Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024082602 |
Gegevens van de aanvrager: | de heer Stijn Verhulst met als adres Dodoensstraat 20 te 2140 Antwerpen |
Ligging van het project: | Dodoensstraat 22-24 te 2140 Borgerhout (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 24 sectie A nrs. 398W5, 398V5 en 398X4 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen en gedeeltelijk herbouwen van een meergezinswoning naar 2 autonoom functionerende meergezinswoningen, en het wijzigen van het aantal wooneenheden |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 01/03/2024: opname in het vergunningenregister (2021137) van 3 panden (Dodoensstraat 20, 22 en 24);
- 1992: opname van Dodoensstraat in de strateninventaris: https://id.erfgoed.net/themas/2493.
Geacht vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume:
- variërende bouwdiepte per verdieping met een maximum van 18,25 m (linkerzijde perceel);
- volledig dicht gebouwd perceel met uitzondering van de koer met een oppervlakte van 10,75 m² (linkerzijde perceel);
- variërende bouwdiepte per verdieping;
- garage toegankelijk via Van Geertstraat;
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- gewijzigde interne indeling;
- functie, aantal wooneenheden, bouwvolume en gevelafwerking conform vergunde toestand.
Nieuwe toestand
- functie:
- gelijkvloerse verdieping: kantoor, dienstverlening en vrije beroepen;
- bovenliggende verdiepingen: wonen – 3 wooneenheden;
- bouwvolume:
- aantal bouwlagen en bouwhoogte ongewijzigd;
- uitgebreide kelderverdieping;
- variërende bouwdiepte per verdieping met een maximum van 18,45 m;
- fietsenberging tegen achterste perceelgrens, toegankelijk via een keldertrap en via Van Geertstraat;
- gevelafwerking ongewijzigd.
Inhoud van de aanvraag
- opsplitsen van de bestaande constructie in 2 autonoom functionerende panden;
- wijzigen van het aantal wooneenheden;
- slopen van de bestaande achterbouw;
- uitbreiden van het bouwvolume;
- doorvoeren van interne constructieve wijzigingen.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies ontvangen |
Advies |
|
Fluvius System Operator |
7 augustus 2024 |
8 augustus 2024 |
Geen advies |
|
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen |
7 augustus 2024 |
3 september 2024 |
Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
|
Adviesinstantie |
Datum advies gevraagd |
Datum advies |
|
Ondernemen en Stadsmarketing/ Business en Innovatie |
7 augustus 2024 |
8 augustus 2024 |
|
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering |
7 augustus 2024 |
8 augustus 2024 |
|
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit |
7 augustus 2024 |
8 augustus 2024 |
|
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu |
7 augustus 2024 |
5 september 2024 |
|
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water |
7 augustus 2024 |
27 augustus 2024 |
|
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg |
7 augustus 2024 |
11 september 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de binnenstad van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Leien en de Kleine Ring.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:
- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;
- de eigen aard van het betrokken gebied;
- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend(e) punt(en):
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023).
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024. (De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving).
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving besluit de toegevoegde project-MER-screeningsnota dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit). Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het overstromingsveilig pluviaal peil bij een middelgrote kans toekomstig klimaat bedraagt 5,39 mTAW. Bij een middelgrote kans toekomstig klimaat bedraagt de pluviale waterdiepte die gemodelleerd wordt tegen de bebouwing aan de zijde Dodoensstraat en Van Geertstraat circa 30 cm. De vloerpas van de gelijkvloerse verdieping zit daarboven.
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. Er is een middelgrote pluviale overstromingskans voor het perceel. Langsheen de zijde van de Van Geertstraat wordt bij huisnummer 22 een nieuwe toegang gemaakt naar een kelder die door uitbreiding bijna de volledige perceelsoppervlakte beslaat. De kelder is niet beschermd tegen overstroming. De afwezigheid van de verplichte infiltratievoorziening draagt niet bij aan het indijken van overstromingen komende vanaf de straat. Uit het ingewonnen advies blijkt dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect te voorkomen.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen/
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestaande en vergunde functies wonen en diensten blijven behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd blijft.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag omvat het splitsen van de twee meergezinswoningen door het afsluiten van de doorgangen in de scheidsmuur. Door deze ingreep kunnen beide panden opnieuw afzonderlijk functioneren als meergezinswoning en wordt de pandsgewijze opbouw hersteld. Na de opdeling voorziet de aanvraag 3 woonentiteiten in het pand met huisnummer 22 en 3 woonentiteiten in het pand met huisnummer 24.
De nieuwe indeling van nummer 22 voorziet een 3-slaapkamerappartement verspreid over het gelijkvloers, de eerste verdieping en de tussenverdieping, een 1-slaapkamerappartement op de tweede verdieping en een studio op de derde verdieping.
Nummer 22 voorziet een gelijkvloerse praktijkruimte, een 1-slaapkamerappartement op de eerste en de tweede verdieping en een studio op de derde verdieping.
Deze nieuwe indeling voorziet een uitbreiding van 1 woonentiteit op het woonprogramma verspreid over de twee panden. De nieuwe indeling voorziet ruime woonentiteiten in een mix aan groottes. De bijkomende woonentiteit leidt niet tot een overschrijding van de draagkracht van het perceel en kan bijgevolg gunstig geadviseerd worden.
Bij de herindeling van het pand worden ook structurele werken voorzien. Zo worden de bestaande achterbouwen gesloopt en vervangen door een nieuwe achterbouw die iets hoger is. Op deze manier kan intern voldoende vrije hoogte gerealiseerd worden en kan er aangesloten worden op de vloerniveaus van de voorbouw. Op het dak van de nieuwe achterbouw worden ook twee terrassen aangelegd als buitenruimte bij de studiowoningen op de derde verdieping.
De voorgestelde volumetrie is ruimtelijk inpasbaar en kan gunstig geadviseerd worden.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten
Aangezien het ensemble omwille van zijn architecturale kwaliteiten en historische waarde als inventariswaardig beschouwd wordt, werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst monumentenzorg. Dit advies laat zich als volgt lezen:
“Het ensemble werd gebouwd in 1890 en behoort tot de oudere bebouwing van de straat. De burgerwoningen werden opgetrokken in een neoclassicistische stijl met neorenaissance-inslag en worden gekenmerkt door de uitgewerkte erkers op de bel-etage. De gevels zijn in hun authentieke staat bewaard gebleven met inbegrip van het oorspronkelijke houten schrijnwerk.
De panden zijn in het verleden zwaar verbouwd aan de binnenzijde. De inrichting tot meergezinswoning en de gerealiseerde doorgangen tussen de 2 burgerwoningen hadden een aanzienlijke impact op de aanwezige erfgoedelementen in het interieur. De traphal van het nummer 22 bleef in zijn historische verschijningsvorm bewaard en bevat een hoge erfgoedwaarde.
Het ensemble is beeldbepalend. Een object/complex is beeldbepalend wanneer voor het exterieur de stedenbouwkundige, architecturale of esthetische waarde hoog zijn.
De aanvraag omvat de splitsing van de 2 samengevoegde burgerwoningen door het afsluiten van de doorgangen in de scheidsmuur. Het pand nummer 22 wordt verbouwd en ingericht als meergezinswoning. De bestaande achterbouw wordt gesupprimeerd en vervangen door een nieuwbouwvolume.
Het herstel van de scheidsmuur en de splitsing van de 2 burgerwoningen wordt als een positieve ingreep beschouwd door de stedelijke dienst monumentenzorg. De erfgoedwaarde van de achterbouw en de voormalige salons en kamers, is dermate uitgehold, dat wordt geoordeeld dat de geplande ingrepen geen onaanvaardbare afbreuk doen aan de resterende erfgoedwaarde van het geheel.
De inkom- en traphal bleven grotendeels in hun authentieke staat bewaard en bevatten een hoge decoratieve waarde. We leggen op om de vloer-, wand- en plafondbekleding in de traphal te bewaren. De deur tussen hal en gelijkvloerse voorkamer dient behouden te blijven en kan aan de zijde van het appartement afgedicht en gecompartimenteerd worden.
De beeldbepalende voorgevel wordt volledig in zijn huidige verschijningsvorm bewaard. Het schrijnwerk wordt vernieuwd in hout naar historisch model. Als voorwaarde wordt opgelegd om de typedetails van het nieuwe schrijnwerk, voorafgaand aan de bestelling, ter goedkeuring voor te leggen aan de stedelijke dienst monumentenzorg.
Gelet op het bovenstaande wordt een voorwaardelijk gunstig advies verleend.
Het advies van de stedelijke dienst monumentenzorg wordt bijgetreden. De voorwaarden worden bij de vergunning overgenomen.
Rekening houdend met de gestelde voorwaarden is de aanvraag visueel inpasbaar in zijn omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De hemelwaterverordening is van toepassing op huisnummer 22. De aanvraag is echter niet in overeenstemming met de hemelwaterverordening.
Het perceel is groter dan 120 m². Er is bijgevolg geen vrijstellingsmogelijkheid aangaande het bovengronds infiltreren. De hemelwaterput moet daarom overlopen in een bovengrondse infiltratievoorziening. Om effectief te zijn en drainage van het grondwater te vermijden, dient de infiltratievoorziening zich geheel boven de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand te bevinden. Enkel het volume en de oppervlakte van de infiltratievoorziening boven dit peil kunnen in rekening genomen worden.
In het formulier geeft aanvrager aan dat er 27,5 m² verharding is. Het rioleringsplan is niet volledig. De afvoer van het groendak staat bijvoorbeeld niet op het plan.
Aangenomen wordt dat het groendak, de trap naar de kelder en de trap vanuit de tuin naar de fietsenberging is opgenomen. Er moet met de resterende 5 m² afwaterende oppervlakte van het dak samen voor in totaal 32,5 m² een infiltratievoorziening aangelegd worden met een minimaal volume van 1072,5 l en een minimale infiltratieoppervlakte van 2,6 m². Dit is niet voorzien in het ontwerp.
Om alsnog een gunstig advies te kunnen verlenen, dient dit in een voorwaarde bij de vergunning opgenomen te worden.
Na onderzoek blijkt daarnaast dat het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. Er is een middelgrote pluviale overstromingskans voor het perceel. Langsheen de zijde van de Van Geertstraat wordt bij huisnummer 22 een nieuwe toegang gemaakt naar een kelder die door de geplande uitbreiding bijna de volledige perceelsoppervlakte beslaat. De kelder is niet beschermd tegen overstroming. Daarom wordt als voorwaarde bij de vergunning voorgesteld om een automatische waterkering (opdrijfbaar schot) te voorzien ter bescherming van de nieuwe toegangsdeur in de Van Geertstraat.
Er wordt echter geoordeeld dat het opleggen van deze voorwaarde, die nodig is om bescherming tegen overstromingen te bieden, disproportioneel is.
De aanvrager wordt wel geadviseerd mobiele beschermingsmiddelen te voorzien om de woning te beschermen tegen overstromingen.
Tot slot wordt meegegeven dat overstromingswater via de half bovengrondse kelderramen kan binnenstromen. Er wordt aangeraden om te onderzoeken op welke wijze deze openingen beveiligd kunnen worden.
Daarnaast wordt opgemerkt dat de aanvraag afwijkt van de bouwcode. Zo wordt meer dan 20 m² van de totale tuinoppervlakte verhard (bouwcode, art. 27) en is het onduidelijk of de scheidingsmuren na het aanleggen van de groendaken nog zullen beschikken over een minimale opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak (bouwcode, art. 34).
Om alsnog een vergunning te kunnen verlenen, worden voorwaarden bij de vergunning geformuleerd.
Rekening houdend met de gestelde voorwaarden, wordt geoordeeld dat de aanvraag in overeenstemming is met de geldende normen qua veiligheid en gebruiksgenot zonder hierbij hinder te genereren naar de omgeving.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
|
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding met 1 wooneenheid. 1 appartement > 90m² met parkeernorm 1.35 à 1 x 1.35 = 1.
De parkeerbehoefte is 1.
|
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een perceelsbreedte van minder dan of gelijk aan 8 m. Volgens artikel 12, §3, 1° (Levendige plint) van de bouwcode is een toegangspoort voor een autobergplaats niet toegelaten.
|
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.
Het is niet mogelijk om de bijstelling toe te passen, de oppervlakte van de functie kantoor, dienstverlening en vrije beroepen verkleint in de nieuwe situatie maar het gaat om ruimtes voor archieven die verdwijnen en niet om consultatieruimtes. Er is geen vermindering van parkeerbehoefte.
Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 (= 1 – 0).
|
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats. |
Fietsvoorzieningen:
Er werden 5 fietsstalplaatsen voorzien in de kelder. Deze zijn toegankelijk via een fietstrap. Beneden aan de trap is er voor de deur onvoldoende opstelruimte om de fiets te laten staan tijdens het openen van de deur, er dient 1,7 m opstelruimte voorzien te worden. Daarnaast werden er 3 fietsstalplaatsen voorzien op het gelijkvloers.
De dienst mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:
- Voor de deur van de fietsenberging dient aan de kant van de trap een vrije ruimte van 1,7 m voorzien te worden om de fiets te zetten tijdens het openen van de deur.
Het advies van de stedelijke dienst mobiliteit wordt bijgetreden en de voorwaarde wordt bij de vergunning overgenomen.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius moeten nageleefd worden.
3. Het schrijnwerk in de voorgevel dient uitgevoerd te worden in geschilderd hout naar historisch model. Typedetails zijn, voorafgaand aan de bestelling, ter goedkeuring voor te leggen aan de stedelijke dienst monumentenzorg.
4. De historische vloer-, wand en plafondafwerking in de inkom- en traphal dient bewaard te worden.
5. De deur tussen de hal en de gelijkvloerse voorkamer dient behouden te blijven en kan aan de binnenzijde van het appartement afgedicht en gecompartimenteerd worden.
6. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimaal volume van 1072,5 l en een minimale infiltratieoppervlakte van 2,6 m².
7. De verharding in de tuin dient beperkt te worden tot maximaal 20 m² conform artikel 27 van de bouwcode.
8. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
9. Voor de deur van de fietsenberging dient aan de kant van de trap een vrije ruimte van 1,70 m voorzien te worden om de fiets te zetten tijdens het openen van de deur.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 7 juni 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 7 augustus 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 6 oktober 2024 |
Verslag GOA | 18 september 2024 |
Naam GOA | Axel Devroe |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius moeten nageleefd worden.
3. Het schrijnwerk in de voorgevel dient uitgevoerd te worden in geschilderd hout naar historisch model. Typedetails zijn, voorafgaand aan de bestelling, ter goedkeuring voor te leggen aan de stedelijke dienst monumentenzorg.
4. De historische vloer-, wand en plafondafwerking in de inkom- en traphal dient bewaard te worden.
5. De deur tussen de hal en de gelijkvloerse voorkamer dient behouden te blijven en kan aan de binnenzijde van het appartement afgedicht en gecompartimenteerd worden.
6. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimaal volume van 1072,5 l en een minimale infiltratieoppervlakte van 2,6 m².
7. De verharding in de tuin dient beperkt te worden tot maximaal 20 m² conform artikel 27 van de bouwcode.
8. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
9. Voor de deur van de fietsenberging dient aan de kant van de trap een vrije ruimte van 1,70 m voorzien te worden om de fiets te zetten tijdens het openen van de deur.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.