Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Op 26 april 2024 heeft het college van Antwerpen een eerste advies (2024_CBS_Ongunstig advies hogere overheid_eerste_advies_OMV_2024008287) en op 9 augustus 2024 een tweede advies (2024_CBS_Ongunstig advies hogere overheid_tweede_advies_OMV_20240082) overgemaakt aan de deputatie.
Op 9 augustus 2024 werd een nieuwe projectinhoudversie 4 (PIV4) van de aanvraag aanvaard door het provinciebestuur Antwerpen.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om een derde advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2024008287 |
Gegevens van de aanvrager: | NV DCA WOONPROJECTEN met als adres Industrielaan 41 te 2250 Olen |
Gegevens van de exploitant: | NV DCA (0450900045) met als adres Lilsedijk 50 te 2340 Beerse |
Ligging van het project: | Fruithoflaan zonder nummer (zn) te 2600 Berchem (Antwerpen) en Roderveldlaan, Lode Vissenaekenstraat zonder nummer (zn) te 2640 Mortsel |
Kadastrale percelen: | Antwerpen afdeling 21 sectie A nrs. 347S3 en 375A, Mortsel afdeling 1 sectie nrs. 8H2 en 299A |
waarvan: |
|
- 20231218-0037 | Antwerpen afdeling 21 sectie A nrs. 347S3 en 375A, Mortsel afdeling 1 sectie nrs. 8H2 en 299A (Milieumelding 1) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | bouwen van een nieuwe meergezinswoning met 61 wooneenheden, 2 gelijkvloerse commerciële ruimtes, een fietsenstalling, een ondergrondse parkeergarage en een ontbossing; een afwijking van gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater (geen infiltratievoorziening); het exploiteren van een geothermische warmtepomp met 40 verticale boringen. |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 26/02/2016: weigering (ROL-20152660) voor het bouwen van een appartementsgebouw met 110 appartementen, commercieel gelijkvloers en ondergrondse parkeergarage;
- 22/09/2023: integrale Kwaliteitskamer (KK/2023/1922) gunstig mits voorwaarden.
Vergunde toestand
- inrichting:
Bestaande toestand
- niet relevant gezien de aanvraag handelt over een nieuwbouw.
Nieuwe toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- ontbossen in functie van een nieuwbouwproject;
- oprichten van een appartementsgebouw met ondergrondse parking;
- voorzien van een bijgebouw;
- inrichten van het perceel.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
Zie collegepunten van 26 april 2024 met referentie 2024_CBS_03472 en 9 augustus 2024 met referentie 2024_CBS_06411, opgenomen in bijlagen.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
De golvende haag aan de straatzijde heeft een maximale hoogte van 1,60 meter > 1 meter;
voortuinen zijn vrij van constructies met uitzondering van tuinafsluitingen, brievenbussen. Enkel de strikt noodzakelijke verhardingen zijn toegelaten.
Er wordt een parkeerplaats en fietsstalplaatsen in de voortuinstrook voorzien.
Paden, palend aan de bebouwing en toegangspaden zijn toegelaten met een maximumbreedte van 1,50 meter. Het pad naar de commerciële ruimte heef een breedte van 2 meter. De hoofdinkom is voorzien van een pad van 6,60 meter breed. De paden rond het gebouw zijn hoofdzakelijk breder dan 1,50 meter.
Opritten naar een garage, carport of autostaanplaatsen zijn toegelaten met een maximumbreedte van 3 meter per autostaanplaats. De oprit is 5,50 meter breed;
De fietsvoorzieningen voldoen niet aan de inrichtingsprincipes;
Er worden 3 autostalplaatsen te weinig voorzien.
Sectorale regelgeving
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex wonen van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De omgeving van de Fruithoflaan wordt gekenmerkt door appartementsgebouwen in een parklandschap. De aanvraag omvat de bouw van een appartementsgebouw met 61 wooneenheden en 2 commerciële ruimten op het gelijkvloers.
In het kader van de aanvraag werd advies opgevraagd bij de stedelijk dienst Business en Innovatie. Hun advies is ongunstig.
Zij beoordelen de commerciële functies als te beperkt om van een effectieve verweving te spreken, die wel wenselijk is. Ze werden ook onvoldoende gedefinieerd in de aanvraag. Daarnaast zien zij problemen met onder andere parkeermogelijkheden en laden en lossen.
Dit wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden. Er wordt geadviseerd de aanvraag te weigeren.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag omvat de bouw van een appartementsgebouw met 2 ondergrondse bouwlagen voor parking en bergingen en 12 bovengrondse bouwlagen. Het plan van de bovengrondse bouwlagen betreft een samengedrukte 6-hoek, waarvan de oostgevel uitgelijnd wordt met de gemeentegrens tussen Antwerpen en Mortsel. De ondergrondse parkeerbak heeft een grotere footprint dan het gebouw en de inrit bevindt zich naast het gebouw en wordt niet overdekt.
In het gelijkvloers worden de fietsenberging, het afvallokaal, technische ruimten en 2 commerciële ruimten ondergebracht. Op de bovenliggende verdiepingen worden de appartementen geplaatst rond een centrale circulatiekern. Op verdiepingen 1 tot en met 6 bevinden zich 6 units per bouwlaag, 4 2-slaapkamerappartementen en 2 met 1 slaapkamer. De 7de tot de 11de verdieping tellen 5 units per bouwlaag, 2 met 3 slaapkamers, 2 met 2 slaapkamers en 1 1-slaapkamerappartement.
Tijdens het voortraject werd het project voorgesteld op de integrale Kwaliteitskamer van de stad Antwerpen. Het advies van de Kwaliteitskamer werd in deze aanvraag echter niet verwerkt. Er werd geadviseerd om een zuivere, alzijdige geometrie met inpandige terrassen na te streven. De appartementen in de aanvraag hebben met uitzondering van 1 typeappartement per laag uitkragende terrassen, die onderling en per laag afwijken van vorm. Verder werd geadviseerd om de footprint van het gebouw te verkleinen om een slanker volume te realiseren en de doorzichten naar het groene binnengebied te vrijwaren. In de aanvraag werd de footprint niet verkleind. Daarnaast vroeg de Kwaliteitskamer om het aantal units per bouwlaag te beperken tot 5, zodat kwalitatievere appartementen en inpandige terrassen gerealiseerd zouden kunnen worden. Dit advies werd evenmin verwerkt in de aanvraag. In meerdere typeappartementen is de oppervlakte van de leefruimten eerder beperkt en niet in verhouding met de oppervlakte van het nachtgedeelte. Tenslotte betreuren de stedelijke diensten dat de aanvrager na de agendering op de integrale Kwaliteitskamer niet verder in dialoog is gegaan omtrent de architecturale geschiktheid van het gebouw.
De omgevingsaanleg rondom het gebouw voldoet niet aan artikel 27 van de bouwcode. In de voortuinstrook worden fietsstalplaatsen en een parkeerplaats voorzien, terwijl deze zone maximaal groen ingericht dient te worden. Rondom het gebouw wordt een pad aangelegd dat aan verschillende zijden de maximumbreedte van 1,50 m overschrijdt. De oprit naar de inrit van de parkeergarage is 5,50 m breed. Gezien de schaal van de parkeerbak zou hierin afgeweken kunnen worden van de bouwcode. Daarnaast ligt de volledige inrit in open lucht, wat zowel naar verhardingsgraad, leefbaarheid en uitzicht weinig wenselijk is. Gezien de context lijkt een half overdekte inrit met een groendak beter inpasbaar in het bestaande parklandschap tussen de appartementsgebouwen. Verder voorziet men aan de straatzijde een golvende haag met een maximale hoogte van 1,60 meter. Deze hoogte kan volgens artikel 19 van de bouwcode maximaal 1 meter hoog zijn. De aanvraag wijkt hier dus ook af van de bepalingen van de bouwcode.
Er wordt opgemerkt dat de plannen voorzien in een zeer grote ondergrondse footprint. Om alle vereiste parkeerplaatsen voor het aantal entiteiten in de ondergrondse bouwlagen te krijgen, wordt de parkeerkelder voorzien tot tegen de perceelsgrenzen. De grootte van de ondergrondse ruimte-inname zorgt ervoor dat er bovengronds geen volwaardig kwaliteitsvol groen aangeplant kan worden. Er zijn geen voorzieningen getroffen die het mogelijk maken om bomen aan te planten bovenop de ondergrondse bouwlaag die vrij kunnen uitgroeien. Bijkomend worden de mogelijkheden voor het inrichten van een bovengrondse infiltratie sterk beperkt.
Om de densiteit en het ruimtegebruik op het perceel aanvaardbaar te houden, dient de bovengrondse footprint van het gebouw, het aantal entiteiten en de grootte van de ondergrondse bouwlagen beperkt te worden.
Visueel-vormelijke elementen
De verdiepingshoge plint, de uitkragende terrassen en de horizontale banden ter hoogte van de verdiepingsvloeren worden uitgevoerd in zichtbeton. Bij de gevels zonder terrassen worden de gevelvlakken tussen de betonbanden uitgevoerd in zandkleurig metselwerk. Boven alle ramen en ter hoogte van de terrassen worden de gevelvlakken afgewerkt met bronskleurige geprofileerde metaalplaten. De borstwering aan de terrassen bestaat uit bronzen stalen spijlen. Aan de ramen in de gevels zonder terrassen worden glazen borstweringen geplaatst.
Deze verschillende uitwerking van de gevels met en zonder terrassen gaat in tegen het advies van de integrale Kwaliteitskamer om een alzijdig gebouw te ontwerpen. Het plaatsen van een donkerder materiaal aan de gevels met terrassen, geeft een tegenstrijdig beeld aangezien dit de illusie wekt van de schaduwwerking van inpandige terrassen. Daarnaast variëren de uitkragende terrassen qua vorm en grootte over de verschillende verdiepingen, wat niet kenmerkend is voor de omgeving.
De verdiepingshoogte van de plint is slechts 0,06 m hoger dan de hoogte van de bovengelegen verdiepingen, wat de plint een gedrongen uitzicht geeft. Dergelijke stedelijke plint met commerciële functie dient in verhouding met de bovenliggende gevel een royalere vrije hoogte te hebben.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
In het kader van de aanvraag werd advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Archeologie. Hun advies is voorwaardelijk gunstig en luidt als volgt:
“Het projectgebied bevindt zich buiten een archeologisch vastgestelde zone. Het projectgebied is gelegen binnen een woon- en recreatiegebied met een oppervlakte boven 3.000 m² (circa 5.907 m²) en een ingreep in de bodem boven 1.000 m² (circa 4.200 m²). Volgens het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, artikel 5.4.1 is hiervoor een archeologienota verplicht.
De archeologienota werd opgemaakt door Studiebureau Archeologie en waarvan akte door het Agentschap Onroerend Erfgoed op 21 december 2023 (https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/28424). Er werd een programma van maatregelen opgesteld voor een uitgesteld vooronderzoek in de vorm van proefsleuven. Nadien maakt de erkend archeoloog een nieuw programma van maatregelen. Ook dit eventueel programma van maatregelen dient verplicht te worden uitgevoerd als voorwaarde bij deze omgevingsvergunning.”
Bij het verlenen van een vergunning dienen de in het advies geformuleerde voorwaarden overgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Naar aanleiding van de aanvraag werd ook advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Publieke Ruimte. Hun advies is voorwaardelijk gunstig en luidt als volgt:
“Voor de nieuwe inrit aan de Fruithoflaan dient de opstaande boordsteen gewijzigd te worden naar een afgeschuinde boordsteen. Er bevindt zich hier ook een verlichtingspaal waarvan het niet helemaal duidelijk is of deze verplaatst zal moeten worden. Als deze verplaatst moet worden moet er 4 weken voor de werken starten een mail gestuurd worden naar openbare_verlichting@antwerpen.be voor verdere afspraken.
Het is onduidelijk hoe de brandweer in één beweging op de opstelplaats gaat geraken omdat de aangrenzende rijweg enkelrichting is in de andere richting dan de opstelplaats. Als de brandweer er achterwaarts komt opgereden via de Fruithoflaan zal er op dat stuk een boordsteen van 7 cm voorzien moeten worden.
Ook zal er voor de nieuwe parkeerplaats voor de deelauto een afgeschuinde boordsteen voorzien dienen te worden alsook een nieuwe verharding tussen rijweg en rooilijn. Dit valt te betreuren omdat er hiervoor wellicht in de wortelzone van de boom gewerkt zal moeten worden en de boom rechts van de oprit (die niet mee op plan staat) misschien zelfs gerooid moet worden. Het is ook niet duidelijk voor wie het gebruik van de deelauto juist bestemd is, kan dit niet mee in de ondergrondse parking voorzien worden of in de parkeerpocket aan de overzijde? Dit aspect ligt op grondgebied van Mortsel.”
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden. Bij het verlenen van een vergunning dienen de in het advies geformuleerde voorwaarden overgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Verder werd ook advies gevraagd bij de stedelijke groendienst:
“Er dient advies opgevraagd worden bij ANB in functie van ontbossing. De groendienst geeft voorwaardelijk gunstig advies:
De groendienst adviseert hiervoor met een professionele tuinaannemer in zee te gaan, idealiter nog voor de start van de werf.”
Bij het verlenen van een vergunning dienen de in het advies geformuleerde voorwaarden overgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Gezien het perceel voor de aanvraag ontbost dient te worden, werd eveneens advies opgevraagd bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Hun advies is voorwaardelijk gunstig. Bij het verlenen van een vergunning dienen de in het advies geformuleerde voorwaarden overgenomen te worden als voorwaarden voor vergunning.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 91 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding met 61 wooneenheden en 2 commerciële ruimtes. 17 appartementen tussen 60 m² en 90 m² met parkeernorm 1,35 à 17 x 1,35 = 22,95 44 appartementen > 90 m² met parkeernorm 1,55 à 44 x 1,55 = 68,2 Er worden 2 commerciële ruimtes voorzien met een beperkt vloeroppervlak (116 en 84 m²) met een parkeerbehoefte van 0.
|
De plannen voorzien in 88 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
• Er wordt een ondergrondse parking ingericht voor 89 auto’s. Plaatsen 32 en 77 hebben onvoldoende afstand tot aan de muur. Er zijn 87 nuttige plaatsen. • Op het maaiveld wordt 1 parkeerplaats voorzien voor een deelwagen. • De aanvrager is verder eigenaar van 13 parkeerplaatsen in het naastgelegen gebouw (Roderveldlaan 100). Naar verluid gaat het over een overschot ten opzichte van de parkeerbehoefte op dat perceel dat kan ingezet worden voor het voldoen in de parkeerbehoefte van het voorliggende perceel. Er is echter onvoldoende informatie beschikbaar om deze plaatsen als nuttige plaatsen te rekenen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 88.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:
De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.’
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 91 – 88 = 3.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 91 – 88 = 3. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 3 plaatsen.
|
In het kader van de aanvraag werd advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Mobiliteit. Hun advies luidt als volgt:
Ontsluiting/bereikbaarheid:
De inrit van de ondergrondse parking is gelegen aan de Fruithoflaan. De breedte van de toegang is niet toereikend om wagens te laten kruisen, er dient een lichtensysteem voorzien te worden voor veilig in- en uitrijden van de garage.
Op het maaiveld wordt 1 parkeerplaats voorzien voor deelwagens. Gelet op het parkeertekort van 3 plaatsen en grote aandeel onbebouwde maaiveldruimte is het aangewezen een pocketparking te voorzien aan de inrit kant Roderveldlaan van minstens 4 plaatsen (3 tekort + 1 deelwagen). Deze plaatsen dienen aangeboden te worden als bezoekersplaatsen en mogen niet geprivatiseerd worden.
Fietsvoorzieningen:
Er dienen 176 overdekte en afsluitbare fietsstalplaatsen voorzien te worden voor bewoners (17* (1+1), 34*(2+1), 10*(3+1)).
Voor de commerciële ruimten dient er (0,60/100 m² x 200 m²) 1 overdekte, afsluitbare fietsstalplaats voorzien te worden en 4 publiek toegankelijke plaatsen voor bezoekers.
Er werden 206 fietsstalplaatsen voorzien, waarvan 176 overdekt en afsluitbaar.
Wat de overdekte en afsluitbare fietsstalplaatsen betreft:
Deze fietsparkeerplaatsen dienen dus grotendeels herbekeken te worden en ingericht volgens de richtlijnen.
Daarnaast werden er op het maaiveld publiek toegankelijke fietsstalplaatsen voorzien: 24 stuks aan de zijkant van het gebouw en 6 plaatsen voor bezoekers van de commerciële ruimten.
De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden. Bij het verlenen van een vergunning dienen de in het advies geformuleerde voorwaarden overgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Omwille van verschillende strijdigheden met de bouwcode en de goede ruimtelijke ordening wordt geadviseerd om de aanvraag te weigeren.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Zie collegepunten van 26 april 2024 met referentie 2024_CBS_03472 en 9 augustus 2024 met referentie 2024_CBS_06411, opgenomen in bijlagen.
Advies van het college
Aan het college wordt voorgesteld om deze omgevingsvergunningsaanvraag ongunstig te adviseren.
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 26 augustus 2024 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 25 september 2024 |
Het college beslist een ongunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag.