Geachte leden van het districtscollege,
In het kader van aangevraagde subsidies voor het districtsfonds wil ik graag het districtscollege vragen de noodzaak aan meer flexibiliteit in het toepassen van de gangbare aanvraagperiode voor subsidies te onderzoeken. Ook op deze districtsraad blijkt dat er telkens wel een goede reden is om bij uitzonderingsmaatregel af te wijken van de aanvraagtermijn van 7 weken, volgens reglement. Dit is nu de 2de keer op korte termijn dat er een afwijking wordt gevraagd, hoewel men vorige keer aankondigde daar zuinig mee te zullen omspringen.
Desalniettemin bewijst dit soort situaties vaak dat flexibiliteit nodig is.
Daarom leg ik graag het geval voor van een organisatie die wel érg laat was om zijn subsidieaanvraag in te dienen maar die het mijns inziens eveneens kan verdienen om met enige soepelheid te worden behandeld, net zoals het college dat doet bij de Langste Tafel en vandaag voor de vzw Willibrordus.
Graag leg ik u volgende vragen voor:
Waarom werd voor Noordteater vzw, dat zijn 50-jarig jubileum vierde, geen uitzondering overwogen of gevraagd, terwijl dit wel gebeurt voor Willibrordus vzw (Kerkstraat Plage) en eerder voor de Langste Tafel? Ik wil preciseren dat de mate van overschrijding van de termijn niet mag worden ingeroepen als de verklaring omdat een termijn nu één maal vastligt en of die met 1 dag of met zes weken is overschreden eigenlijk in se weinig uitmaakt wat betreft het resultaat: de termijn is niet gerespecteerd.
Welke objectieve criteria hanteert het college om te bepalen wanneer een uitzondering op artikel 7 van het reglement mogelijk is?
Waarom werden aanvragen van structureel erkende culturele organisaties zoals Noordteater of maatschappelijk relevante initiatieven zoals YWCA niet inhoudelijk beoordeeld door het college, terwijl voor andere aanvragen waar men uitzondering voor vraagt en waar soepelheid wordt toegepast dit telkens doet op basis van een inhoudelijke argumentatie?
Hoe garandeert het college dat er geen politieke of persoonlijke voorkeur meespeelt bij de beoordeling van uitzonderingen op het reglement?
Is het college bereid om alsnog een gemotiveerd voorstel tot uitzondering in te dienen voor het project '50 jaar Noordteater', en dit voor te leggen aan de districtsraad? Zo neen, waarom niet en op basis van welke inhoudelijke beoordeling van de merites van de vzw Noordteater argumenteert u dat dan?
Is het college bereid om in de toekomst, in geval een subsidieaanvraag buiten de reglementaire termijn is aangevraagd, onverminderd ook een inhoudelijke beoordeling en evaluatie te willen maken en te willen opnemen in de collegebeslissing waarom er in geval van afwijzing géén uitzondering is toegestaan op de overschrijding van de aanvraagtermijn?
Met dank voor uw antwoorden,
Kristof Luypaert Districtsraadslid