Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2023164771 |
Gegevens van de aanvrager: | AUTOGEMB Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen met als contactadres Frankrijklei 71/73 te 2000 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | AUTOGEMB Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen (0824037071) met als contactadres Frankrijklei 71/73 te 2000 Antwerpen |
Ligging van het project: | Waterbaan 149-159, Sint-Rochusstraat 124 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 32 sectie B nrs. 470P2 en 470L2 |
waarvan: |
|
- 20210601-0084 | afdeling 32 sectie B nr. 470P2 (Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | nieuwbouw van een schoolvleugel, verbouwen van een bestaand schoolgebouw, afbraak bestaande luifels, bouw van 2 luifels (SH) en de actualisatie van de exploitatie van de school (IIOA) |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 18/01/2023: voorwaardelijk gunstig advies Inter (20230322) voor het verbouwen en uitbreiden van een school;
- 20/07/2021: aktename milieu melding (OMV_2021095437) voor de exploitatie van een bestaand scholencomplex;
Sint-Rochusstraat:
- 22/12/2006: vergunning (20062361) voor het bouwen van een begeleidingstehuis voor meisjes;
Gebouw in binnengebied:
- 28/04/2003: vergunning (20021579) voor het bouwen van een sportzaal, kleedkamers, klaslokalen en refter.
Vergunde toestand
- functie: schoolgebouwencomplex;
- bouwvolume: 3 volumes:
- gevelafwerking:
- gele gevelsteen met blauwe hardstenen plint en accentueringen aan de raamopeningen en met wit pvc-schrijnwerk;
- wit bepleisterde zijgevel en toegangspoort (linker perceelgrens);
- rode gevelsteen met horizontale geleding in gele gevelsteen, een plint in blauwe hardsteen en met wit stalen schrijnwerk;
- rode gevelsteen met donker aluminium schrijnwerk;
- rode baksteen en architectonisch beton met grijs aluminium schrijnwerk;
- inrichting:
- 2 septische putten van 10.000 l en 1 van 3.000 l;
- 2 regenwaterputten van 20.000 l.
Nieuwe toestand
- functie: school met secundair onderwijs voor 744 leerlingen;
- bouwvolume:
- nieuwbouw met oppervlakte van 184 m² (2.325 m³);
- 3 bovengrondse bouwlagen met een plat dak;
- ondergrondse fietsenstalling;
- nieuwe luifel B met een dakterras;
- nieuwe verticale circulatie met een trap en lift;
- doorgang van gebouw D naar gebouw E;
- gevelafwerking:
- zachtgele gevelsteen met een plint in blauwe steen;
- toegangspoort in staal in een zachtgroene kleur;
- buitenschrijnwerk in aluminium in een witte/lichtbeige kleur;
- doorvalbeveiliging aan ramen in staal in een witte/lichtbeige kleur;
- dorpels in blauwe hardsteen en dakgoot en luifel in beton;
- gevelisolatie afgewerkt met zachtgele gevelsteenstrips;
- plint in blauwe steen;
- wit aluminium buitenschrijnwerk;
- perceelinrichting:
- 5 te behouden en 6 gevelde bomen – na gewijzigde projectinhoudversie: 8 te behouden en 3 gevelde bomen;
- 8 nieuwe hoogstammige inheemse bomen Alnus glutinosa (zwarte els) en Carpinus betulus (haagbeuk);
- ontharding;
- 5 infiltratiekommen.
Inhoud van de aanvraag
- slopen van 4 luifels;
- bouwen van 2 nieuwe luifels A en B (met dakterras) te Sint-Rochusstraat en te Waterbaan;
- bouwen van een nieuwbouw gebouw B te Sint-Rochusstraat;
- plaatsen van zaakgebonden publiciteit te Sint-Rochusstraat;
- wijzigen van de voorgevel te Sint-Rochusstraat;
- wijzigen en isoleren van de voorgevel van gebouw E te Waterbaan;
- verhogen van de scheimuur met de linker aanpaler te Sint-Rochusstraat;
- doorvoeren van interne constructieve werken;
- heraanleggen van het binnengebied/speelplaats;
- vellen van 6 hoogstammige bomen in het binnengebied/de speelplaats – na gewijzigde projectinhoudversie: vellen van 3 hoogstammige bomen.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 22 augustus 2002 verleende de deputatie een vergunning aan het gemeentebestuur van Antwerpen voor de exploitatie van een school (kenmerk MLAV1/02-153). Op 20 juli 2021 werd de vergunning stopgezet en akte genomen van de exploitatie van een scholencomplex door AG Stedelijk Onderwijs (kenmerk OMV_2021095437).
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat een actualisatie van de ingedeelde inrichtingen naar aanleiding van een renovatie van de school.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
43.1.1°b) | het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas; | +20,00 kW |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Aquafin | 2 augustus 2024 | 12 september 2024 | Ongunstig |
Fluvius System Operator | 2 augustus 2024 | 26 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 2 augustus 2024 | 28 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 24 september 2024 | 26 september 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Proximus | 2 augustus 2024 | 12 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Watertoets | 2 augustus 2024 | 26 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Water-link | 2 augustus 2024 | 12 september 2024 | Ongunstig |
Wyre | 2 augustus 2024 | 5 augustus 2024 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 2 augustus 2024 | 2 augustus 2024 |
Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen | 2 augustus 2024 | 5 augustus 2024 |
Stadsontwikkeling/ Klimaat en Leefmilieu | 2 augustus 2024 | 19 augustus 2024 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 2 augustus 2024 | 5 september 2024 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 2 augustus 2024 | 26 augustus 2024 |
Talentontwikkeling en Vrijetijdsbeleving/ Onderwijsbeleid/ Capaciteit | 2 augustus 2024 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied in de stedelijke agglomeratie van Antwerpen, dit is het gedeelte van de stad gelegen tussen de Kleine Ring en respectievelijk de reservatiestrook voor de aanleg van lijninfrastructuur (de A102) tussen Merksem en Wommelgem, de R11 tussen Wommelgem en Mortsel, de oostelijke grens van Mortsel en Hove en de reservatiestrook voor pijpleidingen tussen Hove/Kontich en Hemiksem.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
In dit gebied wordt de maximale bouwhoogte afgestemd op de volgende criteria:
- de in de onmiddellijke omgeving aanwezige bouwhoogten;
- de eigen aard van het betrokken gebied;
- de breedte van het voor het gebouw gelegen openbaar domein.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is niet in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend punt:
Er kan niet beoordeeld worden aan de hand van het voorgevelaanzicht van gebouw E dat het hoogteverschil tussen binnen en buiten beperkt blijft tot 2 cm na het plaatsen van nieuwe toegangsdeuren.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voetgangersverkeer.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
§2 De inplanting van de vergunningsplichtige en meldingsplichtige werken worden zo bepaald dat de aanwezige bomen maximaal behouden kunnen blijven.
Plaatsing haaks op het gevelvlak: een banier dient geplaatst te worden binnen de zone tussen 2,60 meter boven het aangrenzende maaiveld en de 3de verdieping op minstens 0,60 meter van de eigendomsgrens. De banier bevindt zich niet op minder dan 0,60 meter van de linker perceelgrens te Sint-Rochusstraat.
In afwijking van §1 moet het dak van ruimten waarvan het plafond zich bevindt onder het aangrenzende maaiveld, voorzien worden van een grondlaag met een dikte van minimaal 1 meter, tenzij een gelijkwaardig groenplan met plantgaten wordt voorgelegd. De kelder van de nieuwbouw gebouw B, voldoet hier niet aan.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een project is voor de exploitatie van een IIOA met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht en ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij aangewezen is als adviesinstantie.
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Uit het ingewonnen advies blijkt wel dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect op het eigen perceel te beperken of herstellen.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag heeft betrekking op uitbreidings- en verbouwingswerken aan een bestaande school. De huidige schoolsite omvat drie scholen. Het Stedelijk Lyceum Waterbaan is momenteel gevestigd aan de Waterbaan 159 en deelt de locatie met een kleuterschool en een lagere school, gelegen aan de Waterbaan 163 en Sint-Rochusstraat 124. De basisscholen zullen de site verlaten, waarna de vrijgekomen gebouwen worden geïntegreerd binnen dit schoolgebouwencomplex. De volledige site van het Stedelijk Lyceum aan de Sint-Rochusstraat – Waterbaan wordt heringericht om plaats te bieden aan 744 leerlingen in het secundair onderwijs.
De functie van de schoolsite blijft behouden en is derhalve inpasbaar in de stedelijke omgeving.
Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid
De aanvraag betreft het verbouwen van de bestaande gebouwen en het voorzien van twee luifels, alsook een nieuwbouw met gebouw B aan de zijde van de Sint-Rochusstraat.
De nieuwbouw met gebouw B sluit aan bij de bestaande bebouwing. Het betreft een volume van drie bouwlagen onder een plat dak en een maximale bouwhoogte van circa 13,80 meter, waarmee het aansluit op het rechts aanpalende schoolgebouw, gebouw A. Aan de kant van de linkerbuur is de hoogte teruggebracht naar circa 12,50 meter. Hierdoor wordt een overgang gemaakt naar de hoogte van de woningen in de straat.
Het nieuwbouwvolume B maakt een verspringing aan de straatzijde, eveneens om aansluiting te vinden bij de bestaande bebouwing. Het rechtse deel volgt de bouwlijn van het bestaande schoolgebouw A, terwijl het linkse deel aansluit bij de bouwlijn van de aangrenzende woning.
Aan de achterzijde sluit de nieuwbouw B aan op de achtergevellijn van de naastgelegen woning.
Zo wordt de straatwand afgesloten met voldoende aandacht voor bouwhoogtes en bouwdieptes van de bestaande aanpalende bebouwing. Bijgevolg is de nieuwbouw met gebouw B vanuit ruimtelijk oogpunt inpasbaar in zijn omgeving.
De toegang naar de speelplaats blijft ter hoogte van de nieuwbouw behouden via een onderdoorgang. Onder de nieuwbouw komt een grote fietsenstalling die onder een deel van de speelplaats doorloopt.
Voor de verbouwing van de bestaande gebouwen hebben de wijzigingen betrekking op gebouwen C, D en E.
Een deel van gebouw C wordt omgevormd om sanitair te creëren voor de speelplaats. Gebouw E, het deel dat momenteel kleuters huisvest, wordt verbouwd om te voldoen aan de eisen van een secundaire school. Er wordt een nieuwe verticale circulatie toegevoegd, met een interne en externe trap, en een lift.
De voornaamste aanpassing in gebouw D is de doorgang op het gelijkvloers, die de gebouwen D en E verbindt voor een betere interne circulatie.
De volumes van deze gebouwen blijven grotendeels ongewijzigd, waardoor schaal en bouwdichtheid gerespecteerd blijven. De voorgestelde werken zijn voornamelijk interne wijzigingen en beogen het optimaliseren van de ruimtes en circulatie binnen de school.
Tenslotte wordt de bestaande speelplaats volledig heringericht en gedeeltelijk onthard, waardoor er ruimte ontstaat voor extra groenvoorzieningen. Er worden twee nieuwe grote luifels voorzien die voor een overdekte verbinding zorgen tussen de gebouwen A, C en D. Deze werken in binnengebied zijn eveneens ruimtelijk inpasbaar.
Visueel-vormelijke elementen
Met uitzondering van gebouw E blijven de straatgevels van de bestaande gebouwen ongewijzigd. Bij gebouw E wordt nieuw buitenschrijnwerk geplaatst en de gevel geïsoleerd en afgewerkt met gevelsteenstrips.
De nieuwbouw en gevelrenovaties worden visueel afgestemd op de bestaande schoolgebouwen waardoor een samenhangend geheel gevormd wordt. Zo wordt gekozen voor een zachtgele gevelsteen die terugkomt in zowel de nieuwbouw met gebouw B als in het gerenoveerde gebouw E. De sokkels van beide gebouwen worden uitgevoerd in blauwe hardsteen, wat aansluit bij de sokkels van de bestaande aangrenzende gebouwen A en D.
Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in aluminium in lichtbeige. Andere elementen, zoals de blauwe hardstenen dorpels en de zachtgroene stalen trappen, borstweringen en toegangspoort, zorgen voor een samenhangende uitstraling van het geheel.
De gekozen materialisatie sluit aan de materialisatie van de bestaande gebouwen en gevels in de omgeving en is bijgevolg inpasbaar in het straatbeeld. Bij het plaatsen van buitengevelisolatie dient er aandacht besteed worden aan een aantal voorwaarden in functie van het inpalmen van het openbaar domein en het uitzicht van de gevel.
De aanvraag is wel strijdig met artikel 33 uit de bouwcode. Een banier dient geplaatst te worden op minstens 0,60 meter van de eigendomsgrens. De banier ter hoogte van de nieuwbouw B voldoet hier niet aan. Bijgevolg wordt als voorwaarde bij de vergunning opgenomen een minimale afstand van 0,60 meter te vrijwaren ten opzichte van de perceelgrens conform dit voorschrift.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De nieuwbouw en de nieuwe luifels worden voorzien van respectievelijk extensieve en semi-intensieve groendaken. Een deel van luifel B wordt ingericht als terras. De constructies en terras bevinden zich op voldoende afstand van de dichtstbijzijnde buren, waardoor weinig tot geen hinder veroorzaakt wordt.
Het perceel, dat momenteel grotendeels verhard is, zal deels worden onthard en vergroend waar mogelijk. Hemelwater zal worden afgevoerd via bovengrondse infiltratiekommen op eigen terrein, waardoor er geen extra belasting komt op de riolering. Voor de verbouwing van gebouw E worden ook hemelwaterputten aangelegd, die gebruikt zullen worden voor de spoeling van de nieuwe sanitaire installaties.
Op basis van de pluviale overstromingskaarten is er kans op overstroming op het perceel. Het advies van het Vlaamse Milieumaatschappij is voorwaardelijk gunstig:
“Op basis van de pluviale overstromingskaarten wordt water op de omliggende straten verwacht en ook deels op de percelen zelf bij hevige wolkbreuken. De pluviale overstromingspeilen die worden gemodelleerd bedragen circa 8,57 mTAW. Er dienen dan ook best voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Er dient voor gezorgd te worden dat het water van op straat niet kan binnenstromen in gebouwen of de nieuwe ondergrondse fietsenstallingen tot op een niveau van 8,87 mTAW.
Voor de bestaande gebouwen adviseren we om ook tot op 8,87 mTAW gevelopeningen zoals verluchtingsgaten, eventuele keldergaten waterdicht afsluitbaar te maken. Ook adviseren we om waar nodig schotten te voorzien voor ramen en deuren en indien de muren onvoldoende waterkerend zijn deze te voorzien van een waterkerend product. We adviseren ook de plaatsing van terugslagkleppen op de aansluitingen naar de straatriolering.
We verwachten geen significante inname van ruimte voor overstromingswater.”
De voorwaarden uit het advies van de VMM worden integraal mee overgenomen in de voorwaarden bij de vergunning.
De aanvraag wijkt af van artikel 17 uit de bouwcode. De werken moeten zo bepaald worden dat de aanwezige bomen maximaal behouden kunnen blijven. Op de site worden volgens de oorspronkelijke aanvraag 6 bomen gekapt.
Het advies van de stedelijke Groendienst is ongunstig en kan als volgt worden samengevat:
“De speelplaats bevat grote waardevolle bomen die in tijden van hittestress schaduw en koelte creëren. De groendienst vraagt het maximale behoud van deze bomen, inclusief ondergrondse groeiruimte onder de verharding. Het vergroenen van de speelplaats is een goed idee, weliswaar vertrekkende van het bestaande waardevolle groen. De werken dienen boomvriendelijk uitgevoerd te worden, zonder schade aan te richten aan de bestaande boomwortels.
Als deze bomen gekapt worden, verlies je minstens 30 jaar aan groenvolume/schaduw en moet er voor de nieuwe bomen ondergrondse groeiomstandigheden (lees boombunkers) gecreëerd worden onder de verharding om hetzelfde groenvolume te bereiken.”
Om toch drie (mogelijks vier) bestaande hoogstammige bomen (van de 6) te behouden, is tijdens de procedure een aangepast inplantingsplan toegevoegd in een nieuwe projectinhoudversie. Uit verder overleg met de brandweer is gebleken dat de opstelplaats op het einde van speelplaats A overbodig is. Gebouw C bestaat uit één bouwlaag achteraan. Bij een gebouw met één bouwlaag, is voor de brandweer slechts één punt in de gevel voldoende waardoor de brandweg verkleind kan worden tot de 'T' vlak aan luifel A. De opstelplaats na de luifel kan wegvallen, waardoor bomen 1, 2 en 3 kunnen behouden blijven. Dit aangepast plan werd ter advies aan de brandweer voorgelegd en door de brandweer op 26 september 2024 goedgekeurd.
Het advies van de brandweer over de nieuwe projectinhoudversie is voorwaardelijk gunstig en dient strikt te worden nageleefd.
In het advies van de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu wordt voor het aspect energie het volgende opgenomen:
“De ingrijpende aanpassingen aan de gebouwen en de inrichting van deze schoolsite in het algemeen vormen een uitstekende gelegenheid om de duurzaamheid van de site te verbeteren. De voorliggende ontwerpen maken op bepaalde vlakken zeker de juiste keuzes (zoals ontharding en de toevoeging van groendaken op de nieuwe gebouwen en luifels. De plannen zoals voorgelegd in de vergunningsaanvraag zijn niet in strijd met bepalingen inzake energieprestatie en hernieuwbare energie uit de bouwcode of hogere regelgeveing.
Toch laat de bouwheer hier ook enkele kansen liggen. Zo zouden de geplande werkzaamheden aangegrepen kunnen worden om meer hernieuwbare energieproductie te introduceren:
De realisatie van gebouw B (met grote ondergrondse fietsenparking) zal een hypotheek leggen op de eventueel latere realisatie van deze systemen. We vragen dus dat de bouwheer in overleg treedt met de stad (afdeling Stadsontwikkeling/ Klimaat en Leefmilieu) om te onderzoeken hoe deze kansen kunnen benut worden in het voorliggende project of minstens gevrijwaard worden voor de toekomst.”
Deze aanbevelingen in het advies van de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu kunnen bijgetreden worden, waarbij wordt voorgesteld om te onderzoeken en met de dienst Klimaat en Leefmilieu te bekijken of meer hernieuwbare energieproductie op de site mogelijk is.
Voor wat betreft de plaatsing van zonnepanelen, deze zijn vrijgesteld van vergunning op voorwaarde dat aan de bouwcode voldaan wordt.
De aanvraag is strijdig met artikel 38 uit de bouwcode. Het dak van ruimten waarvan het plafond zich bevindt onder het aangrenzende maaiveld moet voorzien worden van een grondlaag met een dikte van minimaal 1 meter. Voor de fietskelder moet hieraan worden voldaan.
Tenslotte kan er niet geoordeeld worden of de aanvraag voldoet aan artikel 18 uit de gewestelijke verordening toegankelijkheid. Het hoogteverschil tussen binnen en buiten ter hoogte van de inkomdeur van gebouw E dient dan ook beperkt te worden tot 2 cm.
Tijdens de procedure is echter ook een ongunstig advies van Aquafin binnen gekomen, met de volgende opmerkingen:
Om aan het advies van Aquafin tegemoet te komen, worden deze opmerkingen overgenomen in de voorwaarden bij de vergunning.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 14 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de omvorming naar middelbare school en de uitbreiding van het gebouw. Er komen 345 middelbare scholieren bij. De norm bedraagt 4 pp/100 leerlingen: 345 leerlingen x 4/100 pp = 13,8. De werkelijke parkeerbehoefte is 14.
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet gerealiseerd worden door de inrichting en het gebruik van het perceel: Het betreft een bestaand schoolgebouwencomplex waarbij een uitbreiding voorzien wordt aan de rand van het bouwblok. Omdat de onderdoorgang onder dit volume dient als toegang tot de speelplaats, is het onveilig om deze te gebruiken als doorgang voor voertuigen. Daarnaast is parkeren op de speelplaats uitgesloten, omdat dit geen veilige locatie is voor het stallen van auto's.
|
Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 14 – 0 = 14. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. Er verdwijnen 16 klassen in de kleuter en lagere school, de norm bedraagt 0,75/lokaal; 16 x 0,75= 12. Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 12.
Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 12 parkeerplaatsen. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 14 – 12 = 2.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen.
|
Fietsvoorzieningen
Voor de 345 nieuwe leerlingen van de middelbare school dienen er 230 fietsstalplaatsen voorzien te worden (2/3de richtlijn). Voor het personeel dienen er 22 overdekte en afsluitbare fietsstalplaatsen voorzien te worden.
Er worden in de ondergrondse fietsenparking 330 fietsstalplaatsen voorzien voor leerlingen, waarvan 180 in een dubbellaags systeem en 150 gewone fietsstalplaatsen.
In een aparte ruimte in de kelder worden ook 30 fietsstalplaatsen voor leerkrachten voorzien waarvan 20 voor buitenmaatse fietsen.
De toegang naar de fietsenberging werd ingericht met een voldoende brede fietstrap met in het midden een vlakke zone voor de fiets.
De stedelijke dienst Mobiliteit legt als voorwaarde op dat er ook stalplaatsen voor brommers moeten voorzien worden.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Het project gesitueerd tussen de Waterbaan en de Sint-Rochusstraat omvatte twee organisatorisch gescheiden scholen:
- het stedelijk Lyceum Waterbaan (middelbaar);
- de basisschool Octopus (lager en kleuter).
De kleuterschool en lagere school verlaten de site en de vrije gebouwen worden toegevoegd aan de secundaire school. De site wordt volledig ingericht als stedelijk lyceum bestemd voor 744 leerlingen. Het aantal leerlingen blijft ongeveer gelijk.
Op de site wordt een nieuw gebouw voorzien op een onbebouwd deel (gebouw B) en een deel van de kleuterschool wordt grondig gerenoveerd en heringericht (gebouw E). De verbouwingen focussen voornamelijk op een nieuwe verticale circulatie en het isoleren en renoveren van de buitengevel van het gebouw. In gebouw C wordt een klaslokaal omgebouwd tot sanitair voor de speelplaats.
De impact op de vergunde toestand van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten is beperkt. De hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke producten, het aantal labo’s, het debiet huishoudelijk afvalwater en de polyvalente zaal wijzigen niet. De inrichting is vergund voor vijf stookinstallaties met een totaal vermogen van 965 kW (2x 230 kW, 2x 90 kW, 1x 325 kW).
De nieuwbouw (gebouw B) wordt aangesloten op de bestaande stookinstallaties van gebouw A. De vergunde toestand komt echter niet overeen met de uitgevoerde toestand en wordt als volgt geactualiseerd:
- gebouw A en B: 2x 146 kW;
- gebouw C: 2x 104 kW + 44 kW (warm water);
- gebouw D: 261 kW;
- gebouw E: 2x 90 kW.
De installaties worden gevoed met gas en stoten CO, CO2 en NOx uit. Voor de stikstofdeposities werd de impactscore berekend. De impactscoretool geeft aan dat er geen risico is op vermesting of verzuring als gevolg van de stikstofemissies. Ook andere geleide emissies zijn niet van dergelijke grootteorde zijn dat aanzienlijke impact wordt verwacht.
De stikstofdeposities van verkeer tijdens de exploitatiefase op basis van het worstcasescenario bedraagt 0,00027 kg/N/ha/jaar. De 1%-drempelwaarde uit de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) zal niet worden overschreden en de dalende trend wordt niet gehypothekeerd.
Op piekmomenten zijn er een groot aantal verkeersbewegingen te verwachten rond de school. Het aantal autobewegingen zal echter afnemen omdat de leerlingen van het middelbaar grotendeels (80%) met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer komen.
De gevaarlijke producten bevinden zich in kleine verpakkingen en worden opgeslagen in afgesloten stockageruimten boven een lekbak. Zowel het risico op blootstelling als op bodemverontreiniging is beperkt.
Hemelwater op de nieuwe daken en luifels wordt maximaal vastgehouden in groendaken; overtollig hemelwater wordt geïnfiltreerd. Het platte dak van gebouw E wordt afgekoppeld van de riolering een aangesloten op zes hemelwaterputten van 10 m³; het water zal worden gebruikt voor het spoelen van toiletten en buitenkranen. De hydraulische belasting van het rioleringsnet daalt. Zwart water wordt voorbehandeld in septische putten.
De riolering is aangesloten op de RWZI Deurne. Gelet op de voorbehandeling van het huishoudelijk afvalwater en de ligging in centraal gebied, wordt geen negatieve impact verwacht op het watersysteem of de oppervlaktewaterkwaliteit.
Rubriek 46 kan geschrapt worden gezien het vermogen van de wasmachines lager ligt dan 5 kW.
Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen aanwijzingen dat de gevraagde aanpassing een toename van de hinder tot gevolg zal hebben.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits naleving van de algemene en sectorale voorwaarden, kan de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten plaatsvinden met een aanvaardbaar risico voor mens en milieu. Er wordt gunstig advies gegeven de vergunning aan te passen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
43.1.1°b) | het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | +20,00 kW |
Gecoördineerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 3.500,00 m³/jaar |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 400,00 liter |
24.1. | laboratoria met een uitsluitend didactisch doel en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 2 labo's |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 1 turnzaal |
43.1.1°b) | het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 985,00 kW |
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 13 mei 2024 |
Volledig en ontvankelijk | 2 augustus 2024 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 1 oktober 2024 |
Verslag GOA | 26 september 2024 |
Naam GOA | Katrine Leemans en Bieke Geypens |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 3.500,00 m³/jaar |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 400,00 liter |
24.1. | laboratoria met een uitsluitend didactisch doel en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 2 labo's |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 1 turnzaal |
43.1.1°b) | het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas; (inrichting Stedelijk Lyceum Waterbaan / Basisschool Octopus) | 985,00 kW |