Terug
Gepubliceerd op 30/09/2024

2024_CBS_07561 - Omgevingsvergunning - OMV_2023146063. De Bruynlaan 128. District Wilrijk - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 27/09/2024 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Jinnih Beels, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Peter Wouters, schepen; Elisabeth van Doesburg, schepen; Erica Caluwaerts, schepen; Tatjana Scheck, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Verontschuldigd

Annick De Ridder, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2024_CBS_07561 - Omgevingsvergunning - OMV_2023146063. De Bruynlaan 128. District Wilrijk - Weigering 2024_CBS_07561 - Omgevingsvergunning - OMV_2023146063. De Bruynlaan 128. District Wilrijk - Weigering

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2023146063

Gegevens van de aanvrager:

mevrouw Sandy Goldfinger met als contactadres Quinten Matsijslei 42 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

De Bruynlaan 128 te 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 43 sectie A nr. 8A3

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen en uitbreiden van een meergezinswoning en vermeerderen van het aantal wooneenheden van 14 naar 17

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          09/09/2022: voorwaardelijke vergunning (OMV_2022069261) voor het omvormen van een tank-/servicestation naar twee gelijkvloerse appartementen;

-          12/07/1965: vergunning (222#918) voor oprichten van een appartementsgebouw, garages en een benzinestation.

 

Vergunde toestand

-          functie:

  • wonen – meergezinswoning met 14 wooneenheden;

-          bouwvolume:

  • hoofdbouw van 4 bouwlagen onder plat dak;
  • bijgebouw met 8 autostalplaatsen van 1 bouwlaag onder plat dak, tegen de achterste perceelsgrens;

-          gevelafwerking:

  • voorgevel in wit verglaasde tegels op de verdiepingen en grijze natuursteen op het gelijkvloers;
  • gevelafwerking in zwart plaatmateriaal ter hoogte van de voordeuren links en rechts op het gelijkvloers;
  • lintelen en dorpels in blauwe hardsteen;
  • kroonlijst in gewapend beton;
  • buitenschrijnwerk op het gelijkvloers in grijs P.V.C. en poorten in grijs aluminium;
  • toegangsdeuren in champagnekleurig aluminium;
  • als voorwaarde bij de vergunning in kwestie werd opgelegd de garagepoort in het rechterdeel, naar de doorrit, uit te voeren in een hekwerk met open spijlen;

-          inrichting:

  • open binnenkoer, toegankelijk vanuit de gemeenschappelijke onderdoorrit;
  • 10 autostalplaatsen (8 in het bijgebouw en 2 in de achterzijde van het hoofdvolume) en 6 fietsstalplaatsen (aan de voorzijde);
  • 2 private tuinzones tegen de linker perceelsgrens met een gezamenlijke oppervlakte van 58,60 m2.

 

Bestaande toestand

-          de werken aan de laatst vergunde toestand zijn nog in uitvoering.


Nieuwe toestand

-          conform vergunde toestand, afgezien van:

-          functie: 

  • uitgebreide meergezinswoning, met in totaal 17 wooneenheden, 3 meer dan voorheen;
  • 3 extra wooneenheden in de nieuwe daklaag:
    • 2 twee-slaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van 70 m2;
    • 1 drie-slaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van 115,50 m2;

-          bouwvolume:

  • toegevoegde 5de bouwlaag, vooraan teruggetrokken, over de gehele perceelsbreedte;

-          gevelafwerking:

  • sectionaalpoort in grijs aluminium;
  • daklaag in donkere vezelcement gevelbekleding, met buitenschrijnwerk in wit P.V.C.;

-          inrichting:

  • verruimde fietsenberging aan voorzijde, met ingetekend stalplaats voor 15 (16 in geschreven tekst) fietsen;
  • licht verruimde private tuinzones aan linkerzijde, met een gezamenlijke oppervlakte van 67,30 m2.

 

Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal wooneenheden, van 14 naar 17;

-          uitbreiden van het bouwvolume, met een deels teruggetrokken 5de bouwlaag;

-          deels wijzigen van de voorgevel en de scheidsmuren.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

9 augustus 2024

12 september 2024

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

9 augustus 2024

4 september 2024

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

9 augustus 2024

12 augustus 2024

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:

- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;

- de eigen aard van het betrokken gebied;

- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgende punten:

  • het hemelwater zal enkel worden hergebruikt voor het spoelen van de toiletten, dit terwijl betreffende dient te worden hergebruikt voor zowel buitenkranen, wasmachines als toiletten;
  • er wordt geen infiltratievoorziening geplaatst. Er dient een infiltratievoorziening te worden geplaatst met een minimale inhoud van 3.250,50 liter en een oppervlakte van 7,88 m2.
     

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:

  • artikel 18: het niveauverschil ter hoogte van de linker toegangsdeur is vermeerderd van 0,20 m naar 0,24 m en betreffende wordt niet overbrugd met een combinatie van trap en helling;
  • artikel 22: de vernieuwde toegangsdeuren in de voorgevel hebben een vrije doorgangsbreedte van minder dan 0,90 m. Ook de deur naar het gemeenschappelijke afvallokaal heeft een breedte van slechts 0,83 m.

 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 6 – Harmonie en draagkracht: de draagkracht van het perceel wordt overschreden door de toevoeging van 3 bijkomende wooneenheden, dit zonder een antwoord te bieden op de toenemende parkeerdruk, dewelke reeds aan de ruime kant is door het toevoegen van 2 extra wooneenheden in de vorige vergunning. Bijkomend vertoont de bebouwing in de ruime omgeving op geen enkele plaats een 5de bouwlaag, noch in volledige noch in teruggetrokken bezetting. Er kan dan ook eenduidig worden geoordeeld dat de extra bouwlaag niet in overeenstemming is met wat aanwezig is in de gebouwde context;
  • artikel 10 – Inplanting, bouwhoogte en bouwdiepte: de voorgestelde bouwhoogte is niet in harmonie met de kenmerken van de omgeving. Door bovendien te bouwen tot op de gevellijn aan de achterzijde (en niet teruggetrokken) ontstaat onaanvaardbare bijkomende schaduwwerking in de naburige tuinen en panden;
  • artikel 29 – Fietsstalplaatsen en fietsparkeerplaatsen: er dient op een degelijke wijze fietsstalplaats te worden voorzien voor 10 extra fietsen, bovenop de reeds beschikbare 6 stuks. In eerste instantie biedt de fietsenberging slechts plaats aan 15 fietsen (en niet aan het vereiste aantal van 16) maar bijkomend is zij onvoldoende breed om aan beide zijden op een degelijke wijze fietsen te stallen, daar de tussenafstand in het midden minimaal 1,80 m dient te bedragen (hier is slechts 1,40 m beschikbaar, dit terwijl deels hangfietsen worden ingetekend en hiervoor bovendien nog een ruimere tussenafstand vereist is);
  • artikel 30 – Autostalplaatsen en autoparkeerplaatsen: voor de 3 bij te creëren wooneenheden worden geen extra autostalplaatsen voorzien, dit terwijl bij de vorige uitbreiding reeds vergunde parkeerplaatsen werden geschrapt;
  • artikel 41 – Kenmerken aansluitingen op het openbaar rioolstelsel en afvoerleidingen: de aansluitpunten van de DWA en de RWA zijn ter hoogte van de rooilijn te ver uiteen gesitueerd.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving besluit de toegevoegde project-MER-screeningsnota dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
 

-          Programmatorische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing.
Er werd geen impactscore berekening aan het dossier toegevoegd. Na onderzoek kan echter in alle redelijkheid worden geconcludeerd dat de impactscore voor dit project de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
 

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Beoordeling afwijkingen van de voorschriften

De aanvraag wijkt af op artikel 6, 10, 29, 30 en 41 van de bouwcode.

 

Er worden werken uitgevoerd aan de afwatering waardoor de hemelwaterverordening van toepassing is.

Er wordt echter vastgesteld dat de aanvraag hiervan afwijkt op volgende punten:

  • het hemelwater zal enkel worden hergebruikt voor het spoelen van de toiletten. Het hemelwater dient te worden hergebruikt voor zowel buitenkranen, wasmachines als toiletten;
  • er wordt geen infiltratievoorziening geplaatst. Er dient een infiltratievoorziening te worden geplaatst met een minimale inhoud van 3250,50 liter en een oppervlakte van 7,88 m2.

 

Indien er een vergunning zou worden verleend, zou dit als voorwaarde worden opgenomen.

 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:

  • artikel 18: het niveauverschil ter hoogte van de linker toegangsdeur is vermeerderd van 0,20 m naar 0,24 m. Het niveauverschil wordt niet overbrugd met een trap in combinatie met een helling;
  • artikel 22: de vernieuwde toegangsdeuren in de voorgevel hebben een vrije doorgangsbreedte van minder dan 0,90 m. Ook de deur naar het gemeenschappelijk afvallokaal heeft een breedte van slechts 0,83 m.

 

Indien er een vergunning zou worden verleend, zou dit als voorwaarde worden opgenomen.

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag omvat geen functiewijziging. De meergezinswoning blijft behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd wordt.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Schaal en ruimtegebruik zijn ongunstig. De aanvraag dient te worden geweigerd.

De aanvraag beoogt het uitbreiden van een meergezinswoning met een vijfde bouwlaag die teruggetrokken uitgevoerd wordt ten opzichte van de voorgevellijn. De uitbreiding heeft als doel om de meergezinswoning uit te breiden van 14 naar 17 wooneenheden. De uitbreiding van de meergezinswoning overschrijdt de draagkracht op het perceel en de omgeving. Zowel de bouwhoogte, bouwdiepte als het aantal woningen tast de draagkracht aan (artikel 6 bouwcode).

 

De aanvraag is strijdig met artikel 10 van de bouwcode dat stelt dat er bij nieuwbouw, herbouw, functiewijziging of een volume-uitbreiding de inplanting, bouwhoogte en bouwdiepte in harmonie moet zijn met het referentiebeeld. Een vijfde bouwlaag is niet kenmerkend in deze straatwand en deze context in het algemeen.

 

De Bruynlaan heeft een straatbreedte van voorgevel tot voorgevel van circa 30 meter wat zou kunnen impliceren dat een optopping van het gebouw ruimtelijk inpasbaar is. Er moet echter ook rekening gehouden met het bouwblok en meer specifiek met het binnengebied. Hier wordt er een relatief beperkte afstand vastgesteld ten opzichte van de kenmerkende achtergevels in de Golfstraat. Dit maakt dat een 5de bouwlaag de stedenbouwkundig aanvaardbare bouwhoogte overschrijdt. Het bestaande appartementsgebouw met vier bouwlagen en een bouwhoogte van 13,05 meter heeft reeds de maximaal aanvaardbare bouwhoogte bereikt. Een 5de bouwlaag die start aan de voorgevelbouwlijn en afbouwt naar het binnengebied komt hierdoor eveneens niet in aanmerking voor vergunning.

Een 5de bouwlaag overschrijdt aldus de draagkracht op het perceel en de omgeving.

 

Bovendien zorgen de bijkomende appartementen voor een verhoging van de mobiliteitsimpact die niet kan opgevangen worden op het perceel.

 

In de verleende vergunning met referentie OMV_2022069261 werden er reeds twee extra wooneenheden voorzien. Hiervoor dienden er reeds 4 autostaanplaatsen te worden afgekocht omdat ze op het perceel niet gerealiseerd konden worden. In de huidige aanvraag zijn er bijkomend 4 ontbrekende autostaanplaatsen waardoor er in totaal 7 ontbrekende autostaanplaatsen zijn.

 

Ten opzichte van de originele vergunning, met 12 wooneenheden en 12 parkeerplaatsen op eigen terrein, is er nu sprake van een verhoging naar 17 units en dit met slechts 10 resterende parkeerplaatsen (terwijl in se de nieuwe parkeerbehoefte neerkomt op ongeveer 18 plaatsen) – er is dus sprake van een vereiste afkoop van ruwweg 44 % van de benodigde plaatsen. Dus voor nagenoeg de helft van het aantal appartementen wordt er geen autostaanplaats voorzien. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt onaanvaardbaar en een bijkomend bewijs dat de draagkracht van het perceel wordt overschreden. De aanvraag dient te worden geweigerd.

 

Visueel-vormelijke elementen

De nieuwe bouwlaag wordt afgewerkt met donkerkleurige (kleur niet gekend) cementplaten en wit pvc schrijnwerk. De materialen zijn hiermee afgestemd op de onderbouw waardoor het, louter vanuit visueel oogpunt, gunstig is. De inkomdeuren op het gelijkvloers worden voorzien in grijs P.V.C. De overige geveldelen maken geen deel uit van de vergunning.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Op het gelijkvloers wordt er voor appartement 0.2 een beperkt volume toegevoegd aan het appartement dat dienst doet als berging. In functie hiervan wordt de haagafsluiting van de tuin wat verschoven waardoor er een grote tuin voor deze woongelegenheid ontstaat. Dit zorgt voor meer ontharding wat zowel de woonkwaliteit als de biodiversiteit ten goede komt, waardoor dit aspect gunstig wordt beoordeeld.

 

De fietsenberging vooraan wordt vergroot.

 

De afvalberging verkleint hierdoor maar de oppervlakte is nog steeds in overeenstemming met de bouwcode. Het vergroten van de afgesloten en vlot toegankelijke fietsenberging draagt positief bij aan de woonkwaliteit van de bestaande vergunde appartementen.

 

Voor het uitvoeren van de vijfde bouwlaag met drie bijkomende appartementen bedraagt de bijkomende fietsparkeerbehoefte is 2 x (2+1) + 1 x (3+1) = 10 fietsstalplaatsen. 

De bestaande fietsenberging wordt vergroot, maar er is onvoldoende breed om aan beide kanten fietsen te zetten. De middenafstand tussen de fietsen moet minimaal 1,80 zijn. Er is maar 1,40 m. En voor hangfietsen moet er zelfs iets meer ruimte zijn. 

 

Hoewel de vijfde bouwlaag wordt uitgesloten van vergunning wordt er vanuit stedenbouwkundig oogpunt aangesloten bij het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit. Het verruimen en optimaliseren van de fietsenberging verbetert de woonkwaliteit van de bestaande vergunde appartementen en moedigt hierdoor bewoners aan om de fiets te gebruiken wat gunstig is.

 

De buitenruimtes van de nieuwe units in de daklaag voldoen niet aan de algemene richtlijnen inzake privacy en inkijk – zo dient een afstand van minimaal 1,90 m ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrenzen te worden voorzien en dit over de volledig diepte van de terrassen in kwestie.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en/of functiewijziging. 

Een bestaande meergezinswoning wordt uitgebreid met een bijkomende dakverdieping (4e verdieping). Hier worden 2 tweeslaapkamerappartementen en 1 drieslaapkamerappartement voorzien. 

Het aantal wooneenheden gaat van 14 naar 17.  

 

3 appartementen tussen 60 m² en 90 m² met parkeernorm 1,35 à 3 x 1,35 = 4,05 afgerond 4 parkeerplaatsen. 

 

De werkelijke parkeerbehoefte is 4 parkeerplaatsen. 

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

Er worden geen bijkomende parkeerplaatsen voorzien. 

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:

 

De voorgevel bestaat reeds uit een onderdoorrij en een toegang van op de straat tot de fietsenberging. Bijkomende autostaanplaatsen voorzien, zou er voor zorgen dat er één of alle appartementen op het gelijkvloers (= 2) dienen gesupprimeerd te worden. Hierdoor zou er enerzijds onvoldoende contact zijn met het aangrenzend openbaar domein waardoor de verblijfskwaliteit en de sociale controle wordt belemmert. Anderzijds zou het voorzien van nog meer autostaanplaatsen er voor zorgen dat bijna het volledig gelijkvloers als autostaanplaats wordt ingericht wat geen ruimtelijke kwaliteit biedt.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 4 – 0 = 4.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4 – 0 = 4.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften en een goede ruimtelijke ordening.

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

3 juni 2024

Volledig en ontvankelijk

9 augustus 2024

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

8 oktober 2024

Verslag GOA

19 september 2024

Naam GOA

Gerd Cryns

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.