuwe scheidingsmuur ter hoogte van het entresolvolume op de eerste verdieping voldoet aan dit artikel. Ook dienen enkelvoudige scheidingsmuren steeds een minimale dikte te hebben van 0,18 m. Dit is niet het geval voor de scheidingsmuur op de 2de verdieping aan de rechter perceelsgrens. In voorwaarde wordt opgelegd om te voldoen aan de voorschriften van de bouwcode artikel 34.

 

Verder wordt opgemerkt dat de riolering niet gescheiden wordt aangeboden aan de straat en dat ter hoogte van de rooilijn op het privaat perceel geen controleputten zijn voorzien. Dit is in strijd met artikels 40 en 41 van de bouwcode. In voorwaarde wordt opgenomen te voldoen aan dit artikel.

 

Tot slot wordt er geen septische put voorzien. Dit is in strijd met artikel 43 van de bouwcode. Hiervoor wordt een afwijking aangevraagd. De afwijking wordt niet toegelaten aangezien het technisch mogelijk is om een septische put te voorzien. Volgens artikel 43 van de bouwcode dient deze een minimale inhoud van 2000 liter te bedragen. In voorwaarde wordt opgenomen te voldoen aan dit artikel.

 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot. De geplande verbouwingswerken zijn niet storend voor de omgeving en in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening van de plaats.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De arrière-corps is te behouden en dient te worden doorgetrokken tot aan de nieuwe kroonlijst. De arrière-corps moet vrij blijven van materiaal.

3. De nieuwe natuurstenen dorpels dienen over de gehele gevelbreedte door te lopen conform de onderliggende bestaande dorpels.

4. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening conform de gewestelijke stedenbouwkundige hemelwaterverordening van 2023 voorzien te worden.

5. De nieuwe scheidingsmuren dienen uitgevoerd te worden conform de bepalingen van artikel 34 van de bouwcode.

6. De aanvraag moet m.b.t. het rioolstelsel en afvoerleidingen voldoen aan artikels 40 en 41 van de bouwcode.

7. Een septische put te voorzien met een inhoud van 2000 liter conform artikel 43 van de bouwcode.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

12 juni 2024

Volledig en ontvankelijk

1 augustus 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

30 september 2024

Verslag GOA

13 september 2024

Naam GOA

Cynthia Steurs

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De arrière-corps is te behouden en dient te worden doorgetrokken tot aan de nieuwe kroonlijst. De arrière-corps moet vrij blijven van materiaal.

3. De nieuwe natuurstenen dorpels dienen over de gehele gevelbreedte door te lopen conform de onderliggende bestaande dorpels.

4. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening conform de gewestelijke stedenbouwkundige hemelwaterverordening van 2023 voorzien te worden.

5. De nieuwe scheidingsmuren dienen uitgevoerd te worden conform de bepalingen van artikel 34 van de bouwcode.

6. De aanvraag moet m.b.t. het rioolstelsel en afvoerleidingen voldoen aan artikels 40 en 41 van de bouwcode.

7. Een septische put te voorzien met een inhoud van 2000 liter conform artikel 43 van de bouwcode.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.