Artikel 9 – Beslissing
De ondersteuningsverstrekker neemt binnen twee maanden na volledigheid van de aanvraag een beslissing op basis van het aanvraagformulier, de ingediende bewijsstukken en de lijst met in aanmerking komende hulpmiddelen, die publiek wordt gemaakt op de website van het district Antwerpen (www.districtantwerpen.be).
Indien geen beslissing is genomen binnen deze termijn, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht met vermelding van de reden van vertraging.
Indien binnen dertig dagen na deze kennisgeving nog steeds geen beslissing werd genomen, wordt de aanvraag geacht ambtshalve te zijn goedgekeurd, en zal overeenkomstig artikel 11 binnen dertig dagen tot betaling worden overgegaan.
De lijst met hulpmiddelen geldt als leidraad en niet als beperkende opsomming. Hulpmiddelen die niet op de lijst voorkomen, worden beoordeeld op basis van een schriftelijk advies van één erkend ergotherapeut. Dat advies volstaat als motivering voor een positieve beslissing.
Het huidige artikel 9 vertoont een ernstig gebrek aan rechtszekerheid. De formulering dat de administratie “probeert binnen twee maanden” te beslissen, creëert enkel een inspanningsverbintenis zonder enige rechtsgevolg.
Volgens het Vlaams Bestuursdecreet is elke overheid gehouden om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen en om deze termijn duidelijk te communiceren aan de burger.
Dit amendement:
vervangt de vrijblijvende inspanningsformule door een bindende resultaatsverbintenis,
voorziet in een stilzwijgende goedkeuring (ambtshalve) wanneer het bestuur in gebreke blijft, en
koppelt daar een concrete betalingsplicht binnen 30 dagen aan, in overeenstemming met artikel 11 van het reglement.
Daarnaast is er een fundamenteel probleem van transparantie en willekeur.
Het reglement verwijst naar een “lijst van hulpmiddelen”, maar die lijst is:
niet vooraf vastgesteld of goedgekeurd door de districtsraad, en
volgens de toelichting “wordt ze bekeken door de administratie en eventueel voorgelegd aan enkele ergotherapeuten”.
Deze bepaling is juridisch problematisch:
ze schendt het motiveringsbeginsel (Wet van 29 juli 1991) omdat de aanvrager niet weet op basis van welke criteria een aanvraag kan worden afgewezen;
ze schendt in bepaalde gevallen mogelijk zelfs het gelijkheidsbeginsel (artikelen 10–11 van de Grondwet), omdat vergelijkbare aanvragen verschillend kunnen worden beoordeeld;
en ze schendt het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat de bevoegdheid de facto verschuift van het districtscollege naar een onbepaald administratief niveau.
Het amendement brengt orde en rechtszekerheid door te bepalen dat:
de lijst slechts een leidraad is, niet een gesloten canon;
en dat een advies van één erkend ergotherapeut volstaat als objectief bewijs van noodzaak.
Dit herstelt de evenwichtspositie tussen burger en bestuur, maakt de beoordelingscriteria openbaar, en voorkomt dat het reglement uitmondt in administratieve willekeur.
De districtsraad Antwerpen keurt het volgende amendement, met 2 stemmen voor, 23 stemmen tegen en 6 onthoudingen, niet goed.
Voor:
Luypaert Kristof, Rosenberg David
Tegen:
Cordy Paul, Markowitz Samuel, Wuyts Marita, Laenens Marco, Van Leuffel Charlien, Demeyer Annemie, Steyaert Bart, Van Campenhout Ludo, Lemmens Luk, De Leeneer Rani, Grieten Laura, Goossens Chantal, Detiège Maya, Ezzarhouni Fatima, Verstraeten Matthias, Dirckx Alexandra, Gysels Vincent, Meeusen Femke, Touré Anna, Vrelust Marie, De Cleyn An, Sonia Hamidi, Verstraelen Magalie
Onthouding:
Peeters Nadine, Gulhan Sah, Ronse Janneke, Ali Rawail, Dereymaeker Sim, De Wachter Eline