Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2024087018 |
Gegevens van de aanvrager: | de heer Henri Luyckx met als contactadres Uitspanningstraat 85 te 2610 Antwerpen |
Ligging van het project: | Uitspanningstraat 85 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 44 sectie D nr. 332Z4 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | uitbreiden van een eengezinswoning |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 24/12/2020: voorwaardelijke (OMV_2020139911) voor het aanleggen van een oprit voor het stallen van een wagen en regulariseren tuinhuis:
- 09/03/1971: vergunning (222#2798) voor het doorvoeren van verbouwingswerken aan 14 woningen;
Vergunde toestand
- functie: wonen:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- overeenkomstig vergunde toestand, uitgezonderd van:
Nieuwe toestand
- functie: wonen:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Inhoud van de aanvraag
- uitbreiden van het volume;
- bouwen van een tuinberging op de perceelgrens;
- wijzigen van de voorgevel;
- aanleggen van verhardingen;
- doorvoeren van interne constructieve werken.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Er werden geen externe adviezen gevraagd.
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 29 juli 2024 | 12 augustus 2024 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg | 5 september 2024 | 6 september 2024 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)
aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag noch een verkeersdragend noch een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus niet van toepassing en de opmaak van een passende beoordeling (artikel 32 decreet) is niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De plannen voorzien een beperkte uitbreiding achteraan de woning in functie van een beter intern ruimtegebruik. De nieuwe bouwdiepte sluit aan bij de linkerbuur.
In de tuin wordt een tuinhuis voorzien. In de eerder verleende vergunning was opgelegd het tuinhuis te voorzien op 1 m van de perceelsgrenzen omdat de wijzigingen aan de tuinmuren onduidelijk waren.
Voorliggende aanvraag bevat bijkomende gegevens hieromtrent.
Het tuinhuis sluit achteraan aan op een servitudeweg, rechts op de open ruimte bij een meergezinswoning die niet in gebruik is als tuin. Er kan geoordeeld worden dat de plaatsing op de perceelgrenzen niet storend is in de omgeving en bijgevolg stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gelet op de functie van de constructie is de uitwerking in hout aanvaardbaar. Mits toepassing van artikel 3 van de bouwcode kan een afwijking op paragraaf 4 van artikel 34 toegestaan worden.
Voor het stallen van een wagen in de zijtuin is eerder een vergunning verleend (OMV_2020139911). In deze vergunning was het volgende opgenomen: Volgens artikel 30 van de bouwcode bestaat er de mogelijkheid om een verharde stallingsplaats in de voor-, zij- of achtertuin te voorzien. In de Uitspanningstraat is het kenmerkend dat er wagens op het eigen perceel worden geparkeerd bij woningen die beschikken over een zij tuin, vaak in combinatie met een achterliggende garage. Ook aan de rechterzijde en de overzijde is er rondom de meergezinswoningen uit de Krijgslaan verharding aanwezig in functie van parkeerplaatsen. Bovendien is de verharding niet voorzien voor een verblijfsruimte waardoor de woning nog steeds voldoende contact heeft met de straat. Hierdoor is het niet storend om hier een autostalplaats in te richten in open lucht op voorwaarde dat de verharding het noodzakelijke minimum niet overschrijdt én met waterdoorlatend en grasdoorgroeibaar materiaal wordt voorzien, zoals grasdallen, gewapend gras of verharding met kleinschalige elementen met open voegen. Indien de verharding, van 3,15 m breedte, in de zijtuin en het verlengde ervan, wordt beperkt tot 5 m diepte vanaf de poort (in plaats van 13, 25 m) zal de totale oppervlakte de maximale toegelaten oppervlakte niet overschrijden.’ In voorliggende aanvraag wordt nog steeds te veel verharding voorzien in de zijtuin. Deze uitwerking is bijgevolg strijdig met de eerder verleende vergunning. Er is geen aanleiding om een afwijking toe te staan. De voorwaarde uit de vorige vergunning zal herhaald worden.
Aan de straatzijde is een open poort voorzien met een hoogte van 143 cm. Dit is strijdig met artikel 19 van de bouwcode. Deze afwijkende hoogte wenst men eveneens te regulariseren. Zoals reeds omschreven is in de eerder verleende vergunning opgenomen om de verharding voor het stallen van een wagen te beperken tot een diepte van 5 meter. Wanneer dit correct wordt uitgevoerd is het niet mogelijk om de bestaande poort op deze locatie te behouden aangezien deze dan, wanneer er een wagen geparkeerd staat, niet meer kan opendraaien. Logischer zou zijn om de poort 5 meter dieper te plaatsen zodat zowel de parkeerplaats als de voordeur van de woning rechtstreeks bereikbaar zijn van op het openbaar domein. Dit zal in voorwaarde opgenomen worden. Er is bijgevolg geen aanleiding om een afwijking op artikel 19 van de bouwcode te verlenen.
De aanvraag is strijdig met artikel 34 van de Bouwcode. Van dit voorschrift kan met het oog op het voorkomen van brandoverslag niet afgeweken worden. Aangezien het platte dak voorzien is van een groendak kan afgeweken worden van een minimale opstand van 30cm wanneer er tussen de scheidingswand en de vegetatie een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30cm breed aanwezig is. Dit wordt opgelegd als voorwaarde voor vergunning.
Cultuurhistorische aspecten en Visueel-vormelijke elementen
Het pand maakt deel uit van het tuinwijk Boeksveld beschreven in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Bij de herinventarisatie van het district Wilrijk zal de volledige tuinwijk als een volwaardig relict worden opgenomen in de inventaris. Omwille van deze reden is er advies gevraagd aan de stedelijke dienst monumentenzorg: ‘De aanvraag heeft betrekking op een rijwoning gelegen in de wijk rond het Boeksveldplein. Samen met de omliggende straten Gallaitlaan, Eenheidstraat werd deze wijk in de jaren ’20 opgericht als sociale woonwijk. De nood aan sociale woningbouw was na de WO I immers groot. Diverse types eengezinswoningen van twee bouwlagen met rechthoekige muuropeningen werden gerealiseerd door de ‘huurderskooperatief Eenheid’ vanaf 1923. 53 woningen in de Eenheidsstraat en de Uitspanningstraat, waarvan de desbetreffende woning deel uitmaakt, werden in 1925 opgericht.
Op 19 mei 1925 werd door Frans Engels, de bestuurder van de huurderscoöperatief Eenheid een bouwaanvraag ingediend voor het bouwen van 53 woningen in drie loten. De plannen werden opgemaakt door architect Jos Goeyvaerts en de bouwvergunning werd op 27 mei 1925 verleend. Het bouwdossier bevat een plan met de gevel- en dakenplannen van drie types gekoppelde werkmanswoningen: een vierwoonst type A, een zeswoonst type B en een achtwoonst type C. Een tweede plan toont de vierwoonst type A in meer gedetailleerde vorm met grondplannen, gevels en snedes. Beide plannen zijn voorzien van versierde cartouches met de titel “Tuinwijk Eenheid” en de naam van bouwmeester Jos Goeyvaerts. Ter goedkeuring werden de plannen gestempeld en ondertekend door drie bestuurders van de huurderscoöperatief, onder andere J. Van Santvoort en Frans Engels.
Van de 53 woningen zijn in de Eenheidstraat nog twee zeswoonsten (type B, huisnummer 1 tot 11 en 8 tot 18), een vierwoonst (type A, huisnummer 2 tot 6) en een achtwoonst (type C, huisnummer 13 tot 27) bewaard. In de Uitspanningstraat zijn twee zeswoonsten (type B, huisnummer 52 tot 62 en 80 tot 90), een achtwoonst (type C, huisnummer 71 tot 85) en een vierwoonst (type A, huisnummer 59 tot 65) bewaard. Hierbij komen twee driewoonsten waarvan geen bouwplannen bewaard zijn, maar die qua stijl en materiaalgebruik duidelijk bij dezelfde bouwfase horen (huisnummer 46 tot 50 en 53 tot 57).
De woningen uit deze fase zijn nog duidelijk verankerd in de cottagestijl. De volumes zijn een tot twee bouwlagen hoog en worden gekenmerkt door samengestelde zadeldaken met dakkapellen, overstekende dakranden en een combinatie van punt- en lijstgevels. De uiterste woningen hebben aan de zijgevel steeds een uitbouw met puntgevel en worden ook aan de straatzijde door een puntgevel bekroond. In de straatgevel volgen daarop afwisselend punt- en lijstgevels, afhankelijk van het aantal woningen per blok. De gevels zijn opgetrokken in lichtrood baksteenmetselwerk in kruisverband op een gecementeerde of hardstenen plint, het bovenste deel van de gevels is afgewerkt met een cementering. Zowel boven de plint als boven het gelijkvloers worden de gevels horizontaal verdeeld met een lijst van schuin geplaatste bakstenen. De gevelhoeken zijn versierd met getrapte baksteenconsoles en bakstenen steunberen. De twee centrale woningen van de zes- en achtwoonsten (type B en C) hebben op de verdieping een twee- of driezijdige erker.
De rechthoekige gevelopeningen hebben op het gelijkvloers vlak gecementeerde lateien en daarboven een bakstenen ontlastingsboog. Hiervoor werd een bruine baksteen gebruikt, die met het gevelmetselwerk contrasteert. In de voorgevels van de uiterste woningen geven telkens twee kleine vensters op verspringend niveau de plaats van het trappenhuis aan.
Op de gevelplannen van het bouwdossier ziet men dat er in de cementering twee zones met verschillende structuur onderscheiden worden, dit is plaatselijk nog bewaard, bijvoorbeeld in de gevels van Eenheidstraat 3 tot 9 en 15 tot 27 is een deel van de cementering onder de dakrand voorzien van een fijne groevenstructuur en afgeboord met een smalle vlakke lijst. In de puntgevels is plaatselijk ook nog pseudovakwerk bewaard, bijvoorbeeld bij de woningen Eenheidstraat 19 en 21 en Uitspaninningstraat 71, 77 en 79.
Het buitenschrijnwerk is bijna volledig vernieuwd, soms werd hierbij de oorspronkelijke kleinhoutverdeling nagebootst, bijvoorbeeld bij Eenheidstraat 19. De woningen Eenheidstraat 6, 14 en 19 bewaren nog de oorspronkelijke voordeur, een sobere houten paneeldeur met rechthoekige lichtopening en centrale brievenbus, die verticaal verdeeld wordt door twee houten staven.
De erfgoedwaarde wordt voornamelijk bepaald door de ensemblewaarde en het straatbeeld. De geplande uitbreiding achteraan betekent geen onaanvaardbare verstoring van de erfgoedwaarde en is dan ook principieel aanvaardbaar vanuit oogpunt monumentenzorg.
Dit in tegenstelling tot de reeds uitgevoerde ingrepen ter hoogte van de voorgevel die een impact hebben op het straatbeeld, zijnde het vervangen van het drieledig houten schrijnwerk door atypisch geprofileerde pvc-ramen (met invulpaneel op gelijkvloers), het schilderen van de gecementeerde geveldelen waaronder de topgevel in een zandkleur en het aanbrengen van een blauwe hardstenen plint ter hoogte van de gecementeerde plint. Ook het afdakje voorzien ter hoogte van de voordeur is geen meerwaarde.
Gelet op de beeldondersteunende waarde en de ensemblewaarde van de huizenrij, wordt gevraagd om het schrijnwerk in de voorgevel uit te sluiten van vergunning en deze in de toekomst opnieuw te vervangen door een historische raamverdeling (3-verdeling + bovenlicht). De gecementeerde delen dienen bij een volgende gevelverfraaiing opnieuw geschilderd in een meer historische kleurstelling. De aangebrachte blauwe hardstenen plint is aanvaardbaar. De kleurstelling is hernomen en de kopse bakstenen boven de plint zijn behouden.
Voorwaarden:
- het schijnwerk in de voorgevel uit te sluiten van vergunning en op termijn te vervangen door historisch geprofileerd schrijnwerk (3-verdeling + bovenlicht), zonder invulpaneel in de gelijkvloerse raamopening;
- bij een toekomstige gevelverfraaiingscampagne, de gepleisterde delen opnieuw in een meer historische kleurstelling te schilderen;
- het afdakje boven de toegangsdeur uit te sluiten van vergunning.’
Er is geen aanleiding of voldoende motivatie om het advies van de stedelijke dienst monumentenzorg niet te volgen. De voorwaarden uit het advies zullen integraal overgenomen worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
2. De poort 5 meter dieper te plaatsen.
3. De verharding, van 3,15 m breedte, in de zijtuin en het verlengde ervan, te bepreken tot 5 m diepte (in plaats van 13, 25 m);
4. De verharding, van 3,15 m breedte, in de zijtuin en het verlengde ervan te voorzien in waterdoorlatend en grasdoorgroeibaar materiaal zoals grasdallen, gewapend gras of verharding met kleinschalige elementen met open voegen;
5. Bij een toekomstige gevelverfraaiingscampagne, de gepleisterde delen opnieuw in een meer historische kleurstelling te schilderen.
6. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
7. Geen vergunning wordt verleend voor het schijnwerk in de voorgevel. Op termijn moet dit vervangen worden door historisch geprofileerd schrijnwerk (3-verdeling + bovenlicht), zonder invulpaneel in de gelijkvloerse raamopening.
8. Geen vergunning wordt verleend voor het afdakje boven de toegangsdeur.
Standpunt college
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het college is van mening dat de aanwezige verharding in de tuinzone en de bestaande poort behouden kan blijven en schrapt daarom voorwaarde 2 en 4.
Het college acht het niet nodig een voorafname te doen op toekomstige werkzaamheden aan het pand en schrapt daarom voorwaarde 5 en 7 met betrekking tot de verfraaiingswerken aan de gevel en aanpassingen aan het schrijnwerk.
Het college is van mening dat het afdakje boven de toegangsdeur het ensemblebeeld en de erfgoedwaarde van de buurt niet verstoort en dit niet uitgesloten moet worden van vergunning. Daarom schrapt zij voorwaarde 8.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 17 juni 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 29 juli 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 27 september 2024 |
Verslag GOA | 9 september 2024 |
Naam GOA | Wim Van Roosendael |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
2. De verharding, van 3,15 m breedte, in de zijtuin en het verlengde ervan, te bepreken tot 5 m diepte (in plaats van 13, 25 m);
3. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.