Het digitaal districtscollege werd gehouden op 26 augustus 2024.
Artikelen 132 en 277 van het Decreet lokaal bestuur belasten de districtssecretaris met het opstellen en bewaren van de notulen van het districtscollege. De notulen vermelden in chronologische volgorde alle besproken onderwerpen en het gevolg dat eraan werd gegeven. Zij vermelden duidelijk alle genomen beslissingen.
Artikelen 50 en 129 van het Decreet lokaal bestuur bepalen dat de notulen worden goedgekeurd op een volgende vergadering van het districtscollege. De originelen van de notulen van het districtscollege worden, na goedkeuring, door de voorzitter van het districtscollege en door de districtssecretaris ondertekend. De goedgekeurde notulen worden in de loop van de week na de goedkeuring aan de raadsleden bezorgd, hetzij elektronisch, hetzij fysiek.
Het districtscollege dient de notulen van de zitting goed te keuren in een volgende gewone zitting.
Het districtscollege keurt de notulen van 26 augustus 2024 goed.
Het districtscollege geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| Districtssecretaris | De notulen binnen de wettelijk voorgeschreven termijn te bezorgen aan de districtsraadsleden. |
Vanaf 1 januari 2020 voorziet het Decreet Lokaal Bestuur dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering, met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan, over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd.
Het college van burgemeester en schepen keurde in de zitting van 27 maart 2020 (jaarnummer 2852) de werkwijze van de opvolgingsrapportering goed.
Het college van burgemeester en schepen keurde in de zitting van 31 mei 2024 (jaarnummer 4667) de timing van de opvolgingsrapportering goed.
De districtsraad keurde in zitting van 27 november 2023 (jaarnummer 46) de aanpassing 6 van het meerjarenplan 2020-2025 overeenkomstig de bepalingen van de beleids- en beheerscyclus goed.
Artikel 263 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (DLB) bepaalt dat er minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Artikel 143 DLB bepalen dat de verplichte opvolgingsrapportering in artikel 263 DLB ook van toepassing is op de districten.
Artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BBC 2020) bepaalt dat de opvolgingsrapportering minstens de volgende elementen bevat:
1° een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan;
2° een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar;
3° in voorkomend geval, de wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van het meerjarenplan of de aanpassing ervan;
4° in voorkomend geval, de wijzigingen in de financiële risico's.
In BBC 2020 verschuift de focus in de rapportering over de beleidsplanning naar de prioritaire actieplannen. Het meerjarenplan en de jaarrekening worden opgesteld volgens nieuwe schema’s (die eenvoudiger en minder complex zijn) en het autorisatieniveau van de kredieten wordt verhoogd waardoor er meer mogelijkheden zijn om interne kredietverschuivingen uit te voeren die niet worden voorgelegd aan de districtsraad. Om ervoor te zorgen dat de districtsraad toch voldoende geïnformeerd blijft over het beleid heeft BBC 2020 de bijkomende verplichting opgelegd om minstens éénmaal per jaar, in de loop van het derde kwartaal, te rapporteren over de stand van zaken van het eerste semester van het lopende jaar, zowel op financieel als op inhoudelijk vlak. De rapportering is gebaseerd op wettelijke rapporten die worden gebruikt bij het meerjarenplan en de jaarrekening.
Alle raadsleden krijgen een aantal maal per jaar een rapportering over de beleidsdoelstellingen en de uitvoering ervan:
1. bij de aanpassing(en) van het meerjarenplan
2. bij de vaststelling van de jaarrekening (in het voorjaar)
3. bij de tussentijdse opvolgingsrapportering (in september)
De opvolgingsrapportering bevat volgende documenten:
1° een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan;
2° een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar;
3° in voorkomend geval, de wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van het meerjarenplan of de aanpassing ervan;
4° in voorkomend geval, de wijzigingen in de financiële risico's.
De districtsraad van Berendrecht-Zandvliet-Lillo neemt kennis van de opvolgingsrapportering over het eerste semester 2024 van meerjarenplan 2020-2025.
De districtsraad keurde op 27 november 2023 (jaarnummer 46) aanpassing 6 van het meerjarenplan goed.
Op 24 oktober 2022 (jaarnummer 45) keurde de districtsraad het reglement voor een projectondersteuning goed.
Met de gemeenteraadsbeslissing van 29 mei 2017 (jaarnummer 300) werden de bevoegdheden van de districtsraden vastgelegd. Artikel 7 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor lokale evenementen en feestelijkheden.
Overeenkomstig artikel 41, 23o van het decreet over het lokaal bestuur is de (districts-)raad exclusief bevoegd voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
Oude Gans Berendrecht VZW diende op 22 juli 2024 een aanvraag in voor deze ondersteuning.
Oude Gans Berendrecht VZW heeft de aanvraag niet tijdig ingediend.
De ondersteuningen worden verrekend op volgend boekingsadres: SUB_NR/INTERN/2400/5024500000/6496800/2BZL010601A00000/2BL090710.
De districtsraad keurt de uitzondering op artikel 7 van het toelagereglement voor een projectondersteuning goed voor het evenement Kindergans van Oude Gans Berendrecht VZW.
De districtsraad keurde op 27 november 2023 (jaarnummer 46) aanpassing 6 van het meerjarenplan goed.
Op 24 oktober 2022 (jaarnummer 51) keurde de districtsraad het ondersteuningsreglement voor werkingsondersteuning aan vrijetijdsverenigingen goed.
District Berendrecht-Zandvliet-Lillo heeft 1 nieuwe aanvraag ontvangen voor een ondersteuning via het reglement Werkingsondersteuning:
Aanvrager | Bedrag werkingsondersteuning |
Samana Zandvliet FV (senioren vereniging) | 750,00 EUR |
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Het Kaderbesluit basisprincipes ondersteuningsbeleid zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 26 oktober 2020 (jaarnummer 595).
Binnengemeentelijke decentralisatie
In het collegebesluit van 12 mei 2017 (jaarnummer 4463) werden de bevoegdheden van de districtscolleges vastgelegd.
Artikel 2 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor het lokale cultuurbeleid.
Artikel 3 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor het lokale sportbeleid.
Artikel 4 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor het lokale jeugdbeleid.
Artikel 5 bepaalt dat het districtscollege bevoegd is voor het lokale seniorenbeleid.
De gevraagde ondersteuning van Samana Zandvliet FV voldoet aan de voorwaarden van het reglement en wordt goedgekeurd.
Het districtscollege keurt de toekenning en uitbetaling van volgende ondersteuning goed:
| Samana Zandvliet FV | 750,00 euro |
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Samana Zandvliet FV
Zandvlietse Dorpstraat 33 2040 Antwerpen BE91 9734 3332 2676 NXX0044227743 | 750,00 EUR | budgetplaats:5024500000 budgetpositie:6496500 functiegebied:2BZL010601A00000 subsidie: SUB_NR fonds: INTERN begrotingsprogramma:2BL090710 budgetperiode:2400 | 4505167960 |
De districtsraad keurde in de zitting van 27 november 2023 (jaarnummer 46) aanpassing 6 van het meerjarenplan 2020-2025 goed. Hierin werd de ondersteuning voor de organisatie van de oudejaarsfuif 2024 opgenomen. Via dit besluit wordt de ondersteuning nominatief toegekend aan Groepscomité Scouts De Reigers vzw.
De wet betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen van 14 november 1983.
Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 26 oktober 2020 (jaarnummer 595) zijn van toepassing.
Volgens artikel 249 van het Decreet Lokaal Bestuur is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan.
Volgens artikel 143 van het Decreet Lokaal bestuur zijn de bepalingen van titel 4 zijn van toepassing op de districten, met uitzondering van artikel 249, § 3, artikel 256 en 264, tweede lid, en met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het district";
2° "de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "het district";
3° "elke gemeente en elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn" als "alle districten";
4° "de gemeenteraad", "de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn" en "de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn" als "districtsraad";
5° "raadsleden" als "leden van de districtsraad";
6° "het college van burgemeester en schepenen" als "het districtscollege".
Met de gemeenteraadsbeslissing van 29 mei 2017 (jaarnummer 300) werden de bevoegdheden van de districtsraden vastgelegd. Artikel 7 bepaalt dat de districtsraad bevoegd is voor evenementen en feestelijkheden.
Bij de aanpassing 6 van het meerjarenplan werd de ondersteuning aan Groepscomité Scouts De Reigers vzw nog niet nominatief toegekend. Voor de organisatie van de oudejaarsfuif 2024 zal er echter een afsprakennota worden opgesteld, waarvoor nominatieve toekenning van het nodige budget noodzakelijk is.
Er is voldoende krediet om de nog niet toegekende nominatieve ondersteuning toe te kennen op boekingsadres: SUB_NR/INTERN/2400/5021000000/6496800/2BZL010601A00000/2BL090710.
De districtsraad keurt de toekenning van de nominatieve ondersteuning van 2.000,00 EUR aan Groepscomité Scouts De Reigers vzw, ondernemingsnummer 0420.785.703, voor de organisatie van de oudejaarsfuif 2024 goed.