Terug
Gepubliceerd op 30/09/2024

2024_CBS_07545 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084900. Kiliaanstraat 14. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Annick De Ridder, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07545 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084900. Kiliaanstraat 14. District Antwerpen - Goedkeuring 2024_CBS_07545 - Omgevingsvergunning - OMV_2024084900. Kiliaanstraat 14. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024084900

Gegevens van de aanvrager:

de heer Arsène Van Hecke met als adres Burg. Henri Ryckaertstraat 1A te 9932 Lievegem

Ligging van het project:

Kiliaanstraat 14 te 2000 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 4 sectie D nr. 2165A20

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

opdelen van een appartement in 2 appartementen en plaatsen van terrassen

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          28/03/2024: weigering deputatie na vergunning college (OMV_2023113897) voor het opdelen van een appartement in 2 appartementen en plaatsen van terrassen en brandladders achteraan;

-          02/03/2023: weigering deputatie na vergunning college (OMV_2022116373) voor het opdelen van een appartement in 2 appartementen en plaatsen van terrassen en brandladders achteraan;

-          26/09/2014: vervallen vergunning (20141704) voor bijbouwen van terrassen;

-          25/01/1957: toelating (18#36358) voor septische put;

-          08/07/1955: toelating (18#33970) voor het bouwen van een appartementsgebouw.

 

Vergunde toestand

-          functie: meergezinswoning met gelijkvloerse praktijkruimte;

  • 1ste verdieping: 1 appartement;
  • 2de verdieping: 2 appartementen;

-          bouwvolume:

  • 5 bouwlagen met plat dak in gesloten bebouwing;
  • appartement op de 1ste verdieping verbonden met de gelijkvloerse praktijkruimte via een interne trap.

 

Bestaande toestand

-          functie: meergezinswoning met gelijkvloerse praktijkruimte:

  • 1ste verdieping: 2 tweeslaapkamerappartementen;
  • 2de verdieping: 2 appartementen;

-          bouwvolume:

  • verwijderde interne trap van de 1ste verdieping met de gelijkvloerse praktijkruimte;
  • uitpandig terras achteraan het rechtse appartement op de 1ste verdieping.
     

Nieuwe toestand

-          functie: meergezinswoning met gelijkvloerse praktijkruimte:

  • 1ste verdieping: 2 tweeslaapkamerappartementen;
  • 2de verdieping: 2 appartementen;

-          bouwvolume:

  • inpandig terras links achteraan op de 1ste verdieping;
  • behoud van het uitpandig terras rechts achteraan op de 1ste verdieping;
  • uitpandig terras rechts achteraan op de 2de verdieping;

-          overige verdiepingen en voorgevel: ongewijzigd.

Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal woongelegenheden;

-          interne constructieve werken:

  • opdelen in appartementen;
  • verwijderen van de interne verbinding tussen 1ste verdieping met gelijkvloerse praktijkruimte;

-          bouwen van terrassen achteraan;

-          de voorgevel en de overige delen van het gebouw maken geen deel uit van de aanvraag.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

13 augustus 2024

5 september 2024

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

13 augustus 2024

4 september 2024

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

13 augustus 2024

22 augustus 2024

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg

13 augustus 2024

17 september 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Binnenstad, goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: artikel  1:   zone voor wonen - (wo1) en artikel  6:   zone voor centrumfuncties - stedelijke functies (ce6).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 29 Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen:

er ontbreken 3 fietsstalplaatsen;

  • artikel 30 Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen:

voor de bijkomende wooneenheid wordt geen bijkomende autostalplaats voorzien op het eigen perceel.

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving besluit de toegevoegde project-MER-screeningsnota dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De bestemming van meergezinswoning blijft behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd blijft.

 

Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid

Het verdiepingsbrede appartement op de 1ste verdieping, wat ooit deel uitmaakte van de gelijkvloerse praktijk, werd opgesplitst in twee appartementen waarbij de interne binnentrap verdween en de gelijkvloerse praktijk onafhankelijk is komen te functioneren. Het bijkomend appartement aan de linkerzijde is qua indeling een kopie van de bovenliggende appartementen waar per verdieping steeds twee appartementen aanwezig zijn.

 

Met een gevelbreedte van ruim 8 m en een bouwdiepte van 13,14 m is dit tweeslaapkamerappartement ruim te noemen, al ontbrak het door de opsplitsing echter aan enige vorm van een buitenruimte. Daarom voorziet de aanvraag in een bijkomend terras ter hoogte van de gevelinsprong aan de achtergevel. Het nieuwe terras meet ca. 4 m op 1,20 m en vult de volledige gevelinsprong.

Op de bovenliggende verdiepingen bevinden zich op dezelfde plaats al terrassen. Deze werden reeds in de oorspronkelijke aanvraag vergund en voorzien maar door de connectie tussen de onderste twee bouwlagen werd hier op de 1ste verdieping geen terras voorzien. Het nieuwe terras op de 1ste verdieping is bijgevolg stedenbouwkundig aanvaardbaar.

 

Met de toevoeging van een extra appartement wordt de draagkracht van het perceel, noch die van de omgeving overschreden.

 

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

In het gevelvlak werd op de 2de verdieping aan de rechterzijde achteraan het raam verlaagd en een Frans balkon voorzien. De plannen en foto’s zijn niet eenduidig hoe de balustrade zich positioneert ten opzichte van het gevelvlak. Daarom wordt in de voorwaarden opgelegd dat deze niet voorbij het gevelvlak mag komen maar tussen de dagkanten moet komen te zitten. Het doortrekken van deze raamopening is visueel inpasbaar binnen de zichtbare betonstructuur met metselwerkinvulling in de achtergevel.

 

De aanvraag voorziet ook het plaatsten van brandladders vanaf het Frans balkon op de 2de verdieping en vanaf het nieuw terras op de 1ste verdieping. Gezien deze slechts in hoogste nood gebruikt zullen worden zijn deze aanvaardbaar. 

 

De dienst Stadsontwikkeling/Onroerend erfgoed/Monumentenzorg adviseert gunstig omdat de aangevraagde werken zich aan de achtergevel bevinden en geen impact op de beeldondersteunende voorgevel en op de omliggende CHE-bebouwing hebben.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Het nieuwe terras op de 1ste verdieping heeft een oppervlakte van 4,80 m². Dit is onvoldoende conform artikel 28 uit de bouwcode dat minimaal 6 m² oplegt voor een tweeslaapkamerappartement. Gezien de nabije ligging op 1,25 m van de achterste perceelsgrens is het ook niet wenselijk om het terras voorbij de gevellijn te laten uitbreiden. Door de beperkte mogelijkheden en de aanwezigheid van de bovenliggende terrassen kan hiervoor uitzonderlijk een afwijking op toegestaan worden. 

 

Met het plaatsen van het nieuwe terras ontstaan wel directe zichten op het overliggende perceel. Het terras biedt ongetwijfeld kwaliteiten en is stedenbouwkundig inpasbaar, maar dit is steeds onder voorbehoud van burgerrechtelijke aangelegenheden. In beginsel mag de vergunningverlenende overheid geen rekening houden met burgerrechtelijke aspecten bij het beoordelen van aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning. Anderzijds doet een stedenbouwkundige vergunning deze rechten niet teniet en ontslaat de titularis van de vergunning niet om het nodige bouwrecht te bekomen. Indien zou blijken dat de aanvraag strijdig is met een contractuele verbintenis, dan blijft de vergunning onwerkzaam.

 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

 

Mobiliteitsimpact

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.

 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal appartementen.

Het appartement op de eerste verdieping wordt opgesplitst in 2 appartementen.

Bij projecten tot 5 wooneenheden is de parkeernorm 1.

De werkelijke parkeerbehoefte is 1.

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:

De grootte van en de bestaande bebouwing op het perceel laten het bouwen van extra parkeerplaatsen niet toe.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 0 = 1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats.

 

Fietsstalplaatsen

Voor het bijkomende appartement moeten er 3 fietsstalplaatsen voorzien worden: 1 appartement met 2 slaapkamers = 1 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra).

Er zijn fietsstalplaatsen voorzien in de kelder. De stedelijke Mobiliteitsdienst brengt onderstaand advies uit.

 

Voor het bijkomende appartement moeten er 3 fietsstalplaatsen voorzien worden:

-          1 appartement met 2 slaapkamers = 1 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 3

 

Er worden 3 fietsstalplaatsen voorzien in de kelder maar deze zijn niet bereikbaar. De lift is te klein en de trap naar de kelder voldoet niet omdat deze een bocht maakt zonder vlakke ruimte in het midden.

Een fietstrap moet ook uitgerust worden met een goot en bovenaan en onderaan de trap moet een vlakke ruimte van minimum 1m70 zijn.

Achter elke fiets in een fietsstalplaats moet een vrije ruimte zijn van 1m70.

 

De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:

-          Er moeten 3 fietsstalplaatsen voorzien worden conform de afmetingen van de bouwcode.

-          De trap naar de kelder moet voorzien worden van een fietsgoot.

-          Omdat de trap een bocht van 180° maakt moet er een vlakke ruimte voorzien worden in het midden om je fiets te kunnen draaien.

-          Bovenaan en onderaan de trap moet een vlakke ruimte van minimum 1m70 zijn.

-          Achter elke fiets in een fietsstalplaats moet een vrije ruimte zijn van 1m70.

 

Het advies wordt bijgetreden en de bovenstaande voorwaarden bij de vergunning opgenomen.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

3. De voorwaarden uit het in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Mobiliteit moeten nageleefd worden.

4. Het Frans balkon op de 2de verdieping mag niet voorbij het gevelvlak komen en moet binnen de dagkanten van de gevel uitgewerkt worden.

5. Alle handelingen, werken en wijzigingen tegenover de laatst vergunde toestand die nu geen deel uitmaken van de aanvraag, worden uitgesloten uit de vergunning.

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

18 juni 2024

Volledig en ontvankelijk

13 augustus 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

12 oktober 2024

Verslag GOA

20 september 2024

Naam GOA

Axel Devroe

 

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

3. De voorwaarden uit het in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Mobiliteit moeten nageleefd worden.

4. Het Frans balkon op de 2de verdieping mag niet voorbij het gevelvlak komen en moet binnen de dagkanten van de gevel uitgewerkt worden.

5. Alle handelingen, werken en wijzigingen tegenover de laatst vergunde toestand die nu geen deel uitmaken van de aanvraag, worden uitgesloten uit de vergunning.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.