Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025122165 |
Gegevens van de aanvrager: | BV OCTO ARCHITECTUUR met als adres Ogezlaan 55 te 2500 Lier |
Ligging van het project: | Diksmuidelaan 173 te 2600 Berchem (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 22 sectie A nr. 67L2 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de functie van een gebouw met vermeerdering van het aantal woongelegenheden en interne structurele werken |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 31/07/2023: weigering (OMV_2023103160) voor het wijzigen van de functie van een gebouw met vermeerdering van het aantal woongelegenheden en interne structurele werken.
- 29/12/1982: vergunning (9821911) voor verbouwingswerken;
- 21/12/2022: proces-verbaal (11002_2023_17229_VPV) voor het wijzigen van de hoofdfunctie.
Vergunde toestand
- functie: gemengd gebouw:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- afwijkend.
Nieuwe toestand
- functie: wonen (meergezinswoning - 2 woongelegenheden);
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Inhoud van de aanvraag
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 1 naar 2;
- wijzigen van de functie;
- uitbreiden van het volume;
- wijzigen van de voorgevel;
- wijzigen van de scheimuren;
- aanleggen van een dakterras;
- doorvoeren van interne constructieve werken.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Fluvius System Operator | 29 oktober 2025 | 30 oktober 2025 | Geen advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 29 oktober 2025 | 5 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 29 oktober 2025 | 7 november 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 29 oktober 2025 | 30 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 29 oktober 2025 | 6 november 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
het is onduidelijk of de opstand van de scheidingsmuur 0,30 m ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak bedraagt bij de aanbouw op de 2e verdieping. Bovendien mag deze niet met brandbaar materiaal worden bekleed;
het is onduidelijk of het nieuwe platte dak boven de 2e verdieping in een lichtkleurige dakbedekking wordt uitgevoerd;
bij een functiewijziging moet minimaal 20% van de oppervlakte van het perceel (zijnde 16 m²) op het niveau van het maaiveld onbebouwd zijn in de zone voor zij- achtertuinen en/of binnenplaatsen;
die voorziene fietsstalplaatsen hebben geen opstelruimte van minimaal 1,7 m achter de fietsen.
Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het stikstofdecreet.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Voorliggende aanvraag omvat een functiewijziging. De gelijkvloerse ruimte voor dienstverlening wordt omgevormd tot een wooneenheid, waardoor het aantal woongelegenheden stijgt van 1 naar 2.
In het kader van deze functiewijziging werd intern advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Economie en Toerisme. Hun advies is gunstig en luidt als volgt:
“Gunstig advies voor de functiewijziging van handelsruimte naar woonst, gelijkvloers in een pand gelegen buiten de afgebakende kernwinkelgebieden (in dit geval een buurtwinkelgebied). Gelet op het principe van clustering winkelvloeroppervlakte in afgebakende kernwinkelgebied, is behoud van commerciële ruimte in de zone niet op te leggen en kan er gelijkvloers woonruimte voorzien worden.”
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden en de functiewijziging kan gunstig geadviseerd worden.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag omvat de omvorming van het gelijkvloers tot een studio en het uitbreiden van de bestaande wooneenheid op de bovenliggende verdiepingen.
Het bouwvolume van het gelijkvloers en de 1e verdieping blijft ongewijzigd ten opzichte van de vergunde toestand. Conform artikel 22 van de bouwcode dient bij functiewijziging een open ruimte van minstens 20% op het niveau van het gelijkvloers te worden voorzien. De gelijkvloerse koer wordt niet vergroot waardoor hier niet aan voldaan wordt. Het is gelet op de constructie van de bovenliggende verdiepingen echter niet mogelijk om deze koer verder uit te breiden. Gezien de specifieke context wordt geoordeeld dat het ongewijzigd behouden van de kleine koer aanvaardbaar is. Deze afwijking wordt gunstig geadviseerd.
Intern wordt de studio georganiseerd met een doorzonleefruimte inclusief slaapgedeelte aan de linkerzijde en een badkamer rechts achteraan. Deze indeling is aanvaardbaar. Achter de gemeenschappelijke inkomhal wordt een fietsenberging geplaatst. Voor de trap naar de bovenliggende wooneenheid wordt een deur geplaatst zodat de trappen privaat worden en deze wooneenheid een aaneengesloten geheel vormt.
Achteraan de 1e verdieping, op het dak van de gelijkvloerse aanbouw wordt een dakterras opgericht. Dit bevindt zich volledig binnen de bestaande contour van de linkerscheimuur en de eigen aanbouw, waardoor er geen inkijk op de naastgelegen percelen gecreëerd wordt. Daarnaast bevordert het terras de woonkwaliteit van het duplexappartement aanzienlijk.
Op de 2e verdieping wordt de achterbouw rechts achteraan beperkt uitgebreid. Deze uitbreiding sluit voldoende aan bij de context van bouwvolumes van de aanpalende woningen ter hoogte van de hoek van de Diksmuidelaan en de Helderstraat. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit bouwvolume dan ook aanvaardbaar. Intern wordt de ruimte benut ter vergroting van de badkamer van het duplexappartement.
De aanvraag voldoet aan de goede ruimtelijke ordening op vlak van schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid.
Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag omvat enkele voorgevelwijzigingen. De gelijkvloerse winkelpui wordt omgevormd tot een beperktere raamopening en aparte voordeur, wat de achterliggende woonfunctie beter weerspiegeld. De rest van het gelijkvloers wordt afgewerkt met een beige gevelpleister. Dit materiaal is inpasbaar in de omgeving en daarom aanvaardbaar. Het pleisterwerk wordt echter tot op de stoep voorzien, wat zowel qua duurzaamheid (stootvastheid) als qua beeldkwaliteit niet gunstig geadviseerd kan worden. Als voorwaarde voor vergunning wordt opgelegd dat onderaan de voorgevel een gevelplint voorzien moet worden van minstens 0,30 m hoog. De gevelplint dient net als de bestaande dorpels in arduin voorzien te worden.
Onder het nieuwe raam op het gelijkvloers wordt ook een raamdorpel voorzien. Het materiaal van deze dorpel wordt echter niet benoemd in de legende. Als voorwaarde voor vergunning wordt opgelegd dat deze dorpel analoog aan de bestaande ook in arduin voorzien moet worden.
Het nieuwe gelijkvloerse raam wordt voorzien in antracietkleurig aluminium. De bestaande voordeur van de winkelpui in chocoladebruin aluminium blijft behouden. Op de verdiepingen werd het originele houten schrijnwerk vervangen door antracietkleurig PVC. Het voorzien van 2 verschillende kleuren én 2 verschillende materialen buitenschrijnwerk binnen 1 gevel kan vanuit beeldkwaliteit niet gunstig geadviseerd worden. Gezien de verschillende geveluitwerking van het gelijkvloers is het voorzien van een ander materiaal (aluminium i.p.v. PVC) in eenzelfde kleur wel aanvaardbaar. Als voorwaarde voor vergunning wordt daarom opgelegd dat de voordeur net als het nieuwe raam voorzien moet worden in antracietkleurig aluminium.
Mits voldaan wordt aan de opgelegde voorwaarden voldoet de aanvraag aan de goede ruimtelijke ordening op vlak van de visueel-vormelijke elementen.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Ter hoogte van het nieuwe dak boven de 2e verdieping is het onduidelijk of de scheimuur uitgevoerd wordt met een opstand van 0,30 m ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 18 van de bouwcode. Deze opstand is echter niet vereist indien de dakbekleding onder brandreactie klasse BROOF (t1) valt OF indien tussen de scheidingswand en de vegetatie van het groendak een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed wordt voorzien. Dit wordt als voorwaarde voor vergunning opgelegd.
Daarnaast wordt de kleur van de nieuwe dakbedekking niet vermeld (bouwcode, artikel 20). Als voorwaarde wordt ook opgelegd dat het nieuwe dak in een lichtkleurige dakbedekking of (net als het hoofddak) als groendak uitgevoerd moet worden.
De brandweer bracht een voorwaardelijk gunstig advies uit met betrekking tot voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies worden gekoppeld aan de beslissing.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding met 1 wooneenheid. Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 De parkeerbehoefte is 1.
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:
‘Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een voorgevel van minder dan 8 m breed. Volgens artikel 8, §1, b° (Visuele en vormelijke inpassing) van de bouwcode is een toegangspoort verboden. ’
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 0 = 1.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 0 = 1. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats.
|
Fietsvoorzieningen:
Er dienen 2 fietsstalplaatsen voorzien te worden voor de bijkomende wooneenheid. Deze werden ingetekend in een fietsenberging op het gelijkvloers. Fietsstalplaatsen dienen vlot en comfortabel in gebruik te zijn en achter elke fiets dient er minimaal 1,7 m opstelruimte beschikbaar te zijn om de fiets in en uit te rijden (bouwcode, artikel 33). Voor 1 van beide fietsstalplaatsen kan de gang hiervoor dienen. Voor de andere fietsstalplaats is dat niet het geval. Het is echter niet mogelijk om de fietsenberging uit te breiden zonder in woonkwaliteit in te boeten voor de gelijkvloerse studio. De voorgestelde fietsstalplaatsen kunnen daarom gunstig geadviseerd worden.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
2. Onderaan de voorgevel dient een plint in arduin van minstens 0,30 m hoog voorzien te worden.
3. De raamdorpel van het nieuwe gelijkvloerse raam dient analoog aan de bestaande raamdorpels in arduin voorzien te worden.
4. De voordeur dient net als het gelijkvloerse raam in antracietkleurig aluminium voorzien te worden.
5. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enz.).
6. Het nieuwe platte dak dient ofwel met een lichtkleurige dakbedekking ofwel als groendak afgewerkt te worden conform artikel 20 van de bouwcode.
7. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 9 oktober 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 29 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 28 december 2025 |
Verslag GOA | 4 december 2025 |
Naam GOA | Cynthia Steurs |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
2. Onderaan de voorgevel dient een plint in arduin van minstens 0,30 m hoog voorzien te worden.
3. De raamdorpel van het nieuwe gelijkvloerse raam dient analoog aan de bestaande raamdorpels in arduin voorzien te worden.
4. De voordeur dient net als het gelijkvloerse raam in antracietkleurig aluminium voorzien te worden.
5. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium « brandgedrag aan de buitenzijde » te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enz.).
6. Het nieuwe platte dak dient ofwel met een lichtkleurige dakbedekking ofwel als groendak afgewerkt te worden conform artikel 20 van de bouwcode.
7. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.