Terug
Gepubliceerd op 23/09/2024

2024_CBS_07370 - Omgevingsvergunning - OMV_2024066568. Robert Molsstraat 54. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 20/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07370 - Omgevingsvergunning - OMV_2024066568. Robert Molsstraat 54. District Antwerpen - Weigering 2024_CBS_07370 - Omgevingsvergunning - OMV_2024066568. Robert Molsstraat 54. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024066568

Gegevens van de aanvrager:

Olivier Verhulst namens mevrouw Laura De Hertogh met als adres Robert Molsstraat 54 te 2018 Antwerpen, Olivier Verhulst namens de heer Matthias Verbergt met als adres Potvlietlaan 6 te 2600 Antwerpen, Olivier Verhulst namens de heer Mickey Biltjens met als adres Robert Molsstraat 54 te 2018 Antwerpen, Olivier Verhulst namens mevrouw Natai Herremans met als adres Robert Molsstraat 54 te 2018 Antwerpen en Olivier Verhulst namens de heer Toon Lievens met als adres Robert Molsstraat 54 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Robert Molsstraat 54 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 10 sectie K nr. 1797G5

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden, verbouwen en vermeerderen van het aantal woongelegenheden

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis  

-          10/12/2021: opname in het vergunningenregister (202180) van een eengezinswoning;

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed:

https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304507;

-          18/06/1912: toelating (1912#1588) voor twee huizen en bijzondere goten.

 

Vergunde toestand  

-          functie: wonen (eengezinswoning);

-          bouwvolume:

  • 3 bouwlagen met zadel dak; 
  • bouwdiepte 20,38 m;
  • aanbouw linkerzijde;

-          gevelafwerking:

  • witte bepleistering;
  • houten buitenschrijnwerk.

 

Bestaande toestand

-          afwijkend aantal woonentiteiten, bouwvolume en gevelafwerking (buitenschrijnwerk).

Nieuwe toestand

-          functie: wonen (meergezinswoning – 3 woongelegenheden);

-          bouwvolume:

  • 3 bouwlagen met zadel dak; 
  • bouwdiepte 25,48 m, aanbouw linkerzijde;
  • bouwdiepte 18,54 m (veranda) aan rechterzijde;
  • dakterras op verdieping 1 en 2 aan rechterzijde;

-          gevelafwerking:

  • witte bepleistering;
  • grijs aluminium buitenschrijnwerk;
  • grijs houten voordeur.

 

Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 1 naar 3;

-          uitbreiden van het volume;

-          wijzigen van de voorgevel;

-          wijzigen van de scheimuren;

-          doorvoeren van interne constructieve werken.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Fluvius System Operator

29 juli 2024

31 juli 2024

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

29 juli 2024

7 augustus 2024

Ongunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

29 juli 2024

31 juli 2024

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

29 juli 2024

30 juli 2024

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg

29 juli 2024

30 augustus 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.

De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 5 Cultuurhistorisch erfgoed:

bij beschermd erfgoed, worden de wijzigingen tegenover de bestaande toestand onderworpen aan de wenselijkheid van behoud. Dit geldt zowel voor het exterieur als voor het interieur:

  • de nieuwe keldertrap heeft een grote impact op de erfgoedwaarde van de traphal;
  • het houten buitenschrijnwerk op het gelijkvloers en de eerste verdieping werd vervangen door aluminium schrijnwerk;
    • artikel 10 Inplanting, bouwhoogte en bouwdiepte:

de bouwdiepte is niet in harmonie met de aanpalende buren;

  • artikel 23 Opdelen van een eengezinswoning:

Er is geen woongelegenheid aanwezig met een netto-vloeroppervlakte van minstens 100 m² en een tuin van minstens 15 m². Voor de berekening van de netto-vloeroppervlakte van de gelijkvloerse wooneenheid wordt een niet vergunde aanbouw meegerekend bij de 100,5 m². De vergunbaarheid van dit volume dient nog te worden beoordeeld in de omgevingstoets;

  • artikel 24 Minimale lichtinval en luchttoevoer,

de slaapkamer van wooneenheid 3 krijgt onvoldoende licht: 1,3 m² < 1,8 m²;

  • artikel 25 Toegankelijkheid van de functie:
    het dakterras op de tweede verdieping is niet bereikbaar via een volwaardige toegang;
  • artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: de toegangsweg naar de fietsstalplaatsen voldoet niet aan dit artikel;
  • artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: er worden geen autoparkeerplaatsen voorzien voor de 2 bijkomende wooneenheden;
  • artikel 34 Stabiliteit en scheidingsmuren:
    voor scheidingsmuren geldt dat een opstand van 0,30 meter dient te worden voorzien ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakdeel. Ter hoogte van de linkerbuur is deze 0,18 m boven het gelijkvloers en 0,05 m boven de 1e verdieping;
  • artikel 40 Privaat gescheiden rioolstelsel en afvoerleidingen & artikel 41 Kenmerken aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel:

de toezichtputten dienen op het private perceel te worden voorzien, zo dicht mogelijk bij de perceelgrens aan het openbaar domein;
bij kelders die grenzen aan het openbaar domein dient een T-stuk te worden voorzien om toezicht op de riolering mogelijk te maken;

  • artikel 43 Septische putten:
    de plannen zijn onvoldoende duidelijk over de inhoud van de septische put. Er dient een septische put te worden voorzien die voldoet aan de bepalingen van dit artikel.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
 

-          Programmatorische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing.
Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

 

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

De aanvraag wijkt af van meerdere verordenende voorschriften. Er is geen gegronde reden om hierop afwijkingen toe te staan.

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag is gesitueerd in de Robert Molsstraat, gelegen in Antwerpen. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door één- en meergezinswoningen.
Het omvormen van een eengezinswoning naar meergezinswoningen sluit aan bij de bestaande functies aanwezig op de omliggende percelen.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

In voorliggende aanvraag wenst men het bestaande volume te regulariseren en de eengezinswoning op te splitsen in 3 woonentiteiten.

 

Op de gelijkvloerse verdieping wordt een uitbreiding voorzien van de vergunde achterbouw tot een bouwdiepte van 18,54 m (veranda) aan de rechterzijde en tot een bouwdiepte van 25,5 m aan de linkerzijde. De voorgestelde bouwdiepte aan linkerzijde bevindt zich veel dieper in het bouwblok dan de kenmerkende bouwdieptes (20 m). De uitbreiding is bijgevolg strijdig met artikel 10 van de bouwcode en dus ruimtelijk niet aanvaardbaar. 

 

Verder wenst men het dakterras op verdieping 1 te regulariseren en een nieuw dakterras in te richten op verdieping 2 zodat alle wooneenheden worden voorzien van een buitenruimte. Het terras op verdieping 1 bevindt zich tussen een bestaande scheimuur aan rechterzijde die voldoende hoog is en de eigen achterbouw en heeft bijgevolg geen negatieve gevolgen voor de privacy van de naastgelegen percelen. Het gebruiken van het platte dak op verdieping 2 als terras is ook aanvaardbaar op voorwaarde dat het terras wordt ingekort zodat wordt voldaan aan de 45° regel ten opzichte van de linker perceelsgrens.

 

Verder worden er interne constructieve werken gepland in functie van het opsplitsen van de eengezinswoning. Er wordt een nieuwe interne planschikking voorgesteld waarbij zowel een eenslaapkamerappartement wordt ingericht op het gelijkvloers als op de eerste verdieping en 1 duplex appartement met 1 slaapkamer op de tweede en derde verdieping. Het gelijkvloerse appartement krijgt de toegang tot de achtertuin.

 

De stad telt heel wat eengezinswoningen, herenhuizen en tal van grondgebonden woningen. Echter worden deze woningen steeds vaker opgedeeld in kleinere woonentiteiten. Daarom legt artikel 23 van de bouwcode minimum eisen op in geval van opdeling van een eengezinswoning. Zowel omwille van het verminderde aanbod aan ruimere gezinswoningen die deze opdelingen tot gevolg hebben als de verhoogde druk op het perceel en de verminderde woonkwaliteit die hiermee vaak gepaard gaan, kunnen vanuit een goede ruimtelijke ordening dergelijke opdelingen zelden gunstig beoordeeld worden. Dit is ook het geval in voorliggende aanvraag.

 

Voor de berekening van de netto-vloeroppervlakte van de gelijkvloerse wooneenheid werd een niet vergunbare aanbouw meegerekend bij de 100,5 m². Aangezien de oppervlakte van deze bureauruimte niet meegerekend kan worden, is er geen woongelegenheid aanwezig met een netto-vloeroppervlakte van minstens 100 m² met een tuin van minstens 15 m². Het opdelen van de eengezinswoning is bijgevolg niet toegelaten volgens artikel 23 van de bouwcode.

 

Elke nieuwe woning dient voldoende groot te zijn en over voldoende natuurlijke licht, lucht en uitzicht te beschikken, alsook over een logische planschikking met een voldoende aantal grote slaapkamers en een kwalitatieve buitenruimte (balkon, terras of tuin). Bergingen, gangen, technische (energie) ruimten en afvalverzameling worden bijgevolg functioneel georganiseerd. Deze voorzieningen kunnen ook collectief voorzien worden. Het geheel van deze criteria maakt dat de woningen in voorliggend project niet kwalitatief kunnen zijn. Bovendien biedt de aanvraag ook geen adequaat antwoord op de toenemende parkeerdruk die het gevolg is van deze opsplitsing.

 

De aanvraag dient geweigerd te worden.

 

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

Gelet op de opname van het pand in de inventaris bouwkundig erfgoed is er advies gevraagd aan de stedelijke dienst Monumentenzorg. De dienst adviseert voorwaardelijk gunstig met volgende beoordeling:

“Het pand maakt deel uit van een ensemble van 6 vroeg 20e eeuwse burgerhuizen. Het object is beeldbepalend omwille van de historische en architecturale waarde van het exterieur en interieur.

In het interieur bleef de afwerking in de gang/traphal gaaf bewaard, net zoals de kamerindeling.

Het schrijnwerk in de voorgevel op het gelijkvloers en de eerste verdieping werd vervangen door aluminium schrijnwerk, op de tweede verdieping bleef het oorspronkelijk houten schrijnwerk bewaard.

 

Men wenst de opdeling in drie woongelegenheden te regulariseren.

Principieel is er geen bezwaar tegen de opdeling, de kenmerkende kamerstructuur en afwerking bleven behouden.

Men wenst om te voldoen aan de bouwcode een fietsenstalling te voorzien in de gang voor de eerste trapjes. Hierdoor verdwijnt een deel van de trapjes en vloer in marmer en de tussendeur, wat ten zeerste te betreuren valt omwille van de impact op de erfgoedwaarde van de traphal als geheel en omdat de fietsenstalling niet op een vlotte manier toegankelijk is cfr. het advies van de dienst mobiliteit. We stellen dan ook voor om deze nieuwe trap naar de kelder uit te sluiten.

Bijkomend wordt opgemerkt dat het schrijnwerk op niveau 0 en 1 werd vervangen door aluminium schrijnwerk. Voor vastgestelde inventarispanden gaan we uit van een correct materiaalgebruik en een historisch correcte profilering, aansluitend bij de architecturale waarde van het pand.

Als voorwaarde dient dan ook opgelegd te worden het aluminium schrijnwerk in de voorgevel uit te sluiten.“

 

Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de aandachtspunten van de dienst monumentenzorg integraal bijgetreden. Er worden verder geen wijzigingen aangebracht aan de voorgevel ten opzichte van vergunde toestand.


In de achtergevel wordt het buitenschrijnwerk vervangen door wit PVC buitenschrijnwerk. De nieuwe balustrades worden voorzien in grijs aluminium. Er wordt opgemerkt op de foto’s dat de bestaande balustrade op verdieping 1 zwart is. Aangezien deze balustrade een beperkte hoogte van 76 cm tot de vloer van het terras heeft met horizontale verdeling, wat onveilig is, wordt gevraagd om deze bij een volgende omgevingsvergunningsaanvraag te vervangen in dezelfde kleur, materialisatie en vormgeving als de nieuwe balustrades.

Gelet op het feit dat deze delen niet zichtbaar zijn vanop het openbaar domein doordat ze aan de achterzijde gesitueerd zijn en de materialen in overeenstemming zijn met de stedelijke context, kan de gevelafwerking aanvaard worden.

 

Verder wordt de zijgevel van de achterbouw op het gelijkvloers afgewerkt met een lichtgrijze cementering en zwart aluminium buitenschrijnwerk. Deze gevelafwerking is principieel aanvaardbaar echter is het volume zelf niet inpasbaar in de context, zoals hierboven al gemotiveerd.
 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De voorziene woningen voldoen niet aan de actuele eisen wat betreft gezondheid, gebruiksgenot en wooncomfort.

 

In het duplexappartement wordt op de tweede verdieping de leefruimte met keuken georganiseerd. In de keuken wordt een toilet voorzien waarbij de deur rechtstreeks uitgeeft in de keuken. Dit is niet toegelaten, het toilet dient voorzien te worden van een sas.

 

Voorliggende aanvraag is in strijd met artikel 24 van de bouwcode dat stelt dat licht en lucht worden gezien als basiskwaliteiten voor elke ruimte waar mensen langer verblijven. Voldoende daglichttoetreding, gecombineerd met uitzicht en voldoende ventilatie van de woning met verse lucht zijn basisvoorwaarden voor de gezondheid van de bewoners en voor een minimum verblijfskwaliteit van elke woning. De raamopeningen in het dak zijn te klein om de slaapkamer van het duplexappartement van voldoende licht en lucht te voorzien. Daarnaast ontvangt ook de leefruimte van appartement 1 op het gelijkvloers onvoldoende licht door de plaatsing van een muur met tussendeur tussen de slaapkamer en de woonruimtes. 

Artikel 25 van de bouwcode stelt dat elk terras toegankelijk dient te zijn via een volwaardige toegang, zoals bijvoorbeeld een deur of opengaand raam tot aan de vloer. Het dakterras op de tweede verdieping is enkel toegankelijk via een opengaand raam dat niet reikt tot aan de vloer. Bijkomend wordt er geen trap en/of helling voorzien om het niveauverschil van 0,62 m tussen keuken en terras te overbruggen. Het terras bij duplexappartement 3 is bijgevolg niet toegankelijk.

 

De scheimuur met de links aanpalende bebouwing werd ter hoogte van de uitbreiding op het gelijkvloers en ter hoogte van het entresolvolume op de eerste verdieping niet uitgevoerd met een opstand van 30cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 34 van de bouwcode. Van dit voorschrift kan, met het oog op het voorkomen van brandoverslag, niet afgeweken worden. Deze opstand is echter niet vereist indien aan een van de volgende voorwaarden voldaan is:

  • de dakbekleding valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of komt voor op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen;
  • er ligt een groendak en tussen de scheidingswand en de vegetatie is een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed aanwezig.

 

Verder wordt opgemerkt dat de riolering niet gescheiden wordt aangeboden aan de straat en dat ter hoogte van de rooilijn op het privaat perceel geen controleputten zijn voorzien. Dit is in strijd met artikels 40 en 41 van de bouwcode.

 

Tot slot wordt op de plannen geen septische put ingetekend. Volgens artikel 43 van de bouwcode dient er een septische put te worden voorzien met een minimale inhoud van 2300 liter.

 

Omwille van de strijdigheden met verschillende artikels van de bouwcode, de goede ruimtelijke ordening en het ongunstig advies van de brandweer dient de aanvraag te worden geweigerd.
 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.

 

De aanvraag betreft  het vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 1 naar 3. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding met 2 wooneenheden.

 

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1.

 

De parkeerbehoefte is 2.

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:

 

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens artikel 12, §3, 1° (Levendige plint) van de bouwcode is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten.

 

Bijkomend heeft voorliggende aanvraag betrekking op een gebouw dat is opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed. Indien de werkelijke parkeerbehoefte op het perceel moet gerealiseerd worden, zou de erfgoedwaarde van het gebouw teniet worden gedaan. Daarom mogen geen parkeerplaatsen voorzien worden.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 0 parkeerplaatsen.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2 – 0 = 2.

 

 

Fietsvoorzieningen:

Er dienen 4 overdekte afsluitbare fietsstalplaatsen voorzien te worden, er werden 6 plaatsen ingetekend in de kelder. De toegangsweg naar deze kelder is onvoldoende ruim voor een vlot gebruik. 

Voor deuren en trappen dient een opstelruimte voorzien te worden van 1.7 m en toegangen en doorgangen dienen 1 m breed te zijn. Deuren worden waar mogelijk zoveel mogelijk vermeden of ervoor gezorgd dat deze automatisch openen en sluiten. 

 

De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden: 

  • De toegangsweg naar de fietsstalplaatsen dient overal 1 m breed te zijn.
  • Er dient een opstelruimte van 1.70 m voorzien te worden voor en na deuren en trappen. 
  • Deuren op de route naar de fietsenstalling dienen vermeden te worden of zoveel mogelijk geautomatiseerd.

 

Uit een combinatie van het advies van de dienst Mobiliteit en het advies van de dienst Monumentenzorg kan besloten worden dat de voorgestelde fietsenstalling niet gunstig beoordeeld kan worden waardoor het project beschikt over onvoldoende fietsstalplaatsen op het eigen terrein. Bij een herwerking van het dossier dient bekeken te worden of beide adviezen verzoend kunnen worden, indien niet mogelijk kan er afgeweken worden van het voorzien van een fietsenstalling.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van  onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften, een goede ruimtelijke ordening en het ongunstig advies van de brandweer.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

30 mei 2024

Volledig en ontvankelijk

29 juli 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

27 september 2024

Verslag GOA

11 september 2024

Naam GOA

Cynthia Steurs

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.