Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025014195 |
Gegevens van de aanvrager: | NV Vopak Energy Park Antwerp met als adres Scheldelaan 490 te 2040 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV Vopak Energy Park Antwerp (0844457749) met als adres Scheldelaan 490 te 2040 Antwerpen |
Ligging van het project: | Scheldelaan 490 te 2040 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 19 sectie A nr. 77C |
waarvan: |
|
- 20170810-0036 | afdeling 19 sectie A nr. 77C (Gunvor Petroleum Antwerpen nv) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Bouw van een ammoniaktank en bijhorende infrastructuur. Uitbreiding tot een hoge drempel Seveso-inrichting |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 30/10/2025: omgevingsvergunning (OMV_2025104265) voor de sloop van de huidige waterzuiveringsinstallatie en vermindering van opslag van gevaarlijke producten;
- 11/01/2024: omgevingsvergunning (OMV_2023152830) voor de sloop van een tankpark;
- 23/02/2023: omgevingsvergunning (OMV_2022143935) voor het slopen van een industriële installatie, inclusief de afbraak van verhardingen;
- 27/10/2022: omgevingsvergunning (OMV_2022091691) voor het slopen van tanks (regularisatie).
Vergunde toestand
* functie:
> industrie en bedrijvigheid;
> de activiteiten van een voormalige olieraffinaderij op het terrein zijn stopgezet en reeds vergunde afbraakwerken zijn uitgevoerd.
* inrichting:
> een industrieterrein gelegen ten zuiden van de Berendrechtsluis en ten westen van Kanaaldok B2 werd gekenmerkt door installaties en constructies horende bij een olieraffinaderij;
> deze activiteiten werden stopgezet en het terrein werd overgedragen, vervolgens zijn verschillende vergunningen aangevraagd voor het slopen en ontmantelen van installaties en constructies.
Bestaande toestand
Een grotendeels braakliggend terrein met in het zuidwesten nog een kantoorgebouw met parking voor personenwagens en in het zuidoosten nog drie tanks. In het noordoosten, net ten noorden van Insteekdok 3, bevinden zich nog enkele sferen. Op het terrein is een sanering lopende.
Nieuwe toestand
* functie:
> industrie en bedrijvigheid;
> herontwikkeling naar een terminal voor op- en overslag van vloeistoffen en gassen;
> bouw van een ammoniaktank en bijhorende infrastructuur.
* bouwvolume en gevelafwerking:
> opslagtank voor ammoniak:
- inhoud bedraagt 88.000 m³, hoogte bedraagt 44,75 meter;
- een stalen tank met daarrond een betonnen veiligheidsmuur.
> onderstation met transformatoren:
- grondoppervlakte bedraagt circa 415 m², hoogte bedraagt 6,95 meter;
- betonnen gebouw voor hoog- en laagspanning met langs de westzijde aansluitend de transformatoren.
> bijgebouw:
- grondoppervlakte bedraagt 16 m², hoogte bedraagt 5,80 meter;
- betonnen constructie voor ondersteunende diensten zoals elektrische schakelkasten.
> noodgeneratorengebouw:
- grondoppervlakte bedraagt circa 180 m², hoogte bedraagt 4,60 meter;
- betonnen gebouw voor de noodgenerator met aan de oostzijde een dieseltank met een inhoud van 6.000 liter.
> fakkel:
- diameter bedraagt circa 3 meter, hoogte bedraagt circa 12,50 meter;
- omsloten verbrandingsruimte om brandbare gassen op gecontroleerde manier te verbranden.
> bufferbekken:
- grondoppervlakte bedraagt circa 1.775 m², dijkhoogte rondom bedraagt 25 centimer;
- open bekken met waterdichte folie bestaande uit drie bassins met rondom een dijk.
> treinbelading:
- grondoppervlakte bedraagt circa 1.185 m², hoogte bedraagt circa 4,5 meter;
- twee laadzones met ondergrondse weegbruggen voorzien van leidingbruggen en laadarmen om de te laden producten aan te leveren;
- aanhorig aan de treinbelading is een prefab onderstation en prefab veiligheidskamer.
> nieuw laadplatform:
- grondoppervlakte bedraagt circa 370 m²;
- laadplatform voor binnenschepen met langs weerszijden twee aanmeerdukdalven en op het platform twee laadarmen.
> aanpassing bestaand laadplatform:
- bestaande laadplatform voor zeeschepen wordt aangepast door plaatsing nieuwe laadarmen, aanpassing loopsteigers, nieuwe dukdalven, …
> zone warmtewisselaars:
- betonplaat met opstaande rand van 10 cm hoogte en oppervlakte van 2.860 m² met daarop warmtewisselaars, pompen, bediening kleppensysteem, plaatselijk roostervloeren op hoogte, …
- zone voor koeling en opwarming van producten.
> zone compressoren:
- betonplaat met opstaande rand van 10 cm hoogte en oppervlakte van 1.823 m² met daarop een luchtkoeler, compressoren onder een afdak, tanks, …
- zone voor het opvangen van gas bij het lossen van schepen.
* inrichting:
> de nieuwe ontwikkeling die het voorwerp uitmaakt van voorliggende aanvraag bevindt zich voornamelijk in het oosten van het terrein en ten zuiden van Insteekdok 3;
> in het noorden van het terrein wordt de treinbelading voorzien met aansluitend nieuwe treinsporen;
> de bestaande laadkaai langs de zuidzijde van Insteekdok 3 wordt aangepast en een nieuwe laadkaai voor binnenschepen wordt gebouwd;
> de nieuwe installaties en gebouwen worden onderling met elkaar verbonden via nieuwe leidingbruggen en wegenis.
Inhoud van de aanvraag
bouw van een ammoniaktank met bijhorende infrastructuur:
- opslagtank voor ammoniak;
- onderstation, bijgebouw en noodgeneratorengebouw;
- fakkel;
- treinbelading en treinsporen;
- scheepsbelading;
- warmtewisselaars en compressoren;
- wegenis;
- leidingbruggen;
- bufferbekken;
- reliëfwijziging.
Tijdens de aanlegfase worden er twee zones ingericht in het oosten van het terrein die gebruikt zullen worden voor de tijdelijke opslag van goederen en materialen enerzijds en anderzijds voor de plaatsing van tijdelijke constructies (voor kantoor, sanitair, refter) voor aannemers tijdens de aanlegfase. Deze zones worden verhard met steenslag. De aanvrager beschouwt deze werken als vrijgestelde handelingen volgens artikel 7.1 van het Vrijstellingenbesluit.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 12 november 2020 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen een vergunning aan Gunvor voor de verdere exploitatie van een raffinaderij, voor een termijn van onbepaalde duur. Nadien werden nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen en werd de vergunning overgenomen door Vopak Energy Park Antwepren (VEPA).
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft de herontwikkeling van de site tot een terminal voor op-en overslag van vloeistoffen en gassen.
Aangevraagde rubrieken
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
1.4. | Inrichtingen voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 100.000 ton of meer; | +23.321,42 ton |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 50 m³/uur |
3.7.3° | Het lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van het gebruik van oppervlaktewater uitsluitend voor thermische energieopslag en teruglozing in hetzelfde oppervlaktewater met een debiet van meer dan 100 m³/uur; | 6.000 m³/uur |
6.4.3° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 5.000.000 liter; | 127.500.000 liter |
12.1.1.2°a) | inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 800 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied; | 1x 1.500 kVA |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA; | 2x 1.600 kVA, |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; | +2.190,22 kW |
17.1.2.1.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter; | -400 liter |
17.1.2.2.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter; | +100.000.000 liter |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting); | +1 opslag |
17.3.2.1.1.3° | gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton; | +127.480,30 ton |
17.3.2.1.2.3° | opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | 127.500 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +23.347,68 ton |
17.3.6.1°a) | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied; | +1,56 ton |
17.3.8.2° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton; | 12 ton |
31.1.3° | stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5.000 kW; | 5.070 kW |
43.4. | installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval. | 26,26 MW |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden uit vergunning of meldingsakte
Gunvor Petroleum Antwerpen nv
1. | Bij te stellen voorwaarde: Alle opslagtanks met extern vlottend dak die vloeibare koolwaterstofverbindingen bevatten, moeten voorzien worden van een vast dak. Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant meldt dat alle relevante tanks gesloopt werden en vraagt om deze voorwaarde te schrappen.
|
2. | Bij te stellen voorwaarde: Het monitoren van diffuse VOS-emissies Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant stelt dat deze voorwaarde van toepassing was op tankparken die nu gesloopt zijn en vraagt om deze voorwaarde te schrappen.
|
3. | Bij te stellen voorwaarde: Beladingen van zeeschepen met stookolie moeten gebeuren via een aansluiting voor dampbehandeling met actieve kool. Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant vraagt om deze voorwaarde te schrappen wegens niet meer relevant.
|
4. | Bij te stellen voorwaarde: De inkuiping van tankarea's J-K. Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant vraagt om deze voorwaarde te schrappen aangezien tankareas J-K gesloopt werden.
|
5. | Bij te stellen voorwaarde: Met betrekking tot geluid moeten saneringsadviezen uitgevoerd worden alsook een rapport met controlemeting uitgevoerd. Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant stelt een deel van de infrastructuur met geluidsbronnen te hebben verwijderd en vraagt de schrapping van deze voorwaarde.
|
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
Gunvor Petroleum Antwerpen nv
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: Artikel 4.2.5.1.1 Meet- en bemonsteringsapparatuur Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant vraagt om een monsternamemogelijkheid te voorzien waar stalen genomen kunnen worden van het opgenomen oppervlaktewater en het bedrijfsafvalwater.
|
2. |
| Bij te stellen voorwaarde: Artikel 5.3.2.53.a Lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater. Voorgesteld alternatief/aanvulling: De exploitant vraagt diverse lozingsnormen aan.
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Air Liquide Industries Belgium | 31 oktober 2025 | 5 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Milieudienst Antwerpen BASF | 31 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Fluxys | 31 oktober 2025 | 20 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 31 oktober 2025 | 24 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Petrochemical Pipeline Services BV | 31 oktober 2025 | 21 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
TotalEnergies Refinery Antwerp | 31 oktober 2025 | 5 november 2025 | Gunstig |
Water-link | 31 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
| Vesta Terminal | 31 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 31 oktober 2025 | 18 november 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn. De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen. Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven. Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur. Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten. Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landzijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten. In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten.
De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier eveneens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven. Voor het Insteekdok 3, het Kanaaldok B2 en de Berendrechtsluis, ten oosten en noorden van de aanvraag, geldt de bestemming Gebied voor Waterweginfrastructuur.
In het westen zijn de Oudedijkweg en de Scheldelaan bestemd als Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. Parallel hieraan ligt een overdruk met als aanduiding Leidingstraat. Op circa 100 meter ten westen van de Scheldelaan bevindt zich de grens van het afgebakende zeehavengebied. Buiten de afbakeningslijn is het gewestplan Antwerpen nog van toepassing, met bestemmingen Bestaande waterwegen (voor de Schelde) en Natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten.
Ten oosten van het Kanaaldok B2 loopt eveneens de afbakeningslijn van het Zeehavengebied Antwerpen. Binnen deze lijn ligt nog de bestemming Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven met overdruk Buffer – ten westen van Berendrecht en Zandvliet. Buiten de afbakeningslijn is volgens het voormelde GRUP het bestemmingsvoorschrift Natuurgebied met overdruk Grote Eenheid Natuur van toepassing.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. De aanvrager voorziet niet in de plaatsing van een hemelwaterput daar er geen mogelijkheden zijn voor hergebruik.
Er worden vervolgens drie types van hemelwaterstromen onderscheiden:
- (potentieel) verontreinigd hemelwater: dit hemelwater wordt beschouwd als bedrijfsafvalwater en valt buiten toepassing van de verordening. Hiervoor voorziet de aanvrager een open bufferbekken, waarin dit water verzameld wordt. Indien geen overschrijdingen van de lozingsnormen vastgesteld worden, zal dit water geloosd worden in het dok. Het is onduidelijk of dit hemelwater dan nog als verontreinigd beschouwd moet worden of toch geschikt is voor infiltratie ter plaatse. Ook zorgt de keuze voor een open bufferbekken ervoor dat bij regenval het volume (potentieel) verontreinigd water zal toenemen;
- hemelwater dat valt op verhardingen en dakoppervlaktes en niet verontreinigd is: dit hemelwater wordt afgeleid naar een ondergrondse infiltratievoorziening waar het op natuurlijke wijze in de bodem kan infiltreren. De aanvrager motiveert de ondergrondse aanleg vanuit veiligheidsoverwegingen en optimaal benutten van de beschikbare ruimte. Voor het aspect veiligheid kunnen echter alternatieve maatregelen genomen worden om te vermijden dat een wadi een probleem vormt. Daarnaast is het terrein, ook na aanleg van de infrastructuur uit huidige aanvraag, nog grotendeels braakliggend. Een geschikte locatie voor een bovengrondse infiltratievoorziening kan dus zeker op eigen terrein gevonden worden;
- hemelwater dat plaatselijk kan infiltreren in groenzones of waterdoorlatende verharding.
De aanvraag komt deels tegemoet aan de principes van de verordening hemelwater. Geadviseerd wordt het ontwerp verder te optimaliseren naar een volledige en bovengrondse infiltratie van niet-verontreinigd hemelwater.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
Sectorale wetgeving
Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een bekrachtigde archeologienota worden toegevoegd.
In voorliggende aanvraag, die niet door een publiekrechtelijke instantie is ingediend, bedraagt de ingreep in de bodem meer dan 5.000 m², is het project gelegen in industriegebied, buiten beschermde archeologische sites en buiten geïnventariseerde archeologische zones, waardoor de aanvrager verplicht is een archeologienota toe te voegen aan de aanvraag. Van de archeologienota met ID 34329 werd akte genomen door het agentschap Onroerend Erfgoed op 21/09/2025 (https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/34329). Er werd geen programma van maatregelen opgemaakt.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Het terrein van een voormalige olieraffinaderij is overgedragen en wordt herontwikkeld naar een ‘new energy hub’ waar verscheidene mogelijkheden aanwezig zijn voor de op- en overslag van vloeistoffen en gassen die cruciaal zijn voor de energietransitie (bijvoorbeeld ammoniak, biobrandstoffen, …). De aan- en afvoer van deze producten zal gebeuren via tankwagens, spoor, pijpleidingen en schepen.
Een eerste stap in deze nieuwe ontwikkeling betreft de bouw van een opslagtank voor ammoniak met bijhorende infrastructuur, wat het voorwerp uitmaakt van voorliggende aanvraag. Deze tank wordt gebouwd net ten zuiden van Insteekdok 3, op de oostelijke helft van het terrein. Hier blijft het bestaande maaiveldniveau van 8mTAW behouden. De noordwestelijke helft van het terrein wordt verhoogd naar een maaiveldniveau van 8,46mTAW. De reliëfwijziging maakt deel uit van de aanvraag maar deze zone zal later ontwikkeld worden.
Rondom de zone waarin de opslagtank is ingeplant, wordt de bijhorende infrastructuur gebouwd en aangelegd. Deze gebouwen en constructies worden onderling met elkaar verbonden via nieuwe leidingbruggen en bereikbaar gemaakt via nieuwe wegenis. Vanuit deze zone wordt er tevens een leidingbrug gebouwd richting het noorden waar een nieuwe treinbelading wordt voorzien. In functie hiervan worden eveneens nieuwe treinsporen aangelegd die aantakken op een bestaande spooraansluiting ter hoogte van de perceelsgrens.
In het Insteekdok 3 wordt een nieuwe laadkaai voor binnenschepen gebouwd. De bestaande laadkaai wordt aangepast naar een laadplatform voor zeeschepen.
Door een in onbruik geraakt terrein te herontwikkelen volgens de bestemming die van toepassing is op dit gebied, kan het aansnijden van nieuwe ruimte vermeden worden. De aanvraag is bijgevolg functioneel inpasbaar.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De nieuwe gebouwen en constructies worden gebouwd binnen de grenzen van een bestaand industrieterrein waardoor geen extra ruimte wordt ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
De gebruikte materialen zijn voornamelijk beton en staal wat kenmerkend is voor deze industriële constructies en installaties. De gebruikte materialen zijn neutraal en aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweer zone Antwerpen. Op moment van opmaak van dit verslag was het advies nog niet uitgebracht. Ook het college hecht belang aan dit advies.
Door de ligging van verschillende pijpleidingen in de nabijheid van de werken, heeft het college het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen. De uitgebrachte adviezen zijn voorwaardelijk gunstig waarin wordt verwezen naar de algemene veiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen bij werken in de nabijheid van de pijpleiding(en), met onder meer de specifieke verplichtingen binnen de beschermde en voorbehouden zone rondom de leidingen. De voorwaarden uit deze adviezen, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.
Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-melding uit te voeren.
Voor wat de (overige) hinderaspecten betreft, wordt verwezen naar het luik ‘Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Mobiliteit van en naar de site zal gecreëerd worden door verschillende verkeersstromen waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen de aanlegfase en exploitatiefase:
Aanlegfase:
- vrachtverkeer: circa 6 transporten per werkdag;
- personenvervoer: circa 200 transporten per werkdag.
Op de zone die wordt aangelegd tijdens de werffase worden eveneens parkeerplaatsen voorzien voor wagens van aannemers. Het is echter niet duidelijk waar vrachtwagens zich kunnen parkeren.
Exploitatiefase:
- personenvervoer: woon- werkverkeer van eigen werknemers (zowel bedienden als arbeiders in een ploegensysteem) maar eveneens van contractoren voor preventief en curatief onderhoud van de installaties: gemiddeld 17 eigen werknemers en 25 contractoren tijdens de kantooruren. Tijdens de avond, nacht en weekenduren zijn dit telkens gemiddeld 4 eigen werknemers.
- vrachtverkeer: afvoer van ontvlambare gassen gebeurt via tankwagens waarbij een gemiddelde van 18 transporten per dag verwacht wordt.
- spoorverkeer: ontvlambare gassen en ammoniak kunnen eveneens worden afgevoerd via spoor waarbij wordt verwacht dat treinen 24/24 en 7/7 kunnen rijden. Gemiddeld wordt gerekend op 2 à 3 (blok)treinen per dag, oftewel 50 treinwagons.
- scheepvaartverkeer: aardolieproducten en ammoniak worden aangevoerd per zeeschip. Binnenschepen zullen worden ingezet voor de afvoer van aardolieproducten en ammoniak en de aanvoer van ontvlambare gassen. Ook de aan- en afvoer via schepen zal 24/24 en 7/7 plaatsvinden. Gemiddeld wordt gerekend op 3 scheepstransporten per dag.
De bestaande parking nabij het kantoorgebouw in het westen van het terrein blijft behouden en zal vermoedelijk gebruikt worden door werknemers tijdens de exploitatiefase. Het is echter onduidelijk waar vrachtwagens zich dienen te parkeren.
De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat. Dit wordt opgelegd als voorwaarde. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.
Daarnaast wordt opgemerkt dat er nergens sprake is van alternatieve vervoersmogelijkheden zoals fietsen. Gelet op de gewenste modal shift is het aangewezen te verduidelijken hoe de werknemers zich verplaatsen en welke maatregelen de aanvrager zal nemen om meer duurzame vervoerskeuzes te stimuleren.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Vopak Energy Park Antwerp (VEPA) baat aan de Scheldelaan in de Antwerpse haven een tankterminal uit. De site was in het verleden een petroleumraffinaderij (Gunvor) en is momenteel in herontwikkeling van een tankpark voor aardolieproducten tot een zogenaamde ‘new energy hub’. Dit is een locatie waar op- en overslag van vloeistoffen en gassen, belangrijk voor de energietransitie , mogelijk gemaakt wordt.
Voorliggende aanvraag betreft de verdere ontwikkeling van de site met de exploitatie van een nieuwe opslagtank voor gekoeld ammoniak (100.000.000 liter). Dit betreft een full-containment tank. Dit is een atmosferisch tanksysteem met een vloeistofdicht primaire houder en een vloeistof- en dampdichte secundaire houder. Er is ook een betonnen ringmantel voorzien ter bescherming tegen externe impact van projectielen of overdruk ten gevolge van explosies. De tank staat op een verhoging en komt niet rechtstreeks op de bodem.
Verder worden ook enkele reeds vergunde installaties voor de op- en overslag van enerzijds aardolieproducten en anderzijds tot vloeistof verdichte gassen terug in gebruik genomen. Men werkt namelijk verder op de vergunning die destijds werd uitgereikt aan Gunvor. De opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten wordt uitgebreid naar 127.523,3 ton. De totale hoeveelheid voor de opslag van schadelijke producten wordt uitgebreid naar 20 ton. De opslag van ontvlambare vloeistoffen wordt uitgebreid naar 127.507 ton. Er wordt ook voorzien om 127.500.000 liter aan brandbare vloeistoffen op te slagen.
Omwille van de uitbreiding wordt VEPA een nieuwe hogedrempel Seveso-inrichting. Dit wil zeggen dat het bedrijf een omgevingsveiligheidsrapport dient op te maken. Uit dit rapport blijkt dat het criterium voor het plaatsgebonden risico aan de terreingrens op een aantal plaatsen wordt overschreden. Echter op deze plekken is geen exploitatie aanwezig en is er evenmin een betekenisvolle aanwezigheid van personen te verwachten. Deze overschrijdingen hoeven geen knelpunt te vormen, op voorwaarde dat er met deze exploitanten een veiligheidsinformatieplan (VIP) wordt afgesloten. Deze VIP’s werden toegevoegd aan de aanvraag. De criteria voor gebieden met woonfuncties (10-6/jaar) en gebieden met kwetsbare locaties (10-7/jaar) worden zonder meer gerespecteerd.
Verder zal er ook een noodfakkel geïnstalleerd worden van 20 MW. De aanvrager stelt dat er een nieuwe fakkel geplaatst zal worden voor het affakkelen van ammoniak bij calamiteiten. Deze fakkel zal een continue waakvlam hebben waardoor er niet-geleide emissies vrijkomen. Het aardgasverbruik van de fakkel wordt ingeschat op 227.163 m³/jaar. De fakkel wordt ook voorzien in een zogenaamde ‘enclosed vapor combustion unit’, wat wil zeggen dat de vlam in stand-by modus niet te zien is. Alleen in de noodsituaties zal er een vlam zichtbaar zijn. De aanvrager stelt dus simpelweg dat er geen lichthinder mogelijk zal zijn. De stad vindt dit nogal kort door de bocht en vraagt zich af of hierbij rekening gehouden is met de toch wel zeer nabije bewoning (circa 600 meter). Het is ook onduidelijk waarom specifiek deze locatie, zo nabij de bewoning gekozen werd. Er wordt gevraagd dit beter in kaart te brengen. Hiernaast wordt ook geadviseerd om eens in exploitatie op een pro-actieve manier te communiceren over het gebruik van deze noodfakkel, zodat enige vragen hierover direct beantwoord kunnen worden.
Inzake de mogelijke geluidshinder van de fakkel werd er via een computersimulatie gegenereerd wat het mogelijke effect is ter hoogste van de dichtstbijzijnde bewoning. Uit deze berekeningen blijkt dat het specifieke geluid afkomstig van de fakkelinstallatie ter hoogte van alle evaluatiepunten voldoet aan de grenswaarde (GW) incidenteel geluid en dit voor alle periode van de dag. De stad merkt op dat er echter niet wordt voldaan aan de richtwaarden voor woongebied voor avond en nachtperiode. Het is onduidelijk waarom de exploitant enkel de GW incidenteel geluid gebruikt om af te toetsen, nadat eerder gezegd werd dat de strengste GW gekozen zou worden. Valt deze hinder effectief onder het VLAREM bepaalde “GW incidenteel geluid?”. Gelieve dit verder te duiden.
Ook zal er dokwater gebruikt worden voor het opwarmen van de vloeibare gassen voor belading in tankcontainers. Dit zal dan geloosd worden aan een maximum debiet van 6.000 m³/uur. Dit komt neer op een jaardebiet van 52.560.000 m³/jaar. Verder wordt er ook de lozing van potentieel verontreinigd hemelwater aangevraagd en dit voor 50 m³/uur. Potentieel verontreinigd hemelwater afkomstig van tanks met vlottende daken, van afvoergoten en afkomstig van vloeistoflekken bij verlaadplaatsen, wordt opgevangen in een apart bufferbekken. Na visuele controle op drijflagen wordt schoon water geloosd op het Havendok, bij detectie van een spill wordt het water extern afgevoerd en verwerkt. Vloeistoffen uit lekkages bij de verlaadplaatsen worden met een zuigwagen verwijderd en afgevoerd. Het is onduidelijk of een visuele controle voldoende is om de kwaliteit te garanderen. Het lijkt aangewezen om ook een periodieke staalname in te bouwen. Dit wordt ook zo geadviseerd in het subadvies van de Haven van Antwerpen-Brugge. Zij sturen ook aan op een degelijk kwaliteitsmonitoring. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.
De aanvrager voerde een Wezer-beoordeling uit om te kijken wat de impact is van de lozing van het afvalwater op de ontvangende waterloop. Hieruit blijkt dat er voor totale stikstof en fosfor in worstcase omstandigheden een overschrijding van de milieukwaliteitsnormen (MKN) is. Ze dragen bij aan het niet halen van de doelstellingen, maar veroorzaken geen achteruitgang en verhinderen verbetering niet. Ook voor arseen wordt de doelstelling niet gehaald, maar aangezien de bijdrage minder dan 1% is, wordt er geen BBT+ onderzoek noodzakelijk geacht. Voor chloride draagt de lozing bij tot het niet halen van de doelstellingen, maar verhindert de verbeterdoelstellingen niet, aangezien de lozing lager dan de MKN is.
Haven van Antwerpen-Brugge stelt zich in haar subadvies ook vragen over de aangevraagde lozingsnormen:
“In voorliggende aanvraag is het onduidelijk waarom de aanvrager afwijkende normen aanvraagt voor de aangevraagde parameters dan diegene die VLAREM vooropstelt. Bedrijfsafvalwater bestaat immers hoofdzakelijk uit potentieel verontreinigd hemelwater. Ofwel moet een verduidelijking voor verdere beoordeling toegevoegd worden aan de vergunningsaanvraag, ofwel mogen (in tussentijd) geen afwijkende normen worden toegelaten voor voormelde parameters.” De stad volgt deze bedenking.
Verder voerde de aanvrager ook een effectbeoordeling uit om te kijken wat de thermische impact is van het geloosde opwarmwater op het oppervlaktewater. De temperatuursdaling blijft beperkt tot 3,56 °C. Er wordt gesteld dat de breedte van het kanaaldok voldoende migratie van de organismen overlaat. Er wordt dus gesteld dat er geen thermische onaanvaardbare temperatuursdaling zal optreden voor aquatische fauna.
Het schrappen van de beladingsstations onder rubriek 16.4.1° heeft een eerder technische reden. De beladingsstations van VEPA worden namelijk gebruikt voor het beladen van tankcontainers, treinwagons en schepen. Rubriek 16.4.1. is van toepassing op inrichtingen voor het niet-huishoudelijk vullen van verplaatsbare recipiënten en voor de bevoorrading van motorvoertuigen. De tankcontainers, treinwagons en schepen zijn transportmiddelen en geen verplaatsbare recipiënten.
Ook wordt er een noodgenerator aangevraagd van 1.500 kVA en een thermisch ingangsvermogen van 5.070 kW. Als laatste wordt het vermogen van de airco’s geactualiseerd naar een nieuw totaal van 2.549,54 kW.
Verder wenst de aanvrager enkele bijzondere voorwaarden, specifiek opgelegd voor de Gunvor-exploitatie te laten schrappen, aangezien deze niet meer relevant zijn.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweer zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 5.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.
2. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.
3. Het project dient te voldoen aan de hemelwaterverordening met de aanleg van één of meerdere bovengrondse infiltratievoorzieningen, waarin al het niet-verontreinigde hemelwater wordt verzameld tenzij dit wordt hergebruikt in de industriële processen.
4. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van TotalEnergies Refinery Antwerp.
5. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.
6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Fluxys nv.
7. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Air Liquide Industries.
Geadviseerde rubrieken
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
1.4. | Inrichtingen voor de opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten met een opslagcapaciteit van 100.000 ton of meer; | +23.321,42 ton |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; | 50 m³/uur |
3.7.3° | Het lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van het gebruik van oppervlaktewater uitsluitend voor thermische energieopslag en teruglozing in hetzelfde oppervlaktewater met een debiet van meer dan 100 m³/uur; | 6.000 m³/uur |
6.4.3° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 5.000.000 liter; | 127.500.000 liter |
12.1.1.2°a) | inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 800 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied; | 1 x 1.500 kVA |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA; | 2 x 1.600 kVA, |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; | +2.190,22 kW |
17.1.2.1.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter; | -400 liter |
17.1.2.2.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter; | +100.000.000 liter |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting) | +1 opslag |
17.3.2.1.1.3° | gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton; | +127.480,30 ton |
17.3.2.1.2.3° | opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | 127.500 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +23.347,68 ton |
17.3.6.1°a) | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied; | +1,56 ton |
17.3.8.2° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton; | 12 ton |
31.1.3° | stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5.000 kW; | 5.070 kW |
43.4. | installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval. | 26,26 MW |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Er wordt een kwaliteitsmonitoringsprogramma uitgewerkt voor het opvolgen van het potentieel verontreinigd hemelwater, dat verder gaat dan louter visuele controle. 2. Er wordt geduid of er alternatieven mogelijk zijn voor de locatie van de noodfakkel en er wordt verder onderzocht of er lichthinder kan zijn ter hoogte van het nabije woongebied door deze fakkel. 3. Er wordt verder geduid wat de effectieve geluidshinder van de fakkel zal zijn ter hoogte van het woongebied en of dit enkel beoordeeld mag worden aan de hand van de normen voor incidenteel geluid. |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 29 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | 7 november 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 6 december 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 18 december 2025 |
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking bezwaarschriften
Tijdens het openbaar onderzoek werd een brief ontvangen van de gemeenten Hulst en Reimerswaal. Met deze brief wordt gereageerd op het schrijven van de stad in het kader van het openbaar onderzoek. De gemeenten geven aan geen opmerkingen dan wel aanvullingen te hebben op de aanvraag. Het schrijven wordt overgemaakt aan de deputatie van de provincie Antwerpen.
Informatievergadering
Over de aanvraag werd een informatievergadering georganiseerd op 13 november 2025. Het verslag van de informatievergadering werd bezorgd aan de vergunningverlenende overheid.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweer zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.
2. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.
3. Het project dient te voldoen aan de hemelwaterverordening met de aanleg van één of meerdere bovengrondse infiltratievoorzieningen, waarin al het niet-verontreinigde hemelwater wordt verzameld tenzij dit wordt hergebruikt in de industriële processen.
4. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van TotalEnergies Refinery Antwerp.
5. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.
6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Fluxys nv.
7. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Air Liquide Industries.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Er wordt een kwaliteitsmonitoringsprogramma uitgewerkt voor het opvolgen van het potentieel verontreinigd hemelwater, dat verder gaat dan louter visuele controle. 2. Er wordt geduid of er alternatieven mogelijk zijn voor de locatie van de noodfakkel en er wordt verder onderzocht of er lichthinder kan zijn ter hoogte van het nabije woongebied door deze fakkel. 3. Er wordt verder geduid wat de effectieve geluidshinder van de fakkel zal zijn ter hoogte van het woongebied en of dit enkel beoordeeld mag worden aan de hand van de normen voor incidenteel geluid. |