De stad Antwerpen is deelnemer in FINEG nv en Fluvius Antwerpen.
De gemeenteraad besliste op 25 februari 2019 (jaarnummer 119) om de heer Kristof Bossuyt voor te dragen voor een mandaat als van het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen.
De gemeenteraad besliste op 29 april 2024 (jaarnummer 285) om de heer Koen Kennis voor te dragen voor een mandaat als voorzitter/bestuurder in de raad van bestuur van FINEG nv.
De gemeenteraad besliste op 25 maart 2024 (jaarnummer 193) om de heer Bart Martens voor te dragen voor een mandaat als bestuurder in de raad van bestuur en lid van het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen.
Het college besliste op 13 september 2024 (jaarnummer 7336) om een voorstel aan de gemeenteraad voor te leggen betreffende een aantal afvaardigingen.
Artikel 386 §1, eerste lid van het decreet over het lokaal bestuur voorziet dat gemeenten verenigingen, stichtingen en sociale ondernemingen kunnen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen als die verenigingen, stichtingen en sociale ondernemingen niet belast worden met de verwezenlijking van welbepaalde taken van gemeentelijk belang.
Artikel 434 §2 en 443 van het decreet over het lokaal bestuur bepalen met betrekking tot dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen dat de leden van de raad van bestuur en het regionaal bestuurscomité worden benoemd op voordracht van de deelnemers. Als kandidaat-bestuurders worden voorgedragen die geen lid zijn van de gemeente- of districtsraad, maar van wie de deskundigheid over de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is, wordt die voordracht uitdrukkelijk gemotiveerd.
Artikel 41, tweede lid, 4° van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
Wegens een administratieve vergissing wordt voorgesteld op besluit 2024_CBS_07336 in te trekken en een nieuwe beslissing voor te leggen.
Er wordt voorgesteld de heer Koen Kennis te vervangen als lid van de raad van bestuur en als voorzitter van FINEG nv door de heer Kristof Bossuyt.
Er wordt voorgesteld om de heer Kristof Bossuyt te vervangen als lid van het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen door de heer / mevrouw (AAN TE VULLEN).
Er wordt voorgesteld om de heer Bart Martens te vervangen als lid van de raad van bestuur en het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen door de heer Dirk Wiesé. De Stad Antwerpen draagt Dirk Wiesé voor omwille van zijn deskundigheid op vlak van energiebeleid en zijn bestuurservaring binnen de voormalige intercommunale voor energiedistributie IMEA. Bovendien heeft Dirk Wiesé een jarenlange managementervaring in diverse industriële bedrijven die onder andere actief zijn in de brede energiesector.
Het college beslist om het collegebesluit van 13 september 2024 (jaarnummer 7336) in te trekken.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om voor de legislatuur 2019 – 2024 de heer Kristof Bossuyt af te vaardigen als bestuurder in de raad van bestuur van FINEG nv ter vervanging van de heer Koen Kennis.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om voor de legislatuur 2019 – 2024 de heer Kristof Bossuyt af te vaardigen als voorzitter van de raad van bestuur van FINEG nv ter vervanging van de heer Koen Kennis.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om voor de legislatuur 2019 – 2024 de heer / mevrouw (NAAM IN TE VULLEN) af te vaardigen als lid van het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen ter vervanging van de heer Kristof Bossuyt.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om voor de legislatuur 2019 – 2024 de heer Dirk Wiesé af te vaardigen als bestuurder in de raad van bestuur van Fluvius Antwerpen ter vervanging van de heer Bart Martens.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om voor de legislatuur 2019 – 2024 de heer Dirk Wiesé af te vaardigen als lid van het regionaal bestuurscomité van Fluvius Antwerpen ter vervanging van de heer Bart Martens.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om om te beslissen dat de afgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.