Terug
Gepubliceerd op 23/09/2024

2024_CBS_07368 - Omgevingsvergunning - OMV_2024059696. Oudekerkstraat 20. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Annick De Ridder, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07368 - Omgevingsvergunning - OMV_2024059696. Oudekerkstraat 20. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07368 - Omgevingsvergunning - OMV_2024059696. Oudekerkstraat 20. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024059696

Gegevens van de aanvrager:

Bart Biermans met als adres Rijnkaai 22 bus 201 te 2000 Antwerpen en mevrouw Yolande Rutazibwa met als adres Desguinlei 224 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Oudekerkstraat 20 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 10 sectie K nr. 1755V3

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

Bouwen van een eengezinswoning

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          03/02/1950: toelating (18#26457) voor 2 benzinevergaarbakken en benzinepomp met galg en darm

-          04/06/1948: toelating (18#24590) voor een rioolaansluiting;

-          09/04/1948: toelating (18#24014) voor gevel- en binnenveranderingen;

 

Vergunde toestand

-          functie:

  • industrie en bedrijvigheid (autostalplaats)

-          bouwvolume:

  • 1 bouwlaag met zowel platte- als schuine bedanking; 
  • volledig bebouwd perceel;

-          gevelafwerking:

  • parement in klampsteen met houten poort;
  • bovenste deel gevel in simili-bezetting met verglaasde muurafdekking. 

 

Bestaande toestand

-          niet relevant gezien de aanvraag handelt over een sloop en nieuwbouw.

Nieuwe toestand

-          functie: 

  • eengezinswoning

-          bouwvolume:

  • 3 bouwlagen met plat dak; 
  • kroonlijsthoogte van 11,99 m;
  • bouwdiepte hoofdbouw 13,30 m;
  • bouwdiepte gelijkvloerse aanbouw tot  18,72 m;

-          gevelafwerking:

  • gevel ter hoogte van linker- en rechterbuur afgewerkt met bleekgrijs gevoegd, ivoorkleurig metselwerk;
  • centrale deel van de gevel voorzien van elementen uit bleekgrijs glad beton en ingevuld met gepoedercoat stalen buitenschrijnwerk in bleekgrijze kleur.

-          inrichting:

  • poolhouse (33,70 m2) tegen de achterste perceelsgrens;
  • zwemvijver (33,00 m2) achteraan het perceel op een afstand van 0,45 m ten opzichte van de perceelsgrens met de rechterbuur;
  • overige open ruimte voorzien als onbebouwde en onverharde tuinzone.  

 

Inhoud van de aanvraag

-          slopen van alle bebouwing op het perceel;

-          bouwen van een nieuwe eengezinswoning;

-          bouwen van een poolhouse; 

-          realiseren van een niet-overdekte constructie in de tuinzone; 

-          wijzigen van de scheimuren.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

De Vlaamse Waterweg - Afdeling Regio Centraal

2 augustus 2024

30 augustus 2024

Geen advies

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Business en Innovatie

2 augustus 2024

6 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu

2 augustus 2024

9 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

2 augustus 2024

20 augustus 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:

  • artikel 8 Infiltratievoorziening:

er wordt geen infiltratievoorziening geplaatst tussen de regenwaterput en de aansluiting aan de openbare riolering.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be).
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

er wordt een inkom/fietsenstalplaats (geen verblijfsruimte) voorzien ter hoogte van de voorgevel. Dit is in principe enkel mogelijk indien de breedte van de gevel ter hoogte van de straat kleiner is dan 5 m en eveneens kan aangetoond worden dat er nog voldoende contact tussen de woning en de straat mogelijk is;

de zone voor de zwemvijver is te groot ten opzichte van de aanwezige tuinzone. Verhardingen (waaronder zwemvijvers, terrassen, zwembaden,…) mogen slechts een maximale oppervlakte hebben van 1/3 van de totale tuinoppervlakte;

er wordt geen autostalplaats voorzien;

zowel ter hoogte van de hoofdbouw als de gelijkvloerse aanbouw als de poolhouse zijn scheidingsmuren aanwezig die geen opstand van 30 cm bezitten ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak;

het is onduidelijk of elk van de aansluitingspunten zijn voorzien van een toezicht mogelijkheid (bijvoorbeeld een T-stuk) op particulier domein (zo dicht mogelijk bij de perceelsgrens). Daarnaast liggen de aansluitpunten volgens plan 0,54 m uiteen.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing.

Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor De Vlaamse Waterweg aangewezen is als adviesinstantie. Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C). Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B). Het project is niet gelegen in een signaalgebied. Na onderzoek blijkt het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. Er wordt geen infiltratievoorziening aangelegd voor het project. Beheren en aanvullen van grondwaterreserves is een doelstelling vanuit het integraal waterbeleid. Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd worden. Uit het ingewonnen advies blijkt dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect te voorkomen.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

 

-          Vlaamse codex Wonen 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex Wonen van 2021)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009. 
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag. 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag voorziet het slopen van het bestaande pand voor bedrijvigheid en het bouwen van een eengezinswoning. De functie wonen is in overeenstemming met de bestemming van het perceel en de woonfuncties van de omliggende percelen. De functiewijziging is aanvaardbaar.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Het bestaande perceel is volledig bebouwd met een volume bestaande uit 1 bouwlaag en zowel platte als schuine daken. De aanvraag voorziet een nieuwbouw eengezinswoning bestaande uit 3 bouwlagen met plat dak. Het hoofdvolume heeft een bouwdiepte van 13,30 meter. De gelijkvloerse aanbouw heeft een bouwdiepte van 18,72 meter. De diepte van het volledige perceel is 39,66 meter waardoor er nog een ruime tuin over blijft. De bouwdiepte past zich ongeveer in tussen de bestaande scheimuren. Ter hoogte van de linker scheimuur is er een beperkte ophoging nodig ter hoogte van het hoofdvolume en achteraan de gelijkvloerse uitbouw. Ter hoogte van de linker perceelsgrens wordt de scheimuur beperkt opgehoogd ter hoogte van het dak van de gelijkvloerse aanbouw en achteraan de tweede verdieping. Echter zijn de wijzigingen minimaal en creëren deze geen bijkomende onaanvaardbare hinder ten opzichte van de aanpalers.

 

Het voorgestelde volume past zich in binnen de omgeving en is aanvaardbaar.

 

Visueel-vormelijke elementen

De nieuwe gevel wordt ter hoogte van de perceelsgrenzen afgewerkt in ivoorkleurig metselwerk met bleekgrijze voeg en centraal worden elementen voorzien uit bleekgrijs beton met bleekgrijs stalen buitenschrijnwerk. De voorgevel past zich in binnen het straatbeeld waar gevels met pleisterwerk of baksteen kenmerkend zijn. De voorgestelde voorgevel is aanvaardbaar.

 

Dezelfde materialisatie wordt voorgesteld voor de achtergevel. Dit is hedendaags en stedenbouwkundig aanvaardbaar.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Wegens de mogelijkse impact op het milieu, werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Milieu. Dit advies luidt als volgt:

Voor de aanleg van de nieuwe rijwoning, de zwemvijver, de regenwaterput en de septische put zal er mogelijks een bemaling noodzakelijk zijn. Bemalingswerken, noodzakelijk voor de realisatie van bouwkundige werken, zijn vergunningsplichtig krachtens de Vlarem indelingslijst (rubriek 53.2). Het is aan te raden dat de exploitant dit nagaat en zich indien nodig in regel stelt met de Vlarem-wetgeving. Deze omgevingsvergunning moet worden bekomen alvorens de werf kan worden gestart. Indien het gaat om een bemaling van meer dan 30.000 m³ op jaarbasis en een bemaling dieper dan 4 m–mv moet de vergunningsaanvraag een bemalingsstudie bevatten. De inhoud van deze studie wordt bepaald door VMM (Richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu 2021). In de omgeving van het perceel werden bodemonderzoeken uitgevoerd en verontreinigingen vastgesteld. Bij grondwaterverlaging dient hiermee rekening gehouden te worden. Mogelijks zijn extra maatregelen noodzakelijk. Dit dient vóór de start der werken onderzocht te worden. De aandacht van de initiatiefnemer wordt er eveneens op gevestigd dat de opstart van de bemaling dient aangekondigd te worden bij aanvang.

 

Geluids- en trillingshinder afkomstig van bouwactiviteiten dienen beperkt te worden conform de BBT-studie geluids- en trillingshinder van bouw- en sloopactiviteiten. ”

 

De aanvraag wijkt af van artikel 8 van de bouwcode en van de bepalingen van de verordening hemelwater. Er wordt namelijk geen infiltratievoorziening geplaatst. Het perceel is groter dan 120 m². De hemelwaterput moet overlopen in een (bovengrondse) infiltratievoorziening. Er is geen reden om hiervan af te wijken. Aangezien de verhardingen in de tuin worden uitgesloten van de vergunning (zie verder), wordt de infiltratie-oppervlakte en het buffervolume enkel berekent op de daken van de woning zelf. Er worden hieromtrent voorwaarden opgelegd.

 

De aanvraag wijkt af van artikel 12 van de bouwcode. Hierin worden eisen opgenomen betreffende het voorzien van een levendige plint ten opzichte van de straat. Een levendige straat is een aangename straat om in te wonen of te wandelen. Op het gelijkvloers dient daarom minstens één levendige functie aan de straat te grenzen. De plannen tonen dat achter de gelijkvloerse gevel een inkom en fietsstalplaats voorzien wordt. Echter kan gesteld worden dat, door de grote ramen in de gevel en in de keuken (gelegen achter de inkom) er via de inkomruimte wel een relatie ontstaat tussen de leeffunctie en de straat. Er kan gesteld worden dat de gelijkvloerse gevel voldoende fungeert als levendige plint. Mits toepassing van artikel 3 van de bouwcode kan een afwijking worden toegestaan.

 

Artikel 27 legt voorwaarden op betreffende de toelaatbare verhardingen in tuinen. Zo dienen verhardingen in tuinen groter dan 60 m², beperkt te blijven tot 1/3 van de totale tuinoppervlakte. De nu ingetekende verhardingen in de tuin zijn ruim meer dan de maximaal toelaatbare verharding (namelijk circa 66 m² in plaats van maximaal 42 m²). Naar dit artikel werd ook verwezen in het gegeven vooradvies. De verhardingen en bebouwing in de tuinzone worden uitgesloten van de vergunning. Er wordt voorgesteld om het tuinontwerp te herbekijken, samen met de positie van de infiltratievoorziening.

 

Omdat er onvoldoende dakopstand voorzien wordt ter hoogte van het nieuwe dak (bouwcode, artikel 34) worden voorwaarden opgelegd naar de brandweerstand ervan.

 

Artikel 41 van de bouwcode legt eisen op betreffende de aansluiting van het privaat gescheiden rioolstelsel met het openbaar rioolstelsel. In voorwaarden van de vergunning wordt opgenomen om hieraan te voldoen.

 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens artikel 12, §3, 1° (Levendige plint) van de bouwcode is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1-1=0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1-0=1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Voor vergunningsaanvragen voor nieuwbouw van eengezinswoningen kan echter afgeweken worden van de berekening van de parkeerbehoefte zoals vermeld in bovenstaande tabel, indien realisatie van de parkeerplaatsen niet mogelijk is. Dit geldt tevens voor eengezinswoningen die boven winkelpanden ingericht worden.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0.

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening voorzien te worden met een minimale oppervlakte van 2,092 m² en een minimaal volume onder de overloop van 862,95 liter.

2. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

3. De aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode.

4. Alle constructies in de tuin (verhardingen, poolhouse en zwemvijver) worden uitgesloten van de vergunning.

5. Indien nodig, dient er een omgevingsvergunning voor de bemalingswerken te worden aangevraagd.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

19 juni 2024

Volledig en ontvankelijk

2 augustus 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

1 oktober 2024

Verslag GOA

13 september 2024

Naam GOA

Cynthia Steurs

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening voorzien te worden met een minimale oppervlakte van 2,092 m² en een minimaal volume onder de overloop van 862,95 liter.

2. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

3. De aansluiting van de leidingen met het openbaar rioolstelsel dient voorzien te worden conform de bepalingen van artikel 41 van de bouwcode.

4. Alle constructies in de tuin (verhardingen, poolhouse en zwemvijver) worden uitgesloten van de vergunning.

5. Indien nodig, dient er een omgevingsvergunning voor de bemalingswerken te worden aangevraagd.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.