Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025062910 |
Gegevens van de aanvrager: | VZW EASTERN CULTURAL ORGANIZATION BELGIUM VZW met als contactadres Helmstraat 1 bus 19 te 2140 Antwerpen |
Ligging van het project: | Turnhoutsebaan 31 te 2140 Borgerhout (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 25 sectie A nr. 893D |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de gelijkvloerse functie van detailhandel naar gemeenschapsvoorziening en plaatsen van zaak-gebonden publiciteit |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 11/12/1979: vergunning (19793125) voor het plaatsen van een enkelzijdige lichtreclame in het vlak van de voorgevel;
- 01/09/1975: vergunning (19753130) voor het plaatsen van twee lichtreclames in plexi;
- 27/10/1969: vergunning (19693134) voor het plaatsen van twee lichtreclames aan de voorgevel;
- 29/07/1968: vergunning (19683126) voor het bouwen van een technische bouwlaag, in aansluiting met de bouwvergunning C/67/18
- 24/04/1967: vergunning (19673018) voor het bouwen van een handels- en appartementsgebouw met vijf verdiepingen.
Vergunde toestand
- functie: gemengd gebouw:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- functie: gelijkvloerse verdieping: gemeenschapsvoorziening;
- bouwvolume overeenkomstig vergunde toestand;
- gevelafwerking gelijkvloerse verdieping:
Nieuwe toestand
- functie: gemengd gebouw:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Inhoud van de aanvraag
- wijzigen van de gelijkvloerse functie naar gemeenschapsvoorziening;
- wijzigen van de voorgevel;
- plaatsen van zaakgebonden publiciteit.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 1 augustus 2025 | 15 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 1 augustus 2025 | 16 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 1 augustus 2025 | 14 augustus 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Toeristische ontwikkeling | 1 augustus 2025 | 4 augustus 2025 |
Sociale Dienstverlening/ Gemeenschapsvorming/ Ontmoeting/ Levensbeschouwingen | 1 augustus 2025 | 7 augustus 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 1 augustus 2025 | 8 augustus 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu | 1 augustus 2025 | 13 augustus 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Artikel 3 Zone voor centrumfuncties - (Ce) en Zone recht van voorkoop - Algemene voorschriften.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voetgangersverkeer.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het stikstofdecreet.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Meer info kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd omwille van mogelijke strijdigheden met artikel 1.4 van RUP 2060 betreffende het overschrijden van de draagkracht van de omgeving door overlast gegenereerd door middel van parkeerdruk en mobiliteitsgeneratie. De aanplakking van het openbaar onderzoek gebeurde tweemaal laattijdig waardoor het niet mogelijk is een afwijking op de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan toe te kennen.
Naar aanleiding van het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit werd door de aanvrager een aangepast plan aangeleverd dat tegemoet komt aan dit advies. Na het bekomen van de noodzakelijke adviezen en aanpassingen kan geoordeeld worden dat de aanvraag mits voorwaarden geen strijdigheden vormt met de bepalingen van het RUP 2060 en bijgevolg een openbaar onderzoek niet aan de orde blijkt.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft een functiewijziging van detailhandel naar gemeenschapsvoorziening. Het perceel ligt in de zone b3 – lokaal kernwinkelgebied volgens het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en in de zone voor centrumfuncties volgens RUP 2060. Volgens de specifieke bestemmingsvoorschriften van RUP 2060 zijn gemeenschapsvoorzieningen toegelaten.
Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Investeren. Het advies luidt als volgt: “De aanvraag omvat de regularisatie van een functiewijziging van winkelpand naar gemeenschapsvoorziening.
De site is gelegen binnen de zone b3 van het lokaal kernwinkelgebied Borgerhout. De zone b3 is het secundaire deel van het lokale kernwinkelgebied. Daar is er een grotere mengeling van handel, horeca, diensten.
Conform de bouwcode is het wel aan te bevelen dat de vitrine als een levendige plint wordt ingericht zodat dit een positieve uitstraling geeft voor het winkelgebied.
Voor het dossier wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven.”
Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Levensbeschouwingen. Het advies luidt als volgt: “De vzw Eastern Cultural Organisation Belgium is een jonge organisatie die zich voornamelijk richt op koranstudies voor kinderen. Afgelopen jaar hebben ze het initiatief genomen om gebedsdiensten te houden in een voormalige handelszaak aan de Turnhoutsebaan 31 te Borgerhout. Echter, deze activiteiten zijn opgestart zonder de benodigde vergunningen.
Het lokaal trekt doordeweeks dagelijks 5 tot 10 bezoekers, terwijl er in het weekend zo'n tiental kinderen uit de buurt komen voor koranlessen. Deze vereniging speelt een belangrijke rol binnen de eigen lokale gemeenschap, en bereikt voornamelijk de Bengaalse gemeenschap in de omgeving. De bezoekers komen meestal te voet naar de lessen en gebedsdiensten.
Dienst levensbeschouwingen adviseert positief mits aandacht is voor de brandveiligheidseisen.“
Vanuit stedenbouwkundig oogmerk worden deze adviezen bijgetreden.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Het bestaande volume blijft na functiewijziging behouden. Volgens de specifieke voorschriften van RUP 2060 mag het gelijkvloers volledig bebouwd worden indien deze volledig wordt ingenomen door gemeenschapsvoorzieningen. Dit is het geval in voorliggende aanvraag. Het volume is qua schaal en ruimtegebruik inpasbaar in de omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Voor het gemeenschappelijk portaal wordt in de voorgevel donkergrijs stalen hekwerk voorzien. Onder de erker wordt naast de gevelopening blauw graniet voorzien. Boven de gevelopening wordt een uitklapbare zonneluifel voorzien die voor de beglazing en deels voor de afwerking in graniet wordt geplaatst.
Er wordt ook zaak-gebonden publiciteit voorzien in de vorm van een raamsticker van 4,9 m² en daarboven een bekleding met een ondoorzichtige gezandstraalde strook dewelke niet is opgenomen in het aanzicht van de voorgevel. Samen nemen deze meer dan de helft van de raamoppervlakte in.
Het donkergrijs stalen hekwerk en de bekleding in blauwe graniet hebben geen onaanvaardbare impact op het straatbeeld en de architecturale kwaliteit van het gevelbeeld en zijn vanuit stedenbouwkundig oogmerk visueel aanvaardbaar.
Door het plaatsen van de luifel voor de gevelopening en deels voor de granieten afwerking worden de architecturale elementen van de gevel niet gerespecteerd. Op die manier wordt afbreuk gedaan aan de architectuur van het gebouw en het straatbeeld. Bovendien geeft de aanvrager aan dat deze luifel nooit gebruikt zal worden. Bijgevolg wordt de luifel aan de voorgevel uitgesloten van de vergunning.
De gelijkvloerse verdieping beschikt over een publiek toegankelijke functie die grenst aan het openbaar domein. Het raam aan de voorgevel is voor meer dan de helft voorzien van ondoorzichtige bestickering waardoor er geen invulling is die zichtbaar is vanaf het openbaar domein en het niet bijdraagt aan de belevingswaarde van het openbaar domein. Daarenboven belemmert de bestickering het uitzicht via de enige beschikbare raamopening voor het gelijkvloers wat het gebruiksgenot van de achterliggende functie in het gedrang brengt.
Bijgevolg wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd de bestickering te beperken tot een hoogte van 1 meter ten opzichte van de vloerpas.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Er werd aan het portaal hekwerk voorzien conform artikel 14§1 van de bouwcode. Naast de krukzijde van de nieuwe toegangsdeur grenzend aan het openbaar domein is er aan de binnenzijde geen vrije en vlakke wand- en vloerbreedte van minstens 50 cm voorzien. Bovendien wordt er een discrepantie vastgesteld tussen de aangeleverde foto’s, het gevelaanzicht en het grondplan. Op het grondplan wordt het vast deel aan de linkerzijde van het hekwerk smaller opgetekend dan in het aanzicht en in werkelijkheid. In het aanzicht is dit circa 49 cm breed. Door dit vaste deel aan de rechterzijde te voorzien met een breedte van 50 cm, wordt voldaan aan artikel 25 van de verordening toegankelijkheid.
Als voorwaarde wordt bij de vergunning opgelegd de indeling van het hekwerk te voorzien zoals in rood aangeduid op het grondplan.
De nieuwe keuken beschikt enkel over een opening in het dak waardoor er geen uitzicht en natuurlijke verluchting is. Dit is een basisvereiste voor elke verblijfsruimte om voldoende gebruiksgenot te kunnen garanderen. Bijgevolg wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd de ruimte links van de trappenhal naar de kelder niet te voorzien als verblijfsruimte.
Met toepassing van artikel 33 van de verordening toegankelijkheid is bijgevolg een afwijking op artikel 25 van de verordening toegankelijkheid aanvaardbaar gelet op het feit dat het gebruik van deze gekoppelde ruimtes geen integrale toegankelijkheid vereist.
Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer is als voorwaardelijk gunstig opgeladen in het Omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit dit advies overgenomen worden.
Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Vergunningen Milieu. Het advies luidt als volgt: “De aanvraag heeft betrekking op de functiewijziging van een commerciële functie naar een culturele functie.
Het is uit de huidig beschikbare plannen niet op te maken of de exploitatie van de inrichting gepaard gaat met indelingsplichtige activiteiten, zoals bijvoorbeeld koeling.
De exploitant wordt aangeraden de inrichting te toetsen aan de bepalingen van titel II van het Vlarem door middel van de Vlaremwegwijzer.
Er is geen bezwaar de vergunning te verlenen vanuit milieutechnisch standpunt.“
Om de aanvraag in overeenstemming te brengen met de hedendaagse eisen inzake gebruiksgenot wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd een afvalberging conform artikel 19 van de bouwcode te voorzien.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 7 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft een functiewijziging van het gelijkvloers van detailhandel naar gemeenschapsvoorziening. Het project ligt in centrumgebied op minder dan 800 m van een interregionale knoop. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van detailhandel naar gemeenschapsvoorziening/Gebedshuis op het gelijkvloers. De parkeernorm voor gebedshuizen bedraagt 0.15 per bezoeker. Er kunnen maximaal 49 bezoekers aanwezig zijn in de ruimte. 49x0,15= 7.35 De parkeerbehoefte is 7.
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 7.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 7. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 7 plaatsen.
|
Fietsvoorzieningen:
Er dienen fietsparkeerplaatsen voorzien te worden voor 1/3e van de bezoekers, wat neerkomt op 16 fietsparkeerplaatsen. Er werden geen plaatsen voorzien.
In functie hiervan zal worden opgelegd een fietsenstalling te voorzien zoals op het aangepaste plan BA_TURN_P_N_27_NT-NIVEAU0_LR, dd. 17/11/2025.
Op deze manier is er sprake van 16 fietsparkeerplaatsen en wordt er voldaan aan de bouwcode.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bestickering op het glas in de voorgevel te beperken tot een hoogte van 1 meter ten opzichte van de vloerpas.
2. De indeling van het hekwerk te voorzien zoals in rood aangegeven op het grondplan.
3. De ruimte links van de trappenhal naar de kelder niet te voorzien als verblijfsruimte.
4. Een afvalberging conform artikel 19 van de bouwcode te voorzien.
5. De fietsenberging te voorzien zoals op het aangepaste plan in bijlage: BA_TURN_P_N_27_NT-NIVEAU0_LR, dd. 17/11/2025.
6. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
7. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
8. Alle werken, wijzigingen of handelingen aangaande de zonneluifel worden uitgesloten van de vergunning.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 28 mei 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 1 augustus 2025 |
Start 1e openbaar onderzoek | 12 augustus 2025 |
Einde 1e openbaar onderzoek | 10 september 2025 |
Beslissing toepassing administratieve lus | 19 september 2025 |
Start laatste openbaar onderzoek | 29 september 2025 |
Einde laatste openbaar onderzoek | 28 oktober 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 13 januari 2026 |
Verslag GOA | 1 december 2025 |
Naam GOA | Wim Van Roosendael |
Administratieve lus
Op de aanvraag wordt een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden:
* De affiche werd niet aangeplakt uiterlijk op de dag voor de begindatum van het openbaar onderzoek en tot en met de laatste dag daarvan conform de bepalingen van artikel 20 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
De stappen in de procedure die verkeerd gelopen zijn, werden opnieuw uitgevoerd, om te voorkomen dat de eindbeslissing over de aanvraag vernietigd wordt omwille van de vastgestelde procedurefout(en).
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het laatste openbaar onderzoek werd ook niet correct uitgevoerd. De bekendmaking werd tijdig per beveiligde zending bezorgd aan de aanvrager. Artikel 20 van het Omgevingsvergunningenbesluit bepaalt dat de bekendmaking ten laatste de dag voor de begindatum van het openbaar onderzoek moet worden uitgehangen. Er werd vastgesteld dat de bekendmaking niet conform de wettelijke bepalingen was aangebracht. Bijgevolg zijn de voorgeschreven formaliteiten van het Omgevingsvergunningenbesluit niet vervuld.
Het openbaar onderzoek is bedoeld om de derde-belanghebbenden de gelegenheid te geven hun bezwaren en opmerkingen te doen gelden en om de bevoegde overheid de nodige gegevens te bezorgen zodat zij met kennis van zaken kan beslissen.
De regels met betrekking tot de bekendmaking zijn substantieel. Een schending ervan zou de goedkeuring van de aanvraag automatisch onwettig maken. De vaststelling dat de procedure geschonden is door de aanvrager heeft procedureel tot gevolg dat de afwijking niet kan worden gegund.
Bespreking van de bezwaren
Bezwaren uit vorige openbare onderzoeken over de aanvraag, die nog relevant zijn, worden hier ook besproken.
Bezwaar: De bezwaarindieners geven aan dat er geen goedkeuring verleend is of verleend zal worden voor de statutenwijziging van de Vereniging van Mede-eigenaars en dat er geen overleg heeft plaatsgevonden met de VME.
Evaluatie: In beginsel mag de vergunningverlenende overheid geen rekening houden met burgerrechtelijke aspecten bij het beoordelen van aanvragen tot omgevingsvergunning. Anderzijds doet een omgevingsvergunning deze rechten niet teniet en ontslaat de titularis van de vergunning niet om het nodige bouwrecht te bekomen. Indien zou blijken dat de aanvraag strijdig is met een contractuele verbintenis, dan blijft de vergunning onwerkzaam.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindieners geven aan dat de aanvraag strijdig is met de brandveiligheidsnormen voor publiek toegankelijke gebouwen gezien er slechts één in- en uitgang aanwezig is via het gemeenschappelijk portaal.
Evaluatie: Het advies van Brandweer Zone Antwerpen werd tijdig bekomen en meegenomen bij de beoordeling van de aanvraag tot omgevingsvergunning. Het advies is voorwaardelijk gunstig.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindieners geven aan dat er geluidsoverlast is voor zowel de bovenliggende woningen als de buurt door de activiteiten.
Evaluatie: Er worden geen geluidsinstallaties aangevraagd. Dit betekent echter niet dat de aanvrager een vrijgeleide zou krijgen om hinder te veroorzaken. Wel wordt opgemerkt dat de exploitant te allen tijde erop moet toezien dat er voldaan wordt aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid zoals opgenomen in Vlarem II.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: Er werd door de VME in het verleden een metalen poort geplaatst voor het gemeenschappelijk portaal naar aanleiding van overlast ’s avonds en ‘s nachts. Deze poort zou door de activiteiten van de VZW permanent open blijven. Dit zou opnieuw leiden tot overlast en onveiligheid voor de bewoners. Bijgevolg is dit een verloren investering voor de VME.
Evaluatie: Het plaatsen van hekwerk in de voorgevel is vergunningsplichtig. Deze werken werden in het verleden uitgevoerd zonder het bekomen van een omgevingsvergunning. Het voorzien van hekwerk maakt wel onderdeel uit van de huidige aanvraag. De afspraken rond het gebruik van deze poort zijn echter geen beoordelingsgrond van voorliggende aanvraag. De vergunningverlenende overheid mag geen rekening houden met burgerrechtelijke en financiële aspecten bij het beoordelen van aanvragen tot omgevingsvergunning.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindieners geven aan dat de doorgang via het gemeenschappelijk portaal belemmerd wordt door fietsen en andere voorwerpen van de bezoekers.
Evaluatie: Het klopt dat in de aanvraag tot omgevingsvergunning geen fietsenberging voorzien wordt. De aanvrager heeft een aangepast plan aangeleverd waar een fietsenberging voorzien wordt in overeenstemming met het advies van de stedelijke dienst Stadsontwikkeling / Mobiliteit. Dit zal als voorwaarde worden opgenomen bij de vergunning.
Het bezwaar is deels gegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener en ook mede-eigenaar geeft aan liever geen religieuze entiteit in het gebouw te hebben. Verder haalt hij een aantal vaststellingen aan zoals het reeds bestaande gebruik, openingstijden, passage en functiewijziging.
Evaluatie: De persoonlijke voorkeur van een mede-eigenaar is geen beoordelingsgrond van voorliggende aanvraag. Daarnaast bevat de inhoud van de overige vaststellingen geen specifieke bezwaren.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener geeft aan dat de functiewijziging een waardevermindering met zich meebrengt voor de buurt.
Evaluatie: Het bezwaar is louter hypothetisch en financiële aspecten zijn geen beoordelingsgrond in aanvragen tot een omgevingsvergunning. Het is niet aan de vergunningverlenende overheid om een project te beoordelen op eventuele waardeverminderingen.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindieners merken op dat het project gelegen is in een dichtbebouwde woonwijk met beperkte parkeermogelijkheden. Volgens de indiener zal de functiewijziging leiden tot een hogere parkeerdruk in de omliggende straten en mogelijk onveilige verkeerssituaties.
Evaluatie: De veronderstelling dat er onveilige verkeerssituaties gecreëerd zullen worden is louter hypothetisch. Daarnaast werd de stedelijke dienst Stadsontwikkeling / Mobiliteit om advies gevraagd. Uit dit advies blijkt dat voor de functiewijziging 7 parkeerplaatsen moeten worden voorzien, wat overeenkomt met de werkelijke parkeerbehoefte. Door de beperkte gevelbreedte is het echter niet mogelijk om deze parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. In dergelijke situaties voorziet de stad in een compensatiemechanisme via de belasting op ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen (conform het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019). De initiatiefnemer draagt op deze manier bij aan de financiële kosten die de stad maakt om parkeerdruk te beheersen. Voor deze aanvraag wordt de belasting dus toegepast op 7 ontbrekende parkeerplaatsen.
Het bezwaar is deels gegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener geeft aan dat het gebouw niet ontworpen is voor grootschalige samenkomsten. De voorgestelde functie staat niet in verhouding tot de bestaande woonfunctie. Dit creëert een onevenwichtige druk op de onmiddellijke omgeving.
Evaluatie: Het bezwaar wordt niet onderbouwd waardoor het niet concreet of aftoetsbaar is. Bijgevolg maakt het geen onderdeel uit van de beoordelingselementen in een aanvraag voor omgevingsvergunning.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener merkt op dat de functie reeds wordt uitgeoefend zonder vooraf een omgevingsvergunning te hebben verkregen. Volgens de indiener ondermijnt het regulariseren van deze situatie het vertrouwen in een correcte en zorgvuldige besluitvorming.
Evaluatie: Het feit dat een functiewijziging reeds zonder vergunning werd uitgevoerd, doet geen afbreuk aan de verplichting van de vergunningverlenende overheid om de aanvraag te beoordelen volgens de inhoudelijke beoordelingscriteria van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Bij een aanvraag worden de gewenste of reeds uitgevoerde wijzigingen, werken en handelingen beoordeeld op basis van hun ruimtelijke aanvaardbaarheid. De beoordeling gebeurt los van het tijdstip waarop de werken werden uitgevoerd. Een reeds vastgestelde bouwovertreding sluit op zich niet uit dat een vergunning kan worden verleend, indien de aanvraag verenigbaar is met stedenbouwkundige voorschriften en een geode ruimtelijke ordening.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindieners geven aan dat de toegang tot de culturele ruimte te smal is voor een gemeenschapsvoorziening, onder meer omdat meerdere bezoekers tegelijk binnen- en buitengaan. Daarnaast wordt aangehaald dat de inkomdeur van de gemeenschapsfunctie zich in hetzelfde portiek bevindt als de toegang tot de appartementen, wat volgens de bezwaarindiener hinder kan veroorzaken voor de bewoners.
Evaluatie: Indien het gaat om een kleinschalige gemeenschapsvoorziening met beperkte bezoekersstromen, wordt geen afzonderlijke of bredere toegang vereist. Er is geen indicatie dat de toegang een onveilige of niet-functionele situatie creëert. Het normaal en occasioneel kruisen van bezoekers en bewoners behoort tot het gangbare gebruik van een gemengd gebouw. Uit het dossier blijkt niet dat de voorziene activiteit een zodanige intensiteit heeft dat dit tot disproportionele hinder zou leiden.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener verzoekt om toezicht te houden op de feitelijke situatie ter plaatse en handhavend op te treden tegen het ongeoorloofd gebruik van het pand.
Evaluatie: Op 18 juli 2024 werd reeds een proces verbaal opgesteld voor het wijzigen van de functie zonder voorafgaande schriftelijke omgevingsvergunning. Huidige vergunningsaanvraag kadert in het regulariseren van deze bouwovertredingen. Bijkomend optreden is momenteel dus niet aan de orde.
Het bezwaar is ongegrond.
Bezwaar: De bezwaarindiener geeft aan dat de aanplakking van het openbaar onderzoek tweemaal niet tijdig plaatsvond.
Evaluatie: Het klopt dat er geen tijdige aanplakking plaatsvond en bijgevolg het openbaar onderzoek niet geldig is. Echter kan er na het bekomen van de noodzakelijke adviezen en aanpassingen geoordeeld worden dat de aanvraag geen strijdigheden vormt met de bepalingen van het RUP 2060 en bijgevolg een openbaar onderzoek in functie van het vergunnen van afwijkingen niet aan de orde blijkt.
Het bezwaar is deels gegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bestickering op het glas in de voorgevel te beperken tot een hoogte van 1 meter ten opzichte van de vloerpas.
2. De indeling van het hekwerk te voorzien zoals in rood aangegeven op het grondplan.
3. De ruimte links van de trappenhal naar de kelder niet te voorzien als verblijfsruimte.
4. Een afvalberging conform artikel 19 van de bouwcode te voorzien.
5. De fietsenberging te voorzien zoals op het aangepaste plan in bijlage: BA_TURN_P_N_27_NT-NIVEAU0_LR, dd. 17/11/2025.
6. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
7. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
8. Alle werken, wijzigingen of handelingen aangaande de zonneluifel worden uitgesloten van de vergunning.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.