Terug
Gepubliceerd op 30/09/2024

2024_CBS_07534 - Omgevingsvergunning - OMV_2024037295. Berchemlei 113-115. District Borgerhout - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Annick De Ridder, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07534 - Omgevingsvergunning - OMV_2024037295. Berchemlei 113-115. District Borgerhout - Goedkeuring 2024_CBS_07534 - Omgevingsvergunning - OMV_2024037295. Berchemlei 113-115. District Borgerhout - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024037295

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

VLGEWGEM Ministeries van de Vlaamse Gemeenschap (0316380841) met als adres Havenlaan 88 bus 50 te 1000 Brussel

Ligging van het project:

Berchemlei 113-115 te 2140 Borgerhout (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 26 sectie B nr. 908K2

waarvan:

 

-          20220607-0023

afdeling 26 sectie B nr. 908K2 (Waterbouwkundig Labo)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

een verandering van de reeds vergunde inrichting met opslag van wax en toestellen voor het smelten van wax

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 25 augustus 2016 verleende de deputatie aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap –Waterbouwkundig Labo een milieuvergunning klasse 2 voor het verder exploiteren van een waterbouwkundig labo (MLAV1/2016-0054). Deze vergunning is geldig tot 25 augustus 2036. Op 23 november 2017 werd de vergunning veranderd door uitbreiding en wijziging (MLAV1/2017-0236). Op 13 januari 2023 werd de vergunning nogmaals veranderd door uitbreiding en wijziging (OMV_2022079990) met als eindtermijn 25 augustus 2036.

 

Inhoud van de aanvraag

Het Waterbouwkundig Laboratorium onderzoekt de invloed van menselijke activiteit en van de natuur op watersystemen en de gevolgen ervan voor de scheepvaart en voor de watergebonden infrastructuur. Het voorwerp van de aanvraag betreft een verandering van de reeds vergunde inrichting met inrichtingsnummer 20220607-0023.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) Waterbouwkundig Labo
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

44.2.1°b)

andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 44.1 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van: 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied

12,00 kW

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48;

15,00 ton

  

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

24 april 2024

30 mei 2024

Voorwaardelijk gunstig

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Stedenbouw

24 april 2024

24 april 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

  

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Op basis van de ontvangen informatie is het dossier verenigbaar met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Het Waterbouwkundig Laboratorium onderzoekt de invloed van menselijke activiteit en van de natuur op watersystemen en de gevolgen ervan voor de scheepvaart en de watergebonden infrastructuur. Hiervoor beschikken zij over een aantal proefopstellingen waar situaties kunnen nagebootst en experimenten kunnen uitgevoerd worden.

Tot op heden werd voor de bouw van schaalmodellen (bedoeld voor specifieke studies) gebruik gemaakt van zand, stenen, grind en dergelijke waarbij hergebruik van de materialen niet mogelijk was. In het kader van het duurzaamheidsbeleid, wenst de exploitant voortaan schaalmodellen uit te voeren in wax opdat, nadat de proeven uitgevoerd zijn, men de wax kan hersmelten en hergebruiken in nieuwe modellen. Daarom wenst de exploitant 15 ton wax en 3 toestellen voor het elektrisch smelten van wax met een vermogen van elk 4 kW aan te vragen.

De wax die gebruikt wordt, is een mengsel van geraffineerde koolwaterstoffen. Volgens de productveiligheidsfiche bevat het product geen gevaarlijke componenten. De wax wordt opgeslagen boven een betonnen vloer. De wax en de drie smelters worden opgeslagen in het meest noordelijk gelegen gebouw ter hoogte van de Karel Van den Oeverstraat. Er wordt geen hinder verwacht van de gevraagde aanpassingen.

Bijkomend wenst de exploitant de rubriek 12.3. accumulatoren voor 15.552 VAh te schrappen, deze is niet meer van toepassing. Ook wenst de exploitant de rubriek 12.2.1 te schrappen gezien transformatoren ingedeeld zijn vanaf 1.000 kVA en deze rubriek niet langer van toepassing is op de transformator van 800 kVA.

 

Stikstofdecreet


Mobiliteit

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist. 
 

 

Advies aan het college

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De gevraagde wijzigingen in de vergunning verhogen het risico op hinder voor de omgeving of vervuiling van het milieu niet. De vergunning kan dan ook aangepast worden met de gevraagde wijzigingen.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

44.2.1°b)

andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, dan de inrichtingen vermeld in rubriek 44.1, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied (inrichting Waterbouwkundig Labo)

12,00 kW

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

15,00 ton

 

Gecoördineerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1.250,00 m³/jaar

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

2,00 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

9 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

103,82 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

0,13 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

5.000,00 liter

19.3.1°b)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

39,15 kW

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1 labo

24.4.

laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1 labo

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

35,00 kW

33.4.2°c)

opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton in ander dan industriegebied met een capaciteit van meer dan 20 ton in een lokaal; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

50,00 ton

43.1.2°b)

stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 500 kW tot en met 5.000 kW in de gevallen andere dan vermeld sub 1°, c); (inrichting Waterbouwkundig Labo)

2.174,50 kW

44.2.1°b)

andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, dan de inrichtingen vermeld in rubriek 44.1, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied (inrichting Waterbouwkundig Labo)

12,00 kW

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

15,00 ton

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

3 april 2024

Volledig en ontvankelijk

24 april 2024

Start 1e openbaar onderzoek

4 mei 2024

Einde 1e openbaar onderzoek

2 juni 2024

Beslissing toepassing administratieve lus

16 juli 2024

Start laatste openbaar onderzoek

1 augustus 2024

Einde laatste openbaar onderzoek

30 augustus 2024

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

6 oktober 2024

Verslag GOA

19 september 2024

Naam GOA

Bieke Geypens

 

Administratieve lus

Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):

 

De affiche van het openbaar onderzoek werd laattijdig uitgehangen.

 

De stappen in de procedure die verkeerd gelopen zijn werden opnieuw uitgevoerd om te voorkomen dat de eindbeslissing over de aanvraag vernietigd wordt omwille van de vastgestelde procedurefout(en).

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.


Brandweervoorwaarden

de voorwaarden uit het brandpreventieverslag met referentie BW/FPA/2024/G.00284.BO.0029.

 

Artikel 3

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1.250,00 m³/jaar

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

2,00 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

9 voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

103,82 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

0,13 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

5.000,00 liter

19.3.1°b)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

39,15 kW

24.3.

laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1 labo

24.4.

laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

1 labo

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

35,00 kW

33.4.2°c)

opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton in ander dan industriegebied met een capaciteit van meer dan 20 ton in een lokaal; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

50,00 ton

43.1.2°b)

stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 500 kW tot en met 5.000 kW in de gevallen andere dan vermeld sub 1°, c); (inrichting Waterbouwkundig Labo)

2.174,50 kW

44.2.1°b)

andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, dan de inrichtingen vermeld in rubriek 44.1, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied (inrichting Waterbouwkundig Labo)

12,00 kW

44.3.

opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48; (inrichting Waterbouwkundig Labo)

15,00 ton

  

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.